The times they are a-changin

De mannen fietsen door Friesland, teveel kilometers voor mijn spieren,
ik blijf thuis,
geniet van baas in eigen huis.
Ze smaken graag een vader-zoon-moment,
voor meer dan honderd procent.

Met een paar (ex)collega’s laten we ons verwennen met een ontbijt,
na een uurtje vasten is het echt hoog tijd.
De croissantjes, broodjes,  eitje,  verse fruitsap, vijf sterren waard -zo stond het op de kaart- naar met-vier-in-bed-normen.

We luisteren en praten, voelen als eetpiraten, horen en vertellen, begrijpen en blijven up to date, vrouwen onder elkaar, heerlijk, eerlijk!
Voorbijgangers gluren zijdelings in onze rijkelijk gevulde borden, voorbij de magen die knorden, zien vijf opgewekte gezichten, die enkel oog hebben voor elkaar en zoveel lekkers.

Maar ook de smartphone ligt in de dichte omgeving, goed zichtbaar naast de vork of het eitje.
Drie telefoontjes, mensen verwijderen zich even of net iets langer.
Whatsappjes en berichtjes stromen binnen,
en vragen enige kijk-, lees- en antwoordtijd,
met  bijhorende ‘sorry, maar ik moet….’ bij  afwezigheid.

Kunnen we dan  niet meer digitaal detoxen, we horen en zien  elkaar drie uurtjes (want zo lang kan een ontbijt écht duren, we werken graag in  overuren), blijven we constant bereikbaar en is alles plots zo dringend geworden?

Ik herinner me het lange rijtje-schuiven aan het telefoonkot, de fiets even op cijferslot, de vier dure minuten beltijd,  voltooid verleden tijd, ergens in een ver verleden, nog jong van lijf en leden, toen niets urgent bleek, toen we nog eindeloos praatten zonder gerinkel of trillen in de jaszak, toen we niet onverwacht, dag en nacht,  opgeroepen werden….

En toch was het weerzien heel erg fijn,
we zitten op dezelfde babbellijn,
ik neem er de vele onderbrekingen graag bij,
ze is  weer opgeladen, die schoolse batterij.

 

Moerdijk enBeijerland

20180827_181516

180 kilometers hebben we in de fietsbenen. Onder een soms dreigende,  bewolkte, lichtjes druppelende, of egaal grijze hemel.
Cirrus, cumulus en stratuswolken  sluieren, stapelen en spreiden zich boven ons uit.
En oh, ik vergeet ‘warempel’ het wolkenloze streepje zon en het uurtje stralend blauw tijdens onze driedaagse…..

Naar de ‘zeven bergen’ blijven we op zoek,  maar het gezellige, piepkleine stadje ontdekken we snel.
Tot het einde van de jaren 60 doorkruiste een waterlijn met haventje dit kleine stadje, sinds de  demping wordt de haven gebruikt als parkeerplaats en marktje. Getuigen van ooit-laden-en-lossen zijn nog overal merkbaar. Het straatje Havennoord-Havenzuid is sfeervol, maar we missen de oude watergang middenin. Maar je kan er heerlijk eten!
En ook het klassieke ‘Stoofstraatje’ getuigt van een klassiek verhaal.  🙂

Het vestingstadje Willemstad charmeert met zijn haventje.
Jammer van de vele motards die er -net als wij- hun zondagmiddag doorbrengen, maar met veel geraas arriveren en vertrekken.

We fietsen de Ruigenhilroute, maar missen de verwachte mooie omgeving door een teveel aan  hoge silo’s van suikerbieten. Het terrasje  OP het water MET warme appeltaart ONDER de parasol TUSSEN eindeloze golfjes maakt veel goed.

Het eerste veerpont blijkt gesloten op die dag, het tweede vaart niet uit wegens teveel wind (en doorheen diezelfde wind fietsen we 77 km! Kleine pluim voor onszelf waard 🙂 ), pas drie pogingen later geraken we in het Biesbosch. Een stukje geschiedenis kan je hier lezen. Wij beleven de rust, de vele waters, het land van eb en vloed, de kronkelende kreken hoog en droog vanop de fiets. Met dank aan onze gids die niet voorzag dat  eetgelegenheden daar op maandag gesloten zijn, ontdekken we het Huiskamercafé Fluitekruid, waar we fijne biologische gerechten krijgen voorgeschoteld en  ons ontspannen  laten verwennen door de lieve gastvrouw, die graag bij de gasten komt zitten als ze niet in haar keukentje bezig moet zijn.

