over zon en rijm en het gemak

20190119_1201204116658504880193182.jpg

Zon schiet straalpijlen
op Rijm. Rijm vecht dapper t’rug
niks moet niksen mag

 

 

 

 

 

Wandelen vult niksen in.
Maar Rijm werkt in op de blaas
Ik moet drrringend
En schiet het cafeetje binnen
De baas wijst me vriendelijk de weg
eerst links dan rechts de smalle gang door
Ik zal best even wachten, mevrouw  gaat me net voor
“Geen probleem hoor, daar zijn er twee”
“Oh super, dank je wel”
Eerst links dan rechts de smalle gang door
Ja daar is de deur
op slot, op rood
je weet wel… mevrouw
Waar is die ander?
dan maar geduldig trappelen
want ik moet drrringend
naar het kleinste kamertje
Eindelijk komt mevrouw buiten
Oef
en ik zie
de cafébaas heeft niet gelogen…..

20181123_170411

 

 

Advertenties

Een tipje van de sluier

inCollage_20181109_172127117.jpg

Meer dan 30 jaar fietste / spoorde / reed ik met de auto het water over, de dreef door en recht het schoolgebouw binnen.

Vandaag neem ik de tweewieler uit de garage en rijd diezelfde route, eerst het brede Scheldewater over. 365 dagen meters in een jaar stroom.
Vervolgens de prachtige dreef door, elk seizoen groeit en bloeit hij/zij (?) anders.
Nu dwarrelen bladeren speels tuimelend en buitelend voor mijn ogen.
Ik kan ze maar niet op foto plakken. Fout van de smartphone uiteraard 🙂

Dan bereik ik het mooie gebouw, mijn tweede thuis gedurende vele jaren, waar ik  een ‘hartig’ stukje  heb achter gelaten.
Telkens opnieuw een blij weerzien, ook al kom ik niet langer het gebouw zelf binnen.
De maandelijkse lunchafspraken gebeuren nu 20 meter verderop, waar het er lekker, leuk, levendig, losjes, leerrijk, ludiek en lief aan toe gaat met ‘een hoopje’ jong-gepensioneerden’ en een groepje ‘aftellers’ (naar het pensioen), 9 in totaal.

Studenten slenteren nonchalant en lachend de school uit, blij dat de lessen er weer even op zitten. Prettig om zien dat ze nog niets veranderd zijn, ook al ken ik ze niet langer bij naam. Het is altijd fijn omgaan met die jongelui, met de spontaniteit, het gibberen, het jonge ‘onbezorgde’ leven wenkt/lacht hen toe. En ik lach nog steeds graag mee.

Nu is het voltooid verleden tijd, ik mis het, en toch ook weer niet.
Er waren ook lessen in moeilijke klassen,  ‘speciale dagen’ met nauwer contact,  reisdagen in een uitgelaten bus, gevoelige onderwerpen om  in stilte aan te kaarten buiten de les, buizen en schitterende proclamaties, tranen en voldoening, paniek en rust, voorbereiden soms tot ’s avonds laat, in de regen op sportdag, vrolijke koffiemomentjes in de (ondertussen verdwenen) zeteltjes in de leraarskamer, het warme groepsgevoel ‘je bent nooit alleen’, soms zinvolle klassenraden en vooral eindeloze vergaderingen…..

Op korte tijd zijn we – nog niet lang geleden- met zijn vijven op pensioen gegaan, heerlijk om horen dat we nog steeds gemist worden ‘in die goede, oude tijd’.

Heimwee voelt nostalgisch, niet pijnlijk.
Er is geweest, en het was goed, de herinneringen stromen mijn hersens nog geregeld binnen, maar het nu is minstens even fijn.

Ik fiets opgeruimd de 15  kilometers gezwind terug richting huis, eerst de dreef met nog meer zwierige blaadjes, dan het water, nog steeds even breed, en altijd weer die zon.

