Wissenschaft kann nur gedeihen in einer Atmosphäre des freien Wortes. (A Einstein)

Ik ben vurige fan van Jabbertje, de figuurtjes zijn simpel én ook fijn om na te tekenen met de kleindochter. De tekst eenvoudig en actueel. Op facebook reken ik me graag tot één van de 83.570 medevolgers.

Neen, ik wil het niet hebben over de waarheid achter “ikdoewelmee” of ‘ikdoenietmee”.
Hier In België is het chaos troef, politiekers spreken zichzelf dag na dag tegen, herformuleren de eigen woorden voortdurend alsof ze telkens opnieuw dé waarheid verkondigen, virologen gaan in stiltestaking, je zou voor minder het Noorden kwijt raken. Zo ver ben ik dus momenteel….

Maar Jabbertje zou mijn onderwerp worden, Jabbertje met een duidelijke mening, altijd warm, zacht en eigenwijs, vrolijk vertolkt door het meisje met de schattige sprietjes.
Facebook is een medium waar je kan goedkeuren, afkeuren, meedenken, gal spuiten.
Uiteraard ben ik voor vrije meningsuiting,
we leven in een democratie,
maar
als je dit leest
dan vraag ik me toch af

reacties op facebook

of die taal echt niet anders kan
waarom de manier waarop gereageerd wordt niet met respect kan gebeuren
zelf word ik er ongemakkelijk van
en dan heb ik de meest aanvallende ‘rijke woordenschat’ nog veilig op het medium achter gelaten

Ik blijf haar trouwe volger, reageren doe ik nooit, reacties lees ik niet langer.

Een fijn, kletsnat WE! Voor de natuur een voltreffer.

Zoon kruipt in de pen

In de krant de Standaard stoot ik onverwacht op eigen bloed.

Het schooljaar komt eraan, ‘as a strange new world’. Hij trad zoveel jaar geleden in moeders voetsporen, zelfde vak, zelfde job, andere school, andere klassen.
Ook mijn enthousiasme in de klas (uit een ver verleden?, neen toch!) en begrip naar het jonge volk gaf ik hem met plezier in de genen door.
Hij gaat ervoor, 1000%, ook al klinkt dit totaal onredelijk binnen ons vakgebied.

Dit jaar wordt anders, via een lezersbrief kruipt hij in de ‘rode’ pen en verwoordt zijn denken, de vele vragen bij wat jongeren (en hem en vele anderen) te wachten staan.

We leven in een land van vrije meningsuiting. Pro en contra. Rechts en averechts. Ja en neen.

Wat ben ik voor mezelf – een mens mag al eens flink egoïstisch zijn- blij dat het pensioen hier een paar jaar geleden aanklopte. Het mee-leven met jong, ouder, oud is een blijvertje, een doordrijvertje, een schrijvertje waard.

Het vooruitzicht om een heel jaar lang een mondmasker te dragen en fysiek afstand te
houden tot leerlingen is niet hoopgevend. Virologisch klopt het. Veel klaslokalen zijn behalve klein ook moeilijk te verluchten. De virusverspreiding zal verhinderd worden door iedereen te maskeren. Maar het lesgeven wordt danig verstoord door de maatregelen.

Lesgeven is niet concrete leerstof overbrengen, dat kan een Youtubefilmpje minstens even goed. Lesgeven is enthousiasmeren, zin laten krijgen in je vak en tegelijk het proces van de leerling gadeslaan. De afstandsregels in combinatie met de mondmaskers zijn een aanslag op dat lesgebeuren, dat totaal ontmenselijkt wordt. Mimiek valt niet meer af te lezen van leerlingen, die nummers worden. De communicatie tussen leerkracht en leerling raakt verstoord. In de eerste plaats anderstalige leerlingen worden minder verstaanbaar als ze in klassen waar alle ramen openstaan, moeten opboksen tegen het lawaai­ buiten. Als leerkracht wordt het onmo­gelijk het proces van leerlingen te volgen. Je wordt veroordeeld tot frontaal lesgeven. De facto verwordt het lesgeven tot afstandsonderwijs ter plaatse, maar dan in oncomfortabele omstandigheden.

