Rijmelarijen

Soms weet ik niet waarover hier te schrijven
Moet een blog eigenlijk altijd beklijven?
De dagen fietsen, neen vliegen vaak voorbij
Plots kwam vandaag heel onverwacht vrij

Dan lonkt het even rijmen toch
Gewoon laten weten, ja, ik ben er nog
Dagen vullen zich met kinderen, vrienden en uitstapjes
soms met schermpjes, soms met (te)veel appjes

Zoon en schone dochter stellen het prima daar in Canada
Het beeldgesprek krijgt wekelijks een ereplaats in de agenda
Steeds rekening houden met het tijdsverschil
Komt zeker goed met een portie bestwil
Die weidsheids en rust in prachtig landschap
Tovert veel verwondering en pure blijdschap
Daar en hier
Een groot plezier

Zoon nummer twee gaat nu verhuizen
En hopelijk ook snel ver-thuizen
Een andere locatie, een ander leven
Een waar avontuur om na te streven

De kleine zoon wil liever spelen
Het huiswerk gaat hem snel vervelen
Kleine dochter toont fier het eerste rapport
Schitterend meid, je brak een nieuw record

Kleinzoon nummer twee was beetje nonchalant
Orde in mooi schrift is niet zijn beste kant
Het werk kreeg op commando een nieuwe kans
Met vele traantjes verloor het alle glans

Tips en tricks op de computer heet mijn les
Trouwe woensdagochtendstress
De knepen van het vak krijg ik onder de knie
Concentratie wordt een nieuwe fobie
In de pauze zijn er koekjes en leuke babbels
Op Wordfeud ontdek ik gretig nieuwe scrabbles

De vierde booster werd geprikt
Goed gemikt en ik verschrikt
Bij manlief zorgt het (weer) voor een dagje ongemak
Gelukkig kent hij ondertussen de knepen van het vak

September zit er weeral op
De natte maand dwong zomer tot te snelle stop
Duimen voor een herfst met zon en kleur
Met dauw op gras en dennengeur
Zonder gezeur en met veel grandeur







Advertentie

Traditie is een gids en geen cipier (W. Maugham)

Vandaag is het was- en plasdag. De plassen stapelen zich hier letterlijk op, hopelijk kan de natuur er wat mee, zelf ben ik minder fan.

Voor de zesde keer op rij trekt de bende er weer op uit. Sinds mijn pensioen regelen vriendin en ik een lang WE met 7 ex-collega’s en 7 partners. Telkens opnieuw met een dankbaar gevoel, we zijn er nog allen. De routine bewijst zijn diensten, elk van ons weet waar hij of zij voor instaat. We huren een groot huis en rekenen op de zon. De fietsen gaan mee. Manlief stippelt tochten uit.
Dit jaar huren we het schitterende huis in Zuienkerke, dicht bij Wenduine en Den Haan, waar wij met de familie reeds in juli op logement waren. Het huis ligt middenin de Polders, de reusachtige woon-, eetruimte en keuken hebben grote ramen, waar je kms ver kan kijken en de ondergaande zon mag genieten. Ook lekker koken, rusten, eindeloos babbelen rond de gezellige vierkante tafel lukken prima.

Er valt altijd wel iets te vieren met een uitgebreid traktaat. Een speciale leeftijd, de geboorte van een kleinkind, maar vooral een toost op de vriendschap. Een groep waar elk zichzelf kan zijn (oh zoooo belangrijk!), waar iedereen met iedereen overeenkomt, waar we elkaars troeven en kleine kantjes kennen en vooral aanvaarden, waar veel plezier wordt gemaakt, waar we toch telkens vermoeid van thuis komen, of zitten daar de te korte nachten voor iets tussen?

We fietsen droog en zonnig, door weideland en polders, langs de zee en op rustige paden. Een hongertje stillen we in een rustiek oud eetcafé, waar de bazin ons vriendelijk én direct, in plat dialect, uitleg geeft hoe alles correct moét verlopen. Dat ze van wanten weet! De avonden vullen we traditiegewijs met spaghetti (de koks van dienst hebben een overheerlijk sausrecept) en teppanyaki met vlees en verse zeevis van de dag, ter plaatse besteld.

De andere dag fietsen we ons kletsnat. We houden het 40 km vol, flink ingepakt in alles wat ons tegen de gietende regen kan beschermen. Over de voeten gummi laarsjes, kap boven overkap boven helm, ruitenwissertjes op de bril en ruime regenjacks en -broeken. We lijken marsmannetjes, maar niemand die ons ziet, er is geen kat op de fietspaden. Niemand zo zot als dat dappere groepje zestigers. Maar thuis wacht de warme douche en de laatste restjes worden gebakken.

