Zon-dag

Beangstigende berichten suizen ons om de oren. Dit begrijp je toch niet? Anno 2022! En toch bestaan ze, de machtswellustelingen op deze wereld. Wij kijken toe, vol ongeloof, wat macht met een mens doet….

De zon zorgt voor licht-warme stralen en geeft een verzachtende gloed over diezelfde wereld. Ze wenkt uitnodigend, a little something to brighten your days.

Er is de nieuwe vrijheid, nog niet volledig, maar toch veelbelovend.

Het leven zoals het is, haat, geweld, onrust, rust, perspectief, zon en licht.

De zon-dag schittert. Ondanks de schandalig dure benzine zetten we de fietsen op de auto- ja we kunnen het nog!- en rijden met de volle zes graden richting Zeeuws-Vlaanderen. We parkeren op de -dan nog- volledig vrije grote parking in Breskens. De veerboot is voor een volgende keer. We houden het voorlopig nog bij een beperkt aantal kms (het worden er uiteindelijk toch 43) langs het schitterende water, de zon zorgt voor fonkeling. Eerst heel even richting Terneuzen waar je het ‘eenzame’ gevoel geniet tussen de zeeën te rijden. De wind staat op scherp als wil ze ons waarschuwen dat de lente nog niet in het land is en we er te vroeg bij zijn.

Via uitgestrekte duinen en een paar pittige hellingen rijden we langs prachtige natuurgebieden zoals de Verdronken Zwarte Polder en de Groese duintjes. Indrukwekkend en weids.
De voeten bevriezen, maar daar is gelukkig een oplossing voor. Het gloednieuwe en oergezellige strandpaviljoen Puur in Groede, tot op de grond afgebrand in 2018, lokt met zicht op zee en grote schepen die het uitzicht extra kleur geven. Een tafel met zeezicht is dus dé voorwaarde en werd voor ons gereserveerd. Mondmaskers en Coronapas zijn er verleden tijd, en geven een extra gevoel van eindelijk terug-verworven vrijheid, ondanks……… Het eten is er lekker, de bediening vriendelijk, maar om een Puur tripadviserbericht te vermijden, het gezelschap is heerlijk ontspannen, onze vrienden fietsen, eten en babbelen volop met ons mee. D.A.T.D.O.E.T.D.E.U.G.D.

In het vissersdorp Breskens fietsen we de 14 meter hoge stellage met 12 rode pinguïns tegen het lijf, gemaakt door de Belgische kunstenaar William Sweetlove. Stante pede borrelt Belgische verbondenheid op. De wilde pinguïn staat symbool voor de ongerepte natuur. Het zijn intelligente dieren die zich vlot aanpassen aan de omstandigheden. Het felrood waarschuwt voor de gevolgen van de nakende mondiale klimaatsverandering. Niet iedereen weet het te waarderen, maar zelf ben ik fan van de eerste rij.

In Cadzand laveren we als dronken fietsers tussen de drommen wandelaars.
Een rustig terrasje bij de ondergaande zon helpt….afkoelen….

Haren in de wind. Heerlijk. Foto genomen door de heer des vriendes

Hoe sterk is de eenzame fietser
die niet gebogen over zijn stuur
tegen de wind
Zichzelf een weg baant

Storm in en rond het hoofd

Eunice raast over het land, kleurcodes oranje vieren hier hoogtij, struiken kussen keer op keer hardhandig de bodem, scholen sluiten en sturen kinderen vervroegd het WE in, treinen rijden onverwacht op 10%-capaciteit en zorgen voor veel protest, de werkmannen in de ruwbouwwoningen achter de hof-die ons vergezicht op groen stevig belemmeren, ik heb het hier enkel over de stenen- blijven op daken balanceren, onverantwoord, noch helm noch bescherming, de zon helpt stookkosten dalen, veilig en wel kruip ik achter mijn laptop, hoog tijd voor een nieuw geschreven woordje.

Krokusjes die deze ochtend stralend de bloemblaadjes openden, sluiten nu veiligheidshalve de kopjes. Ze besluiten even in winterslaap te gaan. 0,2 graden temperatuursverschil is voor de tere bloemen al voldoende om dicht te gaan. Zoek de verschillen….

Deze ochtend word ik opgelucht wakker uit een nare droom. Ik functioneer niet langer op mijn oude school, alles is chaos, de omgeving komt me totaal onbekend voor, een massa aan lockers doemt op, ik weet niet langer welke die van mij is, de klas blijkt onvindbaar, leerstof is niet langer gekend, leerlingen scanderen in groep ‘de-ment…..de-ment…..de-ment….’. Mijn hart gaat als een razende tekeer, in stevig tempo zoals de wind op dit moment, paniek en angst krijgen de overhand, hulp blijkt niet voorhanden, iedereen laat me links liggen, meer nog lacht me vierkant uit. Tot het besef komt wat er met mij aan de hand is. Ik zak in een bodemloze put.
De droom lijkt een eeuwigheid te duren. Bij het ontwaken is enige oriëntatie toch wel broodnodig.
De meeste dromen zijn bedrog…. Of Borsata betrouwbaar is blijft een andere vraag.

