Zonnig dreigen

Deze avond genoot ik het dreigend tafereel vanuit de luie zetel. Nog even stilte voor de storm. Kort daarop ontplofte de lucht met groot kabaal en werden we overgoten door een immens onweer. De dag voelde niet aan als lente, niet als mei, maar het schitterende einde maakte hem meer dan de moeite waard.

Vergiß nicht, daß jede schwarze Wolke eine dem Himmel zugewandte Sonnenseite hat. (W. Weber)

Lente me (Toon Hermans)

Voor blogjes lezen en schrijven lijk ik minder tijd te vinden.

Heeft het te maken met de zon en de fiets, voor ons dé meest ideale combinatie? Ook al zijn terrassen nog niet open, ons pad leidt vaak ‘toevallig’ langs ijshoeves met houten banken, ruim verspreid over grote weides. Waar koeien je ongegeneerd blijven aanstaren waarbij je het gevoel krijgt dat je het ijsje dringend moet beveiligen.

Of heeft het te maken met het vaccin dat onze dagen toch lijkt te beheersen. Manlief was goed, heel goed ziek, maar intussen gelukkig weer de oude gezonde, vol energie en eindeloos veel plannen. Goed teken.
Uiteindelijk kreeg ik de lang verhoopte prik vorige vrijdag, na een eerste flink ontgoochelende afspraak. Vijf weken later komt nummer 2 eraan, en dan…..hopelijk…. duimen maar…..
Dat we kort daarop gezwind het prachtige weer in fietsten, was -achteraf gezien- misschien toch niet zo’n geweldig idee. Lichte duizelingen en een druk op mijn hersenpan getuigden dat het vaccin wel degelijk zijn werk doet. Maak ik vooral mezelf graag wijs. Het WE beleefde ik in ‘iets hogere sferen’, maar Beer, de hond, onze logee en een bezoekje van de kleinkindjes hielden me met de voeten op de aarde en maakten veel goed. De grote terrastafel in de stralende lentezon werd voorzien van een lekkere lunch, Beer en de kinderen speelden -zorgeloos en uitbundig -verstoppertje en voetbal tussen struiken en op het gras.
Lente maakt blij en soms overmoedig.

“Every flower is a soul blossoming in nature.”
― Gérard de Nerval

Hij bloeit uitbundig

Oud en (niet) versleten

Bij het foto-thema van de week schieten gedachten onmiddellijk richting de oude kast. Zo heb ik maar één exemplaar in huis.
Geen kat vertoonde interesse in dit kleinood bij het leegmaken van het huis van ‘de bomma’.
Wat een kramakkelig stuk”
“Zij hoort bij het groot vuil”
“Een plaats in je kelder
waard?”

Zelf was ik er echter al vele jaren verliefd op, en vurige liefde valt niet te temmen, ik moest en zou er een plaats voor creëren, desnoods op het dak. En als het dan op toveren aankomt, verander ik stante pede in een bezige bij. Die jong spaart krijgt oud geen gebrek.
De kast verhuisde richting hier, ze overleefde het amper dank zij de vele intijds aangebrachte verstevigingen met onzichtbare bouten en schroeven, mits wat schuif- en opruimwerk vulde ze snel de ereplaats in de lege hoek op.
Een kast minstens zo oud als de weg naar Kralingen. Ook de tot op de draad versleten en verschenen gordijntjes worden niet met een moderne look opgefleurd.
Noem het gerust oud met een stevig geurtje pure nostalgie.

Haar blik roept vele herinneringen op aan die lieve, zachte, altijd opgewekte bomma van Brasschaat.
Er was ook een Bomma Ronse. Zij was strenger, minder gul (met snoepjes toch, herinner ik me goed), en durfde al eens boos uit de hoek komen, ondanks onze heilige gezichtjes. Zeg nu zelf….
Zussen, broer en ik gingen vaak logeren in het huis vlak bij de ingang van het park, we moesten enkel maar een brugje oversteken.
In het gezellige 9 m²-kamertje van het grote huis zaten we dan als haringen in een keukenton, rond de hete Leuvense stoof met gietijzeren strijkbout, enorme waterketel voor de afwas en beddenkruiken tegen de donkere en koude nacht.
De veel grotere pronkkamer kreeg zorgvuldig een wekelijkse afstofbeurt, enkel onze neus mochten we – voorzichtig- even om de hoek steken, want oerdegelijke meubelstukken riskeerden voortdurend beschadiging door jong geweld.
Toen het huis werd leeg gehaald, verdween het stevige dure meubilair naar de opkoper, bouten bleken overbodig, en het flut-keukenkastje naar hier.

