Oefening baart kunst

Het voor-mezelf-traktaat is verdiend, met veel zin stap ik de boekenwinkel binnen.
Daar waar de meeste mensen op zoek zijn naar het geluk, besluit ik mezelf ‘de kunst van het ongelukkig zijn‘ aan te leren. Voor 20 Euro heb ik het boekje van amper 105 pagina’s in handen, ik lees het op twee avonden uit, hoop wijzer te worden en begrijp dat deze kunst niet altijd simpel is in een mensenleven. En daar ik momenteel in verwoede studiemodus sta…..

Ik ben vurige fan van Dirk De Wachter, hij relativeert, is zachtaardig, kan het goed verwoorden  én heeft humor. Niet onbelangrijk, dat laatste!

Ja, hij is boeiend verteller en schrijver.
Ja, ik ben een meer dan trouwe volger.
Neen, hij zegt niet veel nieuws.
Ja natuurlijk, hij heeft groot gelijk.
Misschien is herhaling broodnodig?
Ja, het onderwerp blijft zijn mantra.
Ja, ik kan hem geen ongelijk geven.
Neen, ik heb niet veel bijgeleerd.

En toch voel ik me hier geroepen zijn woorden letterlijk aan te halen, woorden met een fijne, correcte  gedachtegang. (enkel ….als je hem niet goed kent…..)
Woorden die me treffen, maar reeds (te) verankerd zitten in mijn – ondertussen flink geoefend- brein.

“De mens bestaat in de blik van de ander
Niet iedereen vertrekt vanuit de ideale basis.

Er zijn kinderen die suïcide plegen omdat ze het leven niet aankunnen, zelfs zonder traumatische omstandigheden….. Gelukkig zijn het grote uitzonderingen” 
Mijn bloedeigen zus was die uitzondering….

“Het klopt niet dat je geluk in de hand hebt……want het bestaat uit een hoop onvoorspelbare toevalligheden, chance en malchance”

De kunst van het leven is accepteren dat lastigheden en tekorten bij leven horen, en ze delen met anderen. Als je dat doet, zal verdriet, groot en klein, draaglijker worden”. 
“Verdriet dat ingeslikt is wordt verbittering”
Ik ben goed bezig, ik deel graag.

Vriendschappen verhogen het geluksgevoel aanzienlijk. De Belg heeft gemiddeld vijf goede vrienden, wat een zegen! ……..één op de tien Belgen heeft helemaal geen vriend….

“Verdriet en ongeluk, hoe lastig en moeilijk bespreekbaar ook, zijn toch waardevol. Ze geven aanleiding tot nabijheid, en nabijheid werkt gelukkig-makend’ 
Ik hou van verbinding, die ontstaat bij geluk, maar zeker ook bij on-geluk. Meerdere keren mocht ik waardevolle blijken van mee-leven ontvangen, die helpen wonderlijk.

Grenzen, normen en waarden moeten in de eerste plaats in het gezin worden gecreëerd. Kinderen die geen grenzen worden opgelegd en extreem verwend worden, lijden onder ernstige verwaarlozing. Nooit terecht worden gewezen kan hen later voor grote problemen stellen

We neigen in deze tijden naar een pamperingscultuur waarin alle kinderen fantastisch zijn…. Als Brammetje is blijven zitten, gaan de ouders naar de advocaat om de school aan te klagen. Zouden we niet beter Bram op de vingers tikken en zeggen dat hij niet zijn best heeft gedaan? Vergeef mij deze polemische uitspraak”

We zijn op de aardbol gesmeten, door een reeks toevalligheden. Het enige wat we kunnen doen is er iets zinvols van maken”
“Een beetje ongelukkig kunnen zijn lijkt het eigenlijke talent van het leven”
En ja, ik doe mijn best, met of zonder succes, altijd weer opnieuw.

Hij is een wijs man, ik hou van wijze mannen, herhaling doet goed aan ‘de leeftijd’.
Hij zegt in de Afspraak “Ik blijf consequent. Ik denk dat de kunst van het leven is : de ongelukkigheden, de tegenslagen een plaats te geven“.
Ik ga volmondig akkoord en zoek ijverig naar vrije plaatsjes in mijn brein, dat soms overvol zit.

Veeeeel te lang, deze ‘plagiaatlog’, ik begrijp het perfect als je tussendoor afhaakt. Het is je vergeven.

 

 

 

 

Advertenties

Ik en ik en ik en….