Nog een toost op de vriendschap en de belofte dit nog vele jaren vol te houden. Het WE in 2023 ligt al vast, we ontdekken dan de Vlaamse Ardennen, mijn geboortegrond. Als het God belieft, heelhuids en met zijn veertienen.

Weinig….hum…..te positief mag……

Chaos

Het is zo ver. De evenementenhal in Sint-Niklaas wordt weer omgetoverd tot het vaccinatiecentrum voor wie ‘graag’ zijn vierde of vijfde spuit gaat halen. Het is wat zoeken naar vrijwilligers om alles rond te krijgen, de koek is blijkbaar op. Anderhalve maand geleden gaf ik mijn naam op, ik ben bereid een handje toe te steken. Pas twee weken geleden valt het niet-langer-meer-verwachte bericht in mijn mailbox dat ze die dag op dat uur op me rekenen. Ondertussen was de datum al lang ingenomen met (leukere) zaken, maar wat geschuif zorgt ervoor dat ik me toch nog vrij kan maken.

Van 12 tot 16 uur. Uiteraard vergeet ik te eten vooraf. Mijn ontbijtje was nog niet verteerd. Geen paniek, er liggen altijd lekkere wafels klaar. Dat herinner ik me van anderhalf jaar geleden. Daarmee houd ik het wel even vol.

Ik krijg de check-out-administratie op de computer voorgeschoteld. Mijn stoel staat vlak voor de open deur. Ondanks het voorspelde betere weer (?) bevriezen handen en voeten net niet. Het is vrrrrrreselijk druk. De immense rijen aanschuivende mensen concurreren met die voor de Queen. Belgen zijn niet zo gedisciplineerd als de Britten. Ik hoor over voorkruipen en nonchance. Snel-snel wordt ons uitgelegd hoe we mensen na het vaccin registreren. Een peulenschil. Scan, typ, scan en typ. Ik overdrijf niet als ik hier schrijf dat ik onafgebroken bezig ben van 12 tot 16 uur, gerekend aan ruim dertien seconden per persoon. En nog stapelen de massa’s zich op. Een mens zou er stress van krijgen…. Zowel wij als de schuifelende mens. Hier en daar valt een klacht, over chaos en verkeerd beleid, maar….. schiet niet op de pianist…. toch blijf ik ze vriendelijk te woord staan, part of the job.

Een aandachtige stuart ziet mijn blauwe pinken en biedt aan een hete thee met koek voor me te halen. Graag, heel graag. Een warme maag verwarmt het lijf. Ze komt terug met lege handen. Ja hoor, er zijn theezakjes. Maar ….. geen warm water. Ja hoor, er staat een schaal, maar ….. de koekjes zijn ze vergeten. Ter compensatie krijg ik de tijd om even naar toilet te rennen. Waar ik in stilte een verloren en verbrijzeld koekje uit mijn handtas vis en naar binnen vreet. Een snelle slok water uit de kraan en voila, ik kan er weer tegen.

Halverwege onze shift – we zijn met vier en nog krijgen we de massa niet klein- lukt het scannen nergens meer. Dan maar typ, typ, typ en typ. Heel veel cijfers en letters, dat vraagt extra tijd. De rij groeit navenant. Piepkleine cijfertjes dwarrelen voor mijn ogen. Ik kijk boven, onder en naast mijn bril, het blijft turen. Gegarandeerd droom ik deze nacht van GD4769, het gebruikte Pfizerlot, dat manueel (en niet anders! Zoek vooral geen hulpmiddeltjes als ctrl c en v) telkens opnieuw moet worden getypt.

Na de shift zoeken vermoeide ogen mijn opvolger. Die duikt niet op. Of ik een tweede shift tot 20 u kan doen? Bibberend van de kou, honger en concentratie? Sorry, daar pas ik voor, ik wil wel nog éven doorgaan….. Na een half uur daagt mijn opvolger, duidelijk niet gewend aan tijd en stond, toch op. Met veel plezier geef ik hem mijn klavier door.

Thuis gekomen kookt het theewater nog voor ik goed en wel binnen ben. In de haast grits ik nog een flinke koek mee om de eerste honger te stillen.

Manlief fietst een grote tocht vanuit Terneuzen. Hij stuurt geregeld berichtjes over koffie, leuke terrasjes, fietsen langs het water en grote schepen. Mijn besluit staat vast…

Hit & Run (*)

Wat is je vroegste herinnering?

