Dromen zijn bedrog??

Als kind hield ik vaak een dromen-dagboek bij.
En het werkte!
Steeds beter leerde ik mijn dromen  vangen en uiteindelijk kon ik élke droom onthouden en neerpennen in een schriftje.
Oefening baart echt kunst!

Een tastbare dreamcatcher met draden en kralen had ik hier niet voor nodig, zoals de traditie van de Indianen vraagt, een spinnenweb om de goede dromen te vangen, binnenin een opening om de boze dromen te laten verdwijnen.

Ik blijf ze strikken, die dromen. En slaag erin ze (soms) wonderwel te koppelen aan mijn bewegen doorheen de dag.

Ik kom binnen op een feestje, loop wat eenzaam rond, er is  weinig bekend volk, tot ik plots mijn vriendin ontdek, ze ziet er stralend uit met een kopje donkere krullen. Ik omarm haar stevig, gemeend, hartelijk, ik ben zo blij ze nog eens terug te zien, na zes jaar afwezigheid. Ik overval haar met vragen….
‘Hoe stel je het?’
‘Heel erg goed’
‘Zo leuk om horen. Je ziet er prachtig uit. …….En…… is mijn moeder daar ook?’
‘Ja hoor, ik ken haar’
‘En is ook zij gelukkig’
‘Ze voelt zich heerlijk daar’
‘Doe je haar mijn groetjes?’
Opgetogen  stap ik de dag binnen, het warme gevoel blijft nog even mijn beste maatje.
Die droom voelt intens zacht aan.

Ik ben terug aan het werk. Mijn leerlingen hebben examen. Ik moet toezicht doen, maar…. ontdek het te laat, in een poging te redden wat nog kan, zoek ik in de wirwar van informatie het juiste klaslokaal op.
Het lukt me moeilijk, en na veel tijdsverlies ontdek ik een vreemd klasnummer.
Help, ik ken het nummer van deze ruimte  niet? Zijn er zoveel nieuwe lokalen bijgebouwd, sinds ik daar weg ben??
Iemand helpt me op weg door een kluwen van gangen en onbekende gebouwen. Onderweg kom ik mijn studenten tegen, ze hebben het examen al afgelegd. Op mijn vraag wie het toezicht dan heeft gedaan (voor mezelf hopend op een lieve collega), komt de simpele reactie ‘een bevriende student….. en hij deed het eerlijk’ .
Ik word boos, zeg dat ‘dit niet kan’ en dat ‘het examen moet worden overgedaan’.
Op mijn kousenvoeten klop ik aan bij de directie om te melden dat ….. het mijn fout is…..
De veeg uit de pan blijft me bespaard, want ik ontwaak -verward- uit de nare droom….

 

Bazel en Temse en…. thuis

20170927_171933

De dag begint mist-ig, nevel-ig, vaag.
Door de damp-ige wereld heen, ontdek ik onze kater, genietend van de verloren zon op de bank in de tuin.
De zon doet haar best en priemt dwars door de aardse wolkjes heen. Zalig!

Ze wijst uitnodigend richting  fietsen.
Onze tweewielers (b)lonken , dat is een feit.

Strijk, kuis en klusjes worden verbannen, die lukken immers beter bij regen?!

Het frisse groen ademt een vochtig parfum uit. Ik ruik en geniet, kijk en proef de heerlijke geuren.

We fietsen en trappen, trappen en blijven op het zadel, met veel oog voor de wonderen in de mooie natuur.

Het kasteel Wissekerke  is samen met de hangbrug en het poortgebouw opgenomen als  beschermd monument. De tuin en het water rondom ogen mystiek.
Ja, ook wij zijn een authentiek Bazel rijk, een parel in het Waasland, met een pittoresk pleintje en veel groen, dicht bij de Schelde. De statige zwaan poseert trots voor de foto.
Het heldere water weerspiegelt zijn even-statige-even-beeld.

De bruine kastanje breekt zich een weg doorheen de prikke(le)nde bolster. De herfst is in het land. We ruiken en ontdekken het.
Herfst met een zomers tintje, blote armen kunnen nog net.

Het terras in Temse met uitzicht op de brede Schelde ‘trakteert’  een  warme wafel. De zon verwent, de wafel smaakt, een panoramafoto waard (die ik dan toch nog vergeet…)
De  laatste kraan getuigt als imposant bouwwerk van intensieve arbeid en welvaart, betekent nog steeds  een hulde aan de scheepsbouw, waar ook mijn schoonvader (en een paar schoonbroers) ooit vele, lange werkdagen doorbracht…. in een ver verleden…
De vervlogen tijden  van de schone familie zijn er tastbaar.

