Een grijze ZONdag

Ik wil zo vurig graag in hem geloven. Mijn kinderhart bonkt en beukt, de hele nacht lang, hoor ik daar een geluidje? Zal hij ons huisje niet vergeten? Hij kan alles, is dé grote kindervriend. Hij brengt speelgoed, veel speelgoed, een hele tafel vol voor drie zusjes en kleine broer. Hij is heel erg al-wetend. Ik zorg ook voor hem, verzorg zijn paard met wortel en suiker. Heeft paard dan zwarte tanden? Voor ‘het knechtje’ zet ik een lauw biertje klaar. geen idee dat dit helemaal niet smaakt. Het is alleszins verdwenen op zijn verjaardag en ik speel met de zwarte pop, mijn droombaby met kroezelhaartjes en kleertjes die aan en uit kunnen. De grijze dagen schuiven op, ik speel en ontdek met een vrolijke lach, ik speel en ben blij, ik speel mama en schooltje, ik speel dat ik de Sint himself ben en zwart Liesje kijkt toe vanuit haar babystoeltje. Dat was vroeger.

Dit is nu.
Er zitten believers en non-believers in het gezellige zaaltje bij de zoon. Allemaal samen zijn ze met zestien. Zestien nieuwsgierige, blije, bange en afwachtende gezichtjes. Bijhorende ouders houden de nodige spanning erin. Want ‘Hij komt, hij komt, die lieve goede Sint’. 35 stoelen staan in een grote kring rond de troon van de heilige man. Hij is oud en krijgt een ereplaats. Manlief biedt hem een lift aan. Toegekomen op het erf helpen we hem de auto uit, want de lange gewaden maken het er niet eenvoudiger op. Tegen het grote raam staan nieuwsgierige neusjes gedrukt. Onder luid gezang, vals of niet, dat speelt geen rol, helpen we de Sint de vele trappen op. Struikelen zou geen goed idee zijn en veel pijn geven. Statig als een heer stapt hij de ruimte binnen. Je kan een muis horen lopen. Enkel de gouden staf tikt op de houten vloer. De pieten en mieten zijn afwezig, ze zijn ziek, Corona? Dus word ik snel tot knechtje gebombardeerd met een pietenzak vol cadeautjes, want ”er zijn geen stoute kindjes bij’.

Eén voor één komen die kindjes dichterbij, soms bewaren ze spontaan een veilige afstand. Je weet maar nooit met die man in rode cape en vreemde mijter die steeds de verkeerde richting uitzakt. De welige bos witte haren zijn dan toch zijn grote trots. Kleinzoon krijgt een opdracht, hij moet de mijter tegenhouden en slaagt daarin met verve. Soms duwt hij even te hard, wat een stevige “auw” uitlokt. Maar de man is sterk, sintensterk!
Kinderen staan versteld “hoe weet hij dat toch allemaal?”.
De vierjarige weigert de paar stappen dichterbij én het cadeau. Hem is geleerd geen geschenkjes aan te pakken van vreemde mannen.
De zesjarige vertelt enthousiast over haar juf Joke en dat ze ook graag wil geschminkt worden. Hebben wij nu toch niet nét een schminksetje mee. Van toeval gesproken!
Hij is een non-beleaver en vraagt voor welke voetbalploeg de oude man supportert. Een groot gejuich volgt, ze zijn samen Buffalo-fans. Sint stijgt – nog meer – in de achting.
Het kleine ventje friemelt aan zijn truitje. Je ziet een stille angst in de oogjes, maar voor een pakje moet je nu éénmaal dapper zijn. De Sint is ontzettend lief en ontfrutselt hem al snel een brede lach.
Een paar believers stappen vlotjes terug in de rol van non-believer, hij ziet er zo écht en wijs en oud uit….


Plechtig stapt de Sint weg, naar andere wachtende kindjes. De taxi wacht hem weer op, nog een laatste wuifgebaar op het vrolijke ‘Dag Sinterklaasje, daag, daag, daag….”.
De spanning ebt weg, cadeautjes worden ontmanteld of in elkaar geknutseld. Tijd voor de brunch. De tafels worden gezellig geschikt en plots….is het stil…. er wordt met goesting en smaak geknabbeld. De kinderen verdwijnen, ze gaan buiten spelen, koude is voor hen geen hinder en die gloednieuwe voetbal moet uitgetest worden. Wij kunnen bijbabbelen, veel en lang bijbabbelen, heerlijk om met (schoon)broer en (schoon)zus en de volledige nakroost en aanverwanten (op de zieke zoon en Canadezen na) lekker warm samen te zijn.
(On)Verwacht voel ik het pijnlijke oudergemis, ze zouden fier en gelukkig zijn.

