“Art will never die” en “art will save the world”

Mag ik een tip geven? Een fijn dagje uit in Mechelen? De stad aan de Dijle, kerkenstad met maar liefst 8 exemplaren, met veel historische panden, het kleurrijke Vrijbroekpark, de machtige Sint-Romboutskathedraal, het kleine en grote Begijnhof en het speelgoedmuseum…..

Wij houden het kleinschalig met grootschalig effect.


We starten op een ruim terras in de zon met zicht op glinsterend water én overheerlijke asperges, de Vlaamse wijze voor mij, Hollandse wijze voor manlief. Met een gevulde maag en vrolijke obers, heel tevreden dat ze na zeven maand stilstand en nietsdoen eindelijk weer mogen starten, kan de dag nog enkel glunderen.
Het terras hoort bij het nieuwe Van der Valkhotel in het meer dan 10 000 m² groot monumentale, prachtige pand. Het vroegere zwembad de ‘ouwen dok’ werd omgetoverd tot de vijver in de centrale hal. Het zwembadgebouw van 1916 sloot in 2001 om dan vele jaren leeg te staan tot Ben Wohrmann, 4e generatie Van der Valk, een nieuw project start, met volledig behoud van het statige pand. Het resultaat mag er zijn.

In de namiddag hebben we aan afspraak voor ‘het Kunstuur’. https://hetkunstuur.com/


An sich ben ik geen grote museumliefhebber, het vele stilstaan wordt me snel te zwaar en om een schilderij grondig te bekijken en vooral begrijpen neem ik vaak de tijd niet. On-kunde leidt te vaak tot on-interesse.


Dit is anders, dit blijkt mijn ding. BEperkt, BEcommentarieerd, BEzield.


In juist één uur wacht je een intimistische rondleiding in het donker decor van de Heilige Geestkapel waar 32 topstukken van Vlaamse schilders uit 1887- 1938 tentoongesteld worden. Bekende Vlamingen zoals Bart Somers (burgemeester van Mechelen), zanger Arno, psychiater Dirk de Wachter, ex-televisiemaker Mark Uytterhoeven, regisseur Alain Platel, fotograaf Lieve Blancquaert, journalise G Claeys, Wim Opbrouck en nog zoveel met hen vertellen boeiend over eigen ervaringen met een schilderij, er wordt op details gewezen die anders vlotjes wegglippen, je krijgt sfeer en achtergrond, zonder de historische toer op te gaan.
Via hologram zijn ze in de ruimte. Voor mij zo sterk aanwezig, dat ik een vriendelijke knik toewerp aan Elodie Quédraogo terwijl zij haar verhaal vertelt bij ‘de tenor en de soprano’ van Alfred Ost. Zij lijkt zo levens-écht, haar aanwezigheid verrast me, ze kijkt me recht in de ogen, een tevreden glimlach overvalt me achter het mondmasker, tot ik in een fractie van een seconde besef dat zij hier niet in realiteit aanwezig is, even ben ik mondmasker en donkere ruimte heel dankbaar, niemand zag deze spontane reactie, ik sla gelukkig geen al te mal figuur in mijn grote naïviteit.
Bij de volgende weet ik beter!

Zes mensen, waaronder wij, worden Coronaproof drie ruime kamers ingeloodst, deuren openen vanzelf, een museumstoeltje is voor elk van ons ter beschikking, oortjes in de oortjes, tussenin mooie muziek gecomponeerd door Dirk Brossé, enkel het besproken schilderij wordt verlicht, het hologram oogt echt, maar dat had je ondertussen wel al door….
Even googelen leert me “Een hologram geeft een driedimensionaal beeld van een object weer, welke door lichtinval tastbaar lijkt als ruimtelijk object.” Ik ben dus verontschuldigd?

Marc Van Ranst, actueel!, bij de triptiek van Albert Servaes. In de zakdoek bij veel verdriet om de dood herkent hij een mondmasker. Want het was de periode van de Spaanse griep. Reeds toen waren mondmaskers in. De griep is nooit meer echt verdwenen. ‘Vroeger gingen we op een meer natuurlijke manier om met de dood’

Op verkenning in de Verbeke Foundation.