Hij wordt vier.
Vier jaar al, het kleine ventje.
Het feestje is voor hem en zijn diertjes. Genieten doet hij volop, de kroon op het kinderlijke hoofdje. Met cadeautjes, liedjes, verhalen en eens heel leuk zot doen. Onbezorgd, dat overheerst.
Als je vier wordt,  is leven gewoon fijn.

Buiten zoeken we de schaduwplekjes op, de zon straalt ongenadig, het heerlijke buffet met zelfgemaakt brood, veel fruit, groenten, honing van de eigen bijen en kazen nodigt uit om je vrij te voelen en uitgebreid te smaken.

Babbels, discussies,  verhalen rollen heen en weer, de sfeer is warm  vrolijk en ongedwongen.
Woorden over nieuwe verliefdheid, zacht als de dauw op het groene gras.
Over twijfelende liefde, aarzelend en onzeker.
Over heftige diagnose en bikkelharde chemo.
Over….

Woorden en zinnen rommelen door mijn hoofd, blijven nazinderen, en met een brein vol chaos kom ik die avond thuis.
Gevoelens van dankbaarheid, dubio, blij- en droefheid, onzekerheid, geruststelling, liefde, ontspannen en gespannen zijn, afwachting, (on)bezorgdheid, vragen en antwoorden, fierheid buitelen intensief door het hoofd.

En toch is daar de nacht, die rust kan én moet brengen in lijf en leden. Ik besluit nog even door het dagblad te snuisteren, niets zo heerlijk als oersaaie lectuur voor het slapen gaan.
Maar dat is buiten de krant gerekend. Marjan Donner houdt me in haar greep met een boeiend artikel over haar ‘Zelfverwoestingsboek’. Zij wil vooral het individu bevrijden.
Ze bekijkt het vanuit een andere hoek, en die verrast.

Al die overgelukkige, breedlachende mensen in perfecte situaties, nooit eenzaam, nooit diep in de schulden, altijd blij in hun pukkelvrije lijven. Wie gelooft er in dat sprookje, dat onder meer de reclame steeds opnieuw aan ons opdringt? Niemand, zou je zeggen, maar toch doen we iedere dag weinig anders dan juist die illusie van gezond, glad, fit, productief, positief of zen nastreven. Marian Donner is er klaar mee, zo blijkt uit haar pamflet Zelfverwoestingsboek, dat de bedoeling heeft de in de ratrace voortzwoegende en -ploeterende mens eens even stevig door elkaar te schudden: denk toch eens na, het leven heeft zo veel meer te bieden!”   (https://www.tzum.info/2019/07/recensie-marian-donner-zelfverwoestingsboek/)

Zelfzorg en het blijven goed doen, overaltijd, noemt ze de nieuwe wetten,we worden overladen met tips en beste raad. Mensen die het ver hebben geschopt, die het wel altijd redden en allemaal ideaal doen, hebben vaak gewoon ‘chance’.
De ander krijgt zo niet direct het gevoel van  falende loser.
Waarin we mensen zijn? Vooral in het falen, we sterven, we worden verkeerd begrepen, communicatie loopt vaak mank, we bereiken onze doelen niet.
Ze stelt de keurige maakbaarheid van de mens in vraag.
Zijn we te streng voor onszelf?
Mogen we oorzaken zoeken in de maatschappij, ipv in onze eigen kleine geest en lichaam?
We leven te vaak in de statistieken, in meerdere algoritmes, vaak in schaamte en schuldgevoel.
Zij wil vrijheid voor het individu.

Haar woorden in de krant : “Het gaat tegenwoordig vaak over je ware ik, of het vinden van je innerlijke kind, of je kern laten stralen. Alsof je maar één persoon bent met een set op elkaar afgestemde eigenschappen. …..Ik denk dat iedereen veel verschillende kanten en tegenstrijdige eigenschappen heeft, dat die kern niet bestaat. Als je wel in zo’n ware ik gelooft, dan valt die dus ook te verbeteren. Dat is het idee waar de zelfhulpindustrie zich mee voedt ‘word eindelijk jezelf’…… Maar er is geen zelf, geen kern. Als je het zo bekijkt, is het ook minder erg om slechte kanten te hebben of te falen. Dat doet niets aan je goede kanten, dus hoef je ook minder schaamte- of schuldgevoelens te hebben…..
Het leven is rommelig, de liefde is rommelig. We proberen onszelf heel de tijd in grafieken te vangen…..
Systematisch onrecht moet bestreden worden, stel prioriteiten‘.