De boerderijbeesten hebben ook recht op een lekkere hap, Sint is hen zomaar vergeten, die durft. Zoon trekt erop uit, met een hele schare kinderen in zijn kielzog. De ezels, kippen, konijnen, varkentjes, pony, cavia’s en sorry voor wie ik nog vergeet, krijgen dit keer de maaltijd uit milde kinderhandjes.

Diezelfde avond nog stuur ik een gulle bedanking en een paar herinneringen van een toffe dag naar de hemel. Een snelle reactie over letterlijke en vooral figuurlijke warmte volgt, de heilige man heeft er ook hard van genoten. En belooft….volgend jaar…..kom ik terug….

Advertentie

(H)an(d)twerpen

Waar bloggers samenkomen hangt vertrouwdheid in de lucht. Jammer genoeg, ook regen.


De plaats van afspraak is het monumentale station van Antwerpen. Het ontvangstcomité van het duo Myriam en ik staat klaar op het perron. Wij krijgen onverwacht een uurtje tijd om elkaar te leren kennen in het stijlvolle Royal Café van het station, want de dappere Hollandse dame Rietepietz komt met de trein. En treinen garanderen avontuur met bijhorende vertragingen.
We verliezen een lang kwartier extra omdat de Hollandse dame verstoppertje speelt, en wij maar zoeken achter elke pilaar en tussen het vele volk. Roltrappen brengen redding.

De dag verloopt alsof we elkaar al jaren kennen. Riet ontmoette ik vorig jaar de eerste keer rond dezelfde datum in Den Haag, waar wij op verjaardagsuitje waren. Toen was het gezellig voor drie (want ook opabaard was erbij).
Nu terug gezellig voor drie. Opabaard heb ik veilig thuis achter gelaten en Myriam neemt vlot zijn plaats in. Dit kan niet tegenvallen! Bij een soepje en kroketje babbelen we leuk bij. Met het blogschrijven als achtergrond lijken we elkaar al goed te kennen. Er is geen nood aan gespreksstof. We zitten lekker warm, terwijl buiten paraplu’s voorbij schuiven onder de gietende regen.

De stadwandeling wordt snel verschoven naar een komende lente-afspraak. Voila, een goede reden gevonden…
Het schitterende paleis op de Meir, een Queen waardig, biedt betalend onderdak. Ooit was deze 18e-eeuwse Roccocoparel bezit van Napoleon, hij heeft er nooit een voet binnen gezet. Toen het eindelijk naar zijn zin gerenoveerd werd, was hij reeds verbannen naar Elba. Je kan het enkel bezoeken als er een tentoonstelling is. Napoleonsgewijze wordt het twee maand lang omgedoopt tot het Burpindale Palace. Google maar en je vindt de nodige info.
Er zijn heel mooie kamers, statig en koninklijk. De queen herself en haar beide lakeien kuieren rustig rond en zoeken én vinden humor in vele hoekjes en kanten. Bij Riet kan je ook info lezen. Zij was mij te snel af.

Er borrelt een ideetje op voor de kerstkaartjes…..

Het is te vroeg laat in deze donkere dagen. Met een warme knuffel en ‘tot volgende lente’ nemen we afscheid en stappen elk richting onze trein. Bomvol wegens spitsuur. Maar we kunnen er nog net bij.

De reacties bij het schrijven van Riet liegen er niet om, volgende lente groeit de groep aan! We kijken er al naar uit. Antwerpen in de zon.

Momentjes die ontroeren

Bij een lekker en gezellig etentje krijg ik een verrassend cadeau. Om de link te leggen, lees je best deze blog door. “Het” mag nog beleefd worden. Nog wat geduld, later vertel ik er zeker meer over. Beloofd. Maar dat het heel speciaal zal zijn!

De nazomer straalt nog. We fietsen een grote toer in Pajottenland, ook voorbij het boshuis van onze Canadezen. Nu wonen er huurders, binnenspringen voor een tas koffie lukt dus niet. We gluren over de poort en genieten het vertrouwd terrein. Ik pink een piepklein traantje van gemis weg. Voor zoon maak ik fotokes. Mag ik dromen dat ze er ooit terug gaan wonen?