Wat is kunst?
Wat is kunst?
Die blik in haar ogen dat is kunst
Wat is kunst?
Wat is kunst
?” (Noordkaap 1992)

De song schiet door mijn hoofd tijdens de wandeling in het bijna 30 hectare groot gebied (met 12 hectare natuur) van de Verbeke Foundation in Kemzeke in de buurt van Hulst.
Het gaat om één van de grootste privé-initiatieven van hedendaagse kunst in Europa.
Op fietsafstand hiervandaan, al heel lang op onze to-do-list, en pas nu voor het eerst heel verrassend ontdekt.

Begin 1990 begonnen Geert en Carla Verbeke-Lens kunst te verzamelen. De nu-gepensioneerde Geert was topman van het transportbedrijf Vegetra, de hele infrastructuur toverde hij in 2005 om tot een kunstsite, waar cultuur, natuur en ecologie elkaar vriendelijk en openhartig de hand reiken.
Tegenwoordig zie je er vooral hedendaagse bio-art, vaak controversieel, omringd met slingerende bospaden en vijvers , waar het heerlijk vertoeven is en elke hoek voor een verrassend effect zorgt. Het terrein wordt aangeboden als platform voor jonge kunstenaars zonder subsidies, die er logeren in speciale ‘residenties’, soms zie je ze aan het werk.

Het geheel oogt ruw, onaf, pretentieloos, beetje slordig, unpolished, en is voortdurend in beweging, net zoals het leven buiten de muren.
Kunstenaars mogen best vuile handen hebben“, woorden van Verbeke.

Momenteel kan je de wintercollectie bewonderen of ja, verafschuwen…., zoals de immense windmolenwiek, de kudde levensgrote paarden gefabriceerd van afval en klei in gaas, de ‘groene’ kathedraal van Marinus Boezem met vijf jaar oude populieren in steigerwerk dat jarenlang het dak van de Baudelokapel in Gent onderstutte. Na renovatie van de kapel verhuisden steiger en leien dakpannen naar Kemzeke.
Er zijn ontelbaar veel kisten met stoffige flesjes palm opgestapeld , er is de reusachtige koepel, gebouwd met houten balkjes met de grote ronde opening bovenaan waar zon en blauw (niet altijd, we blijven in België) doorheen stralen.

De sculptuur van wilgenbomen groeit voortdurend aan en confronteert de bomen (en onszelf) met hun (ons) eigen materiaal. De 90-jaar oude bomen waren ooit veroordeeld tot vernieling.
Beckers has given the old-timers a unique opportunity at survival and revival” en nog veel meer re’s.
De bar met gerecycleerd materiaal is sfeervol opgebouwd naast het troebel vijverwater, helaas niets vloeiends te vinden voor onze uitgedroogde kelen.
De échte take-away-bar is wel open, het grote terras zit ons wat te overvol.

De installatie van Koen Vanmechelen (Labiomista avant la lettre) en de Bing of the Ferro Listo van Panamarenko geven herkenning.

Er is zo ontzéttend veel te beleven, vaak grappig en vrolijk, zeker niet altijd mijn smaak, maar de originaliteit maakt het meer dan de moeite waard. Het is er fijn wandelen, kinderen mogen op de buitensculpturen klimmen en klauteren naar hartenlust, beetje jammer van het lawaai van de autostrade in de buurt, maar dan weer heel leuk is het stukje 1-meter brede kunst-autoweg op het domein, inclusief vangrails en verkeersborden op ware grootte.

Het stapelen van stenen -elke Bob de Bouwer kan er zich zalig uitleven- en ander afvalmateriaal werpt me terug naar juli 2020 en de ecokathedraal in het Friese dorp Mildam, die we deze zomer onder fijne begeleiding van Jan een bezoekje brachten. De natuur krijgt ook hier nu tijd en ruimte voor eigen creatief spel.

Om de immense binnenruimte te verkennen zijn de benen te moe en schijnt de zon te fel.
Maar van uitstel komt geen afstel, dat ligt vast.
De grote zandruimte met kunstwerken als speeltuigen gunnen de broodnodige rustpauze.
Een h.e.e.l bijzondere ervaring.
Zoals het past bij dit project, kan je best de route van tevoren downloaden, om niet – net als wij- hopeloos verdwaald te geraken….

Uiteraard klopt mijn smartphone overuren, een kleine selectie toon ik jullie graag.

Jump in the…….