Ik ben kleuter en speel verstoppertje in het grote sprookjesbos. Een stevige boom lijkt me een ideaal plaatsje, ik glunder, mij gaan ze niet vinden. Tot ik ontdek dat ik middenin een nest rode mieren sta, die ijverig het grote obstakel tegemoet klimmen. Een gil van daar tot in Tokyo verraadt mijn geheime locatie, verlamd zie en voel ik hoe reuze beesten mijn benen en armen rood kleuren, tot  verlossende mama-armen me optillen en bevrijden. Weer een trauma rijker.

Welke levende persoon bewonder je het meest en waarom?

Wellicht mijn man, dé rots in mijn branding. Altijd luisterbereid, relativerend én ja, lief.
Ups en downs zijn des levens. Wat een loodzware ouderwetse zin!

Wanneer was je het gelukkigst?

Bij de geboorte van de eerste zoon. Het gaf een ongelooflijk gevoel dat ik, jonge meid van 23, een écht levend(ig) wezentje op de wereld had gezet. Een wezentje, waarvoor ik van bij de start een immense liefde voelde. Nog twee keer mocht ik het ervaren bij, of beter na de geboorte van de andere zonen. Ook bij de geboorte van de kleinkinderen waande ik me in de oma-hemel.
Maar ik denk niet dat 8 gelukkig-ste momenten mogelijk zijn … Je weet wel, die overtreffende trap is beperkt. Comparatief, superlatief. Ik ken ze nog.

Wat is uw grootste angst?

Dood-angst.

Wat was vandaag je eerste gedachte?

Die heerlijke droom over een uitstap met mijn ouders hield ik graag nog even vast. Ik bleef liggen en her-droomde en her-droomde nog een vol uur.

Wat is je onhebbelijkste karaktertrek?

 Ik blijf mens en heb er meerdere. Volgens mijn man beperkt die zich tot het laten open staan van kastdeuren, haha……hij is véél te mild. Je weet wel, lief.
Wanorde in huis geeft wanorde in mijn hoofd. Vooral mijn kinderen vinden dit geen leuk trekje.
Maar ik heb er nog een hele resem die ik hier niet aan jullie neus ga hangen.

Welke eigenschap stoort je het meest aan anderen?

Gebrek aan luisteren als heel belangrijk onderdeel van empathie.

Wat is je dierbaarst bezit?

Mijn familie, in alle rangen en standen.

Wat is je favoriete zintuig?

Het zien. Ik geniet graag mooi.

Wat wou je worden als kind?

Verpleegster op de kinderafdeling. Nog altijd spijt dat ik het niet heb doorgezet. Maar in mijn job heb ik veel grotere kinderen gereanimeerd.

Met welk deel van je uiterlijk ben je minst tevreden?

Met de extra kilo’s die me sinds mijn 60 blijkbaar eeuwig trouw beloven….

Wat ben je verschuldigd aan je ouders?

Ze zijn er niet meer, ik zag ze zo graag. Het besef dat ik nog zoveel meer voor hen had kunnen betekenen (ze woonden vrij ver) zorgt vaak voor een (hopelijk onterecht) onrustig schuldgevoel.

Wat was je ergste job ooit?

Als 22-jarige voor een bende ongeïnteresseerde puberjongens proberen de stelling van Pythagoras uitleggen. Elke vrijdagavond zocht en vond ik huilend troost in een warm bad. Toen mocht dat nog.

Wat is je grootste teleurstelling?

Dat ik geen mooie schoenen kan dragen…. Dat heeft te maken met de vraag hierna. Vreemde volgorde.

Noem één ding dat de kwaliteit van je leven zou verbeteren.

Leven zonder spierkrampen.

Wat beschouw je als je grootste prestatie?

Dat ik kinderen heb opgevoed die nu tevreden hun eigen weg vinden.
En misschien kennen sommige studenten Pythagoras nog?!
Tot hier beperken zich mijn ‘grootse’ prestaties.

Wat is de belangrijkste les die het leven je geleerd heeft?

CARPE DIEM

Waar zou je nu het liefst zijn?

In Vancouver bij zoon en schone dochter.

Wat is je favoriete geur?

De geur van fresia’s. Het was ook de favoriete geur van mijn overleden zus.

De liefde, hoe voelt dat?

Intens, warm en rijk. Onvoorwaardelijk.

Van welke gewoonte zou je af willen?

Van kastdeuren laten openstaan zeker? Of van zagen bij slecht weer? Of te lang uitslapen? Of ’s nachts moeilijk in bed geraken? Of….

Hoe wil je herinnerd worden?

Pfff…. Gewoon verder leven in de herinneringen van mijn nakroost is voor mij voldoende.  Ik ben een simpele geest.

