een belevenis!

Ik kende het niet en zal het nooit her-kennen. Een belevenis op zich, vooral voor de omstaanders. Man- en zoonlief, broer en zus,  beleven een angstige dag met vrouw,  moeder en zus.
Drie hoofdletters TGA kan ik nog net onthouden, en dat betekent veel 🙂

Mijn hersens geven onverwacht forfait, ik las een dagje onwetendheid in, en dat komt me – achteraf bezien- goed uit op dat moment. Toch blijft de onzekerheid, het angstige gevoel dat de geest het lichaam op zo’n grillige manier in de steek kan laten.

Het syndroom werd ontdekt en kreeg  een naam rond mijn geboortejaar. Slechts  5 op 100 000 mensen worden hiermee geconfronteerd. Eureka, ik ben een zeldzaamheid!

Twee ochtendzinnen bij een vroeg  telefoontje ontketenen deze verstandsverbijstering. ‘Ik heb slecht nieuws’ en ‘………..’
Dé uitlokkende factor voor 15-uur-afwezigheid. Mijn hersens beschermen me voor de harde klap. In een poging me te sparen, verwijderen ze mijn korte-termijn-geheugen voor één dagje. Ik functioneer, bespreek wat moet gebeuren, reageer normaal, maar kan niets meer opslaan, ik begrijp de wereld rondom me niet, ik ben chaos en toch ook weer rust. Mij overkomt niets. Ik stel eindeloos dezelfde vragen, manlief antwoordt met datzelfde eindeloos geduld, maar mijn hersenpan lijkt overvol, ik slorp niets meer op.

De symptomen zijn verontrustend, ik ga richting  spoed , waar beslist wordt om me drie dagen binnen te houden, onderzoek na onderzoek is mijn lot, meer dan de helft ontglipt me, was ik er bij??

Tot……. de verpleger me voor de vijfde keer vraagt hoe ik heet, en ik me geïrriteerd  afvraag wanneer hij terug normaal gaat doen, ik vertelde het hem immers al 5 keer?!
Of is hij dan zo vergeetachtig?
Neen, ik kom zélf weer terug op de wereld, de dag is in de/mijn mist gegaan, de nevels trekken langzaam op, ik kan weer woorden opnemen in mijn beveiligd brein,  het slot geraakt los, ik kom weer tot de realiteit, ook al doet die zoveel pijn.

De neuroloog stelt me gerust met de moeilijke woorden ‘transiënte globale amnesie’.
Vriend Wikipedia verklaart :

Transient global amnesia (TGA) is een geheugenverlies met als kenmerk dat het tijdelijk is, maar vaak wel totaal voor een bepaalde periode in het verleden. 

Het gaat niet gepaard met verminderde verstandelijke- of zintuiglijke vermogens. Een patiënt heeft een min of meer duidelijk begrensd “gat” in zijn herinnering. Maar weet goed wie hij/zij is, kent zijn omgeving, spreekt beslist geen wartaal ….

Het geheugenverlies herstelt zich in de meeste gevallen na enige tijd vanzelf  en de patiënt en zijn omgeving blijven achter met de vraag over de oorzaak. Die is niet met zekerheid bekend.

Na bijna twee maand slaag ik erin hier over te denken en schrijven, heeft het laatste restje angst me verlaten, begrijp ik wat niet te begrijpen valt, besef ik dat de hersens een ongelooflijk spannend brein kunnen geven, dat ze me gewoon wilden vrijwaren van hard verdriet, al komt de realiteit daarna natuurlijk even ruw binnen.

Man en zoon vertellen over die dag, over mijn never-ending-vragen, keer op keer, steeds dezelfde, over de hilariteit die dit scenario in een grappig toneelstuk zou kunnen teweeg brengen, maar die zij enkel beleefden als angst om ‘ons mama wordt gek’, ‘werd ze nu in één moment dement’ en ‘help, wat overkomt ons hier’….