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is spring-in-woord.jpg

Ruim twee jaar geleden leerde Photoshop me tulpen laten bloeien in letters. Het wordt een vrolijk geheel en symboliseert bovendien wat een kleurrijke lente in petto heeft. De veel te koude wind houdt me binnen vandaag, van spring(en) is hier geen sprake, en toch is winter 2021 officieel voltooid verleden tijd.

Bij buurvrouw gaat de tijd voorbij, heel stilletjes met veel tranen. Onlangs (klik) schreef ik over buurman, toen nog in machinaal leven, zonder enig besef van de kwellende angst van vrouw en kinderen bij elke telefoon, van hoop en wanhoop, van uitspraken door dokters in kansen en realiteit. Ze mochten nog even bij hem op de dag dat de toestellen zouden worden stil gelegd omwille van te definitieve orgaanaantasting, hij wordt nooit meer wakker, een gezond te jong leven (net 60…..) ging op kousenvoeten heen, omringd met liefhebbende knuffels, na amper 5 weken Corona.
Onze wensen ‘een gezond nieuw jaar’ leken nog niet koud….

Onverwacht valt de brief van kleinzoon in de bus. Hij is geen schrijver, ‘we moeten van school een brief schrijven en ik dacht meteen aan jou‘ (lief toch), een opdracht van de juf, de technieken van het correcte schrijven wordt de kinderen bijgebracht. Datum en plaats in de rechterbovenhoek, ruimte tussen de verschillende paragrafen, het mooiste geschrift bovenhalen, en ook de omslag met de juiste leestekens is met kinderlijke zorg geschreven.
Ik lees met veel plezier het kleinood dat nu een plaatsje krijgt aan de creatieve-kleinkinderen-werkjes-muur. En uiteraard neem ik direct de pen ter hand, woorden uit een ver verleden, en moet enkel de postbode nog de klus klaren.

Nu we terug met 10 buiten mogen, wordt manlief onverwacht en vooral eindelijk opgeroepen via de gidsenorganisatie om een rondleiding te geven door de Gentse binnenstad, de stad waar hij vijf jaar geleden zwaar verliefd op werd. Het duurde uiteraard even voor ik zijn tweede liefde met de glimlach leerde aanvaarden……
In alle hoeken en kanten slingeren hier boeken over het nu en toen en later van de prachtige stad. Op stap met negen gemaskerde toehoorders gaat hij volledig op in de presentatie, met open vraag en reactie, de stad boeit, de mensen zijn heel actief en geïnteresseerd. Een fijne groep, kleiner dan normaal, maar daarom zeker niet minder leuk, misschien zelfs integendeel.
Even voordien krijg ik het verrassende appje van vriendin – die ik anderhalf jaar niet meer in levende lijve zag, je weet wel……- dat zij en haar man net ontdekten dat mijn man hun gids wordt op die dag.
De zon straalt, met een omwegje van 25 km groene omgeving fiets ik uitgelaten richting centrum en barricadeer een lange bank, waar de anderhalve meter de koppels veilig scheidt en we heel leuk bijbabbelen over de charme waarmee manlief zijn grote liefde voor de stad heeft overgebracht, over hoe zij haar moeder verloor aan Corona, over de (on)gelukjes die we in de voorbije periode meemaakten, over de vreemde tijd, een tijd die te lang duurt, maar voor ons samen veel te kort was, met uitzicht op de prachtige Sint-Baafs kathedraal. Voor het rijke Barokke interieur, noch de crypte, noch het Lam Gods, noch het handschrift van Livinus in de vier evangeliën, één van de oudst bewaarde boeken in België, is nu tijd.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is wp-16163307086123825104570492952225.jpg


Zomaar een maandag

Ik ga bij de apotheek een doktersvoorschrift inwisselen.
Hij woont amper één km hiervandaan.

Bij het binnen komen ontdek ik dat het bewuste voorschrift geduldig thuis nog op me wacht…
Hij woont amper één km hiervandaan. Geen probleem.

Mét het voorschrift vertrek ik opnieuw.
Hij woont amper één km hiervandaan.

Daar toegekomen blijk ik geld, noch bankkaart op zak te hebben. Terug dus.
Hij woont amper één km hiervandaan.

