Over opruim en zijn doel

Een boek lezen en ondertussen de kuisman bespieden. Moet kunnen. Het hele huis, van boven tot onder  kreeg weer een grondige beurt, het ruikt fris, en kunnen geur genieten betekent veel in deze lastige dagen.
Ondertussen ben ik een heel eind gevorderd in “Zonder liefde” Van Stefan Brijs. Een heerlijk, ongecompliceerd, filosofisch noch gekunsteld verhaal over vriendschap, net geen liefde. Of toch wel? We spreken over  platonische liefde , of innige vriendschap. Volgens Plato bestaat liefde niet als mensen geen gelijken zijn, in de tijd van toen (en vaak nu nog, helaas) met grote verschillen tussen man en vrouw een veelvoorkomende waarheid dus. Wij begrijpen hier eerder een seksloze liefde onder.  
Het boek leest als een trein, lekker luchtig, maar boordevol gevoel, vooral als je tussen de regels door kan lezen.
De beloning voor de kuisman wordt een spinazie-zalm-lasagne. Eigenhandig ineen geflanst, en lekker. Bevestigd door mijn (kuis)manlief.

Oh help, de bloembollen, twee weken geleden zorgvuldig geplant in de hoop op een kleurig seizoen na de winter, zorgen reeds voor scheuten. Zal ik het dan maar als de komst van lente bekijken?

Opgeruimd staat netjes, drie woorden van mijn moeder, die ik vaak mocht aanhoren in de tijd dat ik nog een slordige puber was met een altijd-overhoop-kamer. Ook de (ver)plant(en)tafel, de hele zomer bekleed met fleurig rode bloemen,  komt nu aan zijn lege einde. De vogeltjes fluiten eenzaam en verlaten. Ze krijgen een plaatsje binnen, waar het lekker warm is. De zon lijkt te lang spoorloos tegenwoordig. Vele tinten grijs dringen zich op.

In de krant lees ik mindful het artikel van Tom Hannes (auteur en filosofisch onderzoeker)
Zen of de kunst om ons slecht te voelen”. Meditatie wordt tegenwoordig aangeraden als aaien na het graaien.
Meer werken betekent meer verdienen, betekent meer mogelijkheden, meer ervaringen, meer geluk, vraagt ook steeds  meer energie. Tot we in het dode straatje van uitputting en uitgeblust terecht komen, dan brengt de aaicultuur troost, waar ‘niets moet, alles mag’ het opperste welzijn tovert bij rust, ontspanning, mediteren. Dit houdt ons op de been om de volgende dag direct weer de ratrace in te duiken. We slagen in het leven zolang we alles kunnen blijven combineren, en verdiende rust ons de weg naar het grote geluk wijst.
We doen onszelf en elkaar de duvel aan door volmaaktheid steeds meer en onbewuster te beschouwen als een minimum bestaansvoorwaarde”.
Nu ik gestopt ben met werken, als lustige en rustige pensionado door het leven mag gaan, besef ik dat hier veel waarheid in schuilt, als ervaringsdeskundige, helaas.
Je beter voelen via meditatie is heerlijk. Maar misschien is het realistischer ons via zen de kunst om tegenslagen te verwerken–want dit hoort bij leven, onvoorwaardelijk- eigen te maken? Herken ik hierin de woorden van Dirk De Wachter? We hoeven echt niet de hele tijd de blinkende appel in de supermarkt  te zijn, zegt Hannes.
Oefenen in meditatie blijkt twee kanten van de medaille aan te bieden.
De ene al realistischer dan de ander. Ik ga voor de ander! Alleen…..nu nog leren mediteren…..

Onze notenboom was dit jaar uitbundig gul. Wie zin heeft, welkom, kopje koffie inbegrepen. We hebben er nog vééééééél meer.

Verbondenheid

Hij vraagt of ik dit ken.
Of ik er interesse in heb.
Of ik het graag gekregen had van mijn ouders.
Of ik het zelf zou overwegen voor de nakroost.
Of……
Neen, niets van dat alles, ik weet niet waar hij het over heeft.
We spreken een jaar geleden.
Hij legt uit, ik surf, interesse bloeit open, en toch ….. ik vergeet.

We spreken gisteren. Ik blader in de krant en lees geboeid het schrijven over ‘Wat zeg je als je weet dat je doodgaat?’

Gisteren en een jaar geleden, er is duidelijk herkenning, dit gaat over hetzelfde project. Vaag herinner ik me dat tijdsgebrek me toen belette me verder te informeren. Kan gebeuren. Die tijd is er nu.

Journalist, docent, verhalenschrijver Hilde Ingels gaat reeds vijf jaar op bezoek bij palliatieve mensen, die graag hun eindelevensverhaal meegeven voor de achterblijvers. Ze laat mensen vertellen, stelt gerichte vragen, luistert geboeid, probeert vooral niet om te buigen, elke zieke mens kan zijn persoonlijk open, eerlijk verhaal en wijsheid vertellen.