Op een onbewoond eiland
loopt niemand voor je neus
ja je voelt je d’r blij want
lekker leven is de leus” (Kinderen voor kinderen)

De veerpont van de laatste dag brengt ons naar een oase van rust,  waar de stilte je heel zachtjes in haar greep houdt, waar Hooglanders, reigers en verschillende vogels het prachtige eilandje bewonen, waar we heerlijk onthaasten, waar Hélène zorgt voor smakelijke biopannenkoeken, waar we een hemels stukje Nederland aantreffen.
We missen fietspaden, vooral wandelen is er de boodschap.
Tiengemeten ontstaat op het einde van de 16e eeuw wanneer een slijkplaat droog valt in het Haringvliet. Aanvankelijk is het ‘tien gemeten’ ( = 5 hectare) groot, maar sinds 1639 is het 116 hectare groot, dank zij veel intensieve arbeid.
Het heeft  drie W-gezichten : Weemoed (waar ooit het eiland is ontstaan), Weelde (moeras vol vogels) en Wildernis (waar het water en de moerassen de baas zijn)
In 2006 heeft het eiland een metamorfose gekregen van landbouwgrond  naar pure natuur. Een fantastisch to-do-rust-stipje op de Hollandse kaart!

Genieten doen we ook in het museum van Rien Poortvliet, met humoristische illustraties en aandoenlijke schilderijen.

20180828_113913
We spreken ‘dezelfde taal’ in Nederland en Vlaanderen.
Toch kijkt de Hollandse vrouw vreemd op als manlief vraagt “Heb je soms een plannetje voor mij?” Hij bedoelt een kaartje van de route, zij begrijpt een idee, een plan.
Lachend voegt ze eraan toe “Ja, ook voor vogelen hebben jullie een heel aparte betekenis’. Het is nu onze beurt om vreemd op te kijken  🙂

 

 

de waarheid

komt uit de kindermond.
En daar de kleintjes zelf nog niet kunnen schrijven, en oma net wel, en zij misschien vergeten, maar oma kan ‘vereeuwigen’,  en zij nog zo heerlijk spontaan zijn, en oma op de woorden let, en zij….., en oma…..

Joepi, we gaan op reis!’

‘Is het nog ver rijden?’ (na twee van de 130 km)

‘Omaaaaa, ik heb buikpijn’ (ventje wil  een koekje?)

‘Omaaaaa, ik heb nog meer buikpijn’ (ventje verveelt zich op de lange rit?)

‘Omaaaaa, ik moet overgeven’ (daar trapt deze oma niet in, maar zoekt wel een zakje)

‘Help omaaaaa’ (ventje spuwt auto, oma en zichzelf onder. Oma vindt drie zakjes mét gat, bij het vierde zakje -rijkelijk te laat- ontbreekt dit – gelukkig)

‘Omaaaaa, ik wil andere kleertjes’. (uiteraard, ventje, als opa kan stoppen op een parking. Maar deze oma heeft niet veel extra mee….)

Oma, het stinkt hier‘ (dat gaat wel weg, troost ik het andere ventje, het blijft dapper geuren…)

‘Wat een groot vakantiehuis?’ (we bewonen slechts één kamer, vier bedjes op rij)

‘Dit is zo’n leuke dag, omaaaaa’

‘Omaaa, ik durf niet in het sprookjesbos’ (Toch wel ventje, sterke opa en dappere oma gaan jullie beschermen)

‘Zo leuk in de Effeling’ ( neen ventje, met t)

‘Dat wil ik ook zien’ , ‘oma, nog een keer’, ‘zo superleuk opa’, ‘dit is de leukste dag van mijn leven’, ‘gaan we daar ook nog op?’, ‘krijgen we een ijsje?’, ‘mag ik op het paardje?’ en ‘oei oma, dat gaat op en neer’

‘Vuur en waterdolfijnen’ (hij bedoelt fonteinen)  ‘zo mooi!’ 