We trappen nog even dapper verder, de hof met de bank en de kater in de late avondzon inspireren.

 

Fladderend leven

20170922_212156

 

Vele vogels vliegen hun vlucht
Zee, wolken en staalblauwe lucht
De boot helpt ons overvaren naar
Het Zee-land van Middelburg en Veere
Fietsen langs wervelende golven
Langs  duinen en romantische dorpjes
Meeuwen pikken de broodjes in
Voor ons allen een win-win
Zelf kiezen we dan maar voor Zeeuwse mosselen
En het trouwe glaasje roze wijn
Dit is  ontspannen, zo puur
Daar vervliegen de zorgen in de natuur
Carpe diem
Want tempus fugit….

 

Een “doodgewone” zondag

Zondagmiddag, we eten in de refter van het home, waar mijn vader een serviceflat huurt. Vele mensen staren voor zich uit, anderen verstoren de rust met een (te) luide stem. Begrijpelijk, veel ouderen horen niet meer goed, ik probeer gedempt te praten, maar ook dit lukt niet, ik kan en wil niet roepen voor de hele ruimte, dus kauwen we stilzwijgend verder…..en bewaren de verhalen voor later.

Sommige bewoners  strooien bakken kritiek uit over  het personeel, een eindeloos klaaglied ontwikkelt zich -luider en heftiger- omdat er even moet worden gewacht op het dessert, het is zondagsregime, minder ‘werk’volk en minder hongerigen over de vloer.
Anderen wachten geduldig en respectvol voor de zich uitslovende opdieners, die het klagen en zagen over zich heen laten glijden, en vrolijk en vooral beleefd blijven. Chapeau!

Ik ervaar soms plaatsvervangende schaamte en wil graag helpen, de hulp wordt geapprecieerd, maar niet aanvaard.

Angst overvalt me… zal ik later ook onrustig zijn en verwachten dat de ander voor me springt? Dit is niet wat ik wil, ook niet wat mijn vader wil…
Maar honger wordt soms  een primaire behoefte voor de leeftijd.
De zetels in de eetruimte zitten minder comfortabel dan de eigen sofa…. vertelt mijn 94-jarige vader, met berusting in de stem.

Ik voel pure bewondering voor de verzorgers, die nooit hun geduld verliezen, die -ondanks alles-  lief en toegankelijk blijven.

Mijn tijd is nog niet gekomen, ik geniet nog volop als een jong veulen :-).
Het vooruitzicht is niet echt hoopgevend, een donkere vlek die ik verwoed wegstop ergens in mijn grijze massa. De confrontatie is er wel….

Hemels wordt daarna het familiefeest, met jong en oud, met blije mensen, met hapjes in de gezellige  rustieke zaal. De kleintjes voederen schapen, geiten en konijnen met  gevulde, witte emmertjes, mét enige schroom,  hongerige dieren hollen hen te enthousiast tegemoet. Je weet wel… honger en primair…
Koeien worden gemolken, likken mijn trui (bah) en kijken op noch om, lopen je letterlijk omver.
Ze willen hun witte vocht vooral kwijt, de logge beesten lokken spontaan ontzag uit én de broodnodige stilte, die de jonge boer dringend vraagt, wat ons aanvankelijk een onmogelijkheid leek met 11 levendige exemplaartjes van dat kleine grut.
Loeiende koeien boeien…..
En wij, wij zijn weer bijgepraat.

 

 

Ditjes en datjes

Hier deed ik een belofte. Toen nog een groentje in het bloggen, ondertussen  al een heel klein beetje richting lichtgroen geëvolueerd. Belofte maakt schuld, en schuld geeft boete.
Duinrell, we still love jou! We genoten er dit WE terug  van het park, de kabouter-duingalow, de zon  en drie flinke waaghalsjes.
De eed is gezworen, volgend jaar komen we terug en schrijf ik een blogje 🙂
Traditie maakt rijk!

Vandaag start donker en grijs. Daarenboven nog kletsnat op de fiets naar de tandarts. Druipend kom ik zijn werkruimte binnen, hij mompelt iets over vergane zomer en kijkt bezorgd  naar de vele na-druppels die de zwaartekracht richting geboende vloer helpt.
Tja, die tand viel plots zomaar  integraal als een minieme verrassing  op mijn bord.
Hij wordt er ook integraal (jaren lang had dit woord voor mij en mijn pupillen een ‘oppervlakteklank) terug ingeplakt. Nog wat spetterende boor er bovenop en ik sta terug buiten,  temidden de plensrijke natttigheid. Met een volle mond, klaar voor de zompige  fietstocht.