Zij giet via Amfora VZW (klik) ‘blijvend verbonden’ de woorden in een mooi verhaal, laatste woorden voor de mensen die je dierbaar zijn. Ze kunnen opluchten. Laatste inzichten, laatste gevoelens, laatste denken van de persoon die je mist, lief had. Over toen, nu en dan.
Isabelle Desmidt verwerkt de tekst tot een artistiek, kalligrafische kunstboekje dat vervolgens bewaard blijft in een prachtige (herinnerings)doos.

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat afscheid kunnen nemen een gunstig effect heeft op het rouw­proces. Een eindelevensverhaal fungeert daarbij als instrument. Voor iemand die zich aan het einde van zijn leven bevindt, is het vaak makkelijker om gevoelens over afscheid en dood uit te spreken tegen een tussenpersoon dan tegen een geliefde. Zo vernam ik vaker dat betrokkenen, dankzij dat gesprek, voor het eerst écht over het nakende afscheid durfden spreken met hun naasten. En ook na het levenseinde blijft het boekje een tastbare herinnering aan de overledene die zorgt voor verbondenheid over de dood heen.

Hoe mooi kan een origineel, creatief initiatief zijn! Alles gebeurt op vrijwillige basis. Wie aanvraagt hoeft niet te betalen. Om de vele vragen de baas te blijven, geeft Hilde opleidingen, het vele werk kan dan hopelijk worden gedeeld. Want er is duidelijk nood.
Klik.

Mensen laten een deeltje van zichzelf achter voor de naaste omgeving. Diezelfde omgeving kan op stille momenten de doos openen, lezen en herlezen, de ‘verloren’ mens (h)erkennen, nog eens intens diep zijn warmte en waarde voelen.

Soms schrijven mensen eigen brieven, niet iedereen kan verwoorden wat hij denkt en voelt. Velen vinden er ook de moed niet voor. Amfora kan helpen.

Hilde’s boek is net uitgekomen “Afscheidt dat verbindt”, waarin ze haar verhalen neerschrijft over de vele mensen die samen met haar terugblikten en vooruitkeken.

Het moois dat we delen

Deze blog houdt Ish’s stijl levendig. Korte, krachtige zinnen, die inhakken.
Pure zelfoverschatting hier, grapje dus.
Maar dat ik van het boek genoten heb, erdoor ont- en geroerd werd, geschrokken en ontdaan was, is een feit. Het leest vlot, de 270 pagina’s in één ruk uitlezen was een optie, maar ik besloot de zinnen te smaken en zachtjes, hoe hard en indringend ook vaak, te laten doorsijpelen tot in de diepste vezels.

Het moois dat we delen.

Ish Ait Hamou, de auteur, geboren in Vilvoorde, heeft Marokkaanse roots. Hij is bekend als danser en choreograaf. Hoe veel-kundig kan een mens zijn! Gezonde jaloezie borrelt….

Hij schrijft over ‘ZIJ’. Zij, de jonge Soumia, beging vijf jaar geleden een verschrikkelijke fout met heel zware gevolgen, moet nu verder doorheen het leven strompelen met een loodzware schuld in haar onschuld. Zij worstelt.
Als kind heb je maar één wens voordat je in slaap dommelt : groot worden. Nu zou ik er alles aan doen om terug te keren naar mijn jeugd, want daar kun je helemaal opnieuw beginnen…….
Ik vraag me af of het werkelijk een tweede kans is, of dat ze me eigenlijk vragen over de brokstukken van mijn eerste kans te wandelen. Brokstukken die stuk voor stuk diep in mijn vlees snijden

Hij schrijft over ‘HIJ’. Hij is Luc, een Vlaamse tachtiger die moeilijk kan wennen aan de nieuwe wereld met hoofddoeken, ‘ze toeteren constant, parkeren ongegeneerd dubbel, spreken luid en in vreemde talen.’
Vijf jaar geleden werd hij weduwe, kan een leven zonder haar, zijn alles, zijn liefste, niet aan. Hij worstelt. Ook met vragen als ‘begreep ik haar wel voldoende’?
Ze zeggen dat rouw even diep is als liefde was. Sommige dagen kom ik tot het inzicht dat ik geluk heb gehad omdat ik Maria zo lang naast me heb gehad en op andere dagen stel ik vast dat als ik haar niet zo lang naast me had gehad het niet zo moeilijk zou zijn om haar te missen. Elke dag moet ik beslissen of ik dankbaar ben of eenzaam. Maar ik wil haar verdomme gewoon terug zien. Dat is wat ik wil.

Hij schrijft over ‘HIJ EN ZIJ’. Ze ontmoeten elkaar onverwacht, hun werelden raken elkaar meer dan ze aanvankelijk vermoedden, hij kent haar verleden, zij blijft nog even onwetend en behulpzaam. Zijn gedachten zijn aanvankelijk schrijnend, zij is lief, probeert goed te zijn voor de oude man, hij leert waarderen. Tot ook zij weet en haar wereld terug instort.
Of toch niet?
Of toch wel?

Neen, geen liefdesverhaal. Hoewel liefde een grote rol speelt doorheen het boek. Een ander soort liefde.