‘Moeten we nu al gaan slapen’ (het is pikkedonker buiten en veel te laat)

‘Met vier in bed’ (omgekeerd, in vier bedden)

‘Ik ga niet kunnen slapen, oma, na zo’n leuke dag’ (Toch wel ventje en ik hoor hem ronken)

‘Hoe heet dat oma’ en ‘mogen we echt zelf kiezen?’ (dat heet ontbijtbuffet)

‘Mag ik nog een croissantje hallen?’ (Ja hoor ventje, maar dan moet je hem ook helemaal opeten)

‘Gaan we terug naar de Effeling’ (Neen ventje, met t. Vandaag gaan we naar een speelboerderij

‘Is het ver rijden?’

‘Ga ik terug overgeven?’ (twee keer neen)

‘We gaan toch nog niet haar huis?’

‘Hier zijn ze rijk, oma, een grooooote binnen-, buitenspeeltuin en knusselzolder’ (met t, ventje, en opletten voor je armpje in de gips)

‘Ik zal helpen opletten, oma’ (ventje zonder gips)

‘Ik wil een verkeerslicht knusselen’ (met t, ventje. Opa zal nagels slaan en houtjes bewerken, jij mag schilderen)

‘Gedaan’ (maar neen, ventje, je moet veel meer kleurtjes geven) ‘Maar oma, ik wil gaan spelen’ (oké hoor, ventje, maar niet te wild, denk om je arm en broertje zal meedenken)

‘Oma, wil jij nog iets knusselen voor broertje, dat morgen drie jaar wordt?’ (ja hoor ventje, met t, handige oma zal een poging wagen)
‘Omaaaa, ga jij het verven ook? Wij spelen liever buiten’ (oké dan maar)
‘Oma, je slaat de nagels krom’ (oma kan ook niet alles he, oma en nagels, geen handige combinatie, maar ik fiks wel iets voor het broertje)

IMG-20180820-WA0000

 

‘Oh super oma, wat ben jij goed’ (de pluim doet goed, na 20 schuine nagels, 2 blauwe duimen, een half uur zweten en 2 splinters (met t) en ondanks handjes die niet op zijn plaats blijken te zitten. Het is een sprookjespop, ventjes!)

‘Gaan we hier nog lang blijven oma? Het is hier suuuuuperleuk’

‘ Krijgen we een ijsje, opa, ik zweet’

‘Opa, kom je helpen duwen?’

‘Oma, we hebben gevoetbald met die kindjes daar’

‘Oma gaan we kijken naar de fietsjes’ (een mountainbike -traject voor kinderen)

‘Mag ik ook proberen?’ (ja hoor, ik zal helpen bij die eerste te steile helling)

‘Oma, het is echt moeilijk hoor, ik wil geen tweede keer’ (hoeft niet hoor ventje, je bent nog iets te klein, en broertje slaakt een ‘oef’ met dank aan zijn gebroken armpje, hij hoeft geen poging)

‘Gaan we nu al naar huis?’

‘Is het nog ver rijden?’ (na 2 van de 100 km)

‘Het was superleuk, oma! Het was superleuk, opa!’

‘Mogen we nog een nachtje thuis logeren?’ (ja hoor ventjes, en morgen vieren we dan het feestje van het broertje dat drie wordt en nog niet mee mag, want ‘met vijf in bed’ lukt net niet)

 

 

 

 

 

 

 

 

Zwerven op de grens

Onverwacht krijgen we de kans om de luchtwachttoren in Eede (Zeeuws-Vlaanderen, net over de grens) te bezoeken. Hij is bijna 14 meter hoog, gebouwd in 1954.
De toren werd  door vrijwilligers bemand tijdens de koude oorlog om mogelijk vijandelijke vliegtuigen door te seinen naar het luchtwachtcentrum.
Ze staan telkens met drie ‘ in formatie’ in elkaars buurt, zodat onderling contact  de vliegroute kan duidelijk maken.

Het is heel eenvoudig om de coördinaten af te lezen, we testen het zelf met een vogel en een sporadisch vliegtuig. De toren in Eede is niet zo hoog, maar toch indrukwekkend.
Onze gids geeft enthousiast en met veel humor uitleg.  Hij kent de streek én de toren op zijn duimpje.

