Ferrante in woord en beeld

Lila en Elena groeien samen op in een volkswijk in het Napels van de jaren vijftig, een tijd waarin het ondenkbaar is dat meisjes hun tijd verspillen met leren. De intelligente Lila moet van school om te gaan werken. Ze probeert aan haar milieu te ontsnappen door jong te trouwen. Haar beste vriendin Elena mag wél verder leren, maar beseft maar al te goed hoeveel slimmer Lila is. En mooier. De geniale vriendin is de eerste van Ferrantes vier Napolitaanse romans, waarin zij met groot inlevingsvermogen en in een onnavolgbare stijl vertelt over twee vrouwen en hun levenslange vriendschap, die even sterk om liefde als om rivaliteit draait. Ferrante vertelt met het verhaal van Lila en Elena ook het verhaal van een wijk, een stad en een land in een tijd vol veranderingen.”
(bespreking van ‘de geniale vriendin‘)

(https://www.boekbeschrijvingen.nl/ferrante-elena/ferrante.html)

Ik pluk dit simpelweg van het net. Voel me een een dievegge, een ‘veilige’, want ik noteer de link. Maar vooral wil ik een zwa(a)r(tgedrukt) misverstand recht zetten.
Heel lang heeft men gedacht dat de auteur Elena Ferrante van de vier Napolitaanse romans een vrouw is met feeling voor vriendschap tussen twee opgroeiende kinderen, jongeren en volwassenen. Ik las de boeken ook met die wetenschap en veronderstelling. ‘Zij’ is echter de 74-jarige Domenico Starnone, een ‘oudere’ man die zich perfect kan inleven in dit verhaal van vriendschap, hartstocht, psychologische diepgang tussen vrouwen, tussen vrouwen en mannen.

Ondertussen heb ik de eerste twee romans letterlijk verslonden.
Ik pik ook het verhaal van de tweede roman ‘De nieuwe achternaam‘ via dezelfde website. Dat bespaart me ‘kersttijd’.

In De nieuwe achternaam volgen we het leven van Lila en Elena, twee vriendinnen uit een armoedige wijk in Napels. Lila is op haar zestiende getrouwd, maar krijgt met haar nieuwe achternaam algauw het gevoel dat ze zichzelf kwijtraakt. Haar turbulente huwelijk komt zwaar onder druk te staan. Elena voltooit als voorbeeldige leerling het gymnasium, maar door haar eenvoudige afkomst worstelt ze met haar universitaire ambities. Ze voelt zich in de wijk niet meer thuis, daarbuiten evenmin. De twee vriendinnen verliezen elkaar uit het oog, vinden elkaar terug, blijven zich aan elkaar spiegelen. Ferrante laat zien hoe Lila en Elena, die we zagen opgroeien in De geniale vriendin, volwassen worden, beiden op zoek naar een manier om hun lot in eigen hand te nemen.”

De boeken zijn heerlijk verslavende lectuur, het verhaal van Elena en Lila start in een volkse wijk in de omgeving van  Napels.
Prachtige, eenvoudige zinnen beschrijven hoe de wereld echt in elkaar zit, hoe een mens zich kan voelen (hoe vaak heb ik zinnen gelezen én herlezen, omdat ik mezelf erin weerspiegeld zie, ook al zijn de omstandigheden compleet anders)
Het voelen is  vooral (h)eerlijk, ingetogen, warm en koud tegelijk, ontroerend tastbaar soms, herkenbaar.
Zonder enige overdrijving, het leven zoals het is en zich afspeelt, het bewijs dat genen en opvoeding een blijvende rol spelen bij het verder opgroeien.
Ik voel hun pijn én hun streven tot in mijn vingertoppen.

Waarom ik deze boeken nu reeds beschrijf?
Ik zit nog maar net halverwege de vele pagina’s lectuur, vier lijvige boeken dik.