De auteur oordeelt nooit over zijn personages, hij is empathisch, ondanks hij vanuit eigen frustraties schrijft. Racistische pijnpunten in onze verdeelde samenleving liggen zwaar op de maag en zijn hier toch verteerbaar met dank aan de vlotte schrijfstijl van de woordkunstenaar, waarin het gevoel met een krachtige boodschap prachtig wordt verwoord, geen hoogdravende taal, h.e.e.r.l.i.j.k! Het verhaal zuigt je letterlijk mee, doorheen pijn en liefde, doorheen haat en vergeven, doorheen verbinding en onbegrip, doorheen …….. het moois dat we delen.

Nu wacht hier zijn vorige boek Cécile. Graag dompel ik me onder in die andere – is dat wel zo?- wereld.

Nog even op deze laatste septemberdag…..
October is the opal month of the year.
It is the month of glory, of ripeness.
It is the picture-month.‘
– Henry Ward Beecher

Tussen twee werelden

Is het echt al vijf jaar geleden dat ik  mijn definitief afscheid van het schoolse leven vierde en  door collega’s in bloemen, ballonnen én cadeautjes  werd gezet?
Een verrassend nieuw  tijdperk stapte ik in, onzeker, gemengde gevoelens, twijfelend, verlangend naar en terugkijkend op, was het niet te vroeg, zou het ooit wennen?
Tempus fugit, fijn dat ik mee vlieg, maar ook de jaren razen mee.
De dag blijft me bij alsof het gisteren was.

De wit-roze hartenwens heb ik volgzaam proberen in te vullen, dag na dag, in school leer je toch vooral gehoorzamen?

Naadloos sluit hier het prachtige boek bij aan.  ‘Tussen twee werelden”  van Franco Faggiano, een Italiaanse journalist, die houdt van schrijven en lange, eenzame wandelingen door de bergen. Sfeervol, heel sterk!
Zoals ik ben overgestapt van een druk, altijd bezig bestaan naar de rustige pensioenwereld, verhuizen hier vader en (pleeg)zoon vanuit het gejaagde Milaan naar een stil huis in de Piemontse Alpen.

Graag laat ik  fijne herinneringen in gedachten stromen aan  Piemonte met de Vespa in een ver – zo voelt het toch- verleden!

Zijn dochter leidt een totaal ander leven en gaat studeren in het buitenland. Vader probeert hopeloos het gemis van zijn overleden vrouw een plaats te geven, de pleegzoon heeft het Aspergersyndroom.
Met rust laten is de boodschap, elkaar toelaten in het verdriet en de opgesloten wereld.
Oké, soms zijn we een beetje antisociaal, we hebben nog niet helemaal de moed die nodig is om de strijd aan te binden met onvoorspelbaarheid, maar per saldo kunnen we het goed met elkaar vinden.”
Aanvankelijk verdragen ze elkaar, maar de band tussen hen wordt doorheen het boek steeds sterker, liefdevoller, er ontstaat een mentale groei in beide karakters, omringd met  prachtig Italiaans berglandschap.
Het verhaal op zich speelt geen grote rol, twee mensen leveren een innerlijke strijd om de ware ik te zoeken, ook vinden ze die andere ik, elkaar, het boek ontroert.
Een oprecht, sober, stil leven, met vragen en antwoorden, met ver- en bewondering, met vallen en opstaan.

Dochter (die moeder is verloren): “Na een zwaar verlies heeft iedereen zijn nooduitgang. Ik heb er met iedereen over gepraat, ik heb het mijn vrienden verteld, ik heb het gedeeld, zodat de last minder zwaar werd. Maar jij hebt alles binnengehouden, dus heeft de pijn zichzelf bevrucht en zich uitgebreid.
Vader : “Als je onverwacht zo’n groot verdriet moet verwerken, is isolement de eerste natuurlijke schuilplaats die je vindt, en lijkt dat een uitstekend beschermend schild
Dochter : “Jij zonderde je niet alleen af, je groef ook nog eens greppels om je heen. De Grand Canyon…. Nu heb je de greppels dichtgegooid…. Klopt het dat je tot rust bent gekomen?
Vader : “Daar heb je gelijk in, al bekijken we die rust van dag tot dag. Dat is onze regel
Vader : “Ben jij gelukkig?”
Dochter : ” Ik probeer het te zijn, ik zoek, pas me aan, experimenteer, doe mee, en soms vertrouw ik op het lot en het geluk. Ik struikel en soms raak ik gekwetst, maar ik ga door. Ik geloof dat je om gelukkig te zijn….in beweging moet blijven om te zorgen dat er mooie dingen kunnen gebeuren. Ik weet niet of ik gelukkig ben, maar ben redelijk tevreden en dat is op dit moment genoeg.”

De auteur heeft zich sterk bevraagd over het Aspergersyndroom via twee bevriende neuropsychiaters, die net als hij de bergen eindeloos verkennen. Ook via veel jongeren met dit syndroom, hij noemt ze “oprechte, onopgesmukte mensen, soms een beetje narrig, maar altijd verrassend.”

In het dorp Sansicario heeft het personage Daniele Bermond (zijn naam in het boek én ook in werkelijkheid)  een vakantieboerderij Barba Gust, waar de zoon zijn (boek)dagen doorbrengt én die echt bestaat
Dus ben ik even gaan googelen, en heb gevonden.
http://barbagust.com/agriturismo/

Alleen al omwille van de schitterende sfeer in het boek, zou ik een logement daar met plezier smaken.

