Het gras, de boter en een sprookje

Het gras is gemaaid, ondanks de maai-mei-niet-tip om de klimaat- en milieucrisis aan te pakken en zo meer bijen, hommels en vlinders aan te trekken in de hof. Een heel mooi initiatief waar ik volledig achter sta, maar als je er achteraf – met dank aan de eindeloze regenbuien- met de zeis doorheen moet, dan toch liever zondigen. Die zeis ligt trouwens (nog?) niet bij het tuingereedschap. Les excuses sont faites pour s’en servir….
Nood breekt wet, en manlief haalt de grasmaaier boven. Een kortgeknipte hof vind ik ook wel iets hebben. Jammer van de vele made-liefjes  die er nu de kopjes bij neerleggen, ze hebben hun naam niet gestolen met de prachtige witte jurkjes, maar zijn zo goed als onzichtbaar tussen het te hoge gras….

Op de vraag van kleinzoon of de vele boterbloemen die de bermen nu mooi geel kleuren voor onze boter zorgen, schud ik neen, meer nog, ze zijn vaak giftig.
‘Oma, waarom heten ze dan boterbloemen’. Kinderlijke logica.
Ik blijf hem het antwoord schuldig, en beloof dat Mr Google voor de oplossing zal zorgen, een oma kan ook niet alles weten? Ze hebben simpelweg de kleur van echte gele boter, de huidige margarines helpen vergeten.

Terug naar het gras dus, die ene vrij droge dag in de week gaat man-lief aan het werk. Aan mij om de knoop door te hakken, de hof en het machinelawaai meegenieten of met drie vriendinnen een écht terrasje doen, want voor één keer kan het in de zon! Zware overweging? Echt? Een terras? De tuinman wil toch ook liever niet gestoord worden?
JA!
Warm is het niet, maar daar zorgt het fleece dekentje wel voor. Vriendin ‘ken’ ik 65 jaar, onze ouders pronkten indertijd elk met een kersverse baby, toen al waren we dikke vriendjes. Ook bij de anderen geldt de meer-dan-halve-eeuw-regel. Het moet niet altijd anderhalvemeter zijn…..


De laatste maandelijkse afspraak is –verdorie!- 7 volle maand geleden. Om dat beetje bij te praten hebben we dan ook bijna zes volle uren nodig. In tussentijd kan manlief zes hoven opfrissen.

Gesprekken gaan over het verleden als kleuter, als kind, als puber, als volwassene verdrinkend in een te druk leven waarbij we elkaar even uit het oog verloren, maar vrij snel vonden we het glinsterende oog terug, het lag niet eens ver weg verstopt. Ook het fijne grootoudergevoel wordt aangehaald, samen hebben we 28 kleinkinderen, waarvan de helft voor die ene oma. We plannen nieuwe doelen, verliezen oude gewoontes, een nieuwe woonst met uitzicht op het water (hier blijft het bij een stille droom), over kleiner wonen, burenproblemen en heel soms falende energie.
Over de lente in mineur, maar vooral over de droge zonnige dag die hemelse goden het tevreden Quartet (de ‘originele’ naam van onze Whatsapp-groep) blijkbaar heel graag gunnen.

Enkel blije gezichten op het terras, obers werken goedgemutst. Wat een luxe, het normale terug genieten, met een hapje en een drankje.

Na echt-deugd-doende babbels trekken we terug richting trein of fiets, we leven in verschillende windhoeken van het land.  

En dan ontmoet ik onverwacht deze fraaie elf. Met zijn drieën dansen ze gracieus een sprookje binnen. Eéntje kijkt recht in de lens, en mag dus op de foto én het net.

7 x ge

Gemoederdagd

in het prachtige domein Puyenbroeck. Groot en klein op veilige afstand verwend met broodjes en een prikkelend flesje en zoete zaligheden.
Gewandeld door de mooie omgeving met twee dartele honden en hun baasjes over en door het water, op kleine eilandjes, over romantische bruggetjes, op wegen met fris lentegroen.
Nagenietend nu van het mooie boeket wit-geel en lekkernijen.