 

Een fietstocht, prachtig uitgedokterd door onze mede-sportieve vrienden, kan uiteraard niet ontbreken. We worden geloodst langs kreken en enorme (vlas)velden, we walsen op, tussen en over de grens, doorheen Nederland (Zeeuws-Vlaanderen) en België (Meetjesland). De verschillende grenspalen zijn het ‘levend’ bewijs.
Er heerst daar een grote stilte, de rust is er hoorbaar. 🙂

Hotel Godshuis is een ommetje waard. Het monumentale gebouw, pal in het centrum van Sint-Laureins, werd gebouwd rond 1840 als ziekenhuis, voor mensen met moeraskoorts, een ziekte die indertijd regelmatig voorkwam omwille van de  kreken in  het Meetjesland.
Gedurende de vele jaren kreeg het een functie als bejaardenhuis, weeshuis, een onderwijsgebouw, en nu functioneert het  dus als statig, luxueus hotel.
We lopen binnen en worden gecharmeerd door de immense gangen, de hoge koepel, alles ademt rust en grootsheid. Een gebouw met geschiedenis.

Van fietsen krijg je honger. Bij het avondgloren (overdag misten we de zon wel wat….) eten we in  de Roste Muis middenin het prachtige poldergebied.
De geschiedenis van de naam lees je  als je hier even klikt.
De mossels smaken, het frisse roze glaasje helpt nagenieten, het terras is mooi gelegen aan de Oudemanskreek, waar ook het kunstwerk van de vos, die zijn passie preekt aan de volgzame ganzen, het Meetjesland symboliseert.

Huishistorie

huis

 

Een nieuw huis vult mijn leven
op zijn unieke berg verheven
met uitzicht op  golven en weiden
en gans beneden een heel klein dorp
we werden pubers die zich verspreidden

Een piepklein huisje is de thuis
90 km ver een rijtjeshuis
waar verliefdheid hoogtij vierde
en het leven met kleur versierde
waar w’even kinderloos genoten
en de zorgen buitensloten

Toen zoontje 1 zich kenbaar maakte
verschoven we een kilometer verder
waar ik de nachten waakte
er kwam meer leven in het huis
en extra werk incluis

En weer werd ’t huis te klein
voor zoveel leven, zoveel zijn
een kilometer verder
ontstaat een nieuw project
met grote tuin en lichteffect
een groot zelf-bouw-traject

Een laatste keer nog schuiven w’op
ruim 4 kilometer verder wacht de droom
niet ver van Berkenboom
daar wonen we nog steeds
het huis is veel te groot
nu jongens zijn verspreid
volgens ’t klokje van voorbije tijd
rust, groen en geborgenheid
hier heerst geen tik-snelheid

Waar de volgende thuis zich zal bevinden
de toekomst en zijn wervelwinden
zullen ons wellicht verrassen
daar is geen kruid tegen gewassen

PLAY

PLAY is een gratis stadsparcours voor actuele kunst dat van 23 juni tot 11 november het kloppend hart van Kortrijk inpalmt met interactieve kunstwerken. 
Veertig internationale kunstenaars van topniveau toveren de binnenstad om tot een speelruimte voor iedereen

Onze relatie met spelen wordt ontleed via de kunst, kunst met een alternatieve en verrassende blik,  origineel, speel-s.
Een uniek speelterrein voor groot en klein, oud en jong, man en vrouw…..

We laten  ‘altijd is Kortjakje ziek’ klinken door met een stok op een metalen hek te kloppen. (Frederik van Simaey. België)

Op het hobbelend voetbalveld (dé favoriet van de kleinzoon) ontvouwen we een eigen tactiek en worden nieuwe spelregels verzonnen. (Priscilla Monge. CR)

Wim Delvoye creëert een goal met glas in lood. De verbinding tussen religie en sport wordt zo verwezenlijkt. Jammer dat flits hier niet wordt toegelaten (waarom??), waardoor de foto iets te donker uitvalt.