Op Canvas ( Belgische TV-zender ) wordt in vijf afleveringen (de dagen tussen kerst en nieuwjaar)  de film van ZIJN eerste boek getoond. (Ook het tweede  staat al klaar.) De serie staat hier geprogrammeerd, ik ben geen fan van ‘in stukjes kijken’, ik wil me totaal onderdompelen!, maar ik lees  wel reeds de bespreking van de ‘verbluffende film‘ van de regisseur Saverio Costanzo in de krant.
En die maakt me heel nieuwsgierig, uitkijkend en verlangend naar.
Perfect kan ik film en boek straks vergelijken, want ze beheersen op hetzelfde moment mijn denken.  (voer voor een volgend logje?)
De wijk waar de meisjes groot worden  is nagebouwd in 20 000m² decors.
Elena Ferrante heeft intensief meegewerkt aan deze reeks via mail, hij vond het heel belangrijk dat de acteurs de ‘juiste blik hadden‘.  Duizenden meisjes passeerden de revue vooraleer de juiste keuze werd gemaakt.
Ze stralen ‘vuur en melancholie, een zeldzame combinatie‘ uit. Dat belooft!

Die reeks wordt, naast  vele leesuurtjes in deze stemmige kerstvakantie, een groot uitkijkpunt.

 

Advertenties

Eenzaam en geborgen

Ooit werd me geleerd om nooit met ‘ik’ te starten in een opstel, een verhaal, een verhandeling. En toch doe ik het, want ik heb het boek gelezen, ik ga een interpretatie geven, ik ga hier mijn gevoelens  proberen neer te schrijven. Even ‘ik’, zonder de ander.
Zes maal “ik”….., straks vind ik mezelf nog belangrijk…

Het einde van de eenzaamheid” van Benedict Wells. 

Om de inhoud te kennen, moet je het gewoon lezen. Ja doen!
In een heel kleine notendop toch het verhaal : drie kinderen leven hun eigen paradijsje, tot beide ouders een ongeluk krijgen (hierover wordt heel weinig geschreven) en ze allen jong wees worden. Dit gebeuren tekent hun leven, vooral Jules (de jongste, de hoofd- en ik-persoon)  blijft zich hierachter verschuilen en ondergaat gelaten  de eenzaamheid, hij heeft immers “een excuus”. Zijn zus verdwaalt in een sex-, drugs- en een carpe-diem-leven, de oudste zoon vertegenwoordigt de ratio, de rust, de ‘wijze’ broer.
Ze kennen allen een hechte samenhorigheid in het verdriet, de pijn en vreugde. En toch verteren ze  elk op een  andere manier.

Ik (weeral ‘ik’) lees échte, hartverwarmende  liefde, er speelt pure eenzaamheid, die verdrongen of door-leefd wordt,  broers-zussen-liefde is tastbaar aanwezig, ook al vraagt het even tijd. Het verhaal is doorspekt van emoties, zonder ooit de sentimentele toer op te gaan. Zijn schrijfstijl is eenvoudig en realistisch, net zoals de houding van de hoofdpersonages, ik (her)lees traag en door-voel, want wil vooral niets missen in het verhaal over vroeger en nu. Soms zijn situaties herkenbaar, maar altijd (be)grijpbaar.
Zijn wij de architect van ons leven (zoals Bart Peters deze morgen nog toevallig op de radio verkondigde) of blijven we de gevolgen dragen van ons verleden?

Ik weet het niet, wil het eigenlijk ook niet weten, ik hoef geen be/ver/oordeling als wat gebeurd is een al dan niet blijvende rol speelt, het verleden wis je niet uit, en afhankelijk van het karakter wordt de ene persoon er sterker door, en zal de ander zich laten gaan.

“Elk huisje heeft zijn kruisje” hoorde ik vroeger vaak thuis, waarop ik het  nooit kon nalaten aan te vullen met ‘maar niet elk kruis is even groot’.

Ik ben weer eens verdronken, ondergedompeld in een gevoelig, fijn leesbaar verhaal.
Een tip voor wie graag en hier mee leest.

Heerlijk sober, sober heerlijk

Intiem onderonsje :
paddenstoelen
bekoren elkaar
liefkozend
in een kringetje

Ik wou dat ik…..

Via de wesite http://www.geertdekockere.be/  maak ik zelf poëzie.