Gefietst

Volgens de regenradar (lang leve de App) gaat het over een uurtje zwaar onweren. We besluiten nog even de trappers te wagen, ze kunnen best tegen wat nat, buren wuiven ons verbaasd na, donkergrauwe lucht komt dreigend richting ons. Kilometers worden beperkt gehouden, we ronden af op 25, regendruppels als hagelstenen zo groot (en hard!) zorgen ervoor dat alles waar geen jas bescherming biedt kletsnat wordt. Maar het is van korte duur, even knalt de donder nog, een laatste uitspatting.

Gekeken

Eigenlijk bekijken we nog steeds, de ge-toestand is nog niet volledig bereikt, de sfeervolle Netflixreeks Shtisel over ultra-orthodoxe Joden in Jeruzalem. De mensen leven er in een streng regime, heel boeiend om die andere wereld te ontdekken. Onder strenge regels worden liefde, haat, angst, verlangen, twijfel heel gevoelig weergegeven. Pure klasse. Acteurs leven zich perfect én intens in in de rol. Die mensen houden zich aan ontelbaar veel voorschreven (zinloze) wetten en regels, gaan er vaak gebukt onder, maar getuigen vooral van gevoelige kracht (ja dat kan!) en een grote doorzetting.
Hunkeren en klungelen lopen hand in hand. Het leven zoals het is in een chassidische gemeenschap.
Binge watchen is aan ons niet besteed, maar ik verzeker je, de serie werkt verslavend, heel boeiend om even uit de eigen comfort-(amaai nog niet!)-zone te stappen.
Een heel grote aanrader.

Gelezen

Je bent fan van haar of je bent het niet. Lize Spit. Feit is dat ze heel vlot en boeiend schrijft. Geen zware literaire zinnen, maar ze sleurt je volledig mee in de wereld van het boek met échte inleving in het voelen en denken van de gewone mens. In “Ik ben er niet” kom je terecht in de bipolaire wereld van de psychose, het boek baseert zich op ondervinding in de nabije kring van de auteur en veel opzoekwerk.
Ze speelt graag met taal en metaforen.
Wij waren de twee scheefgezakte pilaren die, zodra je ze tegen elkaar aan deed leunen, steviger zouden staan dan één ongeschonden, op zichzelf staande pilaar ooit kon. Het zou goed komen met ons, zolang we samen bleven.”
Ze confronteert je voortdurend en zonder genade met de wereld van de psychiatrie. De 576 pagina’s dikke kanjer verveelt nooit. Een eeuwig observerende Lize op haar best.

Gebeld

Met de kleinzoon die op boerderijkampje ging, zelf boter en choco en brood maakte, de veulens en kleine poesjes en lammetjes streelde, zich verstopte achter een koe bij het spel, lesjes kreeg in de stal, en heel hard genoot van twee heerlijke dagen, zoals vooral een kind dit onbezorgd kan.

Over zonde en durf

Vergeef me, want ik heb gezondigd. Als penitentie (wat een woord om als 6-jarige in het langetermijngeheugen gebeiteld te krijgen) speel ik hier open kaart en biecht onze zonde op, zonder houten schuifraampje met vele ruitvormige kottekes (typisch Vlaams woord hier) zoals in de goede oude kindertijd.

Maar misschien moet ik eerst een verantwoord excuus neerschrijven? Niet om mezelf vrij te pleiten maar het is de waarheid en niets anders dan de waarheid.

Zeven jaar geleden werd mijn beste fietsmaatje aangekocht in Hulst, net over de grens, een grens die ik met datzelfde maatje ontelbare keren heb overschreden. Al meerdere maanden kraakt en puft hij, zakt het zadel te pas en vooral te onpas met een dreun omlaag, levensgevaarlijk toch? Maar ik reed dapper door, het was van moeten, de oplossing lag niet voor de hand, fietsmakers in de buurt vonden geen ideale oplossingen.
Wij, maatje en ik, konden lange tijd de onzichtbare scheidingslijn niet over, wegens niet broodnodig in deze C-tijden.

Onlangs ging de grens open, voor oud en jong, voor fietsers, wandelaars en andere bestuurders. Nog langer wachten was geen optie, de altijd vriendelijke, bereidwillige fietsenmaker wacht ons op. En ziet onmiddellijk mijn probleem, meer nog, hij besluit het voor me uit te dokteren. Eeuwig dankbaar, binnenkort rijd weer ik op hoog niveau. Nieuwe stukken worden besteld en volgende week gaat hij aan het werk.