Zoon en vrouw ontvangen écht-droom-nieuws. Schone dochter krijgt de bevestiging dat ze in september mag starten aan de universiteit in Vancouver. In augustus vertrekken ze samen naar Canada. Ik gun het hen écht heeeeeeel graag, ben fier op hun avontuurlijk karakter en doorzetting, wens hen daar héél fijne jaren toe, maar…….ik zal hen o.n.g.e.l.o.o.f.l.i.j.k missen. Je eigen kroost in de buurt weten geeft een veilig warm gevoel. En laat ik nu even, heel even, erg egoïstisch op mezelf denken, de aanvaarding komt zeker, het vraagt gewoon tijd.
Vertrouwen
Als je alles loslaat
Heb je twee handen vrij
Om de toekomst te grijpen

Met woorden van Loesje wens ik hen en mezelf (herinner je dat egoïstisch trekje) een mooi nieuw leven.

Het schrijven op deze onstuimige vrijdag gaat pas zaterdagavond laat de ether in. Zoonlief maakt het grote nieuws dan kenbaar bij een gezellig, hopelijk rustiger familie-etentje. Voor ons maakt hij een uitzondering, dan kunnen we alvast wat wennen, en of hij ons kent.

De kindertrein

is een boeiend én sterk ontroerend boek van Viola Ardona, gebaseerd op waar gebeurde feiten. Vlak na WO 2, we spreken 1946, zet de communistische partij een mooi initiatief op poten. Kinderen uit het Zuiden van Italië, waar armoede overheerst, krijgen de kans om te treinen naar het Noorden, waar welgestelde families hen opvangen, hen overladen met tijd en liefde en materiële cadeau’s. Amerigo komt uit Napels en vindt een warme thuis in Modena. Samen met zijn biologische mama woont hij in een basso (kelderwoning), zij ziet hem graag, maar heeft noch de middelen, noch de tijd om de 7-jarige zoon liefdevol op te vangen, laat staan op te voeden. Met pijn in het hart zet ze haar enige zoontje op de trein, broertje is overleden, een onbekende toekomst tegemoet. Kinderen huilen, bidden, voelen hevige heimwee.
Ik beleef intens de angst, de vreugde, de dankbaarheid vanuit het standpunt van de jongen.
Hij moet terug, terug naar Napels en dat totaal andere leven, waar schaamte en onmacht hem overvallen. Een paar maand ‘anders leven’ kan – maar hoeft niet, zijn vriendje doet het uitstekend- duidelijk heel ontwrichtend zijn. Het boek houdt me in een wurggreep.

Spontaan word ik terug gekatapulteerd in de tijd, 41 jaar geleden. We zijn heel jonge ouders van twee, oudste zoontje is 3, jongste zoontje 2, zelf ben ik bijna 4 maand zwanger van zoontje nummer drie. Alles verloopt perfect, rustige slapertjes en brave kleintjes. Na de geboorte van de oudste beslisten we dat ik een paar jaar mijn werk zou opgeven en extra tijd maken voor de kroost. Samen gaan we er enthousiast voor, manlief helpt veel, hij ontpopte zich avant la lettre reeds als dé nieuwe man.
Via de Vreugdezaaiers besluiten we een Marokkaans meisje uit de Parijse sloppenwijken een fijne 3-maandelijkse vakantie te gunnen. Ik heb energie voor tien. Het meisje met het piepkleine valiesje waarin zich enkel een pyjama en 2 onderbroekjes bevinden, wordt slapend uit de bus in onze armen geheveld, een klein prutske met leuke pikzwarte krulletjes. Pure vertedering. De jongens delen vlot het speelgoed, maar zij weet niet goed wat ze ermee aan moet, kent het duidelijk niet. De nachten verlopen moeilijk, ze krijgt nochtans het gezellige kinderkamertje van nummer drie in de buik, tot we (veel later en te laat) horen dat mama in Parijs met vijf kleintjes in één groot bed slaapt. We waken geduldig naast haar bedje, vele nachten lang. Fatiha is braaf en lief, rustig, maar ook koppig. Zo weigert ze haar eten in te slikken en als een hamster bewaart ze alles in bolle kaakjes. Met kleine beetjes slikt ze door, soms duurt het uren. Een fijne kinderdrukte overheerst.