(*) Naar aanleiding van de Hit&Run in “De Standaard weekblad”, waar wekelijks mensen deze vragen worden voorgeschoteld en antwoorden vanuit het hart, waag ook ik hier een poging.
Nu aan jullie om als reactie ook minstens één vraagje in te vullen.

Dat is hier op aarde de hemel voor mij

De Nederlandse lokroep is weer eens te groot om te negeren. Weerman Frank (ai, ik hoorde dat hij binnenkort op pensioen gaat, ik ben nochtans fan van de eerste rij) zorgt voor enige aarzeling, hij voorspelt twee stevige regendagen en één zonnige dag. Bepakt en gezakt met een extra regenjas en broek wagen we de overtocht. Sorry Frank, je kreeg ongelijk (geen paniek, ik blijf fan!), maar ik neem het je niet kwalijk, we kregen drie prachtige zon-dagen op rij.

In Etten-Leur, waar de lintdorpen Etten en Leur in 1968 aan elkaar vastgroeiden, parkeren we onze fietsen onder de ‘wereldberoemde’ -enige overdrijving laat ik mezelf graag toe- Moeierboom. De prachtige linde is aangeplant in 1675 en ontmoette er ooit Vincent Van Gogh. Het dorp vormt een ode aan deze te-lang-miskende schilder. Onze vriend heeft een App (sorry, naam vergeten) met korte rondleidingen en vraagjes, die reizigers zelf aanmaken. Zo belanden we in het Sint-Paulushofje, een prachtig plaatsje met dertien verzorgde huisjes rond een rustig plein. In 1681 woonden er dertien arme vrouwen. Ook nu nog vinden zeven alleenstaande vrouwen er een kleine, maar schitterende huisvesting. Het streekmuseum Etten+Leur en een tof antiek cafeetje met een ouderwetse gezellige toog vullen de overige ruimtes. Jammer dat we het koffiemoment er al op hebben zitten….. Die kleine onverwachte ontdekkingen kleuren de dag nog intenser.

De Achelse Kluis heeft een lange religieuze traditie. In de 17e eeuw woonden er kluizenaars, na een onderbreking werd op deze plek de Benedictusabdij opgericht. Sinds de laatste monniken vertrokken, rest er nog enkel de Fazenda da Esperança, een gemeenschap waar jonge mannen met een verslavingsproblematiek terug structuur zoeken en vinden in het leven. Zij wonen er verplicht een vol jaar zonder sigaretten, alcohol, drugs, internet en medicamenten. Blijkbaar is herval zeldzaam. Vriend en ik (vriendin en man zijn nu éénmaal braver) glippen via de barricade toch even naar de achtertuin. Onze nieuwsgierigheid wordt beloond, fluisterend banen we ons een weg in vergane, maar indrukwekkende glorie. Een plaatselijke bewoner vertelt dat de dagen er geteld zijn, de enorme site zoekt een nieuwe bestemming, geschiedenis gaat weer verloren, de kosten zijn torenhoog. Doodjammer!

De Stabrechtse heide kleurt diep paars.

Hoe schoon nog de wereld, de zomerse hei,
Dat is hier op aarde de hemel voor mij !


Ik hoor het mijn moeder nog fluiten, zingen en op de piano tokkelen, net als ik was ze een vurige heidefan. De grootsheid van de natuur maakt nederig en melancholisch, terwijl rondom ons de wereld ruziet en om zeep gaat. In Geldrop lunchen we bij Luuxx. De winkel met zelfgemaakte producten en de eet-huiskamer worden open gehouden door Lunet zorgcliënten die, onder begeleiding, zorgen voor een gastvrij onthaal én een gezonde maaltijd. Een heel mooi project, waarbij xx staat voor 2 lieve kusjes. De lunchplank is heerlijk én speciaal aangepast voor mij als vegetariër. We worden bediend met een brede glimlach.

Net voor de terugweg vind ik mijn stokoude, door en door versleten, maar zalig zittende sandalen met een heel verleden niet meer. Bij de opkuis van de kamer werden ze niet gevonden. Manlief en ik “mogen” nog even in de containers kijken. Adem inhouden, zakken openen en terug sluiten, rommelen en stommelen, tot de koks ons eten aanbieden, ‘als we dan toch zo’n honger hebben’. Beschaamd én ontgoocheld trekken we weg. Een zwaar verlies voor mij…..

Onderweg geeft het stralende weer forfait. Just in time, maar toch beangstigend.

Tijdens het uitladen bij thuiskomst vind ik in een verloren zakje …. mijn sandalen….. zonder containergeur….