Grenzen overschrijden voelt voor mij, als braaf Lief meisje, nog steeds onwennig aan, een vaag schuldgevoel omwille van het gebrek aan goedkeurend papier overvalt me. En toch pleit ik onschuldig!

Nu we deze eerste stap hebben gewaagd, gaan we een trede verder in onze stoutmoedigheid. Manlief besluit in de boekenwinkel rond te snuisteren, zelf verkies ik de walletjes met prachtige vergezichten, veel zon, weinig tegenliggers, en een flink tempo om de stappenteller te behagen. Hij maant me aan steeds sneller te lopen, bij de stop voor de schattige foto verwittigt hij met een dwingende aanmoediging.
Het kleine lentekalfje wil graag op de lens en steekt zijn beste kopje voor. Mama koe knikt goedkeurend.

We (man en ik) treffen elkaar aan het water, op een rustig plekje, lees- en stapgenot zijn vlot vervuld.
Toevallig (?) ontdekken we een rustig terrasje. Een paar honderd meter verder is er op het marktplein een grote overrompeling. Niet daarheen. Minister Verlinden raadde ten strengste af dat Belgen massaal de terrassen van Nederland gaan bevolken. Maar van massaal is op dit terras helemaal geen sprake, 10 meter verderop zitten nog drie Belgen te genieten, en laat ik nu net geen eerst-rij-fan zijn van het belerende schoolmeestervingertje -oei, ik snijd hier in eigen vel- van de minister.
Toch is er die aarzeling, durven we of durven we niet?
Het grote krijtbord met ‘warme appeltaart met koffie’ is té uitnodigend, voor het eerst sinds 7 maand ervaren we terug dat blije gevoel van een warme bediening met échte appeltaart, zoals enkel Hollanders die kunnen bereiden. Dat we even later ontdekken dat we ruim twee Euro teveel hebben betaald in vergelijking met het overtuigende bord, is hen gegund, het.was.heerlijk!

Behalve de zoete zonde, bleef toch elke zonde uit?

Lente me (Toon Hermans)

Voor blogjes lezen en schrijven lijk ik minder tijd te vinden.

Heeft het te maken met de zon en de fiets, voor ons dé meest ideale combinatie? Ook al zijn terrassen nog niet open, ons pad leidt vaak ‘toevallig’ langs ijshoeves met houten banken, ruim verspreid over grote weides. Waar koeien je ongegeneerd blijven aanstaren waarbij je het gevoel krijgt dat je het ijsje dringend moet beveiligen.

Of heeft het te maken met het vaccin dat onze dagen toch lijkt te beheersen. Manlief was goed, heel goed ziek, maar intussen gelukkig weer de oude gezonde, vol energie en eindeloos veel plannen. Goed teken.
Uiteindelijk kreeg ik de lang verhoopte prik vorige vrijdag, na een eerste flink ontgoochelende afspraak. Vijf weken later komt nummer 2 eraan, en dan…..hopelijk…. duimen maar…..
Dat we kort daarop gezwind het prachtige weer in fietsten, was -achteraf gezien- misschien toch niet zo’n geweldig idee. Lichte duizelingen en een druk op mijn hersenpan getuigden dat het vaccin wel degelijk zijn werk doet. Maak ik vooral mezelf graag wijs. Het WE beleefde ik in ‘iets hogere sferen’, maar Beer, de hond, onze logee en een bezoekje van de kleinkindjes hielden me met de voeten op de aarde en maakten veel goed. De grote terrastafel in de stralende lentezon werd voorzien van een lekkere lunch, Beer en de kinderen speelden -zorgeloos en uitbundig -verstoppertje en voetbal tussen struiken en op het gras.
Lente maakt blij en soms overmoedig.

“Every flower is a soul blossoming in nature.”
― Gérard de Nerval

Hij bloeit uitbundig

Blij…..en toch…..