 

L’automne est le printemps de l’hiver. (De Toulouse-Lautrec)

inCollage_20181106_165651959.jpg

Ik trek ogen en gordijnen open en voel, zie ‘dit wordt een fijne dag’.
De zon straalt, de lucht staalt blauw, de herfst geurt het gekleurde blad, de rustige natuur en natuurlijke rust dwingen me naar buiten.

Plots overvalt me de droom dat vliegen naar de zon écht moet lukken vandaag.
Die grote ster staat immers laag en groet me stralend  als mijn gelijke.
Geel, blauw, groen, rood wordt mijn dag.

Een vaag schuldgevoel omdat de mede-mens verplicht deze dag binnen moet doorbrengen doet me -heel even- twijfelen. Een gevoel van medelijden met de bewoners van het ziekenhuis of rusthuis iets verderop is ook daar. Maar vooral een blij gevoel van vrijheid en verdiend genieten overwint en sleurt me naar buiten, daar waar  kleuren de baas zijn, waar licht omhelst, waar vriendschap verwarmt, waar terrasstoelen  uitnodigend staan te blinken voor een rustpuntje (*), waar het fijn vertoeven is, waar het stil en mooi is, waar ik gedachten de vrije loop kan geven of de kop indrukken.

Even waan ik me Icarus, en wil dicht bij de zon vliegen. De zon, mijn zon, mijn schitterende ster!
Ik voel me licht en vrij, de dag geeft vleugels.
De Griekse mythe, gehoord en gelezen ergens in een vorig leven, houdt me echter met mijn voeten op de grond. Teveel  zelfvertrouwen brengt geen rust, dan verbranden die vleugels en stort je neer.

Een fikse wandeling staat op het programma, het vallend blad zorgt voor milde melancholie, verleden en toekomst fladderen door het hoofd, mijn vleugels smelten niet, ze helpen me soepel zweven doorheen toen, nu en dan.

Ik stap, wij stappen, ik ruik, wij ruiken, ik babbel, wij babbelen, ik stroom mee met de brede Schelde, wij stromen mee, ergens tussen golven en zon.

Liedjes van de herfst zijn altijd somber,
zijn gemaakt van okers en van omber.
Toch ken ik septembers met een gouden glans,
Toch zijn er novembers met een toverdans.
De zon heeft in december mij al zo vaak verrukt
en dikwijls heb ik rozen uit de sneeuw geplukt.
En daarom schrijf ik dit kleine lied,
niet wachten op de lente, want dan komt ie niet.
Toon Hermans

Op deze novemberdag met gouden glans doe ik mijn toverdans in de verrukkelijke zon, ik zoek de roos, en schrijf dit lied.

(*) Graag vergeev/t ik het akkefietje met een ouder koppel dat buiten wil zitten en  voet bij stuk houdt dat het ‘tocht op het terras’, omdat onze deur open staat, een deur die ons laat genieten van de fijne binnenstoelen  én de gezonde buitenlucht, net op die grens?!
Ik probeer te begrijpen, maar help…… het lukt me niet?

 

 

 

maak herinneringen.

bos + kinderen.jpg

 

vakantietijd
leven op kruissnelheid
genieten van bos en water
de glimlach en die schater

vroeg ochtend, laat dag
vijf maal opa-omadag
slapen in zuivere lucht
lawaai noch lichte zucht

eendjes die om eten smeken
kindjes die nooit tegenspreken 🙂
héél veel speelplezier
een zwembad en een knuffeldier

bossen, oh zo uitgestrekt
het zingend dialect
vakantiehuis, zonnig en fijn
belevenis voor groot en klein

de sterren van de hemel  spelen
verhalende liedjes kwelen
traantjes blussen
wondjes kussen

najaar in kleuren
bos in geuren
paden op en neer
herfstseizoen vol sfeer

 

 

beestig genieten

Terwijl zoon 1 zijn Brugse marathon loopt , en zoon 2 een groep vrouwen (waaronder een vriendin) door Brussel heen gidst, en zoon 3 het project met honden verder uitwerkt, trekken wij met de twee oudste kleinkinderen richting Planckendael.
Het park waar juist-geteld vier maand geleden leeuwin Rani ontsnapte uit zijn kooi, en niet aan de dood.

