Er zijn zo van die dagen

dat grauwe beelden wagen knagen
ontwaken tussen vele tinten grijs
winter geeft z’n kaal karakter prijs

twijfel wordt dan onverhoopt de chef
van gevoel en normbesef
gedachten zus gedachten zo
kiezen contra of toch pro

de ander ja die weet het wel
tollen in eigen carrousel
van welles nietes en misschien
aarzelen en vooral ontzien

wordt het blauw of is het rood
beschuit of wit rozijnenbrood
aanvaarden zonder schroom
spartelen in de wervelstroom
gedachten ordenen in toom
dobberen op de levensdroom

twijfel is het begin van wijsheid (*)
ondanks vele wachttijd
en knagende onzekerheid
die zich vast bijt
aan- en afglijdt

twijfel is de waakhond van het inzicht (**)
denken én voelen vinden evenwicht
grijs straalt in het licht
en toont zijn waar gezicht
gezicht van hoop en kleur
van fresia en bloemengeur

(*) Aristoteles (Griekse filosoof die het toen al begreep)
(**) Confusius (Chinese filosoof die het nog vele jaren vroeger zag)

 

Advertenties

een meisje in blogland

Blog (1)

Er was eens een lief jong ūüôā meisje, dat net de wereld van de veel-vrije-tijd¬† (dat dacht ze toen nog) was ingestapt.
Ze hoorde over ‘een blog’ van de dochter van een vriendin.
Een wat? Deze vier letters waren haar totaal onbekend. Of kwam ze van Mars?

Ze besloot de computer uit te pluizen, de computer die tot dan toe enkel voor het vele schoolwerk, mails en golvend surfwerk diende.
Die blog was fijn om lezen, fris en levendig en inspiratievol.
Ze ontdekte een nieuw fenomeen, openbaar op het net??

Een wereld ging voor haar open. Zelf schreef ze vroeger graag brieven, een dagboek soms, een notaatje, een bierviltje met een paar woorden….

Toen ook de schoondochter met ‘dat fenomeen’ startte en haar wat wegwijs maakte in die vreemde wereld, begon het bij haar √©cht te kriebelen. Een poging waard?
De schoondochter stopte (jammer genoeg), het meisje hield dapper vol. Ondertussen al meer dan 2 volle jaren.
Met veel twijfels, ze zoekt de knopjes in de wirwar van het systeem, nog steeds begrijpt ze niet hoe alles werkt.
En ze begint te schrijven, van onnozel over karamellenverzen naar woorden uit het diepste hart. Ze schrijft onzichtbaar, en maakt het vooral niet kenbaar bij de familie, enkel de kinderen zijn op de hoogte, slechts een paar vrienden (ze blijft het jammer vinden dat zij wel lezen, wel reageren via andere manieren, maar niet op de blog ūüė¶ ), vlot te tellen op √©√©n hand,¬† zijn op de hoogte. En dit wil ze zo houden.
Je als onbekende kenbaar maken, voelt aan als een fijn motto.
Is er toch ergens een gêne om de onbekendheid bekendheid te geven?

Tot een eerste ongekende volger per mail zich aankondigt. Ze is van de kaart, twee-volle-dagen-lang. Manlief overtuigt dat dit nu eenmaal bij het ‘risico van het vak’ hoort . De tweede volger meldt zich, nog slechts √©√©n dag ligt ze buiten westen.
Ze overweegt te stoppen, dit kan toch niet?? Maar het lijkt erbij te horen?
De volhouder wint en ze schrijft dapper verder, aan vreemde lezers geeft ze zich -onzichtbaar- steeds meer bloot.

Tot ze blogvrienden krijgt, die reageren op haar woorden, die interesse tonen in haar digitaal bestaan. De reacties worden warmer en fijner, ze begint ernaar uit te kijken.
Ze leest ook zelf boeiende en inspiratievolle levensverhalen, soms po√ętisch, soms proza√Įsch,¬† soms fotogeniek, soms uit een ver-weg-land, getuigenissen uit een andere wereld, een wereld van mee-delen en ervaren, zonder zien.
Behalve die ene fijne keer….. in Breskens.