 

 

 

L’ombre ne vit qu’à la lumière. (J Renard)

Het kleinste ventje kleurt de dagen, letterlijk. Zo wordt het hem geleerd in de klas. Twee vliegen in één klap, kleur herkennen én structuur.
Oma-opa-dag op de gele dag (toen nog…) , soms een enkel-oma-dagje extra op de blauwe dag, en dan die oranje, gele en groene dag. Of het weekend een kleur toebedeeld krijgt, weet ik niet echt. Een vraagje voor de volgende chat 🙂
Nu zijn alle dagen gelijklopend.
Opstaan, ontbijt, klusjes, lunchen, de fiets op (zolang de zon blijft stralen, genieten we), een snelle hap, bloemen op het terras van drank voorzien, de actualiteit van de voorbije dag induiken, verweesd achter blijven, doorslikken, slapen (of proberen)

De zon en zijn schaduw, onze eeuwige metgezellen.
Plusjes en minnetjes, zegt de wiskunde….

Nikki Lucy doet aan straatfotografie, het leven achter het raam in lockdown. De schoondochter en kinderen mogen op de foto, een schattige foto, vier lachende gezichten, de kindjes vinden het grappig. Schoon dochter schrijft:
Ik word morgen zeven jaar”, vertelt één van de zonen. Haar drie kinderen zijn afwisselend bij haar en hun vader. “Normaal vieren we dit met de familie en ook eens met de klasgenoten, maar dat is nu anders. Ook zijn lentefeest wordt uitgesteld. Maar als iedereen terug buiten mag tijdens de zomervakantie, is er een groot feest beloofd.”
De werkelijkheid van dat ene zinnetje doet pijn, ook al werd naar de allerbeste oplossing gezocht en stellen ze het allen goed. Klik.

Dwars door de zon en het schitterend groen fietsen we de namiddag rond, een terras kan nu even niet, we houden het bij een koekje op een verboden bankje, maar rust geeft nieuwe energie. We zijn stout en rijden naar het

wp-15879767384125232939988538145812.jpg
Eén van mijn favoriete plekjes, een landelijk gehuchtje in de buurt van Bornem (provincie Antwerpen) , waar mijn oude school nog steeds vriendelijk lonkt.
Een stuk land dat ‘buiten’ de dijken werd ingewonnen op de moerassen, sterk geïsoleerd, een prachtig stukje natuur met rustiek cafeetje (helaas niet voor nu), de Schelde, en vooral veel groen. Daar voel ik me blij.

wp-15879767387016480544660469194467.jpg
Blijheid en melancholie doorweven elkaar als ik het wandelend paar zie, de vrouw is mijn moeders evenbeeld, stapt en babbelt enthousiast, zelfs de kledingstijl is identiek. Een steek doorheen het hart, van heimwee, van verlangen, van verdriet. Maar ook van dankbaarheid om wie ze was en blijft, diep in mij.

Een prachtig huis staat te koop, middenin de bossen. Geen spek voor onzen bek. Bij de ingang hangen Indonesische spulletjes te koop, de windgong tokkelt nu zachtjes  muziek in onze hof.

wp-15879767413614617124781625571210.jpg

In het waar gebeurde ‘Het leven gaat door’ van Karin Heirstaeten, een boek over moed en verlies, over kracht vinden en diep zakken, lees ik een mooi levensmotto:

wp-15879768040307580862496871275991.jpg
You don’t always need a plan, sometimes you just need to breathe, trust, let go, and see what happens. (Mandy Hale) 

 

 

De gave van het woord

Langs 851,32 meter bos- en weilandwegel keer ik terug uit de bib.
De plaatselijke bib met gezellige leeshoek en felgroene zeteltjes, haar grote broer ligt 5 km verder, de keuze is er veel ruimer, het leeshoekjes minder huiselijk.
Ik ben boekenfan.

Onderweg flits ik snel dit plaatje. Laatste getuigen van een stralende dag.

wp-15766836885614347419575663455079.jpg

De titel van dit logje heb ik gestolen van, of beter ontleend aan de woorden van Inge Schelstraete in de krant van 17 december. Het draait om etiquetteregels bij een boek als kerstcadeau. En laat dit nu nét ons lumineus idee zijn voor de kleinkinderen bij het einde van het jaar….. Ze zijn zich  ‘van geen kwaad’ bewust, lezen hier nog niet mee, de presentjes wachten vol ongeduld. Fijn snuisteren in boeken, weg van scherm en TV, ik smaakte het vroeger reeds, en lectuur blijft een constante in mijn leven, zolang tijdsgebrek geen spelbreker is.

In een ideale wereld zijn boeken van de persoonlijkste cadeaus die er zijn, geschenken die de ontvanger het warme gevoel bezorgen dat jij hem of haar helemaal kent
Of wij die ideale wereld kunnen benaderen? De aap komt pas volgende week uit de mouw. En dan nog zowel letterlijk als figuurlijk, meer info kan ik hier nog niet lossen 🙂

Dring kinderen geen boeken op ‘omdat lezen zo goed voor hen is’, dat kan een averechts effect hebben. Je moet mensen verleiden tot lezen, dan ontdekken ze wel wat er zo plezierig aan is. Dat vereist het juiste boek
Uiteraard kozen wij het juiste boek en maakten wij blijkbaar nu reeds de kapitale fout om bij élke aankoop (waar trouwens veel zoekwerk én energie werd in gestoken!) te denken dat lezen goed is voor hen….