Baby in de buik doet moeilijk en twee weken voor het vertrek van ons vakantiemeisje krijg ik verplichte rust en mag ik de kliniek niet meer uit. Liggend op het (zieken)bed zie ik hoe manlief ploetert met het gezin van vier, mij tussendoor bezoekjes brengt en me erop blijft wijzen hoe belangrijk het is voor de baby om vooral het bed niet uit te komen, ik ben ondertussen 6.5 maand zwanger. Help, (schoon)ouders springen gelukkig soms in. Vaderziel alleen brengt hij Fatiha terug naar de ‘kinderbus’, ze huilt, klemt zich hopeloos vast aan de vertrouwde ‘papa’, maar moet de bus op, terug van 3 maand weggeweest. Het nieuwe valiesje vol kleertjes en speelgoedjes vertrekt mee richting Frankrijk.
We krijgen bericht, ze is goed toegekomen en is blij terug thuis te zijn, gelove wie wil en kan, ze is amper 2 en na drie maanden houdt ze misschien nog een sporadische herinnering over aan dat Franse kelderhuis en de mensen.

Hoe idealistisch ook bedoeld, we hebben het geen tweede keer gedaan.
Enerzijds omdat het hier thuis meer dan druk genoeg was met de drie zoontjes, waarvan de derde voor twee telde. Graag wijt hij zijn non-stop-energie aan de maand dat hij toch nog te vroeg geboren is. Hij verdwijnt nog een paar weken in de couveuse, de longskes zijn niet open, hij hapt naar adem, maar achteraf blijkt hij een sterk ventje en gezonde man te zijn!
Anderzijds ook omdat we vragen stelden bij ons idealisme, als we horen dat het het terug-wennen-in-Parijs haar niet zo vlot lukte.
Idealisme botst tegen zijn grenzen aan. Het boek confronteert.

L omranden

Geplande activiteiten op zondag, maandag, dinsdag, woensdag verdwijnen in de C-soap.
Een Leegte, Luwte, LusteLoosheid, Luiheid, Laksheid, Loomheid overvallen me.
Kortom L, mijn naam waardig….
Hoort het bij de Luie winter? Of Lastige drup-mot-regen? Of Lonkende C?
Zoek ik de schuldige bij een falende schildklier? Het bewijs viel zwart op wit in de postbus deze ochtend. Cijfers stijgen en gaan in het rood, tijd dus voor een doktersbabbel. Een echografie blijkt noodzaak.

Over gouden dagrandjes lees ik bij een bloggenoot. Ik doe mijn best!

Mijn negenkoppige zacht-roze-licht-gele tulpenruiker mort.
Ben ik dan niet mooi genoeg?
Niet gewoon mooi, prachtig! Jullie brengen kleur in de grijze dagen.

Na een mopperhalfuurtje (moet al eens kunnen! En lucht nog op ook) nodigt manlief me uit om sierlijke Art-Nouveau en -Deco-gevels, die onze stad rijk is, te bewonderen. Hij wijst me op vele details, mijn net-niet-geoefend oog is vaak esthetisch blind bij het fietsen door te straten, drukte eist de volle aandacht. Ik beken, die schoonheid raakt. De allerlekkerste pannenkoek van de wereld en de veelkleurige horizon reiken spontaan roodgouden dagrandjes aan.

In het vaccinatiecentrum zorgen kindjes voor het goede humeur. Enthousiast tonen ze mij, die onbekende mevrouw, het speelgoedje, beloning voor de prik, die noch zij, vaak noch hun ouders echt willen. Van de nood een deugd maken…. De angstige gezichtjes zien omtoveren in opluchting en blijheid om het cadeautje maakt het idee erachter iets milder.
En ja, ik heb veel vragen, maar de na-denk-pieker-energie is hier voorlopig op. De kleintjes afleiden en doen lachen daarentegen zorgt voor nieuwe veerkracht.

Bonusfamiljen, de serie op Netflix, die ik me – na enige aarzeling- heb laten aanpraten is een avondlijke topper. Een Zweeds juweeltje. Persoonlijkheden worden uitgewerkt tot op het bot. Er zijn de controlefreak, het ijskonijn, jaloerse (ex)partners, het voorbeeldige én het ADHD-kind die vriendjes ‘moeten’ worden, de puberende dochter, de onvolwassen impulsieve papa, de eeuwig onderling kibbelende relatietherapeuten, de immer-corrigerende zus, de vele leugentjes om bestwil, en vooral de heerlijke taal. Het onderwerp is hard met een serieuze ondertoon, crisissen stapelen zich op, liefde en chaos wisselen elkaar voortdurend af, ook de humor en warmte zijn voelbaar.
De serie is confronterend en soms te herkenbaar. De (ex)liefde en de opvoeding, niet altijd eenvoudig. Een nog-betere versie van de Dertigers.