Gent toen en nu

Ik durf me soms eens de vraag stellen of ik in een vorig leven misschien begijn ben geweest?  In die hoven voel ik me thuis, waar de stilte hoorbaar is, de rust voelbaar en eenvoud primeert. Hoewel de hedendaagse soberheid sterk in twijfel kan worden getrokken als ik op het stille, rustige, eenvoudige huurhuisje bots voor net geen 2000 euro per maand. Geen spek naar onzen bek.
“Dansen is onze regel niet, begijntjes en kwezelkes dansen niet”, het lied klinkt overtuigend, mijn verleden speelde zich toch niet echt af in die wereld.

Fietsen worden op de auto geladen, we rijden richting onze provinciehoofdstad, Gent dus.
Manlief mist het gidsen, na vier jaar studie-ijver mag hij zich officieel gids noemen, kan hij als gediplomeerde aan de slag, en……komt er –Coronagewijs- totaal geen aanbod meer.  Ik offer me dus met plezier op om die eenzame aandachtige toehoorder te spelen.

De dag begint grijs en koud, het mondkapje beschermt mijn bevroren neus, ‘elk nadeel heb zijn voordeel’. Dapper spartelen zonnestralen zich  een weg doorheen het deprimerende donker. Een nieuwe functie wordt aan het het chirurgische lapje toebedeeld, neus beschermen tegen mogelijke UV-stralen.

De gids verrast me in het voormalige Elisabethhof, eind de 13e eeuw opgericht, de begijnen werden door het stadsbestuur verplicht te verhuizen naar het neogotische groot begijnhof in Sint-Amandsberg. Een acht hectare enorm domein, waar de huizen grauwer ogen, of is het te wijten aan de zon die tijdelijk verstoppertje speelt achter de wolken?

Het derde en klein begijnhof blijkt een pareltje achterin de troosteloze straat. Ossenbloedkleurige huizen stralen een oase aan rust en vriendelijkheid uit. Daar wil ik best wel wonen.

Fraai plaatje in Klein Begijnhof

We fietsen en stoppen even bij het huis van Alijn, waar  de romantische binnenhof charmeert met de grote Japanse kerselaars  en het stokoude, maar heel charmante Caféke. We schuiven aan bij de houten tafels, een drankje om op te warmen is buiten de waard gerekend, we wachten vruchteloos, waard noch kat duikt op, we spreken nog op de voorlaatste dag van het  niet-horeca-verbod én het cafédeurtje staat nochtans wagenwijd open. Dan maar elders op zoek naar warm genot voor de maag.

Binnenhof Alijn.

Op de terugweg verrassen me de nieuwe dokken. De buurt van de vroegere oude dokken (hoe kon het ook anders?) wordt gemoderniseerd en verjongd. Vele nieuwe appartementen duiken op, het penthouse bovenop de rode aandachtstrekker  is net verkocht voor een simpele 2 000 000 Euro, inclusief boom op terras. Jammer, we zijn net te laat…..

De vele blauwe kranen getuigen van een groots havenverleden.

Aan de beweegbare fietsbrug, waar veel statige oudere woonboten aangemeerd liggen, nodigt het gezellige fietscafé-terras met lekker originele biotaart ons uit voor een verdiende stop.
De vrij lage brug gaat soepel op en neer als boten eronderdoor varen én fietsers erover rijden, zo wordt me verteld, we houden onze tweewielers in de aanslag om erover te wippen en het up-down-spektakel te beleven, maar de boten blijven in coronamood,  geen enkele besluit uit te varen. Jammer, maar helaas, weer avontuur gemist

Doknoord toont een prachtige combinatie van industriële elementen uit de vroegere fabriek en de ultramoderne vernieuwing tot een (leeg) koopcentrum. Mensen hebben er duidelijk de weg heen nog niet ontdekt.

Design in de oude directeurswoning. Van luxe naar luxe.