Is het leeuwenverblijf daarom gesloten? Of hebben wij die plaats net gemist wegens beperkte tijd en vermoeide voeten? We zochten en vonden geen leeuwenverblijf meer.
De andere dieren zetten – ter compensatie- zeker hun beste pootje voor.

Terwijl zoon 1 nog wel even op de blaren mag zitten (jawel, de hoop om onder de pi-waarde te blijven is behaald!) , zoon 2 tevreden terugkijkt op de rondleiding en zoon 3 tot WE-rust komt temidden de driekoppige kroost, genieten wij na.
Het park heeft ons zeer aangenaam verrast, het is mooi verzorgd, er is ruimte voor de dieren (toch in vergelijking met de Zoo), veel groen en klim- en speelruimte voor kinderen die van  een speelse afwisseling houden.

De werelddelen vormen telkens een lus vanuit het vertrekpunt, pijlen helpen tegen het verdwalen, naast de échte dierenwereld worden ook de verschillende culturen uitgebeeld, we hebben geen te-druk of -chaosgevoel rondom ons, én de zon doet – ik ben de tel kwijt- voor de zoveelste dag, week, maand op rij haar best om  T-shirts en korte broeken  te voorschijn te toveren, ik schrijf 21 oktober 2018…..

Het was superfijn
om daar te kunnen zijn
en met kinderen
een zon-dag  zinderen
tussen dieren en getinte bomen
en rustig op adem komen
het was fijn genieten
wat stappen boven de limieten
nu moet ook ik op blaren zitten
van eeuwige jeugd bezitten
kan ik alleen maar dromen
maar enthousiasme is me niet ontnomen
het was superfijn
om daar te mogen zijn 

 

 

Zomaar een zaterdag…

Als haringen in een ton treinen we richting onze bestemming. Ik kijk rond en zie vele mensen eindeloos turen op de smartphone. Even bekruipt me de verleiding om ijverig mee te  swipen en tokkelen, maar uiteindelijk beslis ik simpelweg te observeren.
De zonnebril zou hét ideale alternatief  zijn om schaamteloos te gluren. Niemand heeft in de gaten dat ik bespied, enkel die kleine schermpjes trekken aandacht……

Tegenover me zit een fors gebouwde man, mijn voeten zoeken vruchteloos een sta-plaatsje, zijn lange benen reiken tot mijn zitplaats. Ik schuifel en overweeg mijn benen in m’n nek te leggen, maar zo lenig ben ik blijkbaar niet, dus maar verder schuifelen….
Hij glimlacht onafgebroken, neen niet richting  mij, maar naar zijn mobieltje, ik kan mijn nieuwsgierigheid naar die vrolijke conversatie nauwelijks bedwingen. Hij maakt me echter geen deelgenoot.
Mijn voeten blijven ongedurig schuiven…..

Naast me zit een oudere vrouw, ze heeft een strooien hoedje op, of toch niet?
Ik ontdek -tussen mijn oogleden door- een spiraalvormig grijs kapsel, in stro-laagjes geknipt. Het moet eindeloos lang geduurd hebben om dit dakje rond te krijgen, maar  geef toe, ze is spéciaal. Pluim voor haar kapper! Hopelijk leest hij hier mee?
Een foto zou enige verduidelijking kunnen geven, maar ik durf haar toestemming niet echt te vragen. Ik houd het dus op  staren.

Ik stap de overvolle trein uit, en baad  in een zee van zonlicht.

Een onder-ons-vieren  in T-shirt op een terras vult de zaterzon-dag.
We komen uit hetzelfde vruchtbare jaar, we praten over de tijd van lang geleden, toen we nog jonge en onbezonnen schoolmeisjes waren; over nu als drukbezette omaatjes; en over later waar we graag nog even afstand van nemen.

 

7 mannen + 7 vrouwen = 14 levensgenieters.

