In het kader van….

……………. ‘kader in kader’ van de Photochallenge bij Satur9 waag ik een poging met vrije interpretatie. Nog steeds ben ik enkel in mijn dromen de trotse eigenaar van een deftig fototoestel.
Wellicht uit angst de moeilijke trucen van de kunstige foor nooit echt door te hebben en het kostbare toestel in een hyperbolische vlucht de oneindig lege ruimte in te zwieren ….
De simpele smartphone moet de klus dus klaren.

De winter trakteert ons geregeld (alvast meer dan vorig jaar) op een portie wit goud, als koning blijft hij altijd dé inspiratiebron. Dan gaan mijn smartphone en ik tegelijkertijd in overdrive en toveren we foto na foto na foto, te donker, te wazig, te klein, te bibberig door bevroren handen, te nonchalant, teveel tegenlicht, maar altijd overgoten met de nodige portie nostalgie. Kiezen wordt dan lastig, dus beslis ik kader (foto) in kader (foto) te maken, meer nog, het resultaat krijgt een ereplaatsje op m’n denkbeeldige witte muur.

kader in kader

Wandelen in de sneeuw zorgt voor rust in het hoofd, zorgen smelten als sneeuw voor de zon, zwarte sneeuw blijft overaltijd ontkend, sneeuwballen worden voorlopig nog grondig ontsmet, let it snow, let it snow, let it snow.

Zondagmiddag

Schoonmama komt op de ‘zondagse koffie’. Na vele maanden ‘opgesloten’ in de flat, wil ze graag ons huis nog eens binnen. Ze glundert, kijkt benieuwd en gespannen rond, vindt alles schitterend, blijkbaar kozen wij voor een totaal andere look, ze klinkt overtuigend. We laten haar genieten van vele ontdekkingen, die sinds jaren ongewijzigd zijn gebleven, op de sneeuwwitte tuin na, die was ooit groen. Een mens kan maar gelukkig zijn in the old new world.

De taartjes smaken, op suiker letten lijkt even verleden tijd, want ‘zondigen mag, meer nog moet al eens’, zegt de dokter en hij is slim.

Rond vijf uur voelen we onrust, ze wil naar huis. Vanwaar die plotse haast? Geen kat wacht haar op in de stille flat, hier kan ze babbelen, ze doet dat graag en veel. Vaak dezelfde verhalen, maar dat nemen we er voor lief bij. Ze is en blijft alert. Ze kaffert op de politiek en het stomme virus dat haar van de vrijheid berooft.

Tot ze zelf het besluit neemt en resoluut recht komt (voor zover het nog vlot lukt), ze wil nu direct én onmiddellijk naar huis worden gevoerd, want straks gaat het donkeren en die man blijft niet eeuwig wakker, ze gunt hem graag wat zondagse rust, hij heeft daar recht op!, stel je voor dat hij ons in de steek laat en er geen zin meer in heeft.
Niet begrijpend kijken we elkaar en haar verwonderd aan. Over wie heeft ze het in hemelsnaam?
Maar ze houdt vol, steeds luider, steeds heviger, steeds meer gedecideerd, we moeten vooral niet profiteren van zijn goedheid! Punt!

Op onze expliciete vraag antwoordt ze doodnuchter (er zat geen warmmakertje in de koffie) ‘awel, die man die we eerst moeten telefoneren in de auto om ons te helpen met de weg in het donker, hij blijft niet eindeloos wakker, speciaal voor ons, hij zal nu ondertussen ook wel moe zijn…’.

We vertrekken, ze maant ons dringend aan de man te bellen, de GPS geeft gelukkig gehoor. Oef, hij is er nog. Snel zijn nu, stel je voor dat hij ons laat zitten vooraleer ze thuis geraakt. Want ook voor hem is het zondag en hij wil graag bij zijn familie zijn. Dat begrijpen we uiteraard.

Technologie en 90 jaar, geen ideale combinatie meer….

Koffie of thee

De creatieve Satur9-dame lanceert een nieuwe Photo Challenge, dertig weken lang, dertig foto’s rond een opgegeven thema, dertig bijhorende schrijfsels.
Dertig weken ver…… tegen dan zitten we al diep in de zomer, wie weet vaccin onder de huid, genieten we terug een terrasje met ijsje en vrienden en zon met fris gekapte lokken? Dromen zijn niet altijd bedrog.

