even (s)lenteren

De sneeuwweek laat zijn sporen na, jammer genoeg geen witte meer….. Dit is de geplande wandelweg, Ik kan kiezen, 5 km terugkeren of er dwars doorheen, er is geen ontkomen aan, de keuze is snel gemaakt, zzzzap, zzzzzap, de schoenen – gelukkig ben ik geen hoge-hakken-type- krijgen achteraf een flinke oplapbeurt. Met een hele tube schoensmeer zijn ze weer toonbaar.


Maar dit fijne lente-intermezzo is ook graag meegenomen. ik weet het, een beetje te vroeg, maar dat maakt het genieten er niet minder om, én ondertussen schuift de winter op en staan we op minder dan een maand van het prachtig ontluikende, meest kleurrijke seizoen van het jaar. De lente waar ik in het verleden telkens naar aftelde, omdat het nieuw actiever leven beloofde…. Nu blijft de vraag in hoeverre we onze steeds opschuivende vrijheid (stap voor stap, maand per maand…) terug kunnen genieten. Geregeld overvalt een moe-deloosheid me, nieuwsberichten worden geskipt, het gaat allemaal zo e.l.l.e.n.d.i.g traag. Plannen maken is moeilijk. Onze voucher richting Zeeland is reeds drie maal vernieuwd, telkens met meer opleg. Dat dit binnenkort de vierde keer gebeurt zit er heel dik in.
De vaccins die even dé oplossing en hét lichtpunt leken, bereiken ons met mondjesmaat. Daar waar landen erin slagen miljoenen mensen te beschermen, pakken wij uit met minder dan 4 %.
Ik zie opbeurende kleur in de hof, de nieuwe bolletjes doen wat van hen verwacht wordt, ik volg ze op, millimeter per millimeter, en ben trots op mijn dappere maatjes.

De fietsen staan klaar, vele kms erbij straks op de teller!, we maken er een mooie dag van. Onze net uitgepluisde route passeert een ijsboederij, hoe toevallig kan genieten zijn! En nog meer toevallig is dat ook vrienden de weg daarheen wellicht zullen vinden. Dat ons bij ijskoude smaakjes in de warme zon een fijne (tja, rechtstaande…) babbel wacht.

Een ruiker tere bloemen in huis als bewijs van….

Wintertrip, topidee!

Onderweg kom ik de buurvrouw tegen, we doen een korte bijbabbel, want het is koud, mijn zonnebril ligt ergens verstopt in het overvolle valiesje, dat ik luid kletterend over de stenen laat rollen. Je hoort me van ver aankomen, een hele reis heb ik achter de rug. Ik ben onderweg naar huis vanuit het plaatselijke station, de anderhalf uur durende treinrit met drie overstappen en veel zeulen en zwoegen met zwaar koffergewicht zit erop.
Klaar om manlief te begroeten.
Oh ben je er alleen op uitgetrokken?
‘Ja en het was écht genieten’
Gans alleen?
‘Ja, zo vreemd? Het appartementje met zeezicht stond leeg, het was te nemen of te laten, gratis belangeloos voor niets, manlief had andere klussen te klaren, en ik had zin in niets moet, alles mag.’
Verveel je je niet, zo heel alleen? Geen last van eenzaamheid?’
‘Eenzaam?? Verre van. Alleen alleen’

Wandelen en wandelen en wandelen. Langs de vloedlijn, wilde golven belemmeren bevriezing, rillend in de ijzig koude Noorderwind, enkel de ogen nog vrij, een mens moet toch zien waar hij loopt, de combinatie van sjaal en mondkapje doen wonderen (even verwijderd voor de selfie met bevroren vingers, niet handig!), tussendoor opwarmen bij een kopje warme chocomelk en een goed boek in het appartementje met zeezicht én heerlijk hete radiatoren, een wafel met slagroom genieten bij een kraampje, in de boekenwinkel snuisteren, ook even mijn  temperatuur op aanvaardbaar niveau brengen, op ijsplekken schuiven in ribbels bevroren zoutwater, tegen de wind in schermen en snakken naar adem, en ’s avonds  met vuurrode wangen de film ‘A Sun’ (aanrader op Netflix!) genieten.