Wat een bevrijding, ik hoef mezelf niet te kennen, ik hoef niet éénduidig te zijn, ik ben vele ikken samen, kan het heerlijker?, ik hoef dus niet op zoek naar mezelf en moet niet altijd begrijpen en idealen nastreven. En toch mogen die er zijn, ze schrijft vooral niet aanvallend, “wees vergevingsgezind voor jezelf”. Ook voor de ander.
Laat je niet steeds op de kop zitten door de wereld die zegt dat alles wat niet goed gaat aan jou ligt

Ik besef, dit schrijven hier is veel te lang, maar die ene ik slaagde er gewoonweg niet in dit boeiend onderwerp korter te verwoorden….

 

“Een soort van liefde”

Wanderlust betekent letterlijk het verlangen om al reizend de wereld te ontdekken. In de lente en zomer van 2016 liet ik mij door dit verlangen leiden om het gelijknamige filosofische programma voor Canvas te maken. Ik reisde de wereld rond om met denkers, kunstenaars en wetenschappers over de grote levensvragen te praten.”

Ik volgde haar programma’s -toen al- met heel interesse én gevoel. Het programma was een zegen voor mijn zondagavond. Bescheiden hield ze zich steeds op de achtergrond.
De reeks draaide om die ander, niet om haar.
Zij is Alicja Gescinska, een Pools-Belgische filosofe, geboren in 1981 in Warschau.

Een soort van liefde vormt het ultieme bewijs dat over de liefde meer te zeggen valt in de romanlitteratuur dan in wetenschappelijke publicaties. Gescinska overvalt onze letteren met een literair wonder‘ (Dirk De Wachter)

Hij heeft het over haar eerste roman, die ontroert en me aangrijpt  tot in de kern van mijn voelen. Ik lees traag, en herlees, want ik wil vooral elk woord smaken en tot mij laten doordringen.
Het leest vlot, niet zwaar filosofisch, maar het eenvoudige en ingewikkelde liefdesverhaal sleept mee.

Twee verhaallijnen lopen doorheen het boek.
‘Zij’ is de dochter met een moeilijke liefdesverhouding tot haar vader.
“Ik” is de jonge vrouw, die verdrinkt in een intense, maar overschaduwde liefde.

Meer ga ik niet schrijven, je moet het gewoon lezen en invoelen, zelden werd ik door een boek zo levendig geraakt. Zij gebruikt heel weinig dialogen, heerlijk, terwijl haar hele schrijven aanvoelt als één grote liefdesdialoog.

Als motivatie (is dit nog nodig?) wil ik hier graag een paar stukjes tekst letterlijk neerschrijven, stukjes woord en zin die me raken, waar ik soms herkenning, vaak een  eerlijke kwetsbaarheid in terug vind.

Ik moest weg, loskomen van mijn omgeving om los te komen van mezelf. De goedheid die iedereen in me meende te bespeuren en waarom ik door mijn ouders eindeloos geprezen werd, leek meer een routine en gewoonte dan een bewuste, vrije keuze”

“Al lijkt het dat we er soms te veel en soms te weinig van hebben, is er niets zo betrouwbaar als de tijd, die onverstoorbaar en volgens een vast ritme wegglijdt en voor altijd in de muil verdwijnt van dat wat we het verleden noemen”

“Een rust die voortvloeide uit het besef van mijn eigen nietigheid, het besef dan mijn dagelijkse beslommeringen nauwelijks wat voorstelden in de aanschijn van de geschiedenis en de grootsheid van een stukje natuur….”

“De waarheid is vaak leefbaar totdat ze hardop verwoordt wordt. Zolang we haar ergens in een achterkamer van ons geweten weten te houden, kunnen we om de waarheid heen”

“De tijd heeft littekenweefsel over mijn hart gevormd. Het is een andere pijn, een ander verdriet. Een mens verhuist in de tijd, weg van de kern van zijn droefenis, naar de periferie van de pijn, naar de leegte van het gemis. Missen is de voorstad van het verdriet. Daar woon ik”

Als ze besluit een tweede roman te schrijven, een fictief verhaal met open, (h)eerlijke gevoeligheden die bij leven horen, ben ik beslist haar eerste lezer.
Ook als filosofe is ze ‘leesbaar’.