Met voorschrift én geld keer ik opnieuw richting apotheek.
Hij woont amper één km hiervandaan.
En met het piepkleine doosje terug naar huis.
Hij woont amper één km hiervandaan.

Lekker graag ontvangen.

Opa en oma baard likkebaarden.

Deze avond geeft Martine Tanghe, nieuwslezer-anker-icoon, een laatste journaal op TV1.
Ze is net 65 geworden en gaat op pensioen.
Al 42 jaar werkt ze op de nieuwsdienst. En ze doet het uitstekend, ik zal haar écht missen.
Ik ben nog geen dag tegen mijn zin komen werken“, wie kan dit beweren?
Ze spreekt perfect de moedertaal met warme stem en voor haar verzorgd taalgebruik ontving ze meerdere prijzen.
Haar leven ging niet over rozen, moeder kreeg borstkanker, Martine ook en verdween een jaar van het scherm, haar man stierf vorig jaar op korte termijn.
Ook op het scherm toonde ze empathie, daar waar het kon en mocht.
En last but not least, ik zat mijn eerste jaar met haar op kot.
Ik met een BV 🙂 .
Een fijn meisje met vooral een sterke wil.
Nu bereiken we samen ‘de leeftijd’. En zo is de cirkel rond, en vind ik een vlot excuus voor het startverhaal hierboven.

Straks om 19 uur weet je waar ik zit, in de luie zetel voor het scherm. Ze laat een leegte na, zoveel is zeker. Wie volgt?


Welkom Sint

En ja, ter vervanging van mijn twee aparte foto’s die je hier nu extra werk bezorgen, had ik een veel mooier beeld van het geheel kunnen plukken van het internet.
Neem dus graag de bovenste, fantaseer de onderste ernaast, en klaar is Kees.
Het moest en zou een eigen maaksel worden van het kleurrijke geheel, te groot om van dichtbij te fotograferen.

En ja, ik had mezelf op het 1-meter-verhoog kunnen sjouwen voor het ideale beeld, maar teveel schoolgaande jeugd rondom belemmerde me om dit schouwtoneel op te voeren met bovendien een grote kans op mislukking en bijhorende lachsalvo’s. Op veilig spelen was dé boodschap.

Dus laat je creatief brein vooral zijn fantasievolle gang gaan.

Het kleurentapijt ligt nog tot 6 december op het stationsplein van mijn én Zijn thuisstad. Wat een eer. De Wase Vijverwinkel uit het bloedeigen dorp kan, door Corona of wat dacht je, geen bloementapijten leggen in het buitenland. Voor bloemen is het hier wat laat op het jaar, dus werden natuurlijk gekleurde houtjes gebruikt, die op bloemblaadjes lijken.
Drie tapijtleggers en een tiental vrijwilligers hebben twee volle dagen gewerkt aan 120 m² prachtige kunst, het resultaat mag er écht zijn.
Uitnodigend, vrolijk, warm welkom voor Hem, voor mij, voor groot en klein.

Coronaproof in buitenlucht én op afstand“, wat.haat.ik.die.woorden!

Wie toch liever het geheel wil bewonderen, googelen staat je vrij. Maar een bijhorende link vertikt mijn koppige ik.

De geschiedenis en het nu

Soldatenkerkhof Tyne Cot

De poort naar de Britse militaire begraafplaats staat open en bezorgt ons een indrukwekkend verstillende blik.

12 000 witte zerken als eerbetoon voor veel te jong gestorven mannen en mooie rode bloemen getuigen van een wreed verleden in de bloederige slag om Passendale, die net 100 dagen duurde.
Britten speken over het dal van het lijden (Passion Dale).

En toch staat de poort naar de vrijheid én de blauwe hemel voor ons terug open. Ook al voelen we ons deze dagen soms gevangen……

Fietsend doorheen de Westhoek, ontmoeten we groene weidse rust en de zachtwarme novemberzon.
Waar blijft de hete koffie?

Moeder en zoon in discussie. Overwegen we nog een bezoek aan het Duitse Cemetery in Langemark of kiezen we voor de (beloofde) ondergaande zon?

Duits kerkhof in Langemark

We komen er niet uit. Een compromis dringt zich op. En wat voor één!
Het wordt een beladen, maar prachtige dag, over verleden en heden, over toekomst en herkomst, over oud en koud, over natuurlijke rijkdom en Amerikaans dom, over walsen op de cosinus x + 1.