Zaterdagochtend, de zon schijnt doorheen de vuile ramen, of waagt toch een poging. Ik besef, ik heb veel te veel te lang gewacht, maar de zin ontbrak, ofwel was het te koud, te nat, te druk, te stil, te lastig, altijd wel een te te vinden……
Ik besluit de koe bij de vieze horens te pakken, de Kärcher in de hand probeer ik streeploze baantjes te trekken. Elke tip is hier welkom, want het lukt me zelden.

De GSM rinkelt, of ik het vaccin van Pfizer diezelfde avond nog wil meep(r)ikken, ik werd simpelweg heerlijk uit de reservelijst geplukt. Het hart maakt zowaar een sprongetje, is dit niet hét bericht waar ik reeds een heel jaar geduldig op wacht?
Kwart voor acht, niet te laat? Neen hoor, ik ben nog fit ende gezond. Ook het tweede vaccinatiemoment wordt vast gelegd. Dit klinkt niet langer als een sprookje. Mijn eerste stap naar nieuwe vrijheid wordt dankbaar aanvaard.
We fietsen de dag door, ramen krijgen uitstel, wie maalt daar nu nog om? De tocht leidt naar de polders van Kruibeke, links de brede Schelde met zicht op Antwerpen, rechts het grootste overstromingsgebied van Vlaanderen met slikken en schorren, water- en weidevogels. Groepen fotografen halen er hun hart en foto’s op. En dan ontdekken dat de boerderij met lekkere eigen-bak-wafels en hoeve-ijs ons uitnodigt voor een rustig plekje in de zon én op een bank, we aarzelen geen seconde. Hoe beloftevol kan een dag zijn!
De hele tijd leef ik een waas van opluchting en blijheid, want hier en nu is mooi, daar en straks krijg ik mijn prik. Nooit verwacht dat een mens zo verlangend kan uitkijken naar een scherpe naald….

Stipt om 19.20u schuif ik buiten aan in het rij van drie mede-kandidaten. Beter te vroeg dan te laat, manliefs tip.
Braaf houden we onderling afstand, stippen wijzen weg en stapgrootte. Om kwart voor 8 staan we nog steeds daar, een man meldt dat een onverwacht probleem opdook, waarvoor ijverig een oplossing wordt gezocht en zal gevonden worden. Zware fietsbenen maken het wachten moeilijk, na enige aarzeling en een goedkeurende blik van de vrijwilliger ga ik toch even zitten op die eenzame stoel. Het wordt koud, de zon verdwijnt. De verantwoordelijke komt eindelijk buiten, hij heeft nog juist drie prikken klaar en…. goed geteld, we zijn met vier. Iedereen kijkt iedereen aan, muisstil. En ja, ik ben het laatst toegekomen en ja, met veel excuses en een vage afspraak voor eind volgende week fiets ik, ontgoocheld en ontmoedigd en nog meerdere onten, terug richting huis, waar manlief – genezen en wel- me opwacht om samen onze eerste prik te vieren met de prachtige Netflixreeks Bir Baskadir met krulletje onder de s ( het lukt me niet de juiste toets te vinden)…..
Heel langzaam kom ik in de Turkse sfeer, waar het verschil tussen de vele culturen prachtig wordt aangereikt.

De dag, die zonnig begint, eindigt toch niet geheel in mineur, met dank aan schitterende acteurs.

Stille dinsdag

Druk kwetterende vogels en een ronkende afwasmachine verstoren de stille ruimte.

Straks komt Heer Bolle uit Nederland hierheen om onze zetel (bank voor de Nederlanders, want hij en bank komen samen uit het land) terug extra op te bollen. Broodnodig, want de harde metalen lat doet pijn aan de rug. Waar die oorspronkelijke vulling heen is, blijft me een raadsel, of er huizen muis-stille beestjes in het onderstel?