Oude fotootjes vergelen in gelijklopend tempo met het meubilair.
Ook zij passen perfect bij het thema van vandaag.
Eentje pik ik er hier graag vergroot uit, al is het maar om de keuze voor Satur9 lekker moeilijk te maken.

Van links naar rechts : oudste zus, ZIJ, ik, zus die te jong stierf en broer. Vijf op een rij.

Voor wie interesse heeft in de Photo Challenge, kijk hier :

Satur9’s 30 Weeks Photo Challenge (10)

Huisdier of knuffelbeer

De Photo Challenge bij Satur9 betekent een wekelijkse leuke uitdaging.
https://www.zonderdank.be/saturnein/2021/02/26/satur9s-30-weeks-photo-challenge-6/
Deze vind ik niet zo moeilijk, alleen……er is duidelijke keuzestress…..

Kies ik voor onze kater Poezewoef (ik geef toe, beetje vreemde naam) die vier jaar geleden stierf, 15 jaar onze trouwe compagnon. Hij was voorbestemd voor een vriend, en zou hier enkel een klein maandje verblijven tot hij groot en sterk genoeg werd, want zelf was ik geen échte of eerder écht geen poezenvriend. But ‘Times they are a’changing’ (B Dylan) en de beetje schuwe kater kreeg hier een warme thuis – sorry vriend-, broertje ging naar zoon 1, mama woonde bij zoon 3.
En zo blijven we één grote familie.
Dat er geen nieuwe kat komt, heeft enkel te maken met onze grote uitjesdrang, telkens de buurvrouw optrommelen begon op ons (niet op haar) te wegen. Wie weet later, als we meer aan huis gebonden zijn? Zeg nooit nooit.

Of kies ik voor de echte knuffel-Beer? De hond van zoon 2 en ik besluiten vlotjes elkaars knuffelcontact te worden, zijn krulletjes voelen lekker warm en zacht en hij installeert zich graag uitgestrekt over mijn benen heen, ik kan geen kant meer op, verplichte rust, niet on-leuk. Zijn naam is Beer, een echte knuffel-Beer dus. De foto is een beetje vaag, (foutje van de fotograaf, ik pleit onschuldig), maar dat hij geniet is meer dan duidelijk. En mijn vrolijke blij-zijn heb ik er hier voor publicatie af geknipt.

Maar dé grote knuffelbeer blijft kleinzoon 4. Zeg nu zelf, hier smelt je toch? En dit niet enkel bij de hete temperaturen van de vorige zomer.

Gestreept

Vrijdag betekent tussen de foto’s bladeren om de leukste, beste, meest passende foto te zoeken bij het fotothema van de week. Meer info vind je hier, https://www.zonderdank.be/saturnein/2021/02/19/satur9s-30-weeks-photo-challenge-5/
Met dank voor de toffe uitdaging. Vandaag dus sta ik op mijn strepen.

Heel ver moet ik het deze keer niet zoeken, vorige week overleefde ik de ‘eenzame’ ijskoude driedaagse met zicht op zee. In de slaapkamer van het gezellig warme appartement kan je niet naast de grote poster van een werk van Léon Spillaert kijken.(geboren in 1908). De originele inkttekening is te bewonderen in het MuZee in Oostende onder de naam ‘de duizeling’, één van zijn meest bekende werken. Een vrouw zit tegenover de gapende afgrond op de trappen, wanhopig en heel angstig, de wilde haren wapperend in de wind. Harde contrasten geven de duizeling een brute ongekende kracht, jawel een strepenkracht dus in mijn ogen.

Herlinde Seynave kreeg in 2002 de opdracht van het stadbestuur om een sculptuur te maken, geïnspireerd op dit werk van de kunstenaar. Het werd een mooie blikvanger op de trappen van de dijk in Oostende, vlak in de buurt van ‘mijn’ appartement, ter hoogte van de renbaan. De bronzen dame met lange haren in wapper kijkt verwaaid uit op de eindeloos golvende zee. Op mijn wandeling zeg ik graag dag aan dame Umbra en overvalt me net als zij een gevoel van vooraltijd-nonstop-oneindig-onmetelijk-eeuwig. Hoewel ook de trappen van strepen getuigen , beperk ik me hier tot het kunstwerk vanuit het luie bed, rechts de zee met toen half-bevroren strand, recht voor me dit imponerend zwart-wit beeld, dat hier nu vlot zijn strepen verdient.