Een warme welkom van het enthousiaste kleine grut wacht ons op.

Gent toen en nu

Ik durf me soms eens de vraag stellen of ik in een vorig leven misschien begijn ben geweest?  In die hoven voel ik me thuis, waar de stilte hoorbaar is, de rust voelbaar en eenvoud primeert. Hoewel de hedendaagse soberheid sterk in twijfel kan worden getrokken als ik op het stille, rustige, eenvoudige huurhuisje bots voor net geen 2000 euro per maand. Geen spek naar onzen bek.
“Dansen is onze regel niet, begijntjes en kwezelkes dansen niet”, het lied klinkt overtuigend, mijn verleden speelde zich toch niet echt af in die wereld.

Fietsen worden op de auto geladen, we rijden richting onze provinciehoofdstad, Gent dus.
Manlief mist het gidsen, na vier jaar studie-ijver mag hij zich officieel gids noemen, kan hij als gediplomeerde aan de slag, en……komt er –Coronagewijs- totaal geen aanbod meer.  Ik offer me dus met plezier op om die eenzame aandachtige toehoorder te spelen.

De dag begint grijs en koud, het mondkapje beschermt mijn bevroren neus, ‘elk nadeel heb zijn voordeel’. Dapper spartelen zonnestralen zich  een weg doorheen het deprimerende donker. Een nieuwe functie wordt aan het het chirurgische lapje toebedeeld, neus beschermen tegen mogelijke UV-stralen.

De gids verrast me in het voormalige Elisabethhof, eind de 13e eeuw opgericht, de begijnen werden door het stadsbestuur verplicht te verhuizen naar het neogotische groot begijnhof in Sint-Amandsberg. Een acht hectare enorm domein, waar de huizen grauwer ogen, of is het te wijten aan de zon die tijdelijk verstoppertje speelt achter de wolken?

Het derde en klein begijnhof blijkt een pareltje achterin de troosteloze straat. Ossenbloedkleurige huizen stralen een oase aan rust en vriendelijkheid uit. Daar wil ik best wel wonen.

Fraai plaatje in Klein Begijnhof

We fietsen en stoppen even bij het huis van Alijn, waar  de romantische binnenhof charmeert met de grote Japanse kerselaars  en het stokoude, maar heel charmante Caféke. We schuiven aan bij de houten tafels, een drankje om op te warmen is buiten de waard gerekend, we wachten vruchteloos, waard noch kat duikt op, we spreken nog op de voorlaatste dag van het  niet-horeca-verbod én het cafédeurtje staat nochtans wagenwijd open. Dan maar elders op zoek naar warm genot voor de maag.

Binnenhof Alijn.

Op de terugweg verrassen me de nieuwe dokken. De buurt van de vroegere oude dokken (hoe kon het ook anders?) wordt gemoderniseerd en verjongd. Vele nieuwe appartementen duiken op, het penthouse bovenop de rode aandachtstrekker  is net verkocht voor een simpele 2 000 000 Euro, inclusief boom op terras. Jammer, we zijn net te laat…..

De vele blauwe kranen getuigen van een groots havenverleden.

Aan de beweegbare fietsbrug, waar veel statige oudere woonboten aangemeerd liggen, nodigt het gezellige fietscafé-terras met lekker originele biotaart ons uit voor een verdiende stop.
De vrij lage brug gaat soepel op en neer als boten eronderdoor varen én fietsers erover rijden, zo wordt me verteld, we houden onze tweewielers in de aanslag om erover te wippen en het up-down-spektakel te beleven, maar de boten blijven in coronamood,  geen enkele besluit uit te varen. Jammer, maar helaas, weer avontuur gemist

Doknoord toont een prachtige combinatie van industriële elementen uit de vroegere fabriek en de ultramoderne vernieuwing tot een (leeg) koopcentrum. Mensen hebben er duidelijk de weg heen nog niet ontdekt.

Design in de oude directeurswoning. Van luxe naar luxe.