20180811_162546.jpg

20180811_162727.jpg

De felrode kronkelende park/tuinbank  van Jeppe Hein uit Denemarken stimuleert het sociale contact tussen de voorbijgangers, je kan er de beste zihouding uitzoeken en rustig converseren. Maar je schuift steevast naar elkaar toe, letterlijk en figuurlijk.

In de historische Broeltoren  voel je je zweven tussen de massa groene ballonnen, die tot boven de hoofden reikt, waarin groot en klein zich een weg  baant of zich verstopt, waarbij een claustrofobisch effect deze oma even in de ban houdt.
We worden ons bewust van de lege ruimte boven onze hoofden.

De hellingsgraad van de ‘afrolhelling’ is zo berekend dat je euforisch duizelig wordt, niet voor ‘mensen op leeftijd’ 🙂 . Kinderen dollen en rollen. (Paolo Pivi; Italië)

De kleinkinderen spelen hun eerste, spannende casinospel met  spelregels die ze zelf verzinnen. (Guillaume Bijl, België)

Kleindochter ontdekt prachtige gouden schoenen. (ze is en blijft er verzot op)
“Toch maar niet, oma”.
Haar eerste waaahhh smelt als sneeuw voor de zon bij de ontdekking  van de vele pinnetjes die zomaar uit de voetzool prikken.
Glitter en glamour laat de vrouw nu eenmaal afzien.

Er wordt gegooid met, gerold in, geschopt op, gewuifd met  150 kg confetti (het gewicht van Markus Sixay uit Denemarken). De vele kleurtjes blijven in onze haren hangen, who cares?

Nog vele andere kunstwerken verdienen een lovend woordje.
Beleef ze gewoon zelf en leef je vooral in.

We don’t stop playing because we grow old; we grow old because we stop playing” (Georges Shaw)

“You can not change the cards we are dealt, just how we play the game”. (Randy Pausch)

En tussendoor ontdekken we prachtige plekjes Kortrijk!
Pleintjes aan het water, fantastische verborgen hoekjes, we plannen een terugkomdag.

 

 

Friese, maar geen frisse sfeer.

“Pensioen is nooit meer echt vakantie hebben”. Hum, hier genieten we toch nog échte vakantie. Onze Thule fietsendrager doet het nog steeds perfect, ook na -tig keren op en af de trekhaak te zijn gehesen.

En weer trekken we richting Nederland, officieel naar  Fryslân, waar de taal een apart karakter heeft.

Onderweg, in de koele airco van de auto, ontdekken we hoe veel te  rosse bermen goudgeel glanzen in de zon, hoe vroege herfstkleuren de bomen nu reeds verven, hoe een magische fictie van rijden doorheen steppe en toendra ons overvalt.

Manlief kwam enige tijd geleden thuis met ‘de Flair’. Help, wat vang ik hiermee aan??
De aanbieding voor een hotelovernachting in Epe (noordoostelijk deel van de Veluwe) is echter wél een kans om ons gepland reisje naar het Noorden uit te breiden met een dagje extra. En als het hotel op deze hete dagen dan middenin de bossen blijkt te liggen, is een besluit snel genomen.

In Hattem overvalt ons pure nostalgie, ooit waren we daar  samen met vier ouders en zes kleine kinderen op vakantie in  huisjes, die via een tussenschuifdeur tot één geheel  samensmolten. We beleefden er drukke, maar fijne vriendendagen.

We fietsen doorheen het Drents-Friese Wold. Een zalige beschutting tegen de onbarmhartige stralen van de zon van 2018. Doorheen de bossen, langs de vaak verbrande heide die weigert paars te kleuren, langs bosmeren en fascinerend mooie zandverstuivingen. De hitte zorgt voor een woestijn-impressie, én die vinden we heerlijk. Ook al zwerven we zwoegend en zwetend.
Als de fiets van onze vrienden een schakelprobleem vertoont temidden die verzengende hitte, schiet ik vlug nog een fotootje, ook al slaagt mijn smartphone er niet in enig dieptezicht te geven aan de zandhopen.
Ik voel me gloeiend warm bij het zien van  dit schitterend zanderig natuurwonder.