De regel van  professor en auteur Gekoski is : schrijf niets in het boek dat je cadeau doet, tenzij jij de auteur bent. (Ik denk het niet). Een derde van de kerstcadeaus belandt toch bij iemand anders of de kringloopwinkel. (Doet me er aan te denken dat ik in de loop van januari daar zeker eens moet binnen springen! Alvast cadeautjes kopen voor eind 2020!) Het maakt niet uit hoe dol je bent op die persoon, je beschadigt het boek
Oeps, de zoveelste zware fout…. De geschreven woorden vegen zich niet meer uit. Gelukkig lees ik even verder dat daarover te discussïeren valt en dat een persoonlijk woordje misschien juist een meerwaarde kan betekenen. Ik doe mijn best daar stellig in te geloven.

Probeer een beetje origineel te zijn (laaaaang gezocht én gevonden…… dénk ik ….)…. 80% koopt dezelfde kookboeken (oef wij niet)… Geef geen dieetboeken (geen haar op ons hoofd heeft hieraan gedacht voor het kleine grut). Geen zelfhulpboeken. (voorlopig kunnen ze gelukkig nog zonder) Of andere boeken die als verdoken kritiek kunnen worden beschouwd.  Na drie glazen champagne (drinken ze nog niet, oef!) kan dat leiden tot scènes die ver afstaan van vrede op aarde aan alle mensen van goede wil.

De cursief geschreven  woorden én de titel komen uit de mond van I Schelstraete.

Twee keer de hemel verslinden

In de uitgestrekte Ourthevallei, waar de bomen rood en goud kleuren en de regen helpt glinsteren, duikt het familiehotel OL Fosse d’Outh op.

En ja, het is er niet altijd rustig in de eetruimte, waar de grootkeuken eigenlijk best lekker is en het ontbijt uitgebreid. Ik ontdek vriendengroepen, families van oud naar jong, kinderwagens en rollators. De wereld in één grote ruimte, omgeven met prachtige bossen, de grillige Ourthe, spel- en ontspannende mogelijkheden.

Misschien klinkt het wat te grootschalig, maar de blije vrolijke kindergezichtjes overtuigen het enorme gemak waarin kinderen én volwassenen zich sociaal weten te gedragen.
Alhoewel de graai- en grijpcultuur heel soms even overheerst en het ik-gevoel van de mens opduikt, als de ‘oplage’ van het dessertenbuffet soms wat beperkt blijkt te zijn.

Het is er niet altijd rustig in de eetruimte, een kind mag er kind zijn. En wij met hen.
Er mag gedanst, gegoocheld, onbezorgd genoten geworden.
De kamers zijn ruim, kinderen splitsen we op in duo’s  en worden baas in eigen huis.
De meisjeskamer, de jongenskamers. Ontdek ik toch enig verschil in orde??

Ezels worden geborsteld, er is het speelparadijs, de ‘Fossekelder’ , we ritsen van boom naar boom, en ook deze oma heeft dé sprong gewaagd, onder groot Frans applaus, vanop de hoogte recht de diepte in, even gedachten op nul, en dan jezelf overleveren aan de techniek, over rivier en bergflank, gedachten en zorgen zwieren zalig weg, de dieperik in, tot ik weer  voeten op de aarde ‘moet’ zetten. Enig gevoel van trots overspoelt me, ik voel me jong, vrank en vrij.

Er is  het bos, de stilte is  tastbaar, ik omarm de rust, de kleuren, de geuren van het nat op het vrolijke bladertapijt, het eeuwig klaterende riviertje beneden, de vergezichten, zelfs de regen in mot kan me niet deren, ze mag m’n haar nat maken, de beloning is het piepkleine krulletje achteraf.

De hemel mag ik ook verslinden in het heerlijke boek van Paolo Giordano. (schrijver van de ‘eenzaamheid van de priemgetallen’). Een kanjer van 460 verslavende pagina’s over idealen, de keuze tussen rebellie en conformisme, de wereld charismatisch veroveren of verstarren in burgerlijkheid, alternatief het leven proberen begrijpen en leiden, vaak ook lijden, ecologie en de corruptie in Italië, geloof en ongeloof, leven binnen of buiten de maatschappij, weemoed en volharding, pure liefde, vaak moeilijk, waarheid en fictie, obsessie en gelatenheid, de zoektocht naar de onaangeroerde plek op onze aarde, worstelen met heden en verleden, aanvaarding en verzet.

Het verhaal omvat  twintig levensjaren van de vier hoofdpersonages, Theresa en de  jongens.  Traag, net zoals de manier waarop de vier hoofdpersonages leven. Maar het blijft boeiend.