Voor een klein bedrag kan je elke morgen starten met een ‘vers geschreven gedicht’ van Geert De Kockere. Tevens een haiku, een kindervers en en een natuurgedicht.
En neen, ik ben géén ingehuurde promotor 🙂

In https://www.pigmalionshop.com/c-3671762/boeketjes/   ontdek ik onverwachte pareltjes.
Ik droom een Cortenstalen  kunstwerkje in mijn hof. Zijn ze niet prachtig?
Op de voorpagina van mijn laptop straalt het roestig kunstwerk me elke morgen toe:

Ook dauwparels
kun je bewaren
in de kluis 
van je hoofd.
Rijkdom
voor nu en later

Onlangs kreeg een lieve vriendin in een moeilijke periode, deze woorden mee.
En neen, ik ben en blijf geen ingehuurde promotor.

En op zijn facebookpagina lees ik :

De berg, gisteren
lag hij nog achter dat huis,
vandaag wat verder.

Als dat geen positieve donderdag-ochtendhaiku is!, ik deel zijn woorden graag met jullie.
En neen, ik ben geen….

En voor wie het nog niet door zou hebben, ik ben vurige fan van zijn schrijven.
(H)eerlijk sober, sober (h)eerlijk.

 

Wie houdt dan stand?

Als u de zonden blijft gedenken, Heer, wie houdt dan stand?
Een zin uit psalm 130 én  pagina 73.

De laatste vier woorden vormen de titel van het meeslepende boek van de Italiaanse journalist- schrijver Andrea Bajani. Amper 184 pagina’s dik.

In een lange brief aan zijn (net overleden) moeder vertelt de 18-jarige Lorenzo over het nu en het verleden, over verdriet en onmacht, over empathie en pogingen om de soms te pijnlijke empathie te verstillen.

De moeder-kind-relatie is een mooi, idyllisch verhaal, de onhandige, niet-communicatieve stiefvader doet zijn uiterste best op zijn manier, in alle rust en stilte.
Tot zijn moeder kiest voor de nieuwe liefde én een ‘hoopvoller’ land dan Italië om haar bedrijf te runnen. Ze laat mettertijd steeds meer man en zoon in de steek.
Lorenzo verwerkt deze grote ontgoocheling in afwisselende hoofdstukken over nu (begrafenis van zijn moeder in Roemenië) en vroeger (als kind in Italië)

Zij hoopt in Roemenië rijkdom  te ontdekken, maar het dictatoriale en vaak brutale bewind van Ceausescu draagt vooral  zijn schrijnende sporen.

De schrijfstijl is sober, eenvoudig, treffend en leest als een trein. De personages zijn vooral heel menselijk, je kan achteraf niemand echt veroordelen , iedereen heeft zijn zachtheid, zijn liefde, zijn verdriet, zijn fouten en doet pogingen om te aanvaarden.
Enkel ‘de Roemeen’ maakt hierop een uitzondering.
Geen volzinnen, geen zwaar taalgebruik, heel aangrijpend, niet sentimenteel waarbij je -als lezer- toch diep emotioneel wordt geraakt.
Tussen de regels door leef ik intens mee met de eenzaamheid, de pijn, de rouw, maar ook de zorg, de liefde en vriendschap waarmee deze mensen worstelen.

’s Ochtends keken we elkaar niet aan, papa zei Zo makkelijk is het niet om verbinding te krijgen. We zaten allebei op onze kruk……
Het middageten verliep net zo, en daarna het avondeten, wij tweeën die niets tegen elkaar zeiden alsof stilte de enige taal was die we deelden. 
…….
Hij ging naast me zitten, op de plek waar jij altijd zat. En je kon zijn onhandigheid zien, vermengd met tederheid en ongemakkelijkheid. 
Wachten was voor ons allebei het enige wat onze gezamenlijke aanwezigheid in dat huis rechtvaardigde” (pg 103)

Typerend voor het boek is het gebrek aan aanhalingstekens en het opduiken van hoofdletters midden in de zin, wanneer iets wordt gezegd.
Het  vraagt enige gewenning, maar daardoor straalt het boek vooral eenvoud uit, wat de schrijfstijl beoogt, ondanks het pakkend verhaal.

Wedervaring

‘Wedervaring’ van Bodo Kirchhoff heeft recht op een stoefblogje.
In 2016 won de Duitse schrijver de Deutscher Buchpreis met Widerfahrnis.
Mijn Duits is niet schitterend, ik houd het bij de vertaling.