Jas, broek én schoenen verwerken snel een portie droogkast.

Voor het eerst sinds jaren zit ik weer op de schoolbanken, l’histoire se répète.
De klas heb ik nooit verlaten, voor en  achter de grote lessenaar, staand en zittend, met volle aandacht en al eens verstrooid, met gezag en ontzag, maar vooral altijd met een babbeltong en veel plezier.
Nu kies ik weer voor bij-leren, iets met foto’s en afbeeldingen en computer.
De lesgever is minstens even goed als ik (  Grapje! Of toch niet?  🙂  ), de computermogelijkheden immens, ik luister en test, ik faal en creëer, ik doorzie en sta met de mond vol tanden.
Maar het is een heerlijk gevoel om zelf geen scepter te moeten zwaaien.

Ik kom buiten en ben een pittige dosis wijsheid rijker. Toch nog op dat moment ….., afwachten wat het huis-werk brengt?!
Ik slenter doorheen de ondertussen  (waar les volgen al niet goed voor is….) zonnige stad, de stralen hebben  de vele plassen dapper droog gestreeld. De  beloning voor gedane arbeid wordt  een  ijsje op een bankje in de avondgloed, want ja, ik heb weer tanden…… En nu is de cirkel rond.

 

September blues

Sinds een paar dagen overvallen ze me soms , mijn blues….. en ja, we zijn (toevallig) september.
De krant van gisteren helpt me begrijpen dat ik  geen “unicum” (jammer, maar helaas) ben.

De Duitse dichter ­Rainer Maria Rilke maande aan om nog snel ’s zomers ‘laatste zoetheid in hemelse wijn om te zetten’.
De chanteuse Barbara zong bedroefd in ‘Septembre’: ‘Quel joli temps pour se dire au revoir.’

Onze biologische klok kan even niet meer mee met de snelle veranderingen van kortere dagen en langere nachten.

Oh zalig!, mijn bioritme is simpelweg de ‘boosdoener’. De avonden zijn vroeger donker, de duizend vogels zie ik niet langer overvliegen op hun vlucht, ik mis zonnige warmte en warme zon.

Maar het negativisme stijgt niet als de dagen weer beginnen te korten. Dat is toch opvallend: in september voelen we ons positivisme duidelijk dalen, maar dat betekent niet dat ons negativisme stijgt. Is dat dubbele gevoel misschien wat bedoeld wordt met het begrip “melancholie”?’

Melancholie mag ik koesteren, dat leerde Joke Hermsen me al in het voorjaar.  Die dekmantel van ‘het verdriet met de glimlach’ tovert dan een sierlijke gedachtenwereld, waar ik graag in dool.

‘De tuin is in rouw. Koele regen ­sijpelt in de bloemen. De zomer ­huivert, en wacht geduldig zijn eind af’.  (Herman Hesse)

De regen is een nat feit deze dagen.
Een huiverende zon… enkel een dichter kan dit zo beeldrijk verwoorden.
Maar mijn tuin is voorlopig nog niet in rouw, de bloemen kleuren  het vele groen.

In de natuur leest de gevoelige mens de eerste tekenen van de vergankelijkheid die de winter aankondigt.

Elk seizoen is mooi, de warme herfstkleuren, de lage winterse zon…. die maar al te vaak een schuiloord zoekt achter een zwaar wolkendek, een zacht wit tapijt. En toch ben ik een lente-zomerkind, ook al helpt de herfst me verjaren. De lente met haar beloftevolle vooruitzichten, met haar vele kleuren en klanken. Elk jaar komt ze terug, met bergen hoop en verse energie.

Ik voel nu reeds wat van die vergankelijkheid, ook al wacht de winter nog geduldig.

September heeft eenzelfde impact op het jaar als de maandag op de week, denkt hij. (socioloog Theun van Tienoven)

Toen (vele, vele jaren lang) waren maandagen altijd dubbel, de startstress en de zin om terug te mogen lesgeven vochten hun strijd.
Nu zijn maandagen hoogdagen. September bezorgt me niet langer dat maandaggevoel.

Niet passief blijven, ga vooral nieuwe uitdagingen aan, raden psychologen aan. Plan de komende weken en maanden voldoende bezoekjes aan vrienden, afspraken in de fitness of zelfs een nieuwe bijscholing. 