Ik lees en herlees passages uit ‘de hemel verslinden’, ze zinken en bezinken, zelden zijn ze poëtisch (waardoor het boek voor mij heel fijn leesbaar wordt). Ze bevatten de diepe kern van waarheden, ik put gretig uit mijn verleden én ervaringen. Zelden heb ik mezelf zo verloren in een boek. Het boek verwoordt existentiële vragen,  maar blijft het antwoord schuldig. Waarom? Omdat een éénduidig antwoord er gewoon niet is.

Het leven kiest zonder te kiezen, het ontluikt op een bepaalde plek en niet op een andere, zomaar.’

‘Wij gebruikten steeds minder woorden, maar we waren nog steeds in staat om samen te zien wat zichtbaar was, en ons wat onzichtbaar was in woordeloze eendracht voor te stellen.’ 

Vorig jaar was de Italiaanse schrijver op de boekenbeurs. Bij interesse, een interview lees je hier.
https://www.cosiddetto.be/lees-luister-en-kijktips/interview-met-paolo-giordano-over-zijn-nieuwe-roman-de-hemel-verslinden/

Het boek heeft me intens geraakt. De auteur verwerkt er veel actuele problematiek in. Wat mij vooral trof was de herkenbaarheid in de  twijfels van de (jonge) mens rond de kern van het zinvolle bestaan. De stijl is heerlijk, eerlijk, niet omzwachteld door poëzie, pur sang, er zit tragiek en energie en traagheid en aanvaarding in verweven.

Op het net lees ik zijn zinnen:
Het lijkt mij heel moeilijk om een leven te leiden zonder iets groters dat zin geeft. Ik zie dan wanhoop voor me: wat is dan de betekenis van alles? Ik ben althans niet gemaakt voor de mate van vrijheid van het heden. De personages verliezen zichzelf in die zoektocht naar betekenis en dat bepaalt de gebeurtenissen in hun levens. Bern kan zijn honger naar betekenis niet beheersen en dat brengt hem in groot gevaar. Voor vooral twintigers is onversneden idealisme aantrekkelijk – integralismo, hoe vertaal je dat? Fundamentalisme? Dat heeft nogal specifieke connotaties – maar ja, er zit iets fundamentalistisch in ons allen en dat is vooral gevaarlijk voor twintigers. Op die leeftijd test je je principes, bepaal je hoe je in de wereld staat.”

20191103_1214382993196142544519114.jpg

 

 

twee maal

de hemel verslinden

Oefening baart kunst

Het voor-mezelf-traktaat is verdiend, met veel zin stap ik de boekenwinkel binnen.
Daar waar de meeste mensen op zoek zijn naar het geluk, besluit ik mezelf ‘de kunst van het ongelukkig zijn‘ aan te leren. Voor 20 Euro heb ik het boekje van amper 105 pagina’s in handen, ik lees het op twee avonden uit, hoop wijzer te worden en begrijp dat deze kunst niet altijd simpel is in een mensenleven. En daar ik momenteel in verwoede studiemodus sta…..

Ik ben vurige fan van Dirk De Wachter, hij relativeert, is zachtaardig, kan het goed verwoorden  én heeft humor. Niet onbelangrijk, dat laatste!

Ja, hij is boeiend verteller en schrijver.
Ja, ik ben een meer dan trouwe volger.
Neen, hij zegt niet veel nieuws.
Ja natuurlijk, hij heeft groot gelijk.
Misschien is herhaling broodnodig?
Ja, het onderwerp blijft zijn mantra.
Ja, ik kan hem geen ongelijk geven.
Neen, ik heb niet veel bijgeleerd.

En toch voel ik me hier geroepen zijn woorden letterlijk aan te halen, woorden met een fijne, correcte  gedachtegang. (enkel ….als je hem niet goed kent…..)
Woorden die me treffen, maar reeds (te) verankerd zitten in mijn – ondertussen flink geoefend- brein.

“De mens bestaat in de blik van de ander
Niet iedereen vertrekt vanuit de ideale basis.

Er zijn kinderen die suïcide plegen omdat ze het leven niet aankunnen, zelfs zonder traumatische omstandigheden….. Gelukkig zijn het grote uitzonderingen” 
Mijn bloedeigen zus was die uitzondering….

“Het klopt niet dat je geluk in de hand hebt……want het bestaat uit een hoop onvoorspelbare toevalligheden, chance en malchance”

De kunst van het leven is accepteren dat lastigheden en tekorten bij leven horen, en ze delen met anderen. Als je dat doet, zal verdriet, groot en klein, draaglijker worden”. 
“Verdriet dat ingeslikt is wordt verbittering”
Ik ben goed bezig, ik deel graag.

Vriendschappen verhogen het geluksgevoel aanzienlijk. De Belg heeft gemiddeld vijf goede vrienden, wat een zegen! ……..één op de tien Belgen heeft helemaal geen vriend….

“Verdriet en ongeluk, hoe lastig en moeilijk bespreekbaar ook, zijn toch waardevol. Ze geven aanleiding tot nabijheid, en nabijheid werkt gelukkig-makend’ 
Ik hou van verbinding, die ontstaat bij geluk, maar zeker ook bij on-geluk. Meerdere keren mocht ik waardevolle blijken van mee-leven ontvangen, die helpen wonderlijk.