Kirchhoff ontdekt  “Widerfahrnis”  bij Martin Heidegger (filosoof).
Plots gebeurt het onverwachte, waar niemand nog op hoopt, gefundeerd op  de splinters en glasscherven van het verleden.

Er is Joachim Reither ,  uitgever en net op pensioen. Hij speelt al heel zijn leven met woorden. Ook het verhaal in het boek is een literair taalspel.

Er is Leonie Palm, wiens hoedenzaak failliet is gegaan. Zij is voorzitter van een leesclub en komt onder dit mom zijn appartement onverwacht en stil binnen geslopen.
Ze drinken een wijntje en roken een sigaret, voorwerpen die gedurende het verdere verhaal een belangrijk rustgevende rol  spelen.

Ze hebben een toevallig contact, dat uitgroeit tot een impulsief proefritje, dat uiteindelijk een lange autorit naar het Zuiden wordt. Ze hebben geen echt doel, en beslissen elke dag opnieuw waarheen de vier wielen van de cabrio hen zal voeren.

In deze roadnovel speelt graag zien een grote rol: de ontluikende liefde tussen twee oudere mensen, die nog weinig van het leven verwachtten. Ze groeit heel erg langzaam, is soms aandoenlijk, om vervolgens weer uiteen te spatten.
Ze hebben geduld, wat komt, komt.

Ze dragen elk een verleden met zich mee. Zij heeft een dochter verloren aan een ‘doodgevroren’  zelfmoord, hij is zijn geliefde vrouw kwijt geraakt aan de baby waarvan ze zwanger was en die door hem niet gewenst was.
Ze her-beleven hun verleden en brengen elkaar (en de lezer) met  mondjesmaat op de hoogte.

Het vluchtelingenverhaal vlecht zich doorheen hun reis. Ze willen een jong meisje een nieuwe toekomst geven, wanen zich soms zelfs een gezin, ook hier voel en zie je affectie.
Speelt het feit dat ze elk een dochter hebben verloren hierbij een rol?
Hun – soms aarzelende-  toewijding draait echter anders uit.

De schrijver maakt het de lezer niet gemakkelijk. Hij gebuikt geen aanhalingstekens bij de dialogen, de zinsbouw is niet eenvoudig.
Meerdere keren moet ik een paragraaf lezen en her-lezen, beleven en her-beleven.
Dit vraagt om concentratie.
De sfeer kan je echt proeven, ruiken, horen en zien.

Herinneringen zouden als alinea’s in een handboek moeten zijn en alleen moeten dienen om in bepaalde situaties de juiste woorden in de juiste volgorde te zeggen, maar het zijn influisteringen die je in verrukking brengen of pijn doen, of allebei,………
………….

Nee, herinneringen zijn geen alinea’s in handboeken, het zijn ook niet alleen influisteringen. Het zijn eerder splinters waar je met blote voeten in het donker in trapt omdat je vergeten bent dat er iets kapot is gegaan, omdat je je de wijn herinnert, niet het glas dat op de grond viel.

Google leert me dat wedervaren ‘een gebeuren’, ‘een ervaring’ betekent.
Of zou het een samensmelten kunnen zijn van weder-ervaring?
Zoals ik soms het woord overaltijd (overal-altijd) graag gebruik.

….voor hem, voor haar, dat meervoud dat overal in kroop……

…….toen ze naar het hooggelegen dal en het hoogste punt van de bergpas reden, kreeg de nacht zijn eigen licht, met een hemel boven het dal die bezaaid was met sterren’…..

….. Het leven gaat langs bergen en dalen, ook slechte herinneringen hebben zin, ze scherpen je blik voor wat er mooi is in het heden, als ik dat mag zeggen tegen een uitgever die geen levensgidsen in zijn assortiment had.

Ik heb enorm genoten van dit boek,  173 pagina’s dik de moeite!
De laatste bladzijden onthullen een geheim, waarbij  ‘nog’ een betekenis krijgt, ik slik…..

 

“Ik fiets door”

Een weekje vakantie met 5 kleine kinderen betekent vrolijke pret, veel verstrooiing, nog meer drukte,  en elke dag smaakt naar meer.