Kleinzoon vleit zich tegen me aan. De herfst is plots in het land. Heeft hij het koud? Neen, hij vraagt fluisterend of ik hem zeker op tijd kom ophalen na de school. Natuurlijk venteke.

In de vroege ochtend ga ik langs bij de dame die graag een boekje wil voor het gezin dat binnenkort stuurloos achter zal blijven. Ze is amper 39 met een zwaar kankerverdict. Zij vertelt, ontroerend sterk en mooi, ik schrijf voor haar het verhaal en ga er foto’s bij printen, die zij uitkiest. Tranen prikken bij het besef hoe sterk een mens kan zijn in al zijn (haar) ellende. Ik hoor veel levenswijsheid.

Close is een prachtige film. Het is muisstil in de zaal. Sober, heel on-Amerikaans, aangrijpend, levensecht, zonder de te-emotionele kant op te gaan. Ik heb een grote bewondering voor Lucas Dhont en de acteurs. Blijf dicht bij wie je echt bent, bij wat je voelt, weer een mooie levensles.

Vandaag maak ik de vlotte overgang van palindroom naar priemgetal. En zo is de cirkel rond en belanden we bij het begin van dit schrijven. De kaartjes vullen de kast en dit maakt blij.

Ik geniet

We huren twee kleine huisjes, of eerder grotere caravans zonder wielen in Duinrell (Wassenaar). De jaarlijkse traditie mag niet onderbroken worden. Beide vrouwen moeten hun vrouwtje staan in het gezelschap van zeven jongens en drie mannen. We laten ons in de watten leggen, of doen we alsof? We zweven, zoeven, zwieren de dag door. Een pluim op mijn hoed, ook overkop gaan wordt de uitdaging. Even de controle verliezen geeft me vaak een vrij gevoel. Ik was nog kind en altijd stond er een durf-to-do op mijn lijstje. Want in sé ben ik een bange gans. Elke overwinning werd op zijn beurt gevierd en hielp een stukje groeien. 1.69 meter leek de limiet, vanaf nu is nog enkel krimpen aan de orde.

Na een vrolijke dag met jong en oud(er) komen we tot rust in de huisjes. Met zijn allen bij elkaar gedrumd een hapje eten en dan elk naar zijn eigen slaapkotje. Dat is toch de bedoeling…..
Dit is zonder de kachel gerekend. Het huis staat -zonder vuur en vlam- volledig in de rook. Het kleine gaskacheltje waarop iemand achteloos iets had achtergelaten zorgt voor een immense rookontwikkeling. Met een mes snijden we ons blindelings een weg naar de ramen, die ondanks de frisse avond wagenwijd open vliegen. Grijze stinkende roetwalmen vinden de weg naar buiten. De kinderen zijn aangedaan. Dit had anders kunnen aflopen. Zoon ruimt op en we verhuizen met zijn allen naar het aanpalende huisje, waar een frissere geur onze longen zuivert. Het huis krijgt ruim de tijd om propere boslucht op te snuiven. De kacheltjes worden nauwlettend in het oog gehouden en broeken slingeren niet langer in het rond. Weer een grote les wijzer.

Ondertussen zijn we weer veilig thuis, zijn de valiezen uitgepakt en ligt de was weer op stapels. De avond wordt gevuld met Laïs. Aan ontspanning geen gebrek. In een vorig leven gaven we met een schoolkoortje van collega’s een optreden van hun bekendste lied ’t Smidje’. Nog steeds word ik warm bij de herinnering aan het laaiend enthousiasme van onze afstuderende zesdejaars. We kregen een staande ovatie, als waren we de folkgroep zelf.
Laïs uit Kalmthout startte dertig jaar geleden als folkgroep, even leken ze van het toneel verdwenen, maar nu staan ze er terug met de nieuwe plaat ‘de langste nacht’. De nieuwe Laïs bestaat uit twee vrouwen (de derde heeft een eigen weg ingeslagen) en hun beide partners en nog drie mannen. Ze zingen grotendeels Nederlandstalig, maar ook Franse en zelfs een Pools liedje staan op het programma. Vele muziekwerelden worden gemengd, ze zingen a capella en met orkest, met etnische accenten, dansen en wiegen op de Vlaamse magie en Oosterse ritmes. De muziek voelt vertrouwd aan en toch weer anders. Soms spookachtig mooi, psychedelisch, romantisch, warm, vol energie, stemmig, speels en vrolijk, ingetogen. De teksten gaan over verraad, huiselijk geweld, de eindigheid der dingen, geplukt uit oude liedboeken. Maar de muziek overtreft vaak de songs, waarbij begrijpen niet altijd een optie is. Covers van Wannes Van de Velde en Herman van Veen steken in een nieuw jasje.