Maar…. ik kan het navertellen, ja!, met dank aan wat mijn omgeving me verhaalt, want voor mezelf blijft die dag een on-beleefde dag. Ik telefoneer in de vroege ochtend én ontwaak op de spoed in de late avond…..en tussendoor stap en babbel ik…..

Als de huisdokter – zelden komt een huisdokter dit tegen in zijn praktijk- me 2 weken  later doet geloven dat hij het fenomeen kent (waar de specialist grote vragen bij heeft) en me daarbij met veel schrik terug naar huis stuurt over een ‘verkleind brein’ en ‘versnelde kansen op dementie’,  slaat de paniek compleet op hol, terug in datzelfde brein,  en slaag ik er echt niet langer in de modale vrouw te spelen. Gelukkig is er de neurologe die me gerust stelt en de onwetende huisdokter stil  ‘vervloekt’.

Een ware belevenis! Maar ik kan het nog na-schrijven in begrijpelijke taal, het brein is terug van weggeweest! Eureka!

Loesje

Singing in the rain

Vandaag genieten we een dagje kunst. Amazing art. Mensen met een beperking fleuren etalages in het winkelcentrum op met originele creaties.
De wereld bekijken vanuit een andere hoek, vanuit een andere filosofie,  vanuit een  ander, maar boeiend brein. Think out of the box.

Singing in the rain, fiets ik dapper richting station, waar de trein me (op tijd?) opwacht.

10 brandweerwagens, een massa politiemannen, twee ziekenwagens en een reuzegroot vangnet blokkeren mijn weg,  maken ook terugkeren onmogelijk. Ik word  een verplichte ramptoerist bij een druk doende jonge man, die daken – 3 hoog – ophuppelt, onverwacht terug afglijdt onder huiverende uitroepen van omstaanders, balanceert in dakgoten, tekeer gaat als een wildeman met zwaaiende armen en toch ook knikkende knieën. Jammer genoeg geen scène uit een thrillerfilm, wel bizarre realiteit.
Naar de bedoeling van de man hebben we het te raden, wil hij zelfmoord plegen? Wil hij de dronken losbol uithangen? Staat hij onder medicatie? Spelen verdovende middelen hier een angstaanjagende rol?

Met ingehouden adem kijk ik van dak naar grond, omhoog, omlaag, en terug.
Help, ik wil hier niet zijn, ik wil dit niet zien, ik wil de afloop niet weten, laat staan meemaken.
De hulpverleners houden rustig vol, blijven op hem inpraten, maar hij wordt enkel woester en onstuimiger. Hij doet domme dingen, speelt een levensgevaarlijk spel.

Spartelend bereikt hij  de nok van het dak, slingert er zijn wankele benen over en verdwijnt abrupt buiten ons gezichtsveld, fietsers moeten verder rijden, het vangnet vliegt de andere richting uit.

Onthutst trap ik verder, en bereik geagiteerd de trein. Tot rust komen vraagt tijd. Ik ken de afloop niet, kan enkel hoop koesteren….

We lunchen  in Alderande, waar begeleiders, vrijwilligers en  mensen met een verstandelijke beperking hun gasten verwennen.   Vriendin werkt er reeds jaren uit vrije-wil, en blijft zich bezield engageren. Chapeau!
Ik ontdek de ‘geheimen’ achter de werking, mijn enorme bewondering groeit en bloeit.
Zij betekenen écht iets in de wondere wereld van misschien minder bedeelde, maar vooral zeer enthousiaste jongeren.

De kunst wordt gewaardeerd, de regen blijft druppen, we ‘moeten’ schuilen en gezellig babbelen, van een fijne opdracht gesproken.

Een bewogen dag wordt prettig, althans voor mij ……

God see en waa u

Elke avond kreeg ik als kind trouw twee veegjes over mijn hoofd, een horizontaal en verticaal,  met die vreemde, voor mij raadselachtige woorden.
Geen zorgen, het gaf een veilig gewoonte-gevoel, zo net voor het slapen gaan.
Als ik elders ging logeren, miste ik vaak die lief-kozing.
Het was me even veel waard als een warme zoen. Of het woord knuffel toen al bestond, blijft me een raadsel.