Na een dag lessen volgen met mondmaskers op wordt het leerlingen niet gegund het masker af te zetten in de stad Brussel of op het openbaar vervoer. Het wordt stilaan een zware straf voor de jongeren, die amper ziek worden van het virus, maar wel hun sportactiviteiten, festivals en feesten geschrapt­ zagen.

In landen als Nederland, Denemarken of Zweden is een mondmasker in de klas niet verplicht. Als er geen substantieel verschil is tussen het aantal besmettingen in Vlaanderen en die landen, kan de mondmaskerplicht en afstandsregel dan niet sneuvelen ten voordele van iedere leerling?

Veiligheid troef!

‘k Neem vandaag de trein
Om bij jou te zijn
Ik voel me blij (Ann Christy)
Vriendin heeft een onbestemd Coronacontact gehad en belt af, de trein wordt afgeblazen, ontgoocheling overvalt me, maar veiligheid boven alles in deze meer dan bizarre tijden.
Het dankbaar bedoelde ruikertje krijgt hier nu een plaatsje. Een fijne geur verspreidt zich over de ruimte. Ondanks alles, héérlijk!

wp-15949781743197215521155819430887.jpg

 

Ik ben nog in twijfel… Kopen of niet? Ook hier veiligheid boven alles!

wp-15949790110174437211411269454425.jpg

 

In de badkamer gaan we tegenwoordig veilig op reis!

wp-15949792431858859926937549135835.jpg

 

 

 

 

 

 

Godendrank

Sluipend stil
een wereld van verschil
neemt het oude leven
terug de bovenhand
door heimwee overmand
besluit ik toe te geven

Stress glipt soms doorheen de dagen
omringd met vele vragen
plannen, wagen, ervoor gaan
met beide benen op vaste grond staan
overdenken wat kan en veilig klinkt
betrouwen op eigen oerinstinct

Gemaskeerd de lege wagon instappen
met een hart als kleine boef
de trein rijdt richting zee
een hele wereld zoeft voorbij
gewicht valt van me af
ik voel me vrij, blij
een overvolle batterij

De zee golft levendig als voorheen
drijft weg en krimpt ineen
spat enthousiast uiteen
we stemmen onze snaren overeen

Het voelt als net gewonnen vrijheid
na strijd en wachttijd
inzicht dat voort schrijdt
zomertijd en lichtheid

wp-1591779686347123203258713376596.jpg

Het uitnodigend terras lonkt
en verleidt
tot koffie, room en advocaat
heerlijk zoet traktaat
ik nip met kleine slokken
van vrees ver weg getrokken
de échte zomer op haar sokken

De eerste keer

Een beetje aarzelend, onzeker, afwachtend en toch doorzettend, die allereerste keer.

De eerste knuffel met de kleinzoon smaakt Warm! Zacht! Heerlijk!

Langs boeken in de bib kuieren, verplicht mandje in de ene hand, boeken voorzichtig aanraken, de inhoud nalezen, schrijfstijl proeven, om vervolgens terug te zetten, want het boek lijkt toch niet ‘jouw ding’, maar je vingerafdrukken staan er nu wel op, kan dat?, mag dat?, de tijd is gelimiteerd.

Maandag openen de terrassen weer. Trein met mondmasker, zee én etentje worden gepland, het vraagt een beslistheid, die me zelden eigen is, maar me van de ‘noodzaak’ probeert te overtuigen.

Ook de regen maakt zijn debuut na vele weken zonnige droogte, ze was nog nooit zo welkom, ik gun haar gul nog enige dagen.

Naar de geplande reisjes zie ik hard, héél hard uit.
Vliegtuigen mogen weer overvol de lucht in, verbazing en stille angst blijven hier toch aan de orde, met dezelfde bedenkingen als viroloog Van Ranst. Gaat dit niet te snel?
Maar zelf kruip ik er niet in, misschien nooit meer.
Enkel veilig de grens over, fietsen op de auto, natuur en vriendschap genieten.