“Ik geniet van de kinderlijkheid van al onze dromen
Ik geniet van elke stap en reis die we samen maakten”
(uit ‘ik geniet’)

En ik, ja, ik genoot een wervelend, dromerig spektakel.

Het extra uur

In de les leerden we onze laptop opschonen. Opgelucht en meer dan tevreden constateer ik dat die machine nu veel sneller werkt.
Medestudenten aarzelen “Je weet maar nooit dat ik zaken kwijt geraak”.
“Geen paniek, gewoon doen.”, is mijn conclusie.
Tot ik er zojuist maar een half uur over deed om mijn blog terug op te starten, alles werkt sneller, maar alles was ook verdwenen. Daar waar ik van plan was wekelijks grote kuis te doen, ga ik nu eerst twee keer nadenken. Dit als ongeplande intro…..

Voor het slapen gaan breng ik graag alles in orde. Neen, geen discussie hier over voor- en nadelen van het winteruur. Gewoon de klokken een uurtje achteruit en klaar is Kees. Ik heb last van een ochtendhumeur en om manlief dit te besparen gun ik mezelf vaak een extra uurtje slaap ’s morgens. Een relatie kan zo simpel zijn….

Deze ochtend zou ik zomaar, gratis voor niets, een extra uur krijgen. Een mens kan het opstaan niet blijvend uitstellen toch? Een wandeling extra? Een uurtje krant lezen? Met de fiets naar de bib? Dat dringende opruimwerk eens onder handen nemen?
But, life is what happens when you’re busy making other plans. John Lennon wist het al. De nacht heeft verrassingen voor me in petto.

Spieren gaan in overdrive. Wellicht een gevolg van de prachtige fietstocht die we gisteren trapten in eigen land. Veel groen, veel zon, veel mooie plekjes op de Wase Stilteroute door Lokeren, Wachtebeke, Doorselaar, Eksaarde, Klein-Sinaai. Ons kleine land heeft veel te bieden. Maar mijn rug heeft het geweten. Holderdebolder jumpen fiets en ik over erbarmelijke ‘fietspaden’. Vogels schrikken op door ai’s en auw’s en nog vele andere kreunende uitroepen. Ik besef, met te weinig respect voor de stilte, maar ze ontglippen me gewoon.

Die nacht heb ik het dus geweten. Mijn fiets heeft het overleefd, mijn rug is geradbraakt. Arm- (je moet het stuur toch onder controle houden?) en beenspieren (trappen blijft een noodzaak om vooruit te komen) gaan in kramp.
Zeker, het was een heerlijk mooie tocht.
W.A.T.E.E.N.N.A.T.U.U.R!
Zeker ook, België kan een een heel groot puntje zuigen aan Nederland. W.A.T.E.E.N.K.R.A.M.A.K.K.E.L.I.G.E.F.I.E.T.S.P.A.D.E.N!

Zuchtend en steunend kruip ik uit bed, manlief moet mijn ellende mee genieten toch? Maar neen, hij ronkt er vlotjes doorheen. Slapen als een roosje, weet je wel. De nood aan een pijnstiller is te groot. In de donkere nacht werkt zelfs een kersenpittenkussentje bij deze temperaturen verlossend. Bevrijd voel ik hoe ook de pijn langzaam maar zeker (hum) verdwijnt. Rond vier (oude vijf) uur val ik eindelijk in slaap, het gratis uurtje verdwijnt ook als sneeuw voor de zon, want ik heb heel wat in te halen.

Maar dat het schitterend mooi was, blijft een feit. Misschien moeten we een volgende keer voor wat minder kilometers op betonnen fietspaden gaan?