De zeldzame stille momenten worden ingevuld met een boek, een echt boek van papier, e-readers zijn (nog?) niet aan mij besteed.

Dus fietsen maar  doorheen ‘ik fiets door’.

De start gaat wat moeizaam, maar dat gevoel heb ik wel vaker bij nieuwe lectuur.
Mijn ‘gewenning’ vraagt  tijd, tot de klik  komt en ik het boek altijd binnen handbereik wil houden.

Juliana Buhring schrijft haar eigen non-fictie-verhaal over hoe ze in haar eentje in 152 dagen 26 000 km fietst en zo met haar reis rond de wereld een ereplaats verdient in het Guiness World Records Book.

Gedurende haar vaak eenzame tocht gedenkt ze  haar avontuurlijke geliefde (‘avontuur is verslavend‘) , die onverwacht overleed door de bloedstollende beet van een krokodil, waaruit een zware depressie met intens verdriet voortvloeide, die moest overwonnen worden met een nieuwe droom én een unieke prestatie.
De tocht is loodzwaar, keihard en  natuurelementen sparen haar niet.
Hevige tegenwind, vele dagen aan een stuk, wilde honden en pikkende eksters (in Nieuwe-Zeeland), stormen en te hoge bergen, kledij die geen kans krijgt om op te drogen, koorts en pijn, honger en dorst en een gehavend lichaam zorgen voor uitputting, moedeloosheid en vaak een groot isolement.
Hij (haar geliefde)  heeft vaak tegen me gezegd dat eenzaamheid de prijs is die je voor vrijheid betaalt”

Tijdens de fietstochten herkauwt ze  haar verleden.
Als kind groeit ze op in de sekte ‘Children of God’. Deze ontwikkelt zich in 1968 als reactie op de hippy-beweging.  Er wordt geëxperimenteerd met drugs en vrije sex (‘seksualiteit is een gift van God’), wat resulteert in veelvuldige polygamie. Juliana heeft  17 broers en zussen verspreid over de hele wereld.
Als kind wordt ze geregeld overgebracht naar andere oorden, ver weg van ouders en familie, waar ze als driejarige gedwongen wordt tot  seksuele relaties, waar geen plaats is voor school, waar ze leert bedelen en vooral mishandeld wordt.

Ze slaagt erin ‘uit te treden’. Haar eerste boek ‘Kinderen van de hemel’ (Not without my sister) staat nog op mijn leeslijstje.

Op haar fietspaden ontmoet ze boeiende mensen, onbekenden steunen  en geven haar opnieuw vertrouwen in haar ambitie, bieden gratis eten en overnachting aan.

Een nieuwe Juliana bereikt de eindmeet, na een verhaal van rouwverwerking, ongelooflijk doorbijten, een immense portie gedrevenheid en een glansrijke overwinning. Ze heeft terug zin in het leven.

Het ideale moment is nu“, stel je droom niet uit tot morgen.

Kom hier dat ik u kus

Het boek beschrijft drie levensepisodes: Mona als kind, als twintiger, als dertiger.

Griet Op de Beeck speelt met woorden en gevoelens, en (geen ingewikkelde, maar aangrijpende) familierelaties.
De hoofdstukjes zijn kort, ze gebruikt een eenvoudig beeldende taal, ik lees vooral tussen de regels door wat hier speelt : een meisje/vrouw dat/die zich voortdurend ten dienste stelt van de ander, haar vader, haar stiefmoeder, haar vriend. Ze cijfert zichzelf  weg om de ander ‘te behagen’. Ze durft geen partij te kiezen, uit angst om te worden afgewezen.

Er zijn vele redenen waarom een mens niet doet wat hij wil doen, we leven (soms te?) vaak ‘in functie van de ander’.
Griet getuigt van een scherp inzicht in wat zich onder  ‘uiterlijk normale relaties’ kan bewegen.
Anderzijds kunnen we niet leven zonder die ander, wat oké blijft  zolang we onszelf niet dreigen te verliezen.

Het kind-deel is belangrijk naar het verdere verloop toe, maar duurt me soms te lang, waardoor ik al eens diagonaal ga lezen.