De tijd van ‘samen’ is weer daar. Met zeven (ex-)collega’s en partners trekken we er -ondertussen voor de derde keer-  een WE-tje op uit. Dit jaar mikken we op een piepklein dorpje  met de romantische naam Waterlandkerkje. (omgeving Sluis)

In de jaren zestig van de 20e eeuw braken moeilijke tijden voor het dorp aan. Door een gebrek aan nieuwbouwwoningen trokken jonge gezinnen er weg en veel oude huizen werden verkocht als vakantiewoningen” ( Wikipedia).
Wij huren dus  een stokoud huis(je?) met authentieke meubels vol lekkers, heel veel stof …..

20180929_205000

……en massa’s spinnen.

Het uitzicht vanuit onze slaapkamer is  prachtig, geniet  gewoon even mee doorheen het (overigens kunstig geweven!) webbengordijn 🙂

20180930_084130.jpg

We logeren aan een prachtige kreek, waar de beestjes hun natuurlijke biotoop kunnen waar maken, waar een stofvrij (echt waar!) bankje staat!

Ondanks de kapotte douche, ondanks de wijnglazen die een deftige spoelbeurt broodnodig  ondergaan vooraleer eraan te nippen, ondanks de gesofistikeerde  stofwebben, straalt het huis ook ergens Engelse romantiek uit. Het etiket ‘charmant’ (wat volgens huizenjagers eigenlijk synoniem staat voor ‘ veel oplapwerk’) spreekt voor zich. En toch, toch….. heeft het iets gemoedelijks, iets lieflijks, iets innemends, iets  gezellig ouderwets, we reizen  terug in grootmoeders tijd.

20180928_155255.jpg

We zijn een sportief team. Meer dan 100 km fietsplezier wordt gegarandeerd, we ontspannen op  terrassen met heerlijke uitzichten op zee en felblauwe lucht, zorgen voor de nodige drukte in  typisch Hollandse, gemoedelijke paviljoens, genieten van spijs en drank, van overheerlijke spaghettisaus tot teppanyaki, van rood over rosé naar wit, van water en wind, van bergopjes en uitbollen, van herinneringen en toekomstplannen, van kreekjes en tochten doorheen water, van het magnifieke kerkplein in Groede en prettige drukte in Cadzand, van laaaange avondbabbels en uitgebreid ontbijtbuffet, van vermoeide oogjes en  extra laagjes zon-wind-bruin.

Manlief doktert de tochten uit. En maakt “geheime” contacten, die inspireren tot een toffe onverwachte ontmoeting met de sympathieke gids van de vuurtoren in Breskens, een  zebra-gietijzeren constructie, die prachtig onderhouden wordt door vrijwilligers, een uniek project. Méér dan een bezoek waard!

Terwijl we  naar de lantaarnkoepel trappen, voelen we ons ovenwarm opwarmen of flink afkoelen naargelang de gietijzeren buitenomgeving zwart of wit is geverfd.
Vergezichten worden gesmaakt en gekiekt.

 

 

De hartelijke gids ontvangt ons met open armen, vertelt, begeleidt en babbelt gezellig na, samen met haar man. Het voelt aan alsof we elkaar al jaren kennen, en toch kende ik deze dame -tot dan toe-  enkel als blogmaatje, een ‘grensgeval’ onder de naam  Matroos Beek.
Hoe fijn was het om écht contact te krijgen met deze enthousiaste persoon en dit uniek vrijwilligerswerk. Hartverwarmend! Dank je wel, Bea!

Tien redenen…..