Manlief maakt zich nuttig als vrijwilliger in het vaccinatiecentrum. Ook ik heb me aangemeld, maar nog wachtende op de eerste oproep voor een administratieve job, vier uur rechtstaan is niet aan mij besteed.
We schrijven gisteren, de shift van man zit erop, nog een klein overuurtje wordt voorgesteld, no problem, niets bindt hem, goed teken dat alles daar vlot draait. Een overschotje AstraZenica wordt hem onverwacht aangeboden, hij zegt niet neen, net 65 is het sowieso nog wachten.
Nadat de nodige documenten zijn ingevuld, plant de dokter gedecideerd de spuit in de arm, en een half uurtje stoel-wacht-tijd later stort hij zich uitgehongerd op zijn voor de derde keer opgewarmde maaltijd.
In de namiddag trekken we richting zee, Oostende staat op de planning, zon en humeur stralen.
Net thuis overvalt manlief een serieuze dip, koorts, grieperig, lamlendig, te moe om broodnodige Dafalgan te slikken. Het vaccin doet zijn ding, besluiten we dus maar, optimist tot in de kist.
Na de onrustige nacht volgt nu een stille dinsdag, uitgeput slaapt hij de dag door en verplaatst schuifelend van zetel naar bank en eindeloos weer terug.
Vrienden, die hij de dag voordien bereidwillig wegwijs maakte in het centrum, appen hem dankbaar, gezond en wel. De gastheer ligt geveld. De dienst van vandaag is opgegeven. Andere katten worden gegeseld.

Een korte blik terug naar ‘zalige Pasen’, zo begroetten we elkaar in een ver verleden. De coole paashaas heeft her en der lekkernijen verstopt in de hof, de opbrengst wordt verdeeld over de kinderen, beloofd!, voor oma en opabaard dit keer géén overschotten. Of hebben we voldoende Coronakilo’s verzameld? Zijn visie dan…
Zoon speelt zelf voor paashaas met echte eitjes van eigen kweek. Ik sputter tegen, eieren genoeg in voorraad nu we net 10 dagen het kippenhok van de buur op reis verwennen. Hij dringt aan, schone dochter valt in.
Wat doe je dan als goedgemanierde mama? Dankbaar aanvaarden en ijverig op zoek gaan naar een vrij plaatsje in de overvolle koelkast.
In ‘wat doe ik hier in hemelsnaam allemaal mee’-gedachten verzonken open ik de doos…..het duurt even eer mijn euro valt…… Onze middelste, de ‘eeuwige vrijgezel’ …..



Jump in the…….

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is spring-in-woord.jpg

Ruim twee jaar geleden leerde Photoshop me tulpen laten bloeien in letters. Het wordt een vrolijk geheel en symboliseert bovendien wat een kleurrijke lente in petto heeft. De veel te koude wind houdt me binnen vandaag, van spring(en) is hier geen sprake, en toch is winter 2021 officieel voltooid verleden tijd.

Bij buurvrouw gaat de tijd voorbij, heel stilletjes met veel tranen. Onlangs (klik) schreef ik over buurman, toen nog in machinaal leven, zonder enig besef van de kwellende angst van vrouw en kinderen bij elke telefoon, van hoop en wanhoop, van uitspraken door dokters in kansen en realiteit. Ze mochten nog even bij hem op de dag dat de toestellen zouden worden stil gelegd omwille van te definitieve orgaanaantasting, hij wordt nooit meer wakker, een gezond te jong leven (net 60…..) ging op kousenvoeten heen, omringd met liefhebbende knuffels, na amper 5 weken Corona.
Onze wensen ‘een gezond nieuw jaar’ leken nog niet koud….

Onverwacht valt de brief van kleinzoon in de bus. Hij is geen schrijver, ‘we moeten van school een brief schrijven en ik dacht meteen aan jou‘ (lief toch), een opdracht van de juf, de technieken van het correcte schrijven wordt de kinderen bijgebracht. Datum en plaats in de rechterbovenhoek, ruimte tussen de verschillende paragrafen, het mooiste geschrift bovenhalen, en ook de omslag met de juiste leestekens is met kinderlijke zorg geschreven.
Ik lees met veel plezier het kleinood dat nu een plaatsje krijgt aan de creatieve-kleinkinderen-werkjes-muur. En uiteraard neem ik direct de pen ter hand, woorden uit een ver verleden, en moet enkel de postbode nog de klus klaren.