Niet ‘mist’evreden met Toon Hermans.

Ja, er moeten mensen zijn
met tranen als zilveren kralen
Die stralen in het donker
En de morgen groeten
Als het daglicht binnenkomt op kousenvoeten

Voor één keer hoor ik bij die mensen, die fotootjes maken terwijl het ochtendzonlicht schittert op witte rijmsporen. Ik gun mezelf geen tijd om me aan te kleden, en overwin ijzige kou om zoveel rijkdom in beeld te brengen.
Ik kan enkel hopen dat buren achter veilig glas geen beelden schieten van het tafereel dat zich hier afspeelt, de gejaagde dame op blote voeten (en nog meer bloot) die ijverig met apparaat de hof doorkruist.
Stel je voor dat de zon zoveel krakende schoonheid helpt smelten…

bevroren viooltjes

Er moeten mensen zijn die zonnen aansteken
Voordat de wereld verregent
Mensen die zomervliegers oplaten
Als ’t ijzig wintert
En die confetti strooien tussen de sneeuwvlokken
Die mensen moeten er zijn

Een stralende zon overspoelt het wit in de tuin. Vandaag kan ik niet binnen blijven, kijken en beleven is de boodschap.
Het Pajottenland roept, heuvels, vergezichten, zoon en schone dochter als prachtig ‘excuus’.
Te lang geleden dat we elkaar in levende lijve zagen.
Op amper vijf kwartiertjes rijden met de auto, hoe klein kan de wereld zijn.
Zoon gaat de wandeling uitstippelen en vraagt naar mijn ‘eisen’.
Amper ééntje, vooral héél véél verre einders.

Onderweg daarheen overvallen onverwacht dichte mistbanken ons, we zien geen steek, de mistlamp moet dringend aan, maar…. het knopje lijkt spoorloos?! We zoeken….. nog steeds….
Bij aankomst -op de tast- bij het boshuisje, blijft mist hardnekkig volharden. Bemutst en ge-dikke-jast trekken we een mysterieuze omgeving in, ademen pure mystiek, een paar meter verderop is enkel vage duisternis merkbaar, zoon vertelt wat we in zon hadden kunnen genieten (drie werkwoorden op rij, want het was veel!), hoe mooi de verre uitzichten op de top van de heuvel wel zijn, we beelden het ons graag in, met de nodige fantasie ‘zien’ we hoe geen huis de rust hier verstoort en golvende natuur voor panoramische plaatjes zorgt.
Ik had dan ook maar één eis, vooral héél véél verre einders.

Er moeten mensen zijn die op een stoel gaan staan
Om sterren op te hangen in de mist
(Toon Hermans)


fijne dingetjes

Van het vele werken wordt een mens toch moe
Graag willen we ontspannen, weten nog niet hoe
Over het knutselwerk om de kindermuur te bekleden
Zijn we eigenlijk best wel heel tevreden

Pauze dus dubbeldik verdiend, fietsen in de zon
Warm drankje, conditio sine qua non
Die gluhwein, lekker heet, en zomaar onderweg
Afkoeling bevechten met slagroom als wafelbeleg

Met de dartele logee wandelen we kilometers lang
Als beloning een schitterende zonsondergang
Hij geniet, trekt vrolijk aan de lijn
Ravotten in overdrive, hij krijgt ons niet klein



Zoldervondst

Toevallig valt mijn oog
in vergeten lade van de kast
snel neem ik op en til omhoog
nu prikt het vast
en kijkt verrast

Daar ligt een map, vergeeld en grijs
van ver verleden hét bewijs
zes foto’s op een rij
die hele show komt terug voorbij

Veel centjes hebben we gespaard
die willen we besteden
aan een herinnering voor later
fotoman registreert een heel theater

Sta stil, kijk voor je, weg met die lach
gedraag je, graag een blik met puur ontzag
zondagse kleren op het plaatje
geen tijd voor een gezellig praatje
kras en stijf zo moet je je gedragen
kinderen, neen!, niet zagen
wie lusten wil, moet lasten dragen

Poseren, glim- en grimlach zijn verdwenen
het einde van ’t verstenen
mooi merkbaar op de andere beelden
waar kinderen zich stierlijk verveelden
de spontaniteit het geleidelijk overnam
de fotograaf ons niet langer gevangen nam

Hierbij nu graag ons saaiste optreden
een strakke duik in het verleden
een foto uit de oude doos
met baard en gebrek aan grijze haren
drie Jommekeskopjes die de tijd verklaren