Woede en spijt en angst en bevrijding

Haar schoonvader doet lastig. Hij eist onafgebroken onze hulp op, we doen dat graag voor onze buren, maar teveel is teveel. Manlief wordt weer opgeroepen, voor de zoveelste keer die dag. Ik zie hoe hij eronder lijdt, hoe een verloren traan langs zijn wang biggelt. Hij zucht diep, mompelt ‘dit houd ik niet langer vol’ en buigt zich over de oude man. Die geeft hem onverwacht een harde klap in het gezicht en schreeuwt het uit ‘wanneer ga je me eindelijk eens vooruit helpen?’. Manlief schrikt. Ik hoor “auw’. Een vuurrode hand op zijn wang als stille getuige van het geweld. Ik kan dit echt niet langer aanzien, dit.verdient.hij.niet!, en in mijn woede snij ik de man met een fruitmesje in het been. De wonde is diep, te diep, maar er verschijnt weinig bloed. Enkel een grote snee is zichtbaar.
De man sterft aan de snee of aan een hartaanval?
Wij zijn volledig de kluts kwijt, dit lag nooit in onze bedoeling, ik wilde hem alleen een lesje leren….
Dokters komen aan en af en constateren alleen nog de dood. Hij is oud en dit overlijden is dus niet ongewoon. Wij zwijgen. Ook tegen onze buren. Zoiets kan gebeuren, hoewel zij ervan overtuigd zijn dat hij nog vele jaren tegoed had. Plots kom ik tot het overdonderende besef, ik ben een moordenaar, een rasechte moordenaar. Manlief troost me, dit blijft ons geheim. Eventueel verhuizen we ver hiervandaan? Ik kan hier niét mee leven en zeg hem rustig dat ik ook mezelf ga uitschakelen. Ik kies voor zelfdoding en ik pak het mesje en…….

ik word wakker, badend in het zweet. Het gevoel dat ik had in de droom bij de gedachte aan een dubbele moord weegt ongelooflijk zwaar op mij én blijft wegen. Ik voel me ellendig. Ik was zoooo van de kaart, de droom was intens en de ochtend werkt (nog) niet bevrijdend. Het gebeuren gaat met me mee de dag in. Héél, veel te langzaam trekt de verwarring weg.

Vaak ontdek ik een link tussen de gebeurtenissen van de dag en wat in de nacht door mijn hoofd spookt. Het vraagt wat tijd om te beseffen dat wellicht het boek “Boven is het stil” van Gerbrand Bakker hierin een rol speelde. Ik viel ermee in slaap.
En toch werkt het boek heel rustgevend op mij. Met boer Helmer in het oer-Hollandse stilleven tussen Purmerend en Monnickendam als hoofdpersoon. De auteur schrijft sober, stil met heel mooie zinnen. Helmer is eenzaam is zijn isolement, maar neemt de dagen zoals ze komen. Tot een onrust over hem komt.
De roman start met “Ik heb mijn vader naar boven gedaan“. Hij sluit zijn oude (vaak gehate) vader op in de bovenkamer en zwijgt hem dood. Helmer, die zich een tweede-rangs-kind voelt, hoopt dat beneden hem nieuwe kansen geeft. De stijl is helder, geen woord teveel. Er zit humor in. De laatste zin blijft “Ik ben alleen“. En toch is het geen droevig boek, het leest heel boeiend en brengt rust…..

Vaak toch……

Het gedoe met zijn vader heeft mijn droom beïnvloed. Helmer is een goede man en toch doet hij dit de oude man aan.
Het is een aanrader.
Ik bedoel het boek.

Moet kunnen…

De krant lezen en het journaal luisteren, zorgt voor stress. Een grote kluwen aan negatieve berichten overvalt me dan. Vanop alle fronten valt het woord ‘crisis’. De toekomst lijkt een groot zwart gat, waarover niemand zich nog durft uit te spreken. Beelden van verwoeste steden, van zinloos geweld, van mensen in paniek, van grafieken over armoede in stijgende lijn, van jongeren en gezinnen die op straat overnachten, van razernij en onmacht in de vlieghaven in Charleroi stromen mijn geest binnen, tot ze overstromen, letterlijk en figuurlijk.

Maar vandaag schijnt de zon, een lijstje met (te)veel klussen wacht, ik moet dringend orde op zaken stellen in eigen huishouden. Dringend? De dag kleurt zo lichtrijk, we besluiten dus lijstjes achter te laten voor de werkkabouters en de fietsen van stal te halen. Het wordt een heel mooie tocht richting Stekene, over een soms glad bladerdek, langs goudgele en oranje-rode bomen, over het water dat de zon weer-schittert. De jas kan uit, in het bos ruik je herfst. Deze typische geur heeft te maken met het afbraakproces van de bladeren waarbij heerlijke gassen vrij komen. Zelden ervaren dat een afbraak zo’n fijne geur met zich ken meedragen, er worden zelfs parfums naar gemaakt. Weer een weetje en een grote portie vitamine D rijker.