 

 

 

 

Ferrante in woord en beeld

Lila en Elena groeien samen op in een volkswijk in het Napels van de jaren vijftig, een tijd waarin het ondenkbaar is dat meisjes hun tijd verspillen met leren. De intelligente Lila moet van school om te gaan werken. Ze probeert aan haar milieu te ontsnappen door jong te trouwen. Haar beste vriendin Elena mag wél verder leren, maar beseft maar al te goed hoeveel slimmer Lila is. En mooier. De geniale vriendin is de eerste van Ferrantes vier Napolitaanse romans, waarin zij met groot inlevingsvermogen en in een onnavolgbare stijl vertelt over twee vrouwen en hun levenslange vriendschap, die even sterk om liefde als om rivaliteit draait. Ferrante vertelt met het verhaal van Lila en Elena ook het verhaal van een wijk, een stad en een land in een tijd vol veranderingen.”
(bespreking van ‘de geniale vriendin‘)

(https://www.boekbeschrijvingen.nl/ferrante-elena/ferrante.html)

Ik pluk dit simpelweg van het net. Voel me een een dievegge, een ‘veilige’, want ik noteer de link. Maar vooral wil ik een zwa(a)r(tgedrukt) misverstand recht zetten.
Heel lang heeft men gedacht dat de auteur Elena Ferrante van de vier Napolitaanse romans een vrouw is met feeling voor vriendschap tussen twee opgroeiende kinderen, jongeren en volwassenen. Ik las de boeken ook met die wetenschap en veronderstelling. ‘Zij’ is echter de 74-jarige Domenico Starnone, een ‘oudere’ man die zich perfect kan inleven in dit verhaal van vriendschap, hartstocht, psychologische diepgang tussen vrouwen, tussen vrouwen en mannen.

Ondertussen heb ik de eerste twee romans letterlijk verslonden.
Ik pik ook het verhaal van de tweede roman ‘De nieuwe achternaam‘ via dezelfde website. Dat bespaart me ‘kersttijd’.

In De nieuwe achternaam volgen we het leven van Lila en Elena, twee vriendinnen uit een armoedige wijk in Napels. Lila is op haar zestiende getrouwd, maar krijgt met haar nieuwe achternaam algauw het gevoel dat ze zichzelf kwijtraakt. Haar turbulente huwelijk komt zwaar onder druk te staan. Elena voltooit als voorbeeldige leerling het gymnasium, maar door haar eenvoudige afkomst worstelt ze met haar universitaire ambities. Ze voelt zich in de wijk niet meer thuis, daarbuiten evenmin. De twee vriendinnen verliezen elkaar uit het oog, vinden elkaar terug, blijven zich aan elkaar spiegelen. Ferrante laat zien hoe Lila en Elena, die we zagen opgroeien in De geniale vriendin, volwassen worden, beiden op zoek naar een manier om hun lot in eigen hand te nemen.”

De boeken zijn heerlijk verslavende lectuur, het verhaal van Elena en Lila start in een volkse wijk in de omgeving van  Napels.
Prachtige, eenvoudige zinnen beschrijven hoe de wereld echt in elkaar zit, hoe een mens zich kan voelen (hoe vaak heb ik zinnen gelezen én herlezen, omdat ik mezelf erin weerspiegeld zie, ook al zijn de omstandigheden compleet anders)
Het voelen is  vooral (h)eerlijk, ingetogen, warm en koud tegelijk, ontroerend tastbaar soms, herkenbaar.
Zonder enige overdrijving, het leven zoals het is en zich afspeelt, het bewijs dat genen en opvoeding een blijvende rol spelen bij het verder opgroeien.
Ik voel hun pijn én hun streven tot in mijn vingertoppen.

Waarom ik deze boeken nu reeds beschrijf?
Ik zit nog maar net halverwege de vele pagina’s lectuur, vier lijvige boeken dik.

Op Canvas ( Belgische TV-zender ) wordt in vijf afleveringen (de dagen tussen kerst en nieuwjaar)  de film van ZIJN eerste boek getoond. (Ook het tweede  staat al klaar.) De serie staat hier geprogrammeerd, ik ben geen fan van ‘in stukjes kijken’, ik wil me totaal onderdompelen!, maar ik lees  wel reeds de bespreking van de ‘verbluffende film‘ van de regisseur Saverio Costanzo in de krant.
En die maakt me heel nieuwsgierig, uitkijkend en verlangend naar.
Perfect kan ik film en boek straks vergelijken, want ze beheersen op hetzelfde moment mijn denken.  (voer voor een volgend logje?)
De wijk waar de meisjes groot worden  is nagebouwd in 20 000m² decors.
Elena Ferrante heeft intensief meegewerkt aan deze reeks via mail, hij vond het heel belangrijk dat de acteurs de ‘juiste blik hadden‘.  Duizenden meisjes passeerden de revue vooraleer de juiste keuze werd gemaakt.
Ze stralen ‘vuur en melancholie, een zeldzame combinatie‘ uit. Dat belooft!