Over opruim en zijn doel

Een boek lezen en ondertussen de kuisman bespieden. Moet kunnen. Het hele huis, van boven tot onder  kreeg weer een grondige beurt, het ruikt fris, en kunnen geur genieten betekent veel in deze lastige dagen.
Ondertussen ben ik een heel eind gevorderd in “Zonder liefde” Van Stefan Brijs. Een heerlijk, ongecompliceerd, filosofisch noch gekunsteld verhaal over vriendschap, net geen liefde. Of toch wel? We spreken over  platonische liefde , of innige vriendschap. Volgens Plato bestaat liefde niet als mensen geen gelijken zijn, in de tijd van toen (en vaak nu nog, helaas) met grote verschillen tussen man en vrouw een veelvoorkomende waarheid dus. Wij begrijpen hier eerder een seksloze liefde onder.  
Het boek leest als een trein, lekker luchtig, maar boordevol gevoel, vooral als je tussen de regels door kan lezen.
De beloning voor de kuisman wordt een spinazie-zalm-lasagne. Eigenhandig ineen geflanst, en lekker. Bevestigd door mijn (kuis)manlief.

Oh help, de bloembollen, twee weken geleden zorgvuldig geplant in de hoop op een kleurig seizoen na de winter, zorgen reeds voor scheuten. Zal ik het dan maar als de komst van lente bekijken?

Opgeruimd staat netjes, drie woorden van mijn moeder, die ik vaak mocht aanhoren in de tijd dat ik nog een slordige puber was met een altijd-overhoop-kamer. Ook de (ver)plant(en)tafel, de hele zomer bekleed met fleurig rode bloemen,  komt nu aan zijn lege einde. De vogeltjes fluiten eenzaam en verlaten. Ze krijgen een plaatsje binnen, waar het lekker warm is. De zon lijkt te lang spoorloos tegenwoordig. Vele tinten grijs dringen zich op.

In de krant lees ik mindful het artikel van Tom Hannes (auteur en filosofisch onderzoeker)
Zen of de kunst om ons slecht te voelen”. Meditatie wordt tegenwoordig aangeraden als aaien na het graaien.
Meer werken betekent meer verdienen, betekent meer mogelijkheden, meer ervaringen, meer geluk, vraagt ook steeds  meer energie. Tot we in het dode straatje van uitputting en uitgeblust terecht komen, dan brengt de aaicultuur troost, waar ‘niets moet, alles mag’ het opperste welzijn tovert bij rust, ontspanning, mediteren. Dit houdt ons op de been om de volgende dag direct weer de ratrace in te duiken. We slagen in het leven zolang we alles kunnen blijven combineren, en verdiende rust ons de weg naar het grote geluk wijst.
We doen onszelf en elkaar de duvel aan door volmaaktheid steeds meer en onbewuster te beschouwen als een minimum bestaansvoorwaarde”.
Nu ik gestopt ben met werken, als lustige en rustige pensionado door het leven mag gaan, besef ik dat hier veel waarheid in schuilt, als ervaringsdeskundige, helaas.
Je beter voelen via meditatie is heerlijk. Maar misschien is het realistischer ons via zen de kunst om tegenslagen te verwerken–want dit hoort bij leven, onvoorwaardelijk- eigen te maken? Herken ik hierin de woorden van Dirk De Wachter? We hoeven echt niet de hele tijd de blinkende appel in de supermarkt  te zijn, zegt Hannes.
Oefenen in meditatie blijkt twee kanten van de medaille aan te bieden.
De ene al realistischer dan de ander. Ik ga voor de ander! Alleen…..nu nog leren mediteren…..

Onze notenboom was dit jaar uitbundig gul. Wie zin heeft, welkom, kopje koffie inbegrepen. We hebben er nog vééééééél meer.

Verbondenheid

Hij vraagt of ik dit ken.
Of ik er interesse in heb.
Of ik het graag gekregen had van mijn ouders.
Of ik het zelf zou overwegen voor de nakroost.
Of……
Neen, niets van dat alles, ik weet niet waar hij het over heeft.
We spreken een jaar geleden.
Hij legt uit, ik surf, interesse bloeit open, en toch ….. ik vergeet.

We spreken gisteren. Ik blader in de krant en lees geboeid het schrijven over ‘Wat zeg je als je weet dat je doodgaat?’

Gisteren en een jaar geleden, er is duidelijk herkenning, dit gaat over hetzelfde project. Vaag herinner ik me dat tijdsgebrek me toen belette me verder te informeren. Kan gebeuren. Die tijd is er nu.