Nu we terug met 10 buiten mogen, wordt manlief onverwacht en vooral eindelijk opgeroepen via de gidsenorganisatie om een rondleiding te geven door de Gentse binnenstad, de stad waar hij vijf jaar geleden zwaar verliefd op werd. Het duurde uiteraard even voor ik zijn tweede liefde met de glimlach leerde aanvaarden……
In alle hoeken en kanten slingeren hier boeken over het nu en toen en later van de prachtige stad. Op stap met negen gemaskerde toehoorders gaat hij volledig op in de presentatie, met open vraag en reactie, de stad boeit, de mensen zijn heel actief en geïnteresseerd. Een fijne groep, kleiner dan normaal, maar daarom zeker niet minder leuk, misschien zelfs integendeel.
Even voordien krijg ik het verrassende appje van vriendin – die ik anderhalf jaar niet meer in levende lijve zag, je weet wel……- dat zij en haar man net ontdekten dat mijn man hun gids wordt op die dag.
De zon straalt, met een omwegje van 25 km groene omgeving fiets ik uitgelaten richting centrum en barricadeer een lange bank, waar de anderhalve meter de koppels veilig scheidt en we heel leuk bijbabbelen over de charme waarmee manlief zijn grote liefde voor de stad heeft overgebracht, over hoe zij haar moeder verloor aan Corona, over de (on)gelukjes die we in de voorbije periode meemaakten, over de vreemde tijd, een tijd die te lang duurt, maar voor ons samen veel te kort was, met uitzicht op de prachtige Sint-Baafs kathedraal. Voor het rijke Barokke interieur, noch de crypte, noch het Lam Gods, noch het handschrift van Livinus in de vier evangeliën, één van de oudst bewaarde boeken in België, is nu tijd.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is wp-16163307086123825104570492952225.jpg


Niet openen als je geen coronanieuws wil lezen.

Buurman, buurvouw, buurdochter zijn besmet. De vrouwen hebben milde klachten, voor buurman parkeert de ambulance voor onze deur, na 5 moeilijke dagen thuis. Hij stapt zelf de wagen binnen, een grote opluchting, dit komt goed.

Ondertussen krijgt hij beademing , en wordt hij -wegens te onrustig- in kunstmatige coma gehouden. De kliniek in Antwerpen komt hem ophalen, hier in Sint-Niklaas blijkt hij een te ernstig ‘geval’.
Zelf beseft hij niets meer, onderweg naar het tweede ziekenhuis geeft het hart op, een reanimatie van 30 minuten bespaart hem een stille dood tijdens zijn slaap.
In Antwerpen wordt hij aan de long-hart-machine gelegd. De longen zien er vreselijk uit en het hart hoeft nu zelf niet langer te kloppen. Eigen bloed wordt gezuiverd en van extra zuurstof voorzien, overal hangen buisjes. Tot hij ook zijn eigen gezuiverd bloed niet langer verdraagt, er wordt beslist dat anti-afstotingsmedicatie broodnodig is. En hij gaat aan een andere machine, die nog extra functies kan overnemen.
Ondertussen krijgt hij drie privé-verpleegsters die 8 uur per dag enkel nog met hem bezig zijn. Dag en nacht, nacht en dag en terug opnieuw. Buurman weet het niet, leeft nog enkel kunstmatig.

Buurvrouw mag niet bellen, te druk op de afdeling en driedubbele beschermingskledij belemmert het vrijuit bewegen. Elke dag wacht ze nu op hét telefoontje van de kliniek, waarbij ze op de hoogte wordt gebracht van de evolutie, nog nooit kreeg ze bevrijdend nieuws, nu reeds 26 dagen lang hangt zijn leven aan een zijden draadje, hij is en blijft kritiek. Ze kan hem zien, noch horen, ‘ergens ook goed’ zegt ze.