Die reeks wordt, naast  vele leesuurtjes in deze stemmige kerstvakantie, een groot uitkijkpunt.

 

Eenzaam en geborgen

Ooit werd me geleerd om nooit met ‘ik’ te starten in een opstel, een verhaal, een verhandeling. En toch doe ik het, want ik heb het boek gelezen, ik ga een interpretatie geven, ik ga hier mijn gevoelens  proberen neer te schrijven. Even ‘ik’, zonder de ander.
Zes maal “ik”….., straks vind ik mezelf nog belangrijk…

Het einde van de eenzaamheid” van Benedict Wells. 

Om de inhoud te kennen, moet je het gewoon lezen. Ja doen!
In een heel kleine notendop toch het verhaal : drie kinderen leven hun eigen paradijsje, tot beide ouders een ongeluk krijgen (hierover wordt heel weinig geschreven) en ze allen jong wees worden. Dit gebeuren tekent hun leven, vooral Jules (de jongste, de hoofd- en ik-persoon)  blijft zich hierachter verschuilen en ondergaat gelaten  de eenzaamheid, hij heeft immers “een excuus”. Zijn zus verdwaalt in een sex-, drugs- en een carpe-diem-leven, de oudste zoon vertegenwoordigt de ratio, de rust, de ‘wijze’ broer.
Ze kennen allen een hechte samenhorigheid in het verdriet, de pijn en vreugde. En toch verteren ze  elk op een  andere manier.

Ik (weeral ‘ik’) lees échte, hartverwarmende  liefde, er speelt pure eenzaamheid, die verdrongen of door-leefd wordt,  broers-zussen-liefde is tastbaar aanwezig, ook al vraagt het even tijd. Het verhaal is doorspekt van emoties, zonder ooit de sentimentele toer op te gaan. Zijn schrijfstijl is eenvoudig en realistisch, net zoals de houding van de hoofdpersonages, ik (her)lees traag en door-voel, want wil vooral niets missen in het verhaal over vroeger en nu. Soms zijn situaties herkenbaar, maar altijd (be)grijpbaar.
Zijn wij de architect van ons leven (zoals Bart Peters deze morgen nog toevallig op de radio verkondigde) of blijven we de gevolgen dragen van ons verleden?

Ik weet het niet, wil het eigenlijk ook niet weten, ik hoef geen be/ver/oordeling als wat gebeurd is een al dan niet blijvende rol speelt, het verleden wis je niet uit, en afhankelijk van het karakter wordt de ene persoon er sterker door, en zal de ander zich laten gaan.

“Elk huisje heeft zijn kruisje” hoorde ik vroeger vaak thuis, waarop ik het  nooit kon nalaten aan te vullen met ‘maar niet elk kruis is even groot’.

Ik ben weer eens verdronken, ondergedompeld in een gevoelig, fijn leesbaar verhaal.
Een tip voor wie graag en hier mee leest.

Heerlijk sober, sober heerlijk

Intiem onderonsje :
paddenstoelen
bekoren elkaar
liefkozend
in een kringetje

Ik wou dat ik…..

Via de wesite http://www.geertdekockere.be/  maak ik zelf poëzie.

Voor een klein bedrag kan je elke morgen starten met een ‘vers geschreven gedicht’ van Geert De Kockere. Tevens een haiku, een kindervers en en een natuurgedicht.
En neen, ik ben géén ingehuurde promotor 🙂

In https://www.pigmalionshop.com/c-3671762/boeketjes/   ontdek ik onverwachte pareltjes.
Ik droom een Cortenstalen  kunstwerkje in mijn hof. Zijn ze niet prachtig?
Op de voorpagina van mijn laptop straalt het roestig kunstwerk me elke morgen toe:

Ook dauwparels
kun je bewaren
in de kluis 
van je hoofd.
Rijkdom
voor nu en later

Onlangs kreeg een lieve vriendin in een moeilijke periode, deze woorden mee.
En neen, ik ben en blijf geen ingehuurde promotor.

En op zijn facebookpagina lees ik :

De berg, gisteren
lag hij nog achter dat huis,
vandaag wat verder.

Als dat geen positieve donderdag-ochtendhaiku is!, ik deel zijn woorden graag met jullie.
En neen, ik ben geen….

En voor wie het nog niet door zou hebben, ik ben vurige fan van zijn schrijven.
(H)eerlijk sober, sober (h)eerlijk.

 

Wie houdt dan stand?

Als u de zonden blijft gedenken, Heer, wie houdt dan stand?
Een zin uit psalm 130 én  pagina 73.