De menselijke onbeholpenheid in het zoeken en vinden van de juiste empathische woorden, met als gevolg een stilzwijgen en voortdurend aanpassen aan die ander, worden uitgespit.

Verdriet is niet deelbaar, dat denk ik, omdat woorden niet genoeg zijn, omdat armen die omarmen het gevoel niet wegnemen, omdat begrijpen, echt begrijpen, simpelweg niet bestaat, zelfs niet tussen zussen die de blikken kennen van hun ouders, en het geluid van harten die aan flarden worden geschoten, en het stikken in de dichte lucht van salons en woonkamers en keukens waar ze met veel woorden zitten te zwijgen tegen mekaar

Een verhaal over geheimen, over aantrekken en afstoten, over familiebanden, over (sporadische) warmte en voelbare kilte, over keuzes durven maken, over gelukkig (proberen) zijn, over ziek zijn en eenzaamheid, over onzekerheid en angst, over wegcijfering en misplaatste empathie, vooral over het kameleongedrag, waarbij de eigen identiteit durft te verdwijnen. Het zit hem vaak in kleine dingen.

Ik wil eindelijk worden wie ik ben, niet wie ik altijd dacht dat anderen wilden dat ik was.” 

“We staan elke dag op, doen wat van ons verwacht wordt, en gaan dan weer slapen, en dat noemen we leven. We saboteren onszelf zonder het te beseffen, omdat we nadoen wat ons ooit is voorgedaan, en dan denken we dat het zo móet gaan. En ondertussen organiseren we de dingen zo, dat we geen tijd hebben om stil te staan bij dat wat we ten diepste voelen. We vergeten wat we waard zijn en durven niet te geloven dat we het goeie wel degelijk verdienen. We vinden het makkelijker om te berusten bij ons leed, om onszelf te troosten na de pijn, dan te kiezen voor wat ons echt gelukkig zou maken.”

Ze schrijft niet autobiografisch, maar wel heel persoonlijk. (haar eigen woorden)

Ondanks de vrij pessimistische ondertoon in het lijvige boek , zonder ooit  een emo-boek te worden , realistisch volgens Griet zelf, heb ik er weer (te)veel nachtelijke uurtjes in kwijt gespeeld, vooral het derde deel heeft me sterk aangegrepen.
Die slaap-uurtjes haal ik wel weer in, het verhaal beklijft.

 

Vele hemels boven de zevende

Donkere avonden en stukken van de nacht worden nu belezen.

Het verhaal begint chaotisch, wie  in ‘hemels’naam is wie? Welke relatie hebben ze met  elkaar? Het duurt even tot ik het door heb en de nauwe familieverbanden ontdek.

Besprekingen vind je in overvloed op het net, pro en contra.

Ik schrijf hier mijn visie, doorspekt met mijn aanvoelen en mijn ervaren.

Het verhaal spreekt me aanvankelijk niet aan, ik lees korte en verwarrende stukjes boek.
Ik herbegin en beslis de concentratie aan te wakkeren, tot ik -vrij snel- de smaak te pakken heb, en de leesmomenten aangroeien tot vele uren en dus te korte nachten.

Vijf ‘levensechte ikken’ vertellen hun verhaal, hun leven dat doordrongen is van  ‘simpele’ aardse problemen. Griet Op de Beeck observeert indrukwekkend raak.
Speelse , luchtige momenten wisselen af met pijnlijke, donkere dieptes.

‘Eerlijk leven is niet gemakkelijk’ geeft de kern van het verhaal weer. Ik ontdek het bedrieglijke in de pesterijen, het verraad, de ontrouw en de  demonen uit het verleden.
Familiebanden worden dapper in stand gehouden, vaak via een -ondanks alles- hardnekkige cohesie, tot het “feest” ontaardt (de film ‘Festen’-waardig) in kwetsbare eenzaamheid,  in schrijnend verdriet, de schone schijn wordt niet langer opgehouden. De personages stuntelen, kunnen niet praten over echte emoties, die ze wel onomstotelijk aanvoelen.

Hoop, steun en echte liefde zijn warme lichtpunten in het verhaal.