Gisteren viel de onverwachte brief van een medeblogger uit een ver land in de bus, altijd fijn om op een rustig plekje te lezen. Samen met het leuke kaartje met hond met hoed met bloem met blad valt het theezakje uit de omslag.
Hierbij een kopje warme thee om de koude winter te trotseren“.

Dat hete kopje lekkers heb ik deze middag graag geslurpt, terwijl de regen winderig klettert tegen het raam. De hof ziet er troosteloos nat en grijs uit.
En wat de gulle gever niet besefte, gebeurt, inspiratie bij de opdracht borrelt. Dankjewel K!

Niet ‘mist’evreden met Toon Hermans.

Ja, er moeten mensen zijn
met tranen als zilveren kralen
Die stralen in het donker
En de morgen groeten
Als het daglicht binnenkomt op kousenvoeten

Voor één keer hoor ik bij die mensen, die fotootjes maken terwijl het ochtendzonlicht schittert op witte rijmsporen. Ik gun mezelf geen tijd om me aan te kleden, en overwin ijzige kou om zoveel rijkdom in beeld te brengen.
Ik kan enkel hopen dat buren achter veilig glas geen beelden schieten van het tafereel dat zich hier afspeelt, de gejaagde dame op blote voeten (en nog meer bloot) die ijverig met apparaat de hof doorkruist.
Stel je voor dat de zon zoveel krakende schoonheid helpt smelten…

bevroren viooltjes

Er moeten mensen zijn die zonnen aansteken
Voordat de wereld verregent
Mensen die zomervliegers oplaten
Als ’t ijzig wintert
En die confetti strooien tussen de sneeuwvlokken
Die mensen moeten er zijn

Een stralende zon overspoelt het wit in de tuin. Vandaag kan ik niet binnen blijven, kijken en beleven is de boodschap.
Het Pajottenland roept, heuvels, vergezichten, zoon en schone dochter als prachtig ‘excuus’.
Te lang geleden dat we elkaar in levende lijve zagen.
Op amper vijf kwartiertjes rijden met de auto, hoe klein kan de wereld zijn.
Zoon gaat de wandeling uitstippelen en vraagt naar mijn ‘eisen’.
Amper ééntje, vooral héél véél verre einders.

Onderweg daarheen overvallen onverwacht dichte mistbanken ons, we zien geen steek, de mistlamp moet dringend aan, maar…. het knopje lijkt spoorloos?! We zoeken….. nog steeds….
Bij aankomst -op de tast- bij het boshuisje, blijft mist hardnekkig volharden. Bemutst en ge-dikke-jast trekken we een mysterieuze omgeving in, ademen pure mystiek, een paar meter verderop is enkel vage duisternis merkbaar, zoon vertelt wat we in zon hadden kunnen genieten (drie werkwoorden op rij, want het was veel!), hoe mooi de verre uitzichten op de top van de heuvel wel zijn, we beelden het ons graag in, met de nodige fantasie ‘zien’ we hoe geen huis de rust hier verstoort en golvende natuur voor panoramische plaatjes zorgt.
Ik had dan ook maar één eis, vooral héél véél verre einders.

Er moeten mensen zijn die op een stoel gaan staan
Om sterren op te hangen in de mist
(Toon Hermans)


Dankbaar

Leuk kaartje in de bus

De kaartenmuur blijft hier nog even ongeschonden staan, lichtjes laat ik nog niet gaan. Wensen van her en der en ver, met bloemen of met ster, vrolijk en lief, poëtisch en speels, klassiek en alternatief, winkel-gekocht en zelf gemaakt, door mij gesmaakt met woord dat raakt.
Als al die mooie wensen waarheid worden, wacht me een gewéldig jaar, zomaar een gebaar met fijn gevoelige snaar. Ik kan niet wachten om het te beleven, de tijd de kans te geven, in dromen weg te zweven. De eerste dagen waren grijs en hét bewijs van winterslaap met veel gegaap, want de zon is op rust en toont geen levenslust.
En net op het moment, dat dit kaartje me verwent, laat ik stapel borden vallen, met schetterende knallen, een massa scherven, die het huis doorzwerven, ze beloven veel geluk, ben toch wat van mijn stuk, maar scherven brengen ……… geluk!