Of zoals Rik Torfs zegt ‘In diep-christelijke tijden, toen er minder gekust en geknuffeld werd, drukte je met een zachte duim op het voorhoofd inderdaad affectie voor je kind uit’. Ik werd dus ruim overladen met genegenheid, elke avond opnieuw.

Ook Jürgen Mettepenningen, theoloog en medewerker van Jozef De Kesel, geeft zijn kinderen een dagelijks kruisje, tot de tienjarige dochter protesteert. Ze wordt te groot.
Hij begrijpt, maar vindt het jammer. Een traditie wordt gebroken.

Ik maak zelden nog een kruisteken, behalve op commando tijdens een sporadisch kerkelijke  viering. De traditie van vroeger ruist dan mee, zij het met duidelijker woorden dan indertijd ‘in naam van va, zo en zeilige geest; Ame’.

Toch kon ik het onlangs niet laten, heel toevallig, ik  vertederde bij het -in een slaapzak verdoken-  ventje, net voor de oogjes dicht vielen, tranen overmanden me, dat ventje weet nog niets van leven, van verdriet omdat lieve mensen moeten wegvallen, hij luistert vol vertrouwen naar mijn slaaplied en hoort muisstil de zingende omastem, die hem beschermend laat wegdromen, de duistere nacht in.
Ik wil over het koppeke aaien, zijn haartjes nog eens strelen, en mijn vinger geeft  onverwacht een piepklein kruisje, mijn woorden om hem te doen veilig voelen, hem te laten weten dat we er de volgende dag terug staan om  hem gewoon te “kozen met lief”,  dik te vertroetelen.

Slaap lekker, ventje, en pluk je zorgeloze dag. Tranen om kleine verdrietjes zullen worden opgevangen,  je vrolijke lachjes maken gelukkig.

“Het einde”

In deze reeks blikken schrijvers vooruit op het grootste aller mysteries : de dood. “

Op het laatste blad van  de vrijdagse Standaard der Letteren schrijft een bekende of minder bekende schrijver of poëet een volledige pagina  over dit thema. 

Nu is het de beurt van Marc Reugebrink (57 jaar). Hij beschrijft het voor mij zo herkenbaar , dat ik hier graag hele stukken letterlijk kopieer, maar lichtjes aanpas aan mijn eigen leven en denken, dan verkies ik rood cursief.  Mijn zinnen verlopen analoog met wat hij beschrijft. 

Andermans woorden overbloggen, ik geef toe, ferm gemakkelijk, maar ze vertolken zo intens, zo correct mijn denken, het zouden mijn eigen zinnen kunnen zijn, alleen niet zo sprekend geformuleerd dan.
Ik steel dus even zijn woorden, ons denken, maar de eer blijft aan Marc R!

“Ik denk elke dag na over doodgaan. Dat is al zo sinds ik 29 ben. En dat heeft te maken met het feit dat ik op een grauwe novemberdag het overlijden van mijn zus moest meemaken, die erg jong stierf.  Ik wist toen natuurlijk al dat het leven eindig was, maar die concrete confrontatie met de dood was zo verbijsterend dat ze mij sindsdien achtervolgt en nog steeds boos maakt.

……..

Aangezien ik alleen in het hiernumaals geloof, is dat verdwijnen voor mij ook echt verdwijnen. 

……

Die woede komt ook voort uit het feit dat de dood je scherp bewust maakt van de waarde van het leven. En dus van datgene wat de dood van ons wegrukt. Als je eenmaal hebt ervaren hoe iemand teugelloos kan verdwijnen, word je je wel heel erg bewust van wat er wel is. Mijn afschuw blijft mijn afschuw. Niet van hoe ik zal sterven, maar van de dood op zich.