Grijze lange haren moeten dringend terug in coupe worden geknipt, een getint laagje her en der scoort ‘onder de leeftijd’, oogt zo oud als ik me mentaal voel, en dat is vooral geen zestiger!

wp-15914325185651300489834416205379.jpg

De ooievaar bouwde een warm plekje  rond het gelige straatlicht. Ik ben te klein om in het nest te gluren, maar zij is moederlijk druk bezig de kroost te voederen.
De foto is te donker, te vaag, te bewogen, maar lief.

wp-15914325211128349270217917179495.jpg

Het albino veulen komt dartel naar me toegelopen en poseert geduldig tot ik eindelijk de smartphone heb opgevist (altijd een hele bedoening in mijn veel te ruime handtas) om ze schattig op de lens te krijgen.
Ze hoopt op en krijgt dus een definitief plekje in mijn blog.

wp-1591432519997976383529983500626.jpg

 

De wereld is te rond om in een stil hoekje te zitten (Loesje)

De koorts slaat  toe, vooruitzichten zijn hoopvol, angst schuiven we dapper ver weg (of proberen we toch), het wordt nog wachten op die laatste toestemming waarbij grenzen terug open gaan. Of niet….

Drie geplande reizen werden geannuleerd, Heer Corona stak er een dikke stok voor. En toch blijven reisjes hier hoog in de pikorde staan, ingewikkeld hoeft niet, gewoon de dichtbij-grens over, fietsen op de auto, natuur en cultuur van de buurlanden snuiven.

In het ‘oude normaal’ fietsten we nu een stuk Donau af, genoten we tien dagen zon én fijn gezelschap én lekker eten én kronkelende paden. Maar we leven nieuw-normaal, en verkennen de buurt, de iets verdere buurt. Het fietsenrek blijft aan de auto geplakt.
Het geeft vrijheid… beperkt….

Positief denkend hebben we toch grote-vakantie-reisjes her-vast gelegd. Afzegbaar in noodgeval, maar daar gaan we niet van uit. We dromen gretig, te lang gemist.
Alleen al het plannen, data zoeken, vrienden contacteren, samen beslissen, het doet ontzèttend veel deugd. En zoals overal’tijd’, ‘tijd’ blijft de beste raadgever.

Duimen dat ons weekje Veluwe met kroost en honden mag doorgaan! Het huis is veelbelovend, de hof reusachtig, heerlijk ideaal voor hond en kind.
We verplaatsen gewoon ‘onzen bubbel’ daarheen, klinkt zalig toch!

Een fietsvakantie richting Friesland krijgt opnieuw vorm, drukke online-besprekingen met  vrienden wijzen op neuzen in dezelfde Noordelijke richting.

De fietsvierdaagse met ander gezelschap is nog volop in onderhandeling, wordt het Waterland? Wij zijn alvast fans. Data zijn geprikt.

En de Donau gaat niet lopen, we zoeken samen, met een warm tuinbezoek en calorievol ijsje, nieuwe data, agenda’s worden samen gelegd.
Uitgesteld mag nooit verloren zijn, nu genieten van wat kan en mag.

Hoop schept dromen, dromen doen leven,  enige transitiviteit leert dat hoop doet leven.

Vakantie, ik neem altijd een lege koffer mee voor de mooie verhalen” (Loesje)

En ja, ik blijf Loesjes-fan!

 

Tweemaandelijks Corona-dagboek

Ongeloof
dit kan zo erg niet zijn
politici overdrijven
een gewone griep
vanwaar die angst
vanwaar de plicht tot opsluiting
de brug met China ligt zo ver
Ongeloof

Stil besef
misschien toch erger dan gevreesd
hoe kan dit nu
in onze Westerse maatschappij
met slimme Topdokters
geneeskunde a la carte
Stil besef
toch erger dan verwacht

Naïef spannend
gebeurt dit echt
alles gaat op slot
scholen toe, bedrijven sluiten
een hapje en drankje kan niet langer
ongewoon
je mag niet dit, je mag niet dat
nooit meegemaakt
spannend