Ik hoor niet langer tot de werkende bevolking. Soms jammer, vaak fijn.
Passiviteit is nog niet aan mij besteed, de nieuwe cursus met foto’s en beelden wordt dé nieuwe, uitdagende bijscholing, uitstapjes met vrienden zijn reeds vele maanden vooruit gepland 🙂 , mijn wandelingen worden mijn fitness, de psycholoog kan alleen maar zeggen ‘goe bezig, meiske’.

En toch, toch overvallen de  blues me op onverwachte momenten.
Maar blues zijn ook  langzame, melancholieke liederen, en laat dit nu net een fijne combinatie geven….
Mijn septemberstap mag wat trager gaan,  richting winterslaap mét pit.

De fietstocht tussen wolken en een mager zonnetje in, tussen stille velden en romantische plekjes, temidden meetjes en land, met lieve vrienden en manlief, met mosselen en fris glaasje Rosé, met fijne babbels en vele kilometers, met nadenken over de ‘zelfredzame’ mens in al zijn aspecten, met plannen en herinneringen, roept die heerlijke vakantieblues  terug op.
En het septemberlied klinkt vrolijk verder.

 

 

 

Mijn wolkendraak

20170902_184022

De wolken schoven boven ons voorbij
 
En moeder vroeg wat ‘k in de wolken zag.
 
 
 
En ik riep: Scandinavië, en: eenden,
 
Daar gaat een dame, schapen met een herder –
 
De wond’ren werden woord en dreven verder,

Maar ‘k zag dat moeder met een glimlach weende.
(Martinus Nijhoff)
Vandaag kon ik het gedicht proeven, met een vleugje extra fantasie….

 

heimwee doet ons hart…..

In het verleden gebeurt niets meer.

En toch vertoef ik op 1 september nog (te)veel daar.
Drie jaren als kleuter, zes als lagere-school-kind , zes plus vier als student, en tenslotte 34 jaar als leerkracht was die eerste septemberdag een moment vol emoties. Benieuwd om oude vrienden terug te zien, nieuwe leerkrachten, andere collega’s, ‘mijn juf’, beetje angstig om wat drukte of een minder goed lesrooster met zich mee zal brengen, een gloednieuw lokaaltje, ….

Ik mis het, en toch ook weer niet.
Ik mis het toffe corps, warme collega’s, de gezellige drukte in de leraarskamer, de spring/babbeluurtjes, fijne contacten met het jonge volkje, het mogen uitleggen hoe oneindig een rechte zich voelt en hoe claustrofobisch de driehoek.
Ik heb geen heimwee naar de steeds meer oprukkende AiCieTie (spreek dit ajb juist uit, is het commando!), naar het belsignaal als dwingende stop (soms ‘ai neen’, soms ‘oef’), naar de ‘papieren’ paperassen , die de echte job ruimschoots overstelpen en…. naar de wekker, die  keiharde stoorzender die mijn rust altijd weer opnieuw te bruusk verstoort. Want een ochtendmens ligt niet in mij verborgen.

En toch, en toch…. heb ik die dag weer een onrustig gevoel, want ik hoor er niet langer bij…. bij die werkende wereld, bij de drukke maatschappij, bij de nieuwe pupillen die ik onder mijn beschermvleugels mag nemen, bij de babbels en vakantieverhalen in de zeteltjes van onze lerarenruimte….

De kleindochter vraagt eerlijk en open of ik nog wel iets kan kopen, nu ik niet langer werk en dus geen centjes verdien. Ze begrijpt of doet alsof. Zolang oma leuke uitstapjes kan betalen, is het meer dan oké voor haar.

Vier kleine kindjes starten wél. Twee met heel veel plezier, veel te vroeg in de ochtend, het vakantieregime zit nog in het systeem. Eentje is wat onzeker en angstig, voor hem vraagt alles wat anders is een extra dagje aanpassing, en de kleinste laat traantjes stromen, want papa en mama mogen niet mee in de rij. Het ouderhart breekt, maar wij halen later op de dag lachende snoetjes op die enthousiast en fier  vertellen over de vele vriendjes en  nieuwe juf. Oh, ze adoreren de juf! Moet zalig zijn 🙂

Kleinzoon vertelt hoe hij een mens leert tekenen,  met een guitige blik, zonder enig complex eindigt zijn verhaal  ‘dat die van hem niet was gelukt, het werd een monster’.
Zo leeft zijn sprookjes-vakantiewereldje nog even verder, want die was (monsterlijk) leuk!

Ons heerlijke M/Daandagje blijft nog even duren, amper tot na de paasvakantie, helllllllp, ze worden veel te snel groot….

Wat er ook speelt in deze wereld, laat het kinderen zijn ” (Loesje)