20180806_165742.jpg

 

Op de heetste dag van het jaar presteren we 66 gevarieerde kilometers via de Paterswoldsmeerroute. Gewapend met liters water moeten we toch telkens bijtanken op elk onverwacht terras onder de bomen, waar we onze tweede adem zoeken.
We kunnen het niet opbrengen even in Groningen af te stappen voor een stadsbezoek, we zoeven erdoorheen om zo voor onszelf een klein waaiertje te creëren. En of het lukt??

Zuivere zeelucht, schitterende duinen, golvende weggetjes,  weidse vergezichten, de maagdelijke golven op Ameland verademen. We kunnen niet het hele Waddeneiland  door fietsen, de stevige wind steekt meerdere stokjes in onze wielen.
En ja, dat ben ik, moederziel alleen op het grootse strand. Grashelmen wuiven me toe.

 

20180808_163338.jpg

 

Die avond rijden we naar  de herberg de waard van Terwaard. Een fraaie locatie, een parel aan de Waddenzee. Robuust eikenhout geeft elke kamer een uniek design, het uitzicht op de kerktoren (jawel met bijhorend klokkenspel) bekoort en verstoort.
Het avondeten is minstens een ster waard. Verrukkelijke, lokale, kraakverse en smaakvolle schilderijtjes worden geserveerd op handgemaakte borden met thema ‘vlas’, door een charmante ober van Italiaanse afkomst, waarbij onze vrienden -die de Italiaanse taal vlot beheersen- hun hart kunnen ophalen. Ook het Nederlands beheerst hij bijna perfect na twee jaar in dit land. We worden culinair verwend, in delicieuze  watten gelegd door ober en kok.
Genieten in de hoogste graad.
Een aanrader in het kwadraat.

De temperaturen worden doenbaar, we wagen ons nog aan de drie-pontjes-route in Grou, doorheen Friese watertjes en mooie landschappen. We ontspannen  op het terras aan het water, waar bootjes en zeilers ons te lang in de ban houden, waardoor we de laatste 13 km  in de gietende regen moeten doorspartelen.
We zijn vergeten hoe plenzende regen te fris aanvoelt, hoe deze onze kleren en schoenen helpt verzuipen. Nat tot op het bot  arriveren we bij de auto.
In alle onzichtbaarheid (?) omkleden we ons, de aangedampte autoruiten (met dank aan het vele vocht) houden nieuwsgierigen en argwanende politie op afstand, en besparen ons een naakt-boete.

Nog snel een fotootje van de openstaande brug in Drachten.
Het wachten krijgt zo een  poëtische tint.

20180809_123127.jpg

on ne sait jamais

Wat kan ik soms jaloers zijn op mensen die ‘weten’, die zelden de woorden ‘ik denk’ of ‘zou het kunnen dat’ of ‘misschien’ of simpelweg ‘ik weet het echt niet’ gebruiken.

Jaloezie en opkomende ergernis lopen dan samen hand in hand.
Ergernis als mijn wapen tegen een gevoel dat me vaak ontglipt.

Ik weet te weinig, ik  twijfel te veel, ik denk vooral, ik aarzel om, ik vrees dat, ik stel me vragen bij of ik pieker en wankel, ik hak de knoop niet snel door, want…….

Wat is juist, wat is best, wat is dé oplossing, wat is, wat zal gebeuren als….

Paul Gabin biedt troost. Op zestigjarige leeftijd zingt hij dat hij nog steeds niet weet hoe het leven in elkaar zit. Het enige dat hij weet is dat hij niet weet.

Heerlijk fijn om te beseffen dat ik niet alleen ben in deze soms te zelfzekere wereld.
Heerlijk fijn om niet altijd te moeten weten.
Heerlijk fijn om te mogen aarzelen en twijfelen.
Heerlijk fijn om  vragen te mogen stellen bij jezelf en de ander.
Heerlijk fijn om in te zien ‘ik bevat het echt niet meer’.
Heerlijk fijn om te aanvaarden dat  weten echt niet hoeft.
Heerlijk fijn om te mogen verdwalen in  onzekerheid.
Heerlijk fijn om te mogen wipwapppen in je hoofd (Loesje)

je sais jamais

 

Twijfel, nog irritanter dan de ingewikkeldste wiskundesom (Oei, Loesje 🙂 )