Schrik
zieken worden doden
beademing pijn koorts
ziekenhuizen liggen vol
overvol
astronautenpakken overbevraagd
witte vlaggen hangen uit
kleine beertjes als blijk van sympathie
oudste zoon wordt ziek, geïsoleerd
hij overwint, terug sterk
zoon twee is bang
bang van de ziekte en the strange new world
op microniveau sluipt ook hier de angst binnen
om hem en zijn afglijden
om de afstand tussen wij en hij
tussen vriendin en hij
tussen België en Nederland
om de weg die er wel is
maar niet mag bereden worden
schrik soms onbeheersbaar

Begrijpen
erger dan verwacht
cijfers, eindeloze programma’s worden steevast opgevolgd
slimme virologen beheersen het scherm
wereldzorg
overstijgt ons huis, onze straat, ons land
nooit gebeurd
en toch niet onverwacht
de euro valt keihard
dit is ernstig, zeer ernstig
het is wat het is
begrip, eindelijk

Nieuwe wetten, nieuwe maatregelen
vreemd streng, soms angstaanjagend
nu wordt het missen
de kroost groeit elders op
elke overbrugging
blijkt een brug te ver
man heeft mij
ik heb man
we hebben elkaar
digitaal wordt nieuwe normaal
met scherm als veilige afstand
veilig tegen elke druppel
de babbel eindigt steeds met meer gemis
we leren bij, aanvaarden
proberen

De zon is wel gezind
veel, heel veel dagen lang
enige vrijheid is nog toegestaan
geen slot op kilometers met de fiets
we rijden naar Zuid Spanje
in toeren rond het huis
en toch nog zoveel te ontdekken
lente straalt, de vogel zingt zijn lied
de koe graast rustig verder
veel stilte voelt veilig
terrassen gesloten
een koekje met wat water op een bankje
rustbanken met folie overtrokken
we voelen ons ontheemd
maar genieten de lichte vrijheid
in trouwe zon

wp-15898323196008383094677021979648.jpg

Langzaam, misschien te snel
hoop maakt leven terug gewoner
kleinzoon vraagt
oma, kom jij in mijn bubbel?
heel graag, nog zonder knuffel
waar ik zo naar snak
onverwacht springt hij in mijn armen
ik schrik en roep oh neen
hij schrikt en beseft zijn ‘fout’
verstopt zich achter de deur
ik huil om hem, ben lief, ik paai
is dit hoe ik nu verder moet?
hoop doet leven
en toch, en toch, het blijft onzeker
nog lang, nog heel erg lang
nog veel te lang

De anderhalve meter
beheerst het leven nu
het masker gaat op en af
ik haat het als de pest
claustrofobisch ademen incluis
dé beste reden dus
om thuis te blijven
het is voor het goede doel
zoenen, handen, knuffels
zijn nog uit den bozen
afstandelijk
is hoe we door het leven gaan
argwanende medemens
een vrees voor smet
smetvrees
handen met kloven
van water en zeep
maar alles voor het goede doel

Dit is
hoe ik
de voorbije maanden
beleefde
intens
op en neer
neer en op
met hoop en wanhoop
de woorden stromen
recht uit het hart
met dankbare pijn
en pijnlijke dankbaarheid
het zal verkeren
ooit
Bredero wist het al.

De antiheld

Jij kan zomaar het leven van iemand redden! Gewoon door bloed, plasma of bloedplaatjes te geven. Het vraagt amper een klein uurtje van je tijd.”

Reeds twee jaar ben ik trouwe bloedgever, altijd een fijn gevoel voor mij én de onbekende ontvanger (hoop ik).
Op de affiche lees ik de woorden, een smekend  telefoontje helpt me over de streep, ik ga plasma doneren.  Een fluitje van een cent, en blijkbaar broodnodig, zeker in Coronatijden.