Over opruim en zijn doel

Een boek lezen en ondertussen de kuisman bespieden. Moet kunnen. Het hele huis, van boven tot onder  kreeg weer een grondige beurt, het ruikt fris, en kunnen geur genieten betekent veel in deze lastige dagen.
Ondertussen ben ik een heel eind gevorderd in “Zonder liefde” Van Stefan Brijs. Een heerlijk, ongecompliceerd, filosofisch noch gekunsteld verhaal over vriendschap, net geen liefde. Of toch wel? We spreken over  platonische liefde , of innige vriendschap. Volgens Plato bestaat liefde niet als mensen geen gelijken zijn, in de tijd van toen (en vaak nu nog, helaas) met grote verschillen tussen man en vrouw een veelvoorkomende waarheid dus. Wij begrijpen hier eerder een seksloze liefde onder.  
Het boek leest als een trein, lekker luchtig, maar boordevol gevoel, vooral als je tussen de regels door kan lezen.
De beloning voor de kuisman wordt een spinazie-zalm-lasagne. Eigenhandig ineen geflanst, en lekker. Bevestigd door mijn (kuis)manlief.

Oh help, de bloembollen, twee weken geleden zorgvuldig geplant in de hoop op een kleurig seizoen na de winter, zorgen reeds voor scheuten. Zal ik het dan maar als de komst van lente bekijken?

Opgeruimd staat netjes, drie woorden van mijn moeder, die ik vaak mocht aanhoren in de tijd dat ik nog een slordige puber was met een altijd-overhoop-kamer. Ook de (ver)plant(en)tafel, de hele zomer bekleed met fleurig rode bloemen,  komt nu aan zijn lege einde. De vogeltjes fluiten eenzaam en verlaten. Ze krijgen een plaatsje binnen, waar het lekker warm is. De zon lijkt te lang spoorloos tegenwoordig. Vele tinten grijs dringen zich op.

In de krant lees ik mindful het artikel van Tom Hannes (auteur en filosofisch onderzoeker)
Zen of de kunst om ons slecht te voelen”. Meditatie wordt tegenwoordig aangeraden als aaien na het graaien.
Meer werken betekent meer verdienen, betekent meer mogelijkheden, meer ervaringen, meer geluk, vraagt ook steeds  meer energie. Tot we in het dode straatje van uitputting en uitgeblust terecht komen, dan brengt de aaicultuur troost, waar ‘niets moet, alles mag’ het opperste welzijn tovert bij rust, ontspanning, mediteren. Dit houdt ons op de been om de volgende dag direct weer de ratrace in te duiken. We slagen in het leven zolang we alles kunnen blijven combineren, en verdiende rust ons de weg naar het grote geluk wijst.
We doen onszelf en elkaar de duvel aan door volmaaktheid steeds meer en onbewuster te beschouwen als een minimum bestaansvoorwaarde”.
Nu ik gestopt ben met werken, als lustige en rustige pensionado door het leven mag gaan, besef ik dat hier veel waarheid in schuilt, als ervaringsdeskundige, helaas.
Je beter voelen via meditatie is heerlijk. Maar misschien is het realistischer ons via zen de kunst om tegenslagen te verwerken–want dit hoort bij leven, onvoorwaardelijk- eigen te maken? Herken ik hierin de woorden van Dirk De Wachter? We hoeven echt niet de hele tijd de blinkende appel in de supermarkt  te zijn, zegt Hannes.
Oefenen in meditatie blijkt twee kanten van de medaille aan te bieden.
De ene al realistischer dan de ander. Ik ga voor de ander! Alleen…..nu nog leren mediteren…..

Onze notenboom was dit jaar uitbundig gul. Wie zin heeft, welkom, kopje koffie inbegrepen. We hebben er nog vééééééél meer.

Verbondenheid

Hij vraagt of ik dit ken.
Of ik er interesse in heb.
Of ik het graag gekregen had van mijn ouders.
Of ik het zelf zou overwegen voor de nakroost.
Of……
Neen, niets van dat alles, ik weet niet waar hij het over heeft.
We spreken een jaar geleden.
Hij legt uit, ik surf, interesse bloeit open, en toch ….. ik vergeet.

We spreken gisteren. Ik blader in de krant en lees geboeid het schrijven over ‘Wat zeg je als je weet dat je doodgaat?’

Gisteren en een jaar geleden, er is duidelijk herkenning, dit gaat over hetzelfde project. Vaag herinner ik me dat tijdsgebrek me toen belette me verder te informeren. Kan gebeuren. Die tijd is er nu.