Dapper spartelt ze de dagen door, stoepbabbels doen haar zichtbaar deugd, ze wil haar verhaal en angsten kwijt, dat laatste lukt helemaal niet. s’ Nachts spookt ze door het huis, slapen is onmogelijk, toch is ze dankbaar voor de kleine dutjes overdag die even de tijd helpen wegglijden. Het besef dat haar man in de meest veilige handen is kalmeert- heel soms….. Ze bewondert de constante alertheid en de tijd die ze op de afdeling nemen voor haar vele vragen.
Ze aast en blijft azen naar een positief woord, tevergeefs.
Was het gebeurd in de eerste golf dan was de kans op overleven nihil geweest, wordt haar verteld. Nu is er nog een restje hoop. Elke dag opnieuw hunkert ze naar ‘stabiel’, maar het woord komt niet over de lippen van de dokters. Ze moet vooral ook rekening houden met de vreselijke mogelijkheid dat…..
Hij is 59, huis en tuin zijn net volledig verbouwd, klaar voor ‘de oude dag’. Tussen het snikken door, begrijp ik ‘zal dit nog lukken?’. En ondertussen wacht ze, het voelt eindeloos……

Zelfs een troostrijke knuffel is onmogelijk. Ik kan alleen maar luisteren, weet niet waar nog bemoedigende woorden te zoeken…. Hij is één van de 425 Coronapatiënten op intensieve zorgen. Plots wordt het wel heel concreet.

even (s)lenteren

De sneeuwweek laat zijn sporen na, jammer genoeg geen witte meer….. Dit is de geplande wandelweg, Ik kan kiezen, 5 km terugkeren of er dwars doorheen, er is geen ontkomen aan, de keuze is snel gemaakt, zzzzap, zzzzzap, de schoenen – gelukkig ben ik geen hoge-hakken-type- krijgen achteraf een flinke oplapbeurt. Met een hele tube schoensmeer zijn ze weer toonbaar.


Maar dit fijne lente-intermezzo is ook graag meegenomen. ik weet het, een beetje te vroeg, maar dat maakt het genieten er niet minder om, én ondertussen schuift de winter op en staan we op minder dan een maand van het prachtig ontluikende, meest kleurrijke seizoen van het jaar. De lente waar ik in het verleden telkens naar aftelde, omdat het nieuw actiever leven beloofde…. Nu blijft de vraag in hoeverre we onze steeds opschuivende vrijheid (stap voor stap, maand per maand…) terug kunnen genieten. Geregeld overvalt een moe-deloosheid me, nieuwsberichten worden geskipt, het gaat allemaal zo e.l.l.e.n.d.i.g traag. Plannen maken is moeilijk. Onze voucher richting Zeeland is reeds drie maal vernieuwd, telkens met meer opleg. Dat dit binnenkort de vierde keer gebeurt zit er heel dik in.
De vaccins die even dé oplossing en hét lichtpunt leken, bereiken ons met mondjesmaat. Daar waar landen erin slagen miljoenen mensen te beschermen, pakken wij uit met minder dan 4 %.
Ik zie opbeurende kleur in de hof, de nieuwe bolletjes doen wat van hen verwacht wordt, ik volg ze op, millimeter per millimeter, en ben trots op mijn dappere maatjes.

De fietsen staan klaar, vele kms erbij straks op de teller!, we maken er een mooie dag van. Onze net uitgepluisde route passeert een ijsboederij, hoe toevallig kan genieten zijn! En nog meer toevallig is dat ook vrienden de weg daarheen wellicht zullen vinden. Dat ons bij ijskoude smaakjes in de warme zon een fijne (tja, rechtstaande…) babbel wacht.

Een ruiker tere bloemen in huis als bewijs van….

Koffie of thee

De creatieve Satur9-dame lanceert een nieuwe Photo Challenge, dertig weken lang, dertig foto’s rond een opgegeven thema, dertig bijhorende schrijfsels.
Dertig weken ver…… tegen dan zitten we al diep in de zomer, wie weet vaccin onder de huid, genieten we terug een terrasje met ijsje en vrienden en zon met fris gekapte lokken? Dromen zijn niet altijd bedrog.

Gisteren viel de onverwachte brief van een medeblogger uit een ver land in de bus, altijd fijn om op een rustig plekje te lezen. Samen met het leuke kaartje met hond met hoed met bloem met blad valt het theezakje uit de omslag.
Hierbij een kopje warme thee om de koude winter te trotseren“.

Dat hete kopje lekkers heb ik deze middag graag geslurpt, terwijl de regen winderig klettert tegen het raam. De hof ziet er troosteloos nat en grijs uit.
En wat de gulle gever niet besefte, gebeurt, inspiratie bij de opdracht borrelt. Dankjewel K!