Als een Romeinse koning vlei ik me languit op de rode zetel. De prik volgt, dat deert me niet, ik ben en blijf een held. Mevrouw achter het mondmasker geeft uitleg, ik begrijp de vele buisjes, die stilaan rood kleuren, de motor waar het grijsgele plasma gecentrifugeerd wordt, en het bloed dat vervolgens weer onder mijn huid kruipt.
Ik lig comfortabel , enkel pluche ontbreekt op de troon, van waaruit ik een prachtig zicht heb op het – ondanks alles- levendige stationsplein. Ik sluit de ogen en geniet van de rust, de afwisseling tussen rood geven en krijgen, de enige opdracht is een balletje knijpen.
Het mondmasker vraagt geregeld of het lukt. Uiteraard, natuurlijk, evident.

Ik ben over halfweg, opvliegers overstelpen me, of is het de zon die schittert door het grote raam?  Het zweet barst me uit. Het mondmasker legt snel de zetel in ligstand, en geeft me een cola,  val ik daar toch een beetje van het gedroomde voetstuk?
Suiker moet de boel hier oplossen. Het koele blikje helpt verademen.
Ik knik geruststellend, het gaat beter.
Tot oren hard beginnen suizen, en zwarte plekken voor de ogen dansen, ik voel me wegglijden, kan nog net ‘mevrouw’ fluisteren.

In de verte hoor ik mijn naam, meerdere keren. Beduusd kijk ik vier mondmaskers recht in de -resterende- ogen, die me langzaam terug tot nu verplichten, ik luister gedwee, gewillig en gehoorzaam.

Drie koeken, nog meer cola en een lieve bezorgdheid helpen me er bovenop, mijn maag klotst van het sprankelend goedje, ik krijg een zakje tegen de kots, die zich, net als ik, gewillig houdt.

“Is alles nu voor niets geweest?” De geruststelling volgt, 90% bruikbaar plasma heb ik nog bewust gegeven, daarna gingen naald en geest er stante pede uit.

“Niet bang zijn, een tweede keer gaat vaak vlotter”. Ik knik braaf, maar denk het niet.

De verdere dag lig ik in de zetel in de zon zonder uitzicht op het plein, zonder koninklijke sensatie, het blijft lichtjes tollen in het hoofd, ijle golven van anti-held-besef overspoelen mijn geest en lichaam.

 

 

Gastblog van oudste zoon. Leven in tijden van Corona.

Ik nader mijn doel.  Hooguit enkele meters schat ik.  Een oudere vrouw verspert echter de weg.  Ze lijkt in gedachten verzonken en merkt mijn nabijheid niet op.
Ik schat mijn kansen in.  Een snelle, risicovolle aanval ?   Geduldig wachten tot ik kan toeslaan ? Ik opteer voor een opvallend kuchje.  De vrouw schrikt op uit haar overpeinzingen, kijkt mij onthutst aan en springt aan de kant als was ik een hongerig jachtluipaard.  Eindelijk lag de doorgang vrij.  Twee zakken pickles chips werden het.  Geen moeilijke keuze, het zijn tijden waarin de helft van de bevolking op chips lijkt te leven.  Er zijn nog enkel pickles.  Vanuit mijn ooghoeken zie ik hoe de vrouw mij meewarig aankijkt.  Ik begrijp haar doodsangst.  Ze is oud en kan haar overgewicht niet verbergen.  Een risicogroep.   Ze heeft geluk dat ze vrouw is.

Het was mij al langer duidelijk dat de anderhalve meter maatschappij netelige momenten met zich meebrengt.  Mijn vaste looproute langs de Leie is een pad van hooguit een meter breed, als je de netels aan de ene kant en de Leie aan de andere kant tenminste niet wil meetellen.  Ik liep daar meestal alleen,  op een occasionele jogger na.  Maar nu iedereen een strava-account lijkt te hebben aangemaakt of zich dodentocht-allures heeft aangemeten lijkt het pad herschapen tot de plaatselijke Veldstraat.  Een deel van hen kijkt mij aan alsof ik het virus zelf ben wanneer ik hen hijgend kruis.  Ik zoek wanhopig de blik die hen duidelijk maakt dat dit MIJN terrein is dat ZIJ hebben ingenomen.  We houden er duidelijk een verschillende mening op na.