Journalist, docent, verhalenschrijver Hilde Ingels gaat reeds vijf jaar op bezoek bij palliatieve mensen, die graag hun eindelevensverhaal meegeven voor de achterblijvers. Ze laat mensen vertellen, stelt gerichte vragen, luistert geboeid, probeert vooral niet om te buigen, elke zieke mens kan zijn persoonlijk open, eerlijk verhaal en wijsheid vertellen.

Zij giet via Amfora VZW (klik) ‘blijvend verbonden’ de woorden in een mooi verhaal, laatste woorden voor de mensen die je dierbaar zijn. Ze kunnen opluchten. Laatste inzichten, laatste gevoelens, laatste denken van de persoon die je mist, lief had. Over toen, nu en dan.
Isabelle Desmidt verwerkt de tekst tot een artistiek, kalligrafische kunstboekje dat vervolgens bewaard blijft in een prachtige (herinnerings)doos.

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat afscheid kunnen nemen een gunstig effect heeft op het rouw­proces. Een eindelevensverhaal fungeert daarbij als instrument. Voor iemand die zich aan het einde van zijn leven bevindt, is het vaak makkelijker om gevoelens over afscheid en dood uit te spreken tegen een tussenpersoon dan tegen een geliefde. Zo vernam ik vaker dat betrokkenen, dankzij dat gesprek, voor het eerst écht over het nakende afscheid durfden spreken met hun naasten. En ook na het levenseinde blijft het boekje een tastbare herinnering aan de overledene die zorgt voor verbondenheid over de dood heen.

Hoe mooi kan een origineel, creatief initiatief zijn! Alles gebeurt op vrijwillige basis. Wie aanvraagt hoeft niet te betalen. Om de vele vragen de baas te blijven, geeft Hilde opleidingen, het vele werk kan dan hopelijk worden gedeeld. Want er is duidelijk nood.
Klik.

Mensen laten een deeltje van zichzelf achter voor de naaste omgeving. Diezelfde omgeving kan op stille momenten de doos openen, lezen en herlezen, de ‘verloren’ mens (h)erkennen, nog eens intens diep zijn warmte en waarde voelen.

Soms schrijven mensen eigen brieven, niet iedereen kan verwoorden wat hij denkt en voelt. Velen vinden er ook de moed niet voor. Amfora kan helpen.

Hilde’s boek is net uitgekomen “Afscheidt dat verbindt”, waarin ze haar verhalen neerschrijft over de vele mensen die samen met haar terugblikten en vooruitkeken.

Over dipjes en on-dipjes

De ochtendstond heeft een dip in de mond. Grijs-weer-groet als ik de draperieën open. Wind en regen huilen om ter hardst.
Een moe-deloosheid overvalt me, ik ben moe van het eindeloos piekeren over wat wel of niet kan, over waar ik goed of fout bezig ben, over de slechte corona-cijfers en wat ik durf ‘riskeren’, over wie ik nog in huis toe laat en wie niet, ik wankel tussen ja en neen, dat drukt op de stemming.

De nieuwbakken 65-jarige minister Vandenbroucke – die ik overigens erg naar waarde schat- raadt aan om de buiten-gezin-contacten tot drie te beperken, bitter weinig toch…. Gaan we terug naar af?

De regen maakt plaats voor een donker wolkenspel, best wel mooi. Langer binnen blijven zit er niet in, we rijden richting het buitenland! Hulst, op amper 15 km, here we come!
De wallen zijn altijd een heerlijke verademing in de wind, vergezichten op water en bossen langs de ene zijde, het gezellige stadje langs de andere kant.
In onze stambrasserie geniet ik mijn warme chocolademelk met advocaat, lèkker!, maar behoorlijk zwaar. Voor de vijfde keer op rij moet ik toegeven dat ze eigenlijk geen spek naar mijn bek meer is, de maag sputtert, of was het de bijhorende pannenkoek?, want de cholesterol wordt verzorgd vandaag. Stoot een ezel zich ook vijf keer tegen dezelfde steen?

Ondertussen gaat ook de zon overstag, ze straalt, aanvankelijk zachtjes doorheen de wolken, maar steeds uitbundiger, de lucht klaart blauw, nieuwe energie overspoelt mijn lijf, een tweede keer wandel ik over de walletjes want plaatjes kleuren nu anders, levendig.