Om half acht ’s morgens loop ik terug naast, gedeeltelijk in het opspattend water, niet evident voor een langslaper, ik zie de zon opkomen tussen de grote appartementsgebouwen door, eigenlijk haat ik de hoogbouw van de Belgische kust, maar het appartementje op 8 hoog zorgt voor een uniek vergezicht, dus zwijg ik maar in alle talen.

Ijskoude, zonnige, ontspannen dagen krikken mijn humeur op. Manlief kan er vooral wel bij varen. Winter aan zee, een heel speciale belevenis. Alle zorgen smelten als sneeuw voor de zon…..

Zondagmiddag

Schoonmama komt op de ‘zondagse koffie’. Na vele maanden ‘opgesloten’ in de flat, wil ze graag ons huis nog eens binnen. Ze glundert, kijkt benieuwd en gespannen rond, vindt alles schitterend, blijkbaar kozen wij voor een totaal andere look, ze klinkt overtuigend. We laten haar genieten van vele ontdekkingen, die sinds jaren ongewijzigd zijn gebleven, op de sneeuwwitte tuin na, die was ooit groen. Een mens kan maar gelukkig zijn in the old new world.

De taartjes smaken, op suiker letten lijkt even verleden tijd, want ‘zondigen mag, meer nog moet al eens’, zegt de dokter en hij is slim.

Rond vijf uur voelen we onrust, ze wil naar huis. Vanwaar die plotse haast? Geen kat wacht haar op in de stille flat, hier kan ze babbelen, ze doet dat graag en veel. Vaak dezelfde verhalen, maar dat nemen we er voor lief bij. Ze is en blijft alert. Ze kaffert op de politiek en het stomme virus dat haar van de vrijheid berooft.

Tot ze zelf het besluit neemt en resoluut recht komt (voor zover het nog vlot lukt), ze wil nu direct én onmiddellijk naar huis worden gevoerd, want straks gaat het donkeren en die man blijft niet eeuwig wakker, ze gunt hem graag wat zondagse rust, hij heeft daar recht op!, stel je voor dat hij ons in de steek laat en er geen zin meer in heeft.
Niet begrijpend kijken we elkaar en haar verwonderd aan. Over wie heeft ze het in hemelsnaam?
Maar ze houdt vol, steeds luider, steeds heviger, steeds meer gedecideerd, we moeten vooral niet profiteren van zijn goedheid! Punt!

Op onze expliciete vraag antwoordt ze doodnuchter (er zat geen warmmakertje in de koffie) ‘awel, die man die we eerst moeten telefoneren in de auto om ons te helpen met de weg in het donker, hij blijft niet eindeloos wakker, speciaal voor ons, hij zal nu ondertussen ook wel moe zijn…’.

We vertrekken, ze maant ons dringend aan de man te bellen, de GPS geeft gelukkig gehoor. Oef, hij is er nog. Snel zijn nu, stel je voor dat hij ons laat zitten vooraleer ze thuis geraakt. Want ook voor hem is het zondag en hij wil graag bij zijn familie zijn. Dat begrijpen we uiteraard.

Technologie en 90 jaar, geen ideale combinatie meer….

Niet ‘mist’evreden met Toon Hermans.

Ja, er moeten mensen zijn
met tranen als zilveren kralen
Die stralen in het donker
En de morgen groeten
Als het daglicht binnenkomt op kousenvoeten

Voor één keer hoor ik bij die mensen, die fotootjes maken terwijl het ochtendzonlicht schittert op witte rijmsporen. Ik gun mezelf geen tijd om me aan te kleden, en overwin ijzige kou om zoveel rijkdom in beeld te brengen.
Ik kan enkel hopen dat buren achter veilig glas geen beelden schieten van het tafereel dat zich hier afspeelt, de gejaagde dame op blote voeten (en nog meer bloot) die ijverig met apparaat de hof doorkruist.
Stel je voor dat de zon zoveel krakende schoonheid helpt smelten…

bevroren viooltjes

Er moeten mensen zijn die zonnen aansteken
Voordat de wereld verregent
Mensen die zomervliegers oplaten
Als ’t ijzig wintert
En die confetti strooien tussen de sneeuwvlokken
Die mensen moeten er zijn

Een stralende zon overspoelt het wit in de tuin. Vandaag kan ik niet binnen blijven, kijken en beleven is de boodschap.
Het Pajottenland roept, heuvels, vergezichten, zoon en schone dochter als prachtig ‘excuus’.
Te lang geleden dat we elkaar in levende lijve zagen.
Op amper vijf kwartiertjes rijden met de auto, hoe klein kan de wereld zijn.
Zoon gaat de wandeling uitstippelen en vraagt naar mijn ‘eisen’.
Amper ééntje, vooral héél véél verre einders.

Onderweg daarheen overvallen onverwacht dichte mistbanken ons, we zien geen steek, de mistlamp moet dringend aan, maar…. het knopje lijkt spoorloos?! We zoeken….. nog steeds….
Bij aankomst -op de tast- bij het boshuisje, blijft mist hardnekkig volharden. Bemutst en ge-dikke-jast trekken we een mysterieuze omgeving in, ademen pure mystiek, een paar meter verderop is enkel vage duisternis merkbaar, zoon vertelt wat we in zon hadden kunnen genieten (drie werkwoorden op rij, want het was veel!), hoe mooi de verre uitzichten op de top van de heuvel wel zijn, we beelden het ons graag in, met de nodige fantasie ‘zien’ we hoe geen huis de rust hier verstoort en golvende natuur voor panoramische plaatjes zorgt.
Ik had dan ook maar één eis, vooral héél véél verre einders.

Er moeten mensen zijn die op een stoel gaan staan
Om sterren op te hangen in de mist
(Toon Hermans)


Donkerte heeft ook lichte toetsen (Meghan Remy)

Bij het ochtendgloren – het klinkt poëtischer dan het is, want ik ben verre van een ochtendmens – beslissen we die toetsen op te zoeken, de zon straalt, de lucht blauwt beloftevol.

Op amper twee kilometer van het huis van de zoon (een toilet in de buurt is handig in deze barre tijden), ligt een prachtig natuurreservaat, 230 hectare groot.
De Bourgoyen op een boogscheut van Gent, je houdt het bijna niet voor mogelijk!, dankt zijn naam aan de Hertogen van Bourgondië uit een ver verleden. ‘Berg’ als zandwegel op hoogte en ‘ooie’ van laag drassig grasland ontdek je, met wat creativiteit, in de sierlijke naam.

Verschillende ingangen en uitgestippelde wandelwegen zorgen voor een rijke variëteit aan mogelijkheden. Wij kiezen de langste route, ongeveer zes km, kleinzoon sputtert even tegen, ‘zoooo laaaaang’, kleindochter vertelt en geniet. Samen wijzen ze ons de staproute, doelbewust de wegwijzers negeren is dus onze boodschap.

Vogels, ganzen, steltlopers, minstens 8 verschillende soorten eenden verrassen vanuit de vogelkijkhut. Een paar bezoekers hebben zich reeds gezellig geïnstalleerd, waaronder drie verrekijkers en een immense lens. De ruimte is groot, we turen, ‘kijk, een vos’ en ‘zie de uil in de verte’….. Ai neen, we zijn onze verrekijker (weeral) vergeten, een must uiteraard, en doorgeven is nu geen echt goed idee.

Een biodrankje of Gageleer op het terras met prachtig zicht op de weidse vlakte zit er nu niet in.
Een stille zucht én groot gemis….. het is wat het is….. dikke, dikke helaas.
Gageleer is een donkerblond bier, gemaakt volgens een oeroud bio-natuurrecept, met pittige reuk en smaak van de gagel, die groeit in moerassig gebied en gecontroleerd wordt geplukt ten voordele van de natuur.
We wandelen verder, de zalige zon en blauwe lucht maken de omgeving extra mooi, extra groen, extra fijn.

De weg leidt ons langs vele meersen, restanten van -in de winter- geregeld ondergelopen grasvlaktes. Houten vlonders houden onze voeten droog en het enthousiasme erin.

Toch wel jammer dat te-veel mensen blijkbaar de weg vonden naar dit prachtige gebied. Eerlijk?, ik zal blij zijn als de winkels terug openen en we niet met zijn allen naar ‘dezelfde stilte’ op zoek moeten gaan.


Welkom Sint

En ja, ter vervanging van mijn twee aparte foto’s die je hier nu extra werk bezorgen, had ik een veel mooier beeld van het geheel kunnen plukken van het internet.
Neem dus graag de bovenste, fantaseer de onderste ernaast, en klaar is Kees.
Het moest en zou een eigen maaksel worden van het kleurrijke geheel, te groot om van dichtbij te fotograferen.

En ja, ik had mezelf op het 1-meter-verhoog kunnen sjouwen voor het ideale beeld, maar teveel schoolgaande jeugd rondom belemmerde me om dit schouwtoneel op te voeren met bovendien een grote kans op mislukking en bijhorende lachsalvo’s. Op veilig spelen was dé boodschap.

Dus laat je creatief brein vooral zijn fantasievolle gang gaan.

Het kleurentapijt ligt nog tot 6 december op het stationsplein van mijn én Zijn thuisstad. Wat een eer. De Wase Vijverwinkel uit het bloedeigen dorp kan, door Corona of wat dacht je, geen bloementapijten leggen in het buitenland. Voor bloemen is het hier wat laat op het jaar, dus werden natuurlijk gekleurde houtjes gebruikt, die op bloemblaadjes lijken.
Drie tapijtleggers en een tiental vrijwilligers hebben twee volle dagen gewerkt aan 120 m² prachtige kunst, het resultaat mag er écht zijn.
Uitnodigend, vrolijk, warm welkom voor Hem, voor mij, voor groot en klein.

Coronaproof in buitenlucht én op afstand“, wat.haat.ik.die.woorden!

Wie toch liever het geheel wil bewonderen, googelen staat je vrij. Maar een bijhorende link vertikt mijn koppige ik.

Klavertjes vier

Maken vijf kleine klavertjes-vier een groots geheel?
Neen, verre van, maar ze maken het wel ietsje groter.
En blijven bij.
Zelf plukte ik er deze week vijf.

  • Op zondagochtend word ik wakker met Christine Van Broeckhoven, professor Moleculaire Biologie en Genetica. Officieel op pensioen, maar ze blijft een grote steen bijdragen aan het onderzoek van Alzheimer. Zelf noemt ze zich verslaafd aan het werk, een nuchtere vrouw vol idealen. Voor vriendschappen is geen tijd, ze weet nog niet of ze het mist. Haar droom blijft de ziekte onder de knie krijgen, te weinig geld in combinatie met moeilijk te vatten hersens maakt een oplossing voorlopig onvindbaar. Vrijuit – “héérlijk” vind ik het als mensen eerlijk zwakke kanten durven tonen, en hebben we die niet allemaal?- spreekt ze over de zware depressie die haar onverwacht in zijn klauwen kreeg, en soms nog op de loer ligt. De uitdagingen van het werk hielpen haar vooruit.
    Voor Alzheimer bestaat geen medicijn, zo weinig mogelijk stoel-zitten, veel beweging in open lucht, gezond eten, je hersenen blijven uitdagen met een vreemde taal (neen, geen kruiswoordraadsels, voegt ze er vrolijk aan toe) kunnen kleine hulpjes zijn.
    Gretig geef ik gevolg aan die tweede tip, ik ga op wandel in de MOTregen en kom KLETSnat thuis, want hier veroorzaken vele kleine beetjes toch een groots geheel. Nat tot op het bot. Jas onder de haardroger, haren aan de wasdraad en schoenen in de droogkast. Mijn hersenen kregen een frisse duik.

  • Het wintertafereel staat klaar, het gezelligste hoekje in huis is weer druk bewoond door witte ventjes, uiltjes, sneeuwmutsjes en warme sjaaltjes, klaar voor de kerst, enkel de bollen moeten er nog in. Hoogtepunt (letterlijk én figuurlijk) is het prachtig witte takkenstelsel, vijf jaar geleden cadeau gekregen van lieve vriendin op mijn pensioen.
    De traditiegetrouwe sneeuwman is met glaskrijt getekend op het zijraam, hij nodigt koning winter uit, beseft alleen nog niet dat motregen daar niet echt bij hoort…..

  • Collega-vriendin klopt op het terrasraam, verdiept in de krant schrik ik me een bult. Ze wacht me op met een grote doos lekkere gebakjes én een fijne babbel, die zo’n deugd doet, nu onze maandelijkse afspraakjes met bijhorende lunch vervallen, al veel te lang….


  • Elke avond genieten we twee afleveringen van de schitterende mini-Netflixserie Queens gambit.
    ‘Een meesterlijke vertelling en een esthetische parel’.
    Het verhaal in een notendop. We spreken eind jaren ’50. Beth belandt op 9-jarige leeftijd in het weeshuis, waar ze zich in de kelder ontpopt tot een schaakwonder. Om de kinderen rustig te houden, krijgen ze dagelijks een portie kalmeringsmiddelen, waarbij het meisje hallucinaties krijgt op het plafond over geniale schaakzetten. Ze wint overaltijd, maar de roes zorgt tegelijkertijd voor verslaving. Hoewel een heel klassiek thema, spelen Beth en haar gekwelde pleegmoeder schit-ter-end.
    Rustige, spannende, boeiende, meeslepende TV. Geen flashy beelden, stilte en de tikkende klok spreken vaak boekdelen. Een dageinde om naar uit te kijken!

  • Een grote boswandeling staat op het programma met Beer. Beer is een hond. Beer en zijn baasjes. Zijn baasjes zijn zoon en schone dochter. Baasje gebruikt de wandelapp ‘Mapy’ om onooglijk kleine wandelpaadjes uit te dokteren in onze directe omgeving, waar ik het bestaan niet van wist. Een mens is nooit te oud om te leren, het eerste puntje hier indachtig.
    Als er aansluitend een dessertenbuffet wacht kan de dag niet stuk. De regen houdt zich koest, net als de hond, die nochtans immens geniet. Hij is een Friese waterhond, maar verkiest veruit het bos.
Beer

De geschiedenis en het nu

Soldatenkerkhof Tyne Cot

De poort naar de Britse militaire begraafplaats staat open en bezorgt ons een indrukwekkend verstillende blik.

12 000 witte zerken als eerbetoon voor veel te jong gestorven mannen en mooie rode bloemen getuigen van een wreed verleden in de bloederige slag om Passendale, die net 100 dagen duurde.
Britten speken over het dal van het lijden (Passion Dale).

En toch staat de poort naar de vrijheid én de blauwe hemel voor ons terug open. Ook al voelen we ons deze dagen soms gevangen……

Fietsend doorheen de Westhoek, ontmoeten we groene weidse rust en de zachtwarme novemberzon.
Waar blijft de hete koffie?

Moeder en zoon in discussie. Overwegen we nog een bezoek aan het Duitse Cemetery in Langemark of kiezen we voor de (beloofde) ondergaande zon?

Duits kerkhof in Langemark

We komen er niet uit. Een compromis dringt zich op. En wat voor één!
Het wordt een beladen, maar prachtige dag, over verleden en heden, over toekomst en herkomst, over oud en koud, over natuurlijke rijkdom en Amerikaans dom, over walsen op de cosinus x + 1.

Een warme welkom van het enthousiaste kleine grut wacht ons op.

Gent toen en nu

Ik durf me soms eens de vraag stellen of ik in een vorig leven misschien begijn ben geweest?  In die hoven voel ik me thuis, waar de stilte hoorbaar is, de rust voelbaar en eenvoud primeert. Hoewel de hedendaagse soberheid sterk in twijfel kan worden getrokken als ik op het stille, rustige, eenvoudige huurhuisje bots voor net geen 2000 euro per maand. Geen spek naar onzen bek.
“Dansen is onze regel niet, begijntjes en kwezelkes dansen niet”, het lied klinkt overtuigend, mijn verleden speelde zich toch niet echt af in die wereld.

Fietsen worden op de auto geladen, we rijden richting onze provinciehoofdstad, Gent dus.
Manlief mist het gidsen, na vier jaar studie-ijver mag hij zich officieel gids noemen, kan hij als gediplomeerde aan de slag, en……komt er –Coronagewijs- totaal geen aanbod meer.  Ik offer me dus met plezier op om die eenzame aandachtige toehoorder te spelen.

De dag begint grijs en koud, het mondkapje beschermt mijn bevroren neus, ‘elk nadeel heb zijn voordeel’. Dapper spartelen zonnestralen zich  een weg doorheen het deprimerende donker. Een nieuwe functie wordt aan het het chirurgische lapje toebedeeld, neus beschermen tegen mogelijke UV-stralen.

De gids verrast me in het voormalige Elisabethhof, eind de 13e eeuw opgericht, de begijnen werden door het stadsbestuur verplicht te verhuizen naar het neogotische groot begijnhof in Sint-Amandsberg. Een acht hectare enorm domein, waar de huizen grauwer ogen, of is het te wijten aan de zon die tijdelijk verstoppertje speelt achter de wolken?

Het derde en klein begijnhof blijkt een pareltje achterin de troosteloze straat. Ossenbloedkleurige huizen stralen een oase aan rust en vriendelijkheid uit. Daar wil ik best wel wonen.

Fraai plaatje in Klein Begijnhof

We fietsen en stoppen even bij het huis van Alijn, waar  de romantische binnenhof charmeert met de grote Japanse kerselaars  en het stokoude, maar heel charmante Caféke. We schuiven aan bij de houten tafels, een drankje om op te warmen is buiten de waard gerekend, we wachten vruchteloos, waard noch kat duikt op, we spreken nog op de voorlaatste dag van het  niet-horeca-verbod én het cafédeurtje staat nochtans wagenwijd open. Dan maar elders op zoek naar warm genot voor de maag.

Binnenhof Alijn.

Op de terugweg verrassen me de nieuwe dokken. De buurt van de vroegere oude dokken (hoe kon het ook anders?) wordt gemoderniseerd en verjongd. Vele nieuwe appartementen duiken op, het penthouse bovenop de rode aandachtstrekker  is net verkocht voor een simpele 2 000 000 Euro, inclusief boom op terras. Jammer, we zijn net te laat…..

De vele blauwe kranen getuigen van een groots havenverleden.

Aan de beweegbare fietsbrug, waar veel statige oudere woonboten aangemeerd liggen, nodigt het gezellige fietscafé-terras met lekker originele biotaart ons uit voor een verdiende stop.
De vrij lage brug gaat soepel op en neer als boten eronderdoor varen én fietsers erover rijden, zo wordt me verteld, we houden onze tweewielers in de aanslag om erover te wippen en het up-down-spektakel te beleven, maar de boten blijven in coronamood,  geen enkele besluit uit te varen. Jammer, maar helaas, weer avontuur gemist

Doknoord toont een prachtige combinatie van industriële elementen uit de vroegere fabriek en de ultramoderne vernieuwing tot een (leeg) koopcentrum. Mensen hebben er duidelijk de weg heen nog niet ontdekt.

Design in de oude directeurswoning. Van luxe naar luxe.

Over dipjes en on-dipjes

De ochtendstond heeft een dip in de mond. Grijs-weer-groet als ik de draperieën open. Wind en regen huilen om ter hardst.
Een moe-deloosheid overvalt me, ik ben moe van het eindeloos piekeren over wat wel of niet kan, over waar ik goed of fout bezig ben, over de slechte corona-cijfers en wat ik durf ‘riskeren’, over wie ik nog in huis toe laat en wie niet, ik wankel tussen ja en neen, dat drukt op de stemming.

De nieuwbakken 65-jarige minister Vandenbroucke – die ik overigens erg naar waarde schat- raadt aan om de buiten-gezin-contacten tot drie te beperken, bitter weinig toch…. Gaan we terug naar af?

De regen maakt plaats voor een donker wolkenspel, best wel mooi. Langer binnen blijven zit er niet in, we rijden richting het buitenland! Hulst, op amper 15 km, here we come!
De wallen zijn altijd een heerlijke verademing in de wind, vergezichten op water en bossen langs de ene zijde, het gezellige stadje langs de andere kant.
In onze stambrasserie geniet ik mijn warme chocolademelk met advocaat, lèkker!, maar behoorlijk zwaar. Voor de vijfde keer op rij moet ik toegeven dat ze eigenlijk geen spek naar mijn bek meer is, de maag sputtert, of was het de bijhorende pannenkoek?, want de cholesterol wordt verzorgd vandaag. Stoot een ezel zich ook vijf keer tegen dezelfde steen?

Ondertussen gaat ook de zon overstag, ze straalt, aanvankelijk zachtjes doorheen de wolken, maar steeds uitbundiger, de lucht klaart blauw, nieuwe energie overspoelt mijn lijf, een tweede keer wandel ik over de walletjes want plaatjes kleuren nu anders, levendig.