Grenzen, normen en waarden moeten in de eerste plaats in het gezin worden gecreëerd. Kinderen die geen grenzen worden opgelegd en extreem verwend worden, lijden onder ernstige verwaarlozing. Nooit terecht worden gewezen kan hen later voor grote problemen stellen

We neigen in deze tijden naar een pamperingscultuur waarin alle kinderen fantastisch zijn…. Als Brammetje is blijven zitten, gaan de ouders naar de advocaat om de school aan te klagen. Zouden we niet beter Bram op de vingers tikken en zeggen dat hij niet zijn best heeft gedaan? Vergeef mij deze polemische uitspraak”

We zijn op de aardbol gesmeten, door een reeks toevalligheden. Het enige wat we kunnen doen is er iets zinvols van maken”
“Een beetje ongelukkig kunnen zijn lijkt het eigenlijke talent van het leven”
En ja, ik doe mijn best, met of zonder succes, altijd weer opnieuw.

Hij is een wijs man, ik hou van wijze mannen, herhaling doet goed aan ‘de leeftijd’.
Hij zegt in de Afspraak “Ik blijf consequent. Ik denk dat de kunst van het leven is : de ongelukkigheden, de tegenslagen een plaats te geven“.
Ik ga volmondig akkoord en zoek ijverig naar vrije plaatsjes in mijn brein, dat soms overvol zit.

Veeeeel te lang, deze ‘plagiaatlog’, ik begrijp het perfect als je tussendoor afhaakt. Het is je vergeven.

 

 

 

 

Ik en ik en ik en….

Hij wordt vier.
Vier jaar al, het kleine ventje.
Het feestje is voor hem en zijn diertjes. Genieten doet hij volop, de kroon op het kinderlijke hoofdje. Met cadeautjes, liedjes, verhalen en eens heel leuk zot doen. Onbezorgd, dat overheerst.
Als je vier wordt,  is leven gewoon fijn.

Buiten zoeken we de schaduwplekjes op, de zon straalt ongenadig, het heerlijke buffet met zelfgemaakt brood, veel fruit, groenten, honing van de eigen bijen en kazen nodigt uit om je vrij te voelen en uitgebreid te smaken.

Babbels, discussies,  verhalen rollen heen en weer, de sfeer is warm  vrolijk en ongedwongen.
Woorden over nieuwe verliefdheid, zacht als de dauw op het groene gras.
Over twijfelende liefde, aarzelend en onzeker.
Over heftige diagnose en bikkelharde chemo.
Over….

Woorden en zinnen rommelen door mijn hoofd, blijven nazinderen, en met een brein vol chaos kom ik die avond thuis.
Gevoelens van dankbaarheid, dubio, blij- en droefheid, onzekerheid, geruststelling, liefde, ontspannen en gespannen zijn, afwachting, (on)bezorgdheid, vragen en antwoorden, fierheid buitelen intensief door het hoofd.

En toch is daar de nacht, die rust kan én moet brengen in lijf en leden. Ik besluit nog even door het dagblad te snuisteren, niets zo heerlijk als oersaaie lectuur voor het slapen gaan.
Maar dat is buiten de krant gerekend. Marjan Donner houdt me in haar greep met een boeiend artikel over haar ‘Zelfverwoestingsboek’. Zij wil vooral het individu bevrijden.
Ze bekijkt het vanuit een andere hoek, en die verrast.

Al die overgelukkige, breedlachende mensen in perfecte situaties, nooit eenzaam, nooit diep in de schulden, altijd blij in hun pukkelvrije lijven. Wie gelooft er in dat sprookje, dat onder meer de reclame steeds opnieuw aan ons opdringt? Niemand, zou je zeggen, maar toch doen we iedere dag weinig anders dan juist die illusie van gezond, glad, fit, productief, positief of zen nastreven. Marian Donner is er klaar mee, zo blijkt uit haar pamflet Zelfverwoestingsboek, dat de bedoeling heeft de in de ratrace voortzwoegende en -ploeterende mens eens even stevig door elkaar te schudden: denk toch eens na, het leven heeft zo veel meer te bieden!”   (https://www.tzum.info/2019/07/recensie-marian-donner-zelfverwoestingsboek/)

Zelfzorg en het blijven goed doen, overaltijd, noemt ze de nieuwe wetten,we worden overladen met tips en beste raad. Mensen die het ver hebben geschopt, die het wel altijd redden en allemaal ideaal doen, hebben vaak gewoon ‘chance’.
De ander krijgt zo niet direct het gevoel van  falende loser.
Waarin we mensen zijn? Vooral in het falen, we sterven, we worden verkeerd begrepen, communicatie loopt vaak mank, we bereiken onze doelen niet.
Ze stelt de keurige maakbaarheid van de mens in vraag.
Zijn we te streng voor onszelf?
Mogen we oorzaken zoeken in de maatschappij, ipv in onze eigen kleine geest en lichaam?
We leven te vaak in de statistieken, in meerdere algoritmes, vaak in schaamte en schuldgevoel.
Zij wil vrijheid voor het individu.