Nee, dan is mijn job als leraar een stuk gemakkelijker, al was het maar omdat fysiek contact onmogelijk is tijdens een google meet.  Ik stond er huiverig tegenover – ik gaf aan dat het onmogelijk zou zijn de leerlingen nog persoonlijk te volgen,  in werkelijkheid had ik schrik een heuse youtube-hit te worden – maar na enkele weken lijkt het systeem niets dan voordelen te hebben.
Bij een les om 8u30 loopt de wekker af om 8u28, dat is zo’n twee uur later dan in het reguliere schooljaar.  Daar word je niet ongelukkiger van.   In het dagelijkse gesprekje voor de les echt start blijkt zelfs 8u30 voor de gemiddelde puber een niet te nemen barrière.  Ze smeken volgende week de les op een later moment te geven, wat ik uiteraard halsstarrig weiger.  Wanneer de leerlingen hun microfoon uitzetten – muten heet dat tegenwoordig – start een monoloog, die op geen enkel moment onderbroken wordt door leerlingen die hoog nodig het weekend willen bespreken.
Ik zie 23 namen als deelnemer aan het gesprek en weet dat ik weer trots aan school zal kunnen doorgeven dat iedereen aanwezig was.  Dat er eentje sms’en aan het sturen is en een andere zich na het aanmelden al lang terug in dromenland bevindt kan ik natuurlijk onmogelijk weten.  Ik probeer af en toe een vraag te stellen die in de chat moet beantwoord worden, maar wachten op 23 antwoorden fnuikt het hoge tempo waarop ik kan les geven te veel, dus dat idee laat ik snel varen.   Na vijf goede antwoorden herneem ik de les weer.  De goede antwoorden komen steevast van dezelfde leerlingen die in de klas het antwoord zouden gegeven hebben.

Er loopt bericht van school binnen dat er zo lang mogelijk les gegeven dient te worden, vermoedelijk tot vlak voor eind juni.  Even slaat de paniek toe.  Aan dit tempo is de helft van de leerstof van volgend schooljaar ook al gezien.   Een zeldzaam moment van gezond verstand lost de kwestie op.   Ik beslis de leerlingen wat minder leerstof te laten voorbereiden tegen de volgende online les.  Aan de reacties te horen gaat het hier om een win-win besluit.
Medelijdend denk ik aan mijn collega Frans, die de leerlingen kapot bombardeert met taken.  Ik kan mij niet van het gevoel ontdoen dat zij niet vrolijker zal worden van al haar verbeterwerk en ook de leerlingen lijken niet zo lyrisch over haar aanpak van het online onderwijs.  Misschien gaat ze ervan uit dat meer kennis over Voltaire op termijn zal bijdragen aan het vinden van een vaccin tegen Covid-19.   In dat geval neem ik mijn woorden terug.

Tussen twee eigen lessen is de zoon 18 blaadjes over de kikker aan het invullen.  Het dier blijkt in tegenstelling tot de pad geen orgaan van Bidder te hebben en beschermt zich tegen gevaar met de unkenreflex.  Het vergaren van die kennis gaat niet zonder slag of stoot: zoonlief roept van tijd tot tijd alle goden aan om zijn frustratie kenbaar te maken.  Ik stel hem gerust: ik ga er vanuit dat zijn nieuwe kennis op termijn een vaccin tegen Covid-19 zal opleveren.

De dochter hebben we inmiddels twee uur lang niet meer gezien.  Ze heeft ofwel braaf haar huiswerk gemaakt, ofwel heeft ze twee uur lang liggen gsm’en.   We zullen het nooit weten.  Dat is het lot van een zelfstandig kind.

Ik sleep mij uitgeteld naar bed.  Les geven, de zoon begeleiden, lopen, koken: het lijkt niet veel maar het eist zijn tol.   Morgen is het dinsdag.  Of woensdag.  Of donderdag.  Whatever.   Morgen is dezelfde dag.