De laatste vier woorden vormen de titel van het meeslepende boek van de Italiaanse journalist- schrijver Andrea Bajani. Amper 184 pagina’s dik.

In een lange brief aan zijn (net overleden) moeder vertelt de 18-jarige Lorenzo over het nu en het verleden, over verdriet en onmacht, over empathie en pogingen om de soms te pijnlijke empathie te verstillen.

De moeder-kind-relatie is een mooi, idyllisch verhaal, de onhandige, niet-communicatieve stiefvader doet zijn uiterste best op zijn manier, in alle rust en stilte.
Tot zijn moeder kiest voor de nieuwe liefde én een ‘hoopvoller’ land dan Italië om haar bedrijf te runnen. Ze laat mettertijd steeds meer man en zoon in de steek.
Lorenzo verwerkt deze grote ontgoocheling in afwisselende hoofdstukken over nu (begrafenis van zijn moeder in Roemenië) en vroeger (als kind in Italië)

Zij hoopt in Roemenië rijkdom  te ontdekken, maar het dictatoriale en vaak brutale bewind van Ceausescu draagt vooral  zijn schrijnende sporen.

De schrijfstijl is sober, eenvoudig, treffend en leest als een trein. De personages zijn vooral heel menselijk, je kan achteraf niemand echt veroordelen , iedereen heeft zijn zachtheid, zijn liefde, zijn verdriet, zijn fouten en doet pogingen om te aanvaarden.
Enkel ‘de Roemeen’ maakt hierop een uitzondering.
Geen volzinnen, geen zwaar taalgebruik, heel aangrijpend, niet sentimenteel waarbij je -als lezer- toch diep emotioneel wordt geraakt.
Tussen de regels door leef ik intens mee met de eenzaamheid, de pijn, de rouw, maar ook de zorg, de liefde en vriendschap waarmee deze mensen worstelen.

’s Ochtends keken we elkaar niet aan, papa zei Zo makkelijk is het niet om verbinding te krijgen. We zaten allebei op onze kruk……
Het middageten verliep net zo, en daarna het avondeten, wij tweeën die niets tegen elkaar zeiden alsof stilte de enige taal was die we deelden. 
…….
Hij ging naast me zitten, op de plek waar jij altijd zat. En je kon zijn onhandigheid zien, vermengd met tederheid en ongemakkelijkheid. 
Wachten was voor ons allebei het enige wat onze gezamenlijke aanwezigheid in dat huis rechtvaardigde” (pg 103)

Typerend voor het boek is het gebrek aan aanhalingstekens en het opduiken van hoofdletters midden in de zin, wanneer iets wordt gezegd.
Het  vraagt enige gewenning, maar daardoor straalt het boek vooral eenvoud uit, wat de schrijfstijl beoogt, ondanks het pakkend verhaal.

Wedervaring

‘Wedervaring’ van Bodo Kirchhoff heeft recht op een stoefblogje.
In 2016 won de Duitse schrijver de Deutscher Buchpreis met Widerfahrnis.
Mijn Duits is niet schitterend, ik houd het bij de vertaling.

Kirchhoff ontdekt  “Widerfahrnis”  bij Martin Heidegger (filosoof).
Plots gebeurt het onverwachte, waar niemand nog op hoopt, gefundeerd op  de splinters en glasscherven van het verleden.

Er is Joachim Reither ,  uitgever en net op pensioen. Hij speelt al heel zijn leven met woorden. Ook het verhaal in het boek is een literair taalspel.

Er is Leonie Palm, wiens hoedenzaak failliet is gegaan. Zij is voorzitter van een leesclub en komt onder dit mom zijn appartement onverwacht en stil binnen geslopen.
Ze drinken een wijntje en roken een sigaret, voorwerpen die gedurende het verdere verhaal een belangrijk rustgevende rol  spelen.

Ze hebben een toevallig contact, dat uitgroeit tot een impulsief proefritje, dat uiteindelijk een lange autorit naar het Zuiden wordt. Ze hebben geen echt doel, en beslissen elke dag opnieuw waarheen de vier wielen van de cabrio hen zal voeren.

In deze roadnovel speelt graag zien een grote rol: de ontluikende liefde tussen twee oudere mensen, die nog weinig van het leven verwachtten. Ze groeit heel erg langzaam, is soms aandoenlijk, om vervolgens weer uiteen te spatten.
Ze hebben geduld, wat komt, komt.