Voor koken is beslist geen tijd vandaag, een hele lekkere hap met Camembert-kroketjes in een warme bosbessensaus zorgt voor de nodige trapenergie in de benen. Het restaurant met zicht op de kleurrijke bomenrij en een ruim gezellig interieur heeft zijn naam niet gestolen. Het Zomerhuis. Reserveren was niet nodig, dachten we. Maar bij het binnenkomen wordt duidelijk dat veel fietsvriendelijke klanten hetzelfde idee hebben. We vinden nog een vrije tafel in de volle zon, meer nog, een tafel voor zes. Plaats zat dus. Maar onze vrienden duiken niet op, ze logeren in het verre Limburg. We houden elkaar dan maar aan den babbel en de omgeving zorgt voor vrolijke inspiratie. Iedereen is welgezind.

Straf, thuisgekomen ligt het papiertje onaangeroerd op de keukentafel. Er kwam geen schot in de klussenlijst. Eigen schuld, dikke bult, bij vertrek hebben we achteloos de sleutel in het slot van de terrasdeur omgedraaid. Het lijstje gaat niet lopen, morgen komt er nog een dag. Weer een echte zomerdag.

Mag ik iets verklappen?

Het is nog vroeg in de kouwelijke ochtend als ik vertrek. De nacht was te kort, het woelen te lang. Is de volle maan de oorzaak? Ik denk het niet, ik hou van volle maan en elk licht in de duisternis. Vandaag stap ik gewoon buiten mijn comfortzone en blijkbaar houdt dat nog steeds mijn onderbewustzijn in de ban. Te goed op tijd druk ik op de bel, de bib is nog niet open voor het groot publiek. Sesam open u, de glazen deur luistert gedwee. ‘Gedecideerd’ stap ik binnen, op zoek naar de Reynaartzaal. Ik ben nummer drie van de zes, er wacht me een warm welkom. Mevrouw naast me begint spontaan een babbel, na zes minuten ken ik haar levensverhaal. Ik luister attent en stel de juiste vragen. Zo niet zou ze het wel opgegeven hebben, vermoed ik.

Drie dertigers leggen het doel uit van de workshop én vooral de bijhorende bevraging. “De leeftijd (ai, tja, ik ben nu éénmaal 65-plus, daar is geen ontkomen meer aan….) en de digitale media”. We krijgen les, ik leer heel beperkt bij en vul ijverig de vragenlijsten in. Tot hier mijn bijdrage aan het onderzoek van de VUB (Vlaamse universiteit Brussel). Het geheel duurt drie volle uren met een uitgebreid smakelijk en verdiend (ja toch?) ontbijt als tussendoortje.

Vanwaar dan die hippe woorden ‘buiten de comfortzone’? Ik heb een handicap, die me al een groot deel van mijn leven belemmert. Als kind in héél erg grote mate, in de loop van de vele jaren (want ja, ik ben nog steeds 65-plus) leerde ik ermee omgaan, hem hanteren, hem uitwendig laten verdwijnen, zo gedreven dat veel mensen hem niet eens opmerken. Ik moest en ik zou….., ook al voelde ik me innerlijk vaak verscheurd. Ik herken het ook bij mijn kleindochter, daar vind ik het vooral schattig en lief. Handicap klinkt zwaar, maar het is mijn subjectieve ervaring. Ik zou er veel voor over hebben om deze last van me af te schudden.
Ik ben namelijk verlegen, het hoge woord is eruit.
Het kan een angst zijn niet te voldoen aan de verwachtingen van anderen. Het zijn jouw gedachten, niet die van de ander. Het is een (lastige) interpretatie van jezelf.”

Een spreekbeurt geven voor de klas zorgde voor een paar slapeloze nachten.
Als iemand rechtstreeks een vraag tot me richtte, lukte het nadenken niet langer.
Vaak heb ik het gevoel te willen wegkruipen in een groep.
Bang om rare dingen te zeggen.
Van tevoren pieker ik hoe een bijeenkomst zal verlopen.
Op een receptie loop ik schaapachtig manlief achterna, doe ik bij elk groepje een poging tot een babbel.
Je vooral verloren voelen in een vreemde groep.
Bovenstaande voorbeelden pluk ik van het internet. Ze zijn duidelijk op mij van toepassing. Van blozen heb ik gelukkig geen last, kleindochter wel. Ik voel me oké, meer nog prima bij mensen die ik goed ken, voor mij een veilige omgeving. Ook op mijn job had ik er (gelukkig! Stel je voor….) geen last van.