Haar woorden in de krant : “Het gaat tegenwoordig vaak over je ware ik, of het vinden van je innerlijke kind, of je kern laten stralen. Alsof je maar één persoon bent met een set op elkaar afgestemde eigenschappen. …..Ik denk dat iedereen veel verschillende kanten en tegenstrijdige eigenschappen heeft, dat die kern niet bestaat. Als je wel in zo’n ware ik gelooft, dan valt die dus ook te verbeteren. Dat is het idee waar de zelfhulpindustrie zich mee voedt ‘word eindelijk jezelf’…… Maar er is geen zelf, geen kern. Als je het zo bekijkt, is het ook minder erg om slechte kanten te hebben of te falen. Dat doet niets aan je goede kanten, dus hoef je ook minder schaamte- of schuldgevoelens te hebben…..
Het leven is rommelig, de liefde is rommelig. We proberen onszelf heel de tijd in grafieken te vangen…..
Systematisch onrecht moet bestreden worden, stel prioriteiten‘.

Wat een bevrijding, ik hoef mezelf niet te kennen, ik hoef niet éénduidig te zijn, ik ben vele ikken samen, kan het heerlijker?, ik hoef dus niet op zoek naar mezelf en moet niet altijd begrijpen en idealen nastreven. En toch mogen die er zijn, ze schrijft vooral niet aanvallend, “wees vergevingsgezind voor jezelf”. Ook voor de ander.
Laat je niet steeds op de kop zitten door de wereld die zegt dat alles wat niet goed gaat aan jou ligt

Ik besef, dit schrijven hier is veel te lang, maar die ene ik slaagde er gewoonweg niet in dit boeiend onderwerp korter te verwoorden….

 

“Een soort van liefde”

Wanderlust betekent letterlijk het verlangen om al reizend de wereld te ontdekken. In de lente en zomer van 2016 liet ik mij door dit verlangen leiden om het gelijknamige filosofische programma voor Canvas te maken. Ik reisde de wereld rond om met denkers, kunstenaars en wetenschappers over de grote levensvragen te praten.”

Ik volgde haar programma’s -toen al- met heel interesse én gevoel. Het programma was een zegen voor mijn zondagavond. Bescheiden hield ze zich steeds op de achtergrond.
De reeks draaide om die ander, niet om haar.
Zij is Alicja Gescinska, een Pools-Belgische filosofe, geboren in 1981 in Warschau.

Een soort van liefde vormt het ultieme bewijs dat over de liefde meer te zeggen valt in de romanlitteratuur dan in wetenschappelijke publicaties. Gescinska overvalt onze letteren met een literair wonder‘ (Dirk De Wachter)

Hij heeft het over haar eerste roman, die ontroert en me aangrijpt  tot in de kern van mijn voelen. Ik lees traag, en herlees, want ik wil vooral elk woord smaken en tot mij laten doordringen.
Het leest vlot, niet zwaar filosofisch, maar het eenvoudige en ingewikkelde liefdesverhaal sleept mee.

Twee verhaallijnen lopen doorheen het boek.
‘Zij’ is de dochter met een moeilijke liefdesverhouding tot haar vader.
“Ik” is de jonge vrouw, die verdrinkt in een intense, maar overschaduwde liefde.

Meer ga ik niet schrijven, je moet het gewoon lezen en invoelen, zelden werd ik door een boek zo levendig geraakt. Zij gebruikt heel weinig dialogen, heerlijk, terwijl haar hele schrijven aanvoelt als één grote liefdesdialoog.

Als motivatie (is dit nog nodig?) wil ik hier graag een paar stukjes tekst letterlijk neerschrijven, stukjes woord en zin die me raken, waar ik soms herkenning, vaak een  eerlijke kwetsbaarheid in terug vind.

Ik moest weg, loskomen van mijn omgeving om los te komen van mezelf. De goedheid die iedereen in me meende te bespeuren en waarom ik door mijn ouders eindeloos geprezen werd, leek meer een routine en gewoonte dan een bewuste, vrije keuze”

“Al lijkt het dat we er soms te veel en soms te weinig van hebben, is er niets zo betrouwbaar als de tijd, die onverstoorbaar en volgens een vast ritme wegglijdt en voor altijd in de muil verdwijnt van dat wat we het verleden noemen”

“Een rust die voortvloeide uit het besef van mijn eigen nietigheid, het besef dan mijn dagelijkse beslommeringen nauwelijks wat voorstelden in de aanschijn van de geschiedenis en de grootsheid van een stukje natuur….”

“De waarheid is vaak leefbaar totdat ze hardop verwoordt wordt. Zolang we haar ergens in een achterkamer van ons geweten weten te houden, kunnen we om de waarheid heen”

“De tijd heeft littekenweefsel over mijn hart gevormd. Het is een andere pijn, een ander verdriet. Een mens verhuist in de tijd, weg van de kern van zijn droefenis, naar de periferie van de pijn, naar de leegte van het gemis. Missen is de voorstad van het verdriet. Daar woon ik”

Als ze besluit een tweede roman te schrijven, een fictief verhaal met open, (h)eerlijke gevoeligheden die bij leven horen, ben ik beslist haar eerste lezer.
Ook als filosofe is ze ‘leesbaar’.