Griet heeft een vlotte schrijfstijl, de ‘gij-stijl’ (uit mijn kinderjaren) vraagt wel enige aanpassing. Het geheel verloopt vrij traag, maar  blijft sterk boeien….
Ik ben verslaafd, verslaafd aan dit meeslepend verhaal over gewoon mens zijn.

Sommige zinnen blijven kleven, ze omsluiten een basale echtheid in korte, eenvoudige quotes.

De klok aan de muur verraadt hoe traag de tijd gaat”

“Melancholie, dat woord is mooier dan het gevoel fijn is”

“Niet geheimen bewaren is moeilijk, maar ze verdragen, elke dag weer, dat is ondraaglijk”

“Hoe kan je met hetzelfde hoofd dat ongerust is jezelf kalmeren?”

“Omdat nooit meer wel heel erg lang is” 

“Uw leven is van u, dat moogt ge nooit vergeten”

“Het vervelende met gedachten is dat ge ze niet kunt ont-denken.” 

 

 

 

 

Krant en haar lezer

Graag wil ik schrijven over de kletsnatte Brusselse kerstmarkt ; over de ex-drie-sterren-restauranthouder die voor ons vier heerlijke appelbeignets bakt en ‘klaagt’ over de crisis die voelbaar blijft, wegens angst voor terreur en geldverspilling;  over treinen met vertraging, maar toch vrij vlot thuis geraken; over  stroompjes water die vanuit het  hoger gelegen stationsplein over onze schoenen heen walsen; over lekker eten en gezellig bijpraten met de zoon; over  opdrogen onder de rode lichtjesboog  die de Sint-Gorikshal nog warmer maakt, we genieten er even rustig van een staaltje knappe architectuur.

Maar dat was gisteren. Vandaag blader ik in de krant tijdens de autorit, bij gebrek aan thuis-tijd. Ik bots op boeiende artikels, die me raken, die de verdere dag door mijn hoofd blijven spoken.

Levensmoeheid is geen reden voor euthanasie” vult de voorpagina. “De patiënt moet ondraaglijk lijden“. Wie kan voor een ander beslissen in welke mate hij/zij lijdt?
Pijn (ver)dragen we  vaak alleen en eenzaam. De omgeving reageert empathisch en zorgzaam, maar de echte dimensie van de pijn vatten is moeilijk.
Of wordt mijn denken te sterk gekleurd door ‘een ver verleden’ dat ik ooit neerschreef, een verhaal met  onnodig gruwelijke pijn en vreselijk isolement?

Dans tot u vanzelf moe wordt‘. De evolutiebioloog  Marc Nelissen schreef  ‘eindelijk oud’, een boek dat sinds een maand mijn leven binnen sloop als cadeautje van manlief.
Ouder worden intrigeert me, beangstigt me soms, maar zijn woorden vertalen heel sterk mijn voelen : ‘Als 50-er had ik nog de stress van het werk, en vooral: toen had ik nog geen kleinkinderen. Die ervaring is fantastisch, ik zou ze niet kunnen missen….. De tweede levensfase is goed voor jezelf…… ‘ .  Zijn boek en taal zijn vlot leesbaar.
Hij verklaart heel veel vanuit de evolutietheorie en ontkent vooral niet de angst om ouder te worden en er fysisch op achteruit te gaan, maar raadt een way of living aan, niet simpelweg aanvaarden, maar actief en geboeid blijven, en vooral ‘onze sociale boekhouding’ onderhouden. Hij eindigt met een pleidooi voor het Zweedse model van opvang van de ouderen, waarbij mensen nog echt leven, en niet enkel geleefd worden. Moet ik een Zweedse toekomst overwegen?? Toch niet, dan ontbreekt die andere noodzaak….

En tenslotte  verdrink ik nog even in de woorden van Wouter Deprez, ook hij schrijft over zijn ouder wordende moeder, die ‘smelt’ (lees krimpt), die hem de wijze woorden toevertrouwt ‘het enige dat je kan veranderen, is hoe je erover denkt’ 
‘Wat een wijze vrouw. Ik smelt een beetje’.