……..

Dat komt ook doordat ik veel verlies heb gekend : amper de helft van ons gezin van vroeger blijft nog over…..     De breuk 3/6 = 1/2 ….

…….

Het verlangen naar verkering, een huwelijk, naar seks en intimiteit heeft altijd met een verlangen naar troost te maken, naar verlossing uit de eenzaamheid, uit wat we alleen zullen moeten doen : doodgaan.

Noch van mijn vader, noch van mijn moeder, noch van mijn zus kon ik afscheid nemen.
Er blijven dingen die je had willen zeggen, die je misschien had moeten doen. Je deed het niet. Je hebt het nooit gezegd. Als overlevende blijf je schuld voelen bij de dood van iemand die je na staat. 

…….

Als ik er niet meer ben, ben ik er niet meer, hoe onvoorstelbaar dat nu ook is voor mij, want je kunt jezelf niet afwezig denken. Maar dat anderen er niet zijn, dat ken ik, en ik weet wat het met mij doet en heeft gedaan. 

…….

Mijn moeder  geloofde dat ze ooit, ergens, mijn zus , haar ouders zou terugzien.
Ik heb nooit de neiging gehad haar tegen te spreken, al geloof ik zoiets natuurlijk niet. 

Toch is leven zonder hiernamaals geen troosteloze zaak : de dood maakt je erg bewust van wat werkelijk telt. Mijn man, kinderen, schoon- en kleinkinderen zijn van het allergrootste belang. Ik ben me heel sterk bewust van de breekbaarheid van alles, daardoor leef ik met een gretigheid en een gulzigheid die ik niet zou gehad hebben als ik alleen op de toekomst zou zijn gericht.
De afwezigheid van het hiernamaals geeft aan het heden een gouden gloed.
En toch ook  ergens een angst….. Het wiskundige begrip ‘oneindig‘ bezorgt me oneindig veel doods-angst.

Ik kijk  naar mijn kat , die denkt er volgens mij net zo over : nooit verder dan de wandeling die hij maakt. 

……..

Dat is wat de dood je leert : vergeet eeuwige roem , we zullen het nu moeten doen.”

Call me by your name

Een vakantie op het platteland in  het zwoele Italië. Onthaasting overheerst de zonovergoten dagen. Luieren, lezen, beetje fietsen, zwemmen, genieten.

Een prachtig landhuis als buitenverblijf voor een Joods Amerikaans-Italiaans  gezin.

Sfeervolle dorpen, mooie gebouwen, krachtig beeldhouwwerk.

Warme familieband tussen ouders en de puberzoon. Begrijpende en empathische ouders.

Elio, de hoofdpersoon, speelt en leert muziek, groeit op in een warm, intellectueel nest.

Een ontluikende (homo)liefde tussen de timide, wijze 17-jarige zoon en de (aanvankelijk) stoere, sociale Amerikaanse doctoraatsstudent.

Passie, vlinders in de buik, alles wordt sensueel en heel herkenbaar in beeld gebracht.
Emotioneel vuurwerk.

Sensuele fotografie van Sayombhu Mukdeeprom

Regisseur : Luca Guadagnino

Hoofdpersonages : Timothée Chalamet, Armie Hammer, Michael Stuhlbarg.

 

Deze film blijft nazinderen, pure poëzie in beeld, vrij karig in woord, maar heel aangrijpend.

De film duurt meer dan 2 uur, spanning en actie ontbreken, maar er is geen moment van verveling. De film beroert als een zoet parfum. De beelden zijn emotie-vol en onvergetelijk.

De woorden van de tolerante vader, die de liefde van de zoon haarfijn heeft aangevoeld, zijn prachtig, hij begrijpt en motiveert om ‘ervoor te gaan in het leven’, om ‘voor de ware gevoelens te durven kiezen’,  om ‘vooral jezelf te durven te blijven’.
Een bewijs van  onvoorwaardelijke vader-zoon-liefde.