Zij geniet van die vriendschappen, die stilaan vertrouwd warm dankbaar beginnen aan te voelen.

Ervaringen delen, ervaringen mee-beleven, ervaringen koesteren op het scherm, ervaringen √©n woorden √©n foto’s laten binnenkomen en smaken, verhalen proeven en waarderen, bijleren, begrijpen, onthouden en vergeten (want ze is al een dagje ouder),
humor ontdekken, verrassende werelden begrijpen…

Tijdsgebrek belet haar nog meer woorden, nog meer zinnen, nog meer schrijven, nog meer weten, nog meer voelen van mede-aard-bewoners toe te laten.
Wie weet als het ‘jonge meisje’ ouder wordt en meer aan de stoel gekluisterd moet blijven?

En ze leefde nog lang en gelukkig…… [dat hoopt ze toch].

Toen kwam het varkentje met een lange snuit en dit blogverhaaltje is uit.

 

 

Vallen, opstaan en weer doorgaan

Zij komt logeren. Samen met het broertje.
Een paar oma-opa-dagen, heerlijk voor jong en oud.

Tot wanneer mag ik bij jullie blijven?

Overmorgen zit het logeerpartijtje erop.

Oh dan al? Mag het geen nachtje langer?

Neen schatteke, dan krijg ik bezoek. Een vriendin heeft net haar mama verloren. Ik ga horen en luisteren en er voor haar zijn. Die mama was nog veel te jong….

Oma, als ik juist tel, zou jij maar zes jaar meer leven om even oud te worden…..
(en tellen kan ze!)
Dat wil ik niet hoor, oma.
Jij gaat toch  langer bij mij blijven?
Ik wil nog heel veel samen zijn en leuke uitstappen doen. 

Natuurlijk, grote schat. Ik beloof je dat we samen oud(er) worden!

We knuffelen warm die koude gedachte buiten…..

De volgende dag kus ik -lang(uit) en met een ferme smak- het voetpad.
Gevallen over een kiezel?, een losliggende steen?,  de eigen voeten?
Broek en handschoenen scheuren kapot, de knie brandt, plekken worden blauw. Geschrokken ‘spring’ ik recht, niemand gezien, deze g√™nante vertoning?
Ik strompel richting huis,  ijs op de knie, handschoenen de vuilbak in, water over de snijwond, de zetel lonkt, een horizontaal Ferrante-avondje.

De kleine dochter beseft niet dat oma overleefde, en de serie lost pijn op en  de grote verwachtingen in.

Ferrante in woord en beeld

Lila en Elena groeien samen op in een volkswijk in het Napels van de jaren vijftig, een tijd waarin het ondenkbaar is dat meisjes hun tijd verspillen met leren. De intelligente Lila moet van school om te gaan werken. Ze probeert aan haar milieu te ontsnappen door jong te trouwen. Haar beste vriendin Elena mag w√©l verder leren, maar beseft maar al te goed hoeveel slimmer Lila is. En mooier. De geniale vriendin is de eerste van Ferrantes vier Napolitaanse romans, waarin zij met groot inlevingsvermogen en in een onnavolgbare stijl vertelt over twee vrouwen en hun levenslange vriendschap, die even sterk om liefde als om rivaliteit draait. Ferrante vertelt met het verhaal van Lila en Elena ook het verhaal van een wijk, een stad en een land in een tijd vol veranderingen.”
(bespreking van ‘de geniale vriendin‘)

(https://www.boekbeschrijvingen.nl/ferrante-elena/ferrante.html)

Ik pluk dit simpelweg van het net. Voel me een een dievegge, een ‘veilige’, want ik noteer de link. Maar vooral wil ik een zwa(a)r(tgedrukt) misverstand recht zetten.
Heel lang heeft men gedacht dat de auteur Elena Ferrante van de vier Napolitaanse romans een vrouw is met feeling voor vriendschap tussