Turn your dreams into plans

20190313_1014383491169171424181949.jpg
eindeloos wachten
en trachten
je op de lens te plakken
tussen vele  kale takken
terwijl jij je warme nestje maakt
je pracht me heel diep raakt
je ijver me ontroert
je kopje me beroert
telkens weer ben ik te traag
je wacht niet op m’n vraag
om even te poseren
 wat tijd met mij spenderen

 

 

Buiten voelt geen lente aan, en toch beleef ik ze, ze is dwingend, dringend, swingend.
Overal ontmoet ik kuiskriebels, de lenteschoonmaak komt in ’t land, zelf heb ik hier (gelukkig?) zelden last van….
Reiskriebels daarentegen spelen flink op, reisjes worden volop gepland, de regen buiten helpt de concentratie op het scherm met zijn vele mogelijkheden, verrassingen en (door ons nog) onontdekte gebieden.

Heel ver reizen we nooit, vliegtuig is aan ons niet besteed, we rijden waar de wagen ons brengt – fietsen altijd als passagiers op de laders-  om daar ter plaatse de streek te doorkruisen.

Vooral natuur inspireert ons. Dat (groot) streepje zon is meer dan welkom.
Dit jaar staat de Achterhoek in Nederland op het programma, we waren er nog nooit, met veen-, bos- en natuurschoon, rijk aan kastelen en landhuizen.
Maar ook Veluwe, Zeeland en tulpenvelden wachten geduldig.
Wie hier langer leest, weet dat wij rasechte Nederlandfans zijn.
Net zoals Ardennen en Bachten de Kupe en….

Cultuur snuiven we op in Dresden en Weimar. Met fietsen weer als trouwe bondgenoten.

We leven vooral nog in blije verwachting, net zoals de koolmeesjes hierbuiten.
Duidelijk aan elkaar gewaagd.

Een verjaardag te vieren? Een meerdaagse waard!
Een zomer in het vooruitzicht? Op-stap-dagen te vullen!
De eerste lentezon? Nederland, kust en Ardennen blijven verrassen.

Fijn toch, dat wachten op….

Durf te leven! Kwel u niet met te veel gedachten. Werk uw werk en zing uw lied onder blij verwachten.” (P A de Génestet-Nederlands theoloog en dichter )

 

 

Advertenties

levensboom

bomen

De lesopdracht luidt : “trek meerdere foto’s over hetzelfde onderwerp. Volgende week verwerken we dit creatief”. Ik heb een massa foto’s in de cloud, deze taak vraagt dus geen enkele inspanning. Weekje vrij 🙂

En toch, en toch…. ik fiets richting de maandelijkse lunch, met (oud)-collega’s.
Ik straal, zij straalt, zij stralen, wij stralen.
Ik ben ik, de jonge vrije vogel, zij is de zon, zij zijn mijn fijn gezelschap.
Het zijn telkens hoogdagen, mijn tweede thuis blijft vertrouwd aanvoelen.

Rijdend doorheen de prachtige Bornemse  dreef , enkel ik en mijn fiets, wordt tempo  geminderd, want zoals zo vaak in het verleden, overvalt me hier de groene esthetiek van de  streek, de stille waters, de pure rust.
Hier besluit ik fijn huiswerk te maken  en foto’s te  trekken, nieuwe foto’s, van blauw en kaal én spiegelbeeld.

Op de toppen van de boom zwier en zwaai ik lustig heen en weer, ik ben jong en fris, kiem binnenkort felgroene botjes, vrolijk en zorgeloos laat ik me leiden en leven, de wind is mijn baas.

Ik groei en bloei, in ruimte en tijd, vertakkingen bieden mogelijkheden, ik aarzel en grijp, waag en win, vele wegen en de verrassende toekomst verbreden mijn wereld.

Ik gedij in vaste grond, vind evenwicht en stabiliteit, de boomstam stuit op aarding.
Verdriet, onmacht, geluk en optimisme hebben me verankerd, stevig op mijn stam.

Het water deint rustig en tovert een prachtige weer-glans. Ik hang nu ondersteboven,  sterk gehecht, over halfweg, trots en vrolijk recht-af.
Twijfel overvalt al eens, maar het spiegelbeeld stelt gerust.
Ook water mag verankeren.

Vrolijke, vrije, vriendelijke, vranke twijgen ontspruiten nu in de deining van het blauwe water, waar fraaie luchten reflecteren. Ik ben er nog lang niet, heb nog zoveel takken te doorbloeien,  het water kleurt nog steeds blauw, nog maar net over halfweg.

Bespiegelingen….. waar opdracht én prachtige beelden kunnen toe leiden…..

 

 

 

zij hij en het

Zij beleeft een speciale dag, dé dag dat ze officieel op pensioen gaat, dé dag dat ze goedkoop met de trein kan reizen, een echte mijlpaal in haar leven.
Wij mogen mee-vieren, samen met de familie.
Ze zoekt een fijn restaurantje uit, want wil zich vooral zalig laten bedienen, ik geniet mee. Lekker, heerlijk, fijn.
Wij kennen de tien andere genodigden niet, toén nog niet. en dan ontdek je dat de wereld vol toffe mensen zit waarvan je het bestaan niet wist, die je plezierig en gezellig leert kennen, waarbij droge humor heel erg smaakt, waar serieuze onderwerpen als  kerk en kunst aan bod komen, waar glimlach én schaterlach de namiddag vullen, die ons – als ‘buitenstaanders’ onmiddellijk een prettig thuisgevoel bezorgen.
“Ik wil, ik wil zo graag de wereld zien” (zanger Johan Verminnen)

Samen eten is olie voor de vriendschap” (schrijver Felix Timmermans)

Ook hij wordt een jaartje, dagje ouder. Er schittert een zeven op de kroon van het trotse ventje. Maar zeven zoenen, neen, daar heeft hij de stil-staan-wacht-tijd niet voor.
Hij wil enkel springen, bewegen, rennen in en door het leven. De zoon in het kwadraat.
Spelen met woorden kan hij als geen ander.
Heel soms,  durft deze oma haar beloften vergeten, ze wijt het graag aan de leeftijd 🙂 , hij zegt doodernstig “oma, jij vergeet veel, straks vergeet je dat je vergeet“.
Een concreet taalprobleem wringt zich tussen ons in.
Ik “kwam T ook op je feestje?”
Hij “neen
Ik -pure beroepsmisvorming- stel de vraag nog eens met andere woorden.
Ik “Kwam T dan toch niet op je feestje?”
Hij “ja
Ik verwacht “neen
Ik begrijp hoe hij het bedoelt, spontaan zou ik nochtans ontkennen.
Wat is juist? Ik zou het begot niet meer weten…. Komt de waarheid niet altijd uit de kindermond?

Bij slecht weer, wees een man; bij stralend weer, wees een kind.” (Dichter René Char)

Onlangs las ik in de krant dat  het nut van pedagogische studiedagen in vraag wordt gesteld. In het verleden deelde ik die mening, zelden leek het achteraf een zinvolle dag, echter wel telkens een intens-relatie-volle dag.
Nu ijver ik ‘laat ze ajb blijven bestaan!’, een ideaal weekdagje voor  grootouders om er met de kroost op uit te trekken!! Naar plaatsen waar het in de WE’s barstensvol zit.
Het Technopolis-museum in Mechelen is zo’n fijne uitstap; héél erg de moeite.
De kinderen pikken hier en daar al een woordje kennis mee, ook al huppelen een draven ze vooral nog van her naar der, er is zoveel om uit te testen, zoveel te beleven, zoveel ongelooflijke ontdekkingen samen. Opa baard doet een poging  techniek en fysica op kindermaat te verklaren, maar ze springen liever van her naar der, en duikelen enthousiast de proefjes binnen, dat lukt ook zonder begrijpen. Heel even blijft opa beteuterd achter, maar ook hij ziet en begrijpt en weet dat ooit de tijd rijp zal zijn.
Ze zijn nog speelse welpjes, die intensief en energiek de fantastische wereld willen verkennen.

We ontdekken de waarheid niet: we creëren het” (Schrijver Antoine de Saint-Exupéry)

 

 

over zon en rijm en het gemak

20190119_1201204116658504880193182.jpg

Zon schiet straalpijlen
op Rijm. Rijm vecht dapper t’rug
niks moet niksen mag

 

 

 

 

 

Wandelen vult niksen in.
Maar Rijm werkt in op de blaas
Ik moet drrringend
En schiet het cafeetje binnen
De baas wijst me vriendelijk de weg
eerst links dan rechts de smalle gang door
Ik zal best even wachten, mevrouw  gaat me net voor
“Geen probleem hoor, daar zijn er twee”
“Oh super, dank je wel”
Eerst links dan rechts de smalle gang door
Ja daar is de deur
op slot, op rood
je weet wel… mevrouw
Waar is die ander?
dan maar geduldig trappelen
want ik moet drrringend
naar het kleinste kamertje
Eindelijk komt mevrouw buiten
Oef
en ik zie
de cafébaas heeft niet gelogen…..

20181123_170411

 

 

Een tipje van de sluier

inCollage_20181109_172127117.jpg

Meer dan 30 jaar fietste / spoorde / reed ik met de auto het water over, de dreef door en recht het schoolgebouw binnen.

Vandaag neem ik de tweewieler uit de garage en rijd diezelfde route, eerst het brede Scheldewater over. 365 dagen meters in een jaar stroom.
Vervolgens de prachtige dreef door, elk seizoen groeit en bloeit hij/zij (?) anders.
Nu dwarrelen bladeren speels tuimelend en buitelend voor mijn ogen.
Ik kan ze maar niet op foto plakken. Fout van de smartphone uiteraard 🙂

Dan bereik ik het mooie gebouw, mijn tweede thuis gedurende vele jaren, waar ik  een ‘hartig’ stukje  heb achter gelaten.
Telkens opnieuw een blij weerzien, ook al kom ik niet langer het gebouw zelf binnen.
De maandelijkse lunchafspraken gebeuren nu 20 meter verderop, waar het er lekker, leuk, levendig, losjes, leerrijk, ludiek en lief aan toe gaat met ‘een hoopje’ jong-gepensioneerden’ en een groepje ‘aftellers’ (naar het pensioen), 9 in totaal.

Studenten slenteren nonchalant en lachend de school uit, blij dat de lessen er weer even op zitten. Prettig om zien dat ze nog niets veranderd zijn, ook al ken ik ze niet langer bij naam. Het is altijd fijn omgaan met die jongelui, met de spontaniteit, het gibberen, het jonge ‘onbezorgde’ leven wenkt/lacht hen toe. En ik lach nog steeds graag mee.

Nu is het voltooid verleden tijd, ik mis het, en toch ook weer niet.
Er waren ook lessen in moeilijke klassen,  ‘speciale dagen’ met nauwer contact,  reisdagen in een uitgelaten bus, gevoelige onderwerpen om  in stilte aan te kaarten buiten de les, buizen en schitterende proclamaties, tranen en voldoening, paniek en rust, voorbereiden soms tot ’s avonds laat, in de regen op sportdag, vrolijke koffiemomentjes in de (ondertussen verdwenen) zeteltjes in de leraarskamer, het warme groepsgevoel ‘je bent nooit alleen’, soms zinvolle klassenraden en vooral eindeloze vergaderingen…..

Op korte tijd zijn we – nog niet lang geleden- met zijn vijven op pensioen gegaan, heerlijk om horen dat we nog steeds gemist worden ‘in die goede, oude tijd’.

Heimwee voelt nostalgisch, niet pijnlijk.
Er is geweest, en het was goed, de herinneringen stromen mijn hersens nog geregeld binnen, maar het nu is minstens even fijn.

Ik fiets opgeruimd de 15  kilometers gezwind terug richting huis, eerst de dreef met nog meer zwierige blaadjes, dan het water, nog steeds even breed, en altijd weer die zon.

 

L’automne est le printemps de l’hiver. (De Toulouse-Lautrec)

inCollage_20181106_165651959.jpg

Ik trek ogen en gordijnen open en voel, zie ‘dit wordt een fijne dag’.
De zon straalt, de lucht staalt blauw, de herfst geurt het gekleurde blad, de rustige natuur en natuurlijke rust dwingen me naar buiten.

Plots overvalt me de droom dat vliegen naar de zon écht moet lukken vandaag.
Die grote ster staat immers laag en groet me stralend  als mijn gelijke.
Geel, blauw, groen, rood wordt mijn dag.

Een vaag schuldgevoel omdat de mede-mens verplicht deze dag binnen moet doorbrengen doet me -heel even- twijfelen. Een gevoel van medelijden met de bewoners van het ziekenhuis of rusthuis iets verderop is ook daar. Maar vooral een blij gevoel van vrijheid en verdiend genieten overwint en sleurt me naar buiten, daar waar  kleuren de baas zijn, waar licht omhelst, waar vriendschap verwarmt, waar terrasstoelen  uitnodigend staan te blinken voor een rustpuntje (*), waar het fijn vertoeven is, waar het stil en mooi is, waar ik gedachten de vrije loop kan geven of de kop indrukken.

Even waan ik me Icarus, en wil dicht bij de zon vliegen. De zon, mijn zon, mijn schitterende ster!
Ik voel me licht en vrij, de dag geeft vleugels.
De Griekse mythe, gehoord en gelezen ergens in een vorig leven, houdt me echter met mijn voeten op de grond. Teveel  zelfvertrouwen brengt geen rust, dan verbranden die vleugels en stort je neer.

Een fikse wandeling staat op het programma, het vallend blad zorgt voor milde melancholie, verleden en toekomst fladderen door het hoofd, mijn vleugels smelten niet, ze helpen me soepel zweven doorheen toen, nu en dan.

Ik stap, wij stappen, ik ruik, wij ruiken, ik babbel, wij babbelen, ik stroom mee met de brede Schelde, wij stromen mee, ergens tussen golven en zon.

Liedjes van de herfst zijn altijd somber,
zijn gemaakt van okers en van omber.
Toch ken ik septembers met een gouden glans,
Toch zijn er novembers met een toverdans.
De zon heeft in december mij al zo vaak verrukt
en dikwijls heb ik rozen uit de sneeuw geplukt.
En daarom schrijf ik dit kleine lied,
niet wachten op de lente, want dan komt ie niet.
Toon Hermans

Op deze novemberdag met gouden glans doe ik mijn toverdans in de verrukkelijke zon, ik zoek de roos, en schrijf dit lied.

(*) Graag vergeev/t ik het akkefietje met een ouder koppel dat buiten wil zitten en  voet bij stuk houdt dat het ‘tocht op het terras’, omdat onze deur open staat, een deur die ons laat genieten van de fijne binnenstoelen  én de gezonde buitenlucht, net op die grens?!
Ik probeer te begrijpen, maar help…… het lukt me niet?

 

 

 

maak herinneringen.

bos + kinderen.jpg

 

vakantietijd
leven op kruissnelheid
genieten van bos en water
de glimlach en die schater

vroeg ochtend, laat dag
vijf maal opa-omadag
slapen in zuivere lucht
lawaai noch lichte zucht

eendjes die om eten smeken
kindjes die nooit tegenspreken 🙂
héél veel speelplezier
een zwembad en een knuffeldier

bossen, oh zo uitgestrekt
het zingend dialect
vakantiehuis, zonnig en fijn
belevenis voor groot en klein

de sterren van de hemel  spelen
verhalende liedjes kwelen
traantjes blussen
wondjes kussen

najaar in kleuren
bos in geuren
paden op en neer
herfstseizoen vol sfeer

 

 

beestig genieten

Terwijl zoon 1 zijn Brugse marathon loopt , en zoon 2 een groep vrouwen (waaronder een vriendin) door Brussel heen gidst, en zoon 3 het project met honden verder uitwerkt, trekken wij met de twee oudste kleinkinderen richting Planckendael.
Het park waar juist-geteld vier maand geleden leeuwin Rani ontsnapte uit zijn kooi, en niet aan de dood.

Is het leeuwenverblijf daarom gesloten? Of hebben wij die plaats net gemist wegens beperkte tijd en vermoeide voeten? We zochten en vonden geen leeuwenverblijf meer.
De andere dieren zetten – ter compensatie- zeker hun beste pootje voor.

Terwijl zoon 1 nog wel even op de blaren mag zitten (jawel, de hoop om onder de pi-waarde te blijven is behaald!) , zoon 2 tevreden terugkijkt op de rondleiding en zoon 3 tot WE-rust komt temidden de driekoppige kroost, genieten wij na.
Het park heeft ons zeer aangenaam verrast, het is mooi verzorgd, er is ruimte voor de dieren (toch in vergelijking met de Zoo), veel groen en klim- en speelruimte voor kinderen die van  een speelse afwisseling houden.

De werelddelen vormen telkens een lus vanuit het vertrekpunt, pijlen helpen tegen het verdwalen, naast de échte dierenwereld worden ook de verschillende culturen uitgebeeld, we hebben geen te-druk of -chaosgevoel rondom ons, én de zon doet – ik ben de tel kwijt- voor de zoveelste dag, week, maand op rij haar best om  T-shirts en korte broeken  te voorschijn te toveren, ik schrijf 21 oktober 2018…..

Het was superfijn
om daar te kunnen zijn
en met kinderen
een zon-dag  zinderen
tussen dieren en getinte bomen
en rustig op adem komen
het was fijn genieten
wat stappen boven de limieten
nu moet ook ik op blaren zitten
van eeuwige jeugd bezitten
kan ik alleen maar dromen
maar enthousiasme is me niet ontnomen
het was superfijn
om daar te mogen zijn 

 

 

Zomaar een zaterdag…

Als haringen in een ton treinen we richting onze bestemming. Ik kijk rond en zie vele mensen eindeloos turen op de smartphone. Even bekruipt me de verleiding om ijverig mee te  swipen en tokkelen, maar uiteindelijk beslis ik simpelweg te observeren.
De zonnebril zou hét ideale alternatief  zijn om schaamteloos te gluren. Niemand heeft in de gaten dat ik bespied, enkel die kleine schermpjes trekken aandacht……

Tegenover me zit een fors gebouwde man, mijn voeten zoeken vruchteloos een sta-plaatsje, zijn lange benen reiken tot mijn zitplaats. Ik schuifel en overweeg mijn benen in m’n nek te leggen, maar zo lenig ben ik blijkbaar niet, dus maar verder schuifelen….
Hij glimlacht onafgebroken, neen niet richting  mij, maar naar zijn mobieltje, ik kan mijn nieuwsgierigheid naar die vrolijke conversatie nauwelijks bedwingen. Hij maakt me echter geen deelgenoot.
Mijn voeten blijven ongedurig schuiven…..

Naast me zit een oudere vrouw, ze heeft een strooien hoedje op, of toch niet?
Ik ontdek -tussen mijn oogleden door- een spiraalvormig grijs kapsel, in stro-laagjes geknipt. Het moet eindeloos lang geduurd hebben om dit dakje rond te krijgen, maar  geef toe, ze is spéciaal. Pluim voor haar kapper! Hopelijk leest hij hier mee?
Een foto zou enige verduidelijking kunnen geven, maar ik durf haar toestemming niet echt te vragen. Ik houd het dus op  staren.

Ik stap de overvolle trein uit, en baad  in een zee van zonlicht.

Een onder-ons-vieren  in T-shirt op een terras vult de zaterzon-dag.
We komen uit hetzelfde vruchtbare jaar, we praten over de tijd van lang geleden, toen we nog jonge en onbezonnen schoolmeisjes waren; over nu als drukbezette omaatjes; en over later waar we graag nog even afstand van nemen.