Er volgt nog een tweede tenslotte , de column van Inke Hutse, die een tranche de vie neerschrijft als alleenstaande ouder met de feestdagen, sorry feestdip voor de boeg, eerlijk en fraai verwoord.
Het is zoveel gemakkelijker om dapper te zijn in de zomer‘ en ‘ik verzuip in het smeltwater van mijn onderkoelde gedachten‘ geven haar voelen aan, in de momenten vlak voor de feestdagen. ‘Die vervloekte feestdagen met hun uitvergrote contrasten tussen licht en donker, koude en gezelligheid, gezin en eenzaamheid‘.
Ik verplaats me in die sombere gedachten, en besef dankbaar dat ik aan de positieve kant mag staan, maar dat dit voor veel mensen geen evidentie is.
Zij stort zich in een sneeuwballengevecht met haar zoon, en sneeuw maakt vrolijk. Ik haal opgelucht adem…..

 

 

vaak ben ik gelukkig

Amper 151  pagina’s telt het boekje, met een kaft en titel die direct verbinden.
Jens Christian Grondahl (met schuine streep door de o. Hoe doe je dat met de laptop??) is de Deense schrijver. Hij heeft me heel hard voor zich gewonnen.

En toch lees ik het niet in één ruk uit, langdradige en zwaar poëtische volzinnen ontbreken (gelukkig!), er zijn noch intriges, noch dialogen, er is enkel de monoloog van de hoofdpersoon Ellinor naar de vrouw, die sterft in een lawine en wiens plaats ze inneemt. “Ik nam de plek in die jij had achtergelaten. Ik nam jouw leven over, net zoals ik indertijd jouw trouwjurk had overgenomen”  (dit laatste door gebrek aan geld)

Reeds bij de eerste zinnen is er dé klik : “Nu is jouw man ook dood, Anna. Jouw man. Onze man”. Ik word direct het verhaal ingetrokken.

De monoloog is aangrijpend,  met pure blik.  “Je hoort niet wat ik zeg, je herinnert je niets, je bestaat niet
Ellinor kan dus heel eerlijk en zonder enige verbloeming spreken, ze verschoont niet, ze ziet graag, ze toont twijfels, ze is mild, ze vindt rust en weet eindelijk wat ze wil, ze verteert de schuldgevoelens.

De sfeer is subtiel met vele rake observaties over huwelijk en leven. Twijfels mogen worden bloot gelegd. Je moet niet sterk zijn, je mag vooral jezelf zijn.
Het boek is nooit neerslachtig, ook niet overgoten met gespeeld optimisme.

Ze is op een positieve manier gelaten. Als het stormt, dein je best mee op de golven.
‘Ik realiseer me dat mijn verhaal een beetje droevig moet overkomen, maar ik ben geen somber mens, dat weet je. Vaak ben ik gelukkig net zoals in het gedicht. Gelukkig van binnen ook al kan ik het niet altijd laten zien. Je wordt geduwd en getrokken, soms verdrukt, en je kunt uit koers worden geslagen, maar vanbinnen ben je nog steeds dezelfde.’

Hoeveel weten wij werkelijk van elkaar af? Ondanks alle vertrouwdheid, hebben we geheimen, geen grootse, gewone kleine dingetjes…

Ik lees en ben getroffen door ” Ik mag huilen, graag zelfs, zodat ze mij kunnen laten zien dat ze mijn ontroostbaarheid aankunnen. Er is blijkbaar niets zo zuiverend voor de eigenwaarde als helemaal aan de afgrond van andermans verdriet gaan staat en laten zien dat je niet duizelig wordt.

Het wordt geen zwaar verhaal, de zinnen zijn begrijpelijk, kort en vol -in mijn ogen- juiste observaties geschreven.

Ellinor is niet boos, noch op haar vriendin en de ‘foute daad’, noch op het feit dat ze haar vader nooit heeft gekend “Hij was geen nazimonster“, ze is vooral mild.

Jij zit als een vogel in de vertakkingen in mijn hoofd, en af en toe fladder je met je vleugels, stijgt op en landt ergens anders. ” Klinkt toch heerlijk?!

Het boekje is kwistig met  simpel geschreven, rake zinnetjes , en laat die me nu net zo enorm bekoren!

Dit pareltje uit Denemarken! Een échte aanrader!