Journalist, docent, verhalenschrijver Hilde Ingels gaat reeds vijf jaar op bezoek bij palliatieve mensen, die graag hun eindelevensverhaal meegeven voor de achterblijvers. Ze laat mensen vertellen, stelt gerichte vragen, luistert geboeid, probeert vooral niet om te buigen, elke zieke mens kan zijn persoonlijk open, eerlijk verhaal en wijsheid vertellen.

Zij giet via Amfora VZW (klik) ‘blijvend verbonden’ de woorden in een mooi verhaal, laatste woorden voor de mensen die je dierbaar zijn. Ze kunnen opluchten. Laatste inzichten, laatste gevoelens, laatste denken van de persoon die je mist, lief had. Over toen, nu en dan.
Isabelle Desmidt verwerkt de tekst tot een artistiek, kalligrafische kunstboekje dat vervolgens bewaard blijft in een prachtige (herinnerings)doos.

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat afscheid kunnen nemen een gunstig effect heeft op het rouw­proces. Een eindelevensverhaal fungeert daarbij als instrument. Voor iemand die zich aan het einde van zijn leven bevindt, is het vaak makkelijker om gevoelens over afscheid en dood uit te spreken tegen een tussenpersoon dan tegen een geliefde. Zo vernam ik vaker dat betrokkenen, dankzij dat gesprek, voor het eerst écht over het nakende afscheid durfden spreken met hun naasten. En ook na het levenseinde blijft het boekje een tastbare herinnering aan de overledene die zorgt voor verbondenheid over de dood heen.

Hoe mooi kan een origineel, creatief initiatief zijn! Alles gebeurt op vrijwillige basis. Wie aanvraagt hoeft niet te betalen. Om de vele vragen de baas te blijven, geeft Hilde opleidingen, het vele werk kan dan hopelijk worden gedeeld. Want er is duidelijk nood.
Klik.

Mensen laten een deeltje van zichzelf achter voor de naaste omgeving. Diezelfde omgeving kan op stille momenten de doos openen, lezen en herlezen, de ‘verloren’ mens (h)erkennen, nog eens intens diep zijn warmte en waarde voelen.

Soms schrijven mensen eigen brieven, niet iedereen kan verwoorden wat hij denkt en voelt. Velen vinden er ook de moed niet voor. Amfora kan helpen.

Hilde’s boek is net uitgekomen “Afscheidt dat verbindt”, waarin ze haar verhalen neerschrijft over de vele mensen die samen met haar terugblikten en vooruitkeken.

Over dipjes en on-dipjes

De ochtendstond heeft een dip in de mond. Grijs-weer-groet als ik de draperieën open. Wind en regen huilen om ter hardst.
Een moe-deloosheid overvalt me, ik ben moe van het eindeloos piekeren over wat wel of niet kan, over waar ik goed of fout bezig ben, over de slechte corona-cijfers en wat ik durf ‘riskeren’, over wie ik nog in huis toe laat en wie niet, ik wankel tussen ja en neen, dat drukt op de stemming.

De nieuwbakken 65-jarige minister Vandenbroucke – die ik overigens erg naar waarde schat- raadt aan om de buiten-gezin-contacten tot drie te beperken, bitter weinig toch…. Gaan we terug naar af?

De regen maakt plaats voor een donker wolkenspel, best wel mooi. Langer binnen blijven zit er niet in, we rijden richting het buitenland! Hulst, op amper 15 km, here we come!
De wallen zijn altijd een heerlijke verademing in de wind, vergezichten op water en bossen langs de ene zijde, het gezellige stadje langs de andere kant.
In onze stambrasserie geniet ik mijn warme chocolademelk met advocaat, lèkker!, maar behoorlijk zwaar. Voor de vijfde keer op rij moet ik toegeven dat ze eigenlijk geen spek naar mijn bek meer is, de maag sputtert, of was het de bijhorende pannenkoek?, want de cholesterol wordt verzorgd vandaag. Stoot een ezel zich ook vijf keer tegen dezelfde steen?

Ondertussen gaat ook de zon overstag, ze straalt, aanvankelijk zachtjes doorheen de wolken, maar steeds uitbundiger, de lucht klaart blauw, nieuwe energie overspoelt mijn lijf, een tweede keer wandel ik over de walletjes want plaatjes kleuren nu anders, levendig.