Ze dragen elk een verleden met zich mee. Zij heeft een dochter verloren aan een ‘doodgevroren’  zelfmoord, hij is zijn geliefde vrouw kwijt geraakt aan de baby waarvan ze zwanger was en die door hem niet gewenst was.
Ze her-beleven hun verleden en brengen elkaar (en de lezer) met  mondjesmaat op de hoogte.

Het vluchtelingenverhaal vlecht zich doorheen hun reis. Ze willen een jong meisje een nieuwe toekomst geven, wanen zich soms zelfs een gezin, ook hier voel en zie je affectie.
Speelt het feit dat ze elk een dochter hebben verloren hierbij een rol?
Hun – soms aarzelende-  toewijding draait echter anders uit.

De schrijver maakt het de lezer niet gemakkelijk. Hij gebuikt geen aanhalingstekens bij de dialogen, de zinsbouw is niet eenvoudig.
Meerdere keren moet ik een paragraaf lezen en her-lezen, beleven en her-beleven.
Dit vraagt om concentratie.
De sfeer kan je echt proeven, ruiken, horen en zien.

Herinneringen zouden als alinea’s in een handboek moeten zijn en alleen moeten dienen om in bepaalde situaties de juiste woorden in de juiste volgorde te zeggen, maar het zijn influisteringen die je in verrukking brengen of pijn doen, of allebei,………
………….

Nee, herinneringen zijn geen alinea’s in handboeken, het zijn ook niet alleen influisteringen. Het zijn eerder splinters waar je met blote voeten in het donker in trapt omdat je vergeten bent dat er iets kapot is gegaan, omdat je je de wijn herinnert, niet het glas dat op de grond viel.

Google leert me dat wedervaren ‘een gebeuren’, ‘een ervaring’ betekent.
Of zou het een samensmelten kunnen zijn van weder-ervaring?
Zoals ik soms het woord overaltijd (overal-altijd) graag gebruik.

….voor hem, voor haar, dat meervoud dat overal in kroop……

…….toen ze naar het hooggelegen dal en het hoogste punt van de bergpas reden, kreeg de nacht zijn eigen licht, met een hemel boven het dal die bezaaid was met sterren’…..

….. Het leven gaat langs bergen en dalen, ook slechte herinneringen hebben zin, ze scherpen je blik voor wat er mooi is in het heden, als ik dat mag zeggen tegen een uitgever die geen levensgidsen in zijn assortiment had.

Ik heb enorm genoten van dit boek,  173 pagina’s dik de moeite!
De laatste bladzijden onthullen een geheim, waarbij  ‘nog’ een betekenis krijgt, ik slik…..

 

“Ik fiets door”

Een weekje vakantie met 5 kleine kinderen betekent vrolijke pret, veel verstrooiing, nog meer drukte,  en elke dag smaakt naar meer.

De zeldzame stille momenten worden ingevuld met een boek, een echt boek van papier, e-readers zijn (nog?) niet aan mij besteed.

Dus fietsen maar  doorheen ‘ik fiets door’.

De start gaat wat moeizaam, maar dat gevoel heb ik wel vaker bij nieuwe lectuur.
Mijn ‘gewenning’ vraagt  tijd, tot de klik  komt en ik het boek altijd binnen handbereik wil houden.

Juliana Buhring schrijft haar eigen non-fictie-verhaal over hoe ze in haar eentje in 152 dagen 26 000 km fietst en zo met haar reis rond de wereld een ereplaats verdient in het Guiness World Records Book.

Gedurende haar vaak eenzame tocht gedenkt ze  haar avontuurlijke geliefde (‘avontuur is verslavend‘) , die onverwacht overleed door de bloedstollende beet van een krokodil, waaruit een zware depressie met intens verdriet voortvloeide, die moest overwonnen worden met een nieuwe droom én een unieke prestatie.
De tocht is loodzwaar, keihard en  natuurelementen sparen haar niet.
Hevige tegenwind, vele dagen aan een stuk, wilde honden en pikkende eksters (in Nieuwe-Zeeland), stormen en te hoge bergen, kledij die geen kans krijgt om op te drogen, koorts en pijn, honger en dorst en een gehavend lichaam zorgen voor uitputting, moedeloosheid en vaak een groot isolement.
Hij (haar geliefde)  heeft vaak tegen me gezegd dat eenzaamheid de prijs is die je voor vrijheid betaalt”

Tijdens de fietstochten herkauwt ze  haar verleden.
Als kind groeit ze op in de sekte ‘Children of God’. Deze ontwikkelt zich in 1968 als reactie op de hippy-beweging.  Er wordt geëxperimenteerd met drugs en vrije sex (‘seksualiteit is een gift van God’), wat resulteert in veelvuldige polygamie. Juliana heeft  17 broers en zussen verspreid over de hele wereld.
Als kind wordt ze geregeld overgebracht naar andere oorden, ver weg van ouders en familie, waar ze als driejarige gedwongen wordt tot  seksuele relaties, waar geen plaats is voor school, waar ze leert bedelen en vooral mishandeld wordt.