20180904_173941

 

…….. waarom het me weer is gelukt vandaag

  • Ik trein richting Kortrijk, het stadje waar ik ooit 2 jaar heb verbleven, gestudeerd en vrienden voor het leven gemaakt.
  • In Salon en vie wordt met veel passie gekookt. Twee dames ontvangen  vriendelijk en charmant op het  tuinterras. Alles heeft hier ‘met goesting’ te maken, het interieur oogt huiselijk met zeteltjes, gezellige stoelen, tafeltjes en  vele handgeletterde borden verrassen met originele quotes.
  • Koffie en thee en cheesecake genieten  in het trotse,  warme en aangename  interieur van Viva Sara.
  • Ondanks de voorspellingen, blijft het aangenaam zacht. Op  10 regendruppels na die de zalm vochtig houden, is het fijn terrasjesweer.
  • We springen binnen in Theoria  ‘waar de boeken tijd hebben’ , in het beschermde Casino, een groots wit gebouw. Het is er  heerlijk vertoeven.
    De boeken liggen er verspreid in prachtige, monumentale kamers, die pure romantiek uitstralen. Overal staan tafels en zetels om rustig te genieten met een boek en koffie. Veel boeken krijgen een strook met een korte bespreking én waardering van lezers.
    De goesting om te kopen en in de verhalen  te verdwalen is groot.
    Je kan er ook een date aangaan met een onbekend boek in cadeauverpakking, omschreven in 6 kernwoorden.
    Originaliteit troef.
  • Zittend op een rustig plekje op de trein geniet ik van ‘Het einde van de eenzaamheid’ van Benedicht Wells. Ik beland terug in de heerlijke verslavingsfase, en dompel me onder in het pakkende verhaal. Het boek werd bekroond met vele prijzen, en krijgt er van mij een extra bij.
    De taal is naturel, het verhaal boeiend en vooral empathisch.
    Ik laat me volledig meeslepen….
  • De trein heeft vertraging, waardoor ik  dus  langer in het boek kan duiken.
  • Het kleine schoteltje ( foto) helpt niet meer vergeten, nu de avond valt en het licht stilletjes wegtrekt.
  • Bij het thuiskomen wacht me een eigen-brouwsel-pakketje, dat aangenaam bevalt.
  • Tot slot lees ik op de deur van het kleinste kamertje in Salon en vie :
    20180904_142042.jpg

The times they are a-changin

De mannen fietsen door Friesland, teveel kilometers voor mijn spieren,
ik blijf thuis,
geniet van baas in eigen huis.
Ze smaken graag een vader-zoon-moment,
voor meer dan honderd procent.

Met een paar (ex)collega’s laten we ons verwennen met een ontbijt,
na een uurtje vasten is het echt hoog tijd.
De croissantjes, broodjes,  eitje,  verse fruitsap, vijf sterren waard -zo stond het op de kaart- naar met-vier-in-bed-normen.

We luisteren en praten, voelen als eetpiraten, horen en vertellen, begrijpen en blijven up to date, vrouwen onder elkaar, heerlijk, eerlijk!
Voorbijgangers gluren zijdelings in onze rijkelijk gevulde borden, voorbij de magen die knorden, zien vijf opgewekte gezichten, die enkel oog hebben voor elkaar en zoveel lekkers.

Maar ook de smartphone ligt in de dichte omgeving, goed zichtbaar naast de vork of het eitje.
Drie telefoontjes, mensen verwijderen zich even of net iets langer.
Whatsappjes en berichtjes stromen binnen,
en vragen enige kijk-, lees- en antwoordtijd,
met  bijhorende ‘sorry, maar ik moet….’ bij  afwezigheid.

Kunnen we dan  niet meer digitaal detoxen, we horen en zien  elkaar drie uurtjes (want zo lang kan een ontbijt écht duren, we werken graag in  overuren), blijven we constant bereikbaar en is alles plots zo dringend geworden?

Ik herinner me het lange rijtje-schuiven aan het telefoonkot, de fiets even op cijferslot, de vier dure minuten beltijd,  voltooid verleden tijd, ergens in een ver verleden, nog jong van lijf en leden, toen niets urgent bleek, toen we nog eindeloos praatten zonder gerinkel of trillen in de jaszak, toen we niet onverwacht, dag en nacht,  opgeroepen werden….

En toch was het weerzien heel erg fijn,
we zitten op dezelfde babbellijn,
ik neem er de vele onderbrekingen graag bij,
ze is  weer opgeladen, die schoolse batterij.