Op datzelfde net lees ik “Je hebt dan een sterk ontwikkelde antenne voor (on)veiligheid in groepen. Je observeert niet alleen, je observoelt vooral. Op zich is dit positief. Het zou je alleen niet uit balans mogen halen.” Mijn sociale vaardigheden helpen me steeds beter. Robert Lynd verwoordt het “Iemand die verlegen is ontdekt meestal dat er geen reden is voor zijn verlegenheid, en dat normaliter geen mens ook maar de flauwste aandacht aan hem schenkt.” Mezelf daarvan overtuigen, blijft een dagelijkse opdracht. De voormiddag viel ontzettend leuk mee, een overwinning op mezelf. En deze avond brei ik er een vervolg aan, helemaal alleen ga ik straks naar een voordracht. Ik beken, de vele pogingen om toch een vriendin mee te krijgen, mislukten. Oefening baart kunst. Zelfs op 65-plus.
De volgende nacht slaap ik gegarandeerd als een roos.

Omdenken

De tafel is gedekt met het ‘zondags’ servies, wijnglazen, leuke servetten en kleine vaasjes witte bloemetjes. Goedkeurend knik ik (naar mezelf), dit komt goed, het geheel oogt gezellig. Ons wacht een fijne avond met drie koppels, het eten staat oven-klaar in de koelte, ik ben een vrij luie gastvrouw!, naast de lekkere wijntjes. Nog twee uur kan ik in de zetel verdwijnen met krant en warme thee. Me-time na de drukke dagen met het nodige regelwerk, voorbereiding en uiteindelijk (te)veel kookgasverbruik.
Er komt een bericht binnen, vriendin zit met manlief op de spoed, hij kreeg een hartinfarct. De avond kan niet door gaan. Met zes of niet besluiten we, we blijven solidair. Er zijn duidelijk ergere dingen dan eten voor een week. Met de vriend gaat het ondertussen beter, vele slangetjes houden trouw de broodnodige controle.

We zitten in de zetel, nog steeds. De drank wordt koud, de krant blijft opgevouwen. Het leven kan snel keren, maar bij hem komt alles goed, een enorme geruststelling. Uitgesteld is niet verloren.
Een vrije namiddag en avond doemen onverwacht op. Omdenken leidt tot een fietstocht, buiten schijnt de zon uitbundig en de natuur doet altijd herleven. We trekken naar mijn lievelingsplek, de slikken en schorren in Kruibeke. “Vergeet je verrekijker niet om dieren te spotten”, doen wij dus wel. Het gebied schittert in de zon, straalt een grote rust uit, het is geen zondag. Of…..eigenlijk toch wel…
Er zijn wat mankementen aan fiets en bestuurder. Of worden we samen gewoon oud(er)? De (fietsen)dokter staat in de planning. Toch krijgen we, ééndracht maakt macht, nog 40 km rond.

We fietsen door het grote overstromingsgebied van de Schelde. Het gemiddelde getijdenverschil loopt daar op tot ruim vijf meter. Er is een inwatering- en een uitwateringssluis. Net op de moment dat wij er voorbij trappen, staat het water in de stroom op zijn hoogste peil en laat de Meiresluis het Scheldewater met flink geweld de polders instromen. Een spectaculair zicht en een overdonderend lawaai.
Krutown won in 2014 de Cultuurprijs met het rapnummer “…. … .. …….”. Als prijs mochten ze graffiti aanbrengen op die grote constructie in de polders van Kruibeke. Een ware kunstenaar nam de 40- meter-fun op zich en deed dat uitstekend, naar onze bescheiden mening. Als je goed kijkt, lukt het je zeker de naam van de clip te ontcijferen.

Het refrein van het rapnummer met een grote tip :
Kende Kruibeek, Bazel en Repmond?
Het zijn de schoonste dorpen van ’t halfrond
Groot Kruibeek, Parel aan het Scheld
Komt op visite en je sta versteld

De avond is stil. Maar het gaat beter met de vriend en dat stelt gerust. De komende week eten we ons dus met plezier dik.

Mijn petekind doet momenteel zijn eerste Iron Man in Hawaï. Nu kan ik de hele avond duimen💪.