De nieuwe liefde broeit en brandt, net als de zon.

Tranen prikken bij het hartverscheurend einde van deze prachtige liefde, zowel bij Elio, als bij mij. Hij zegt geen woord, de minutenlange blik van de jongen en de  bijhorende muziek spreken voor zich. Bittersweet!

Ik zou zeggen : gewoon dit pareltje  (onder)gaan!

 

 

uit de oude doos

Ik ben een bleuke, heb nog maar net afscheid genomen van de veilige studentenwereld.
Werken wil ik, geld verdienen, de toekomst op eigen benen omarmen.
Dromen waarmaken over huisje, tuintje, kindje…..

Lesuren worden me aangeboden in de ‘bisschoppelijke normaalschool’, klinkt heiliger dan het in werkelijkheid is.  Mijn voorganger verklapt dat ik voor de leeuwen word geworpen, maar ik heb (hum?) zelf-vertrouwen.

“De eerste les vestig je gezag”. Dit werd erin gehamerd.
Dapper sta ik -als 22-jarige- voor een 28-koppige bende mannelijke bijna-volwassenen,  sommigen onder hen zijn ouder dan ik, met dank aan hun  extra jaartjes spelplezier. Maar ze zijn vooral veel groter, veel stoerder, veel eigen-wijzer, veel rumoeriger, veel meer macho,  diepe stemmen brommen overal rondom me.

Snel gaan ze zitten op veel te kleine oude bankjes, dan ben ik alvast de grootste!
Kort stel ik me voor, het frèle, jonge meisje tussen de beren van venten.

Ik zoek een plaatsje pal in het midden, kies intuïtief de juiste afstand tussen de eerste rij banken en het krijtbord. En overzie ‘rustig’ (horen ze mijn hart bonken??) het breedgeschouderd publiek. Snel ga ik over tot de orde van de dag, mijn eerste les.

De hippe boekentas hangt nonchalant over mijn schouder, met een zwier graai ik er het boek uit, mijn toeschouwers krijgen dezelfde opdracht.
Rumoer alom, moet ik optreden???

Gewoon nog even ‘rustig’ afwachten, straks overdonder ik zeker aan het bord…

Joviaal grabbel ik er dus het juiste boek uit, een 10-cm-huls in wit papiertje (blijkbaar te slordig weggestoken, je weet maar nooit, die maandelijkse ongemakken kunnen onverwacht de kop opsteken….) vliegt mee de lucht in, om uiteindelijk op drie meter van mijn voeten te belanden, ergens tussen die eerste rij en het bord in……
Schichtig kijk ik de ruimte rond, help neen, niet hier!, niet temidden dit testosterongeweld. Voel ik een blos opkomen?
Ik ontdek vaag vragende blikken, geamuseerde blikken  om zoveel onhandigheid, maar het lijkt erop (of maak ik me dit zelf wijs?)  dat ze niet direct her-kennen….

Sneller dan het licht verplaats ik me van tegel, ergens tussen die eerste rij en het bord in. Mijn schoenen bedekken het witte kleinood, de boekentas losjes rond de schouder, ik geef ‘ontspannen’ les vanop mijn veilige plaats, geraak niet bij het bord, van dynamisch lesgeven is geen sprake, ik lijk vastgenageld op mijn tegel, en breng ‘ex cathedra’ mijn kennis over.
De eerste en laatste keer dat ik vastgeroest, bord- en krijtloos, immobiel en verward mijn  vaardigheden overbreng, en… voor getallen en rekenwerk zeker geen evidentie.

De verlossende bel, het jonge geweld mag/moet me voorgaan  naar het volgende lokaal, ik wacht geduldig, blijf stokstijf en met de glimlach staan, grabbel snel (jong zijn heeft zo zijn voordelen) en stap relaxed de klas buiten, boekentas losjes om de schouder……

Dit overkomt me nooit meer, een veilig plaatsje zoeken in de tas is nu dé boodschap.