Ze slaagt erin ‘uit te treden’. Haar eerste boek ‘Kinderen van de hemel’ (Not without my sister) staat nog op mijn leeslijstje.

Op haar fietspaden ontmoet ze boeiende mensen, onbekenden steunen  en geven haar opnieuw vertrouwen in haar ambitie, bieden gratis eten en overnachting aan.

Een nieuwe Juliana bereikt de eindmeet, na een verhaal van rouwverwerking, ongelooflijk doorbijten, een immense portie gedrevenheid en een glansrijke overwinning. Ze heeft terug zin in het leven.

Het ideale moment is nu“, stel je droom niet uit tot morgen.

Kom hier dat ik u kus

Het boek beschrijft drie levensepisodes: Mona als kind, als twintiger, als dertiger.

Griet Op de Beeck speelt met woorden en gevoelens, en (geen ingewikkelde, maar aangrijpende) familierelaties.
De hoofdstukjes zijn kort, ze gebruikt een eenvoudig beeldende taal, ik lees vooral tussen de regels door wat hier speelt : een meisje/vrouw dat/die zich voortdurend ten dienste stelt van de ander, haar vader, haar stiefmoeder, haar vriend. Ze cijfert zichzelf  weg om de ander ‘te behagen’. Ze durft geen partij te kiezen, uit angst om te worden afgewezen.

Er zijn vele redenen waarom een mens niet doet wat hij wil doen, we leven (soms te?) vaak ‘in functie van de ander’.
Griet getuigt van een scherp inzicht in wat zich onder  ‘uiterlijk normale relaties’ kan bewegen.
Anderzijds kunnen we niet leven zonder die ander, wat oké blijft  zolang we onszelf niet dreigen te verliezen.

Het kind-deel is belangrijk naar het verdere verloop toe, maar duurt me soms te lang, waardoor ik al eens diagonaal ga lezen.

De menselijke onbeholpenheid in het zoeken en vinden van de juiste empathische woorden, met als gevolg een stilzwijgen en voortdurend aanpassen aan die ander, worden uitgespit.

Verdriet is niet deelbaar, dat denk ik, omdat woorden niet genoeg zijn, omdat armen die omarmen het gevoel niet wegnemen, omdat begrijpen, echt begrijpen, simpelweg niet bestaat, zelfs niet tussen zussen die de blikken kennen van hun ouders, en het geluid van harten die aan flarden worden geschoten, en het stikken in de dichte lucht van salons en woonkamers en keukens waar ze met veel woorden zitten te zwijgen tegen mekaar

Een verhaal over geheimen, over aantrekken en afstoten, over familiebanden, over (sporadische) warmte en voelbare kilte, over keuzes durven maken, over gelukkig (proberen) zijn, over ziek zijn en eenzaamheid, over onzekerheid en angst, over wegcijfering en misplaatste empathie, vooral over het kameleongedrag, waarbij de eigen identiteit durft te verdwijnen. Het zit hem vaak in kleine dingen.

Ik wil eindelijk worden wie ik ben, niet wie ik altijd dacht dat anderen wilden dat ik was.” 

“We staan elke dag op, doen wat van ons verwacht wordt, en gaan dan weer slapen, en dat noemen we leven. We saboteren onszelf zonder het te beseffen, omdat we nadoen wat ons ooit is voorgedaan, en dan denken we dat het zo móet gaan. En ondertussen organiseren we de dingen zo, dat we geen tijd hebben om stil te staan bij dat wat we ten diepste voelen. We vergeten wat we waard zijn en durven niet te geloven dat we het goeie wel degelijk verdienen. We vinden het makkelijker om te berusten bij ons leed, om onszelf te troosten na de pijn, dan te kiezen voor wat ons echt gelukkig zou maken.”

Ze schrijft niet autobiografisch, maar wel heel persoonlijk. (haar eigen woorden)

Ondanks de vrij pessimistische ondertoon in het lijvige boek , zonder ooit  een emo-boek te worden , realistisch volgens Griet zelf, heb ik er weer (te)veel nachtelijke uurtjes in kwijt gespeeld, vooral het derde deel heeft me sterk aangegrepen.
Die slaap-uurtjes haal ik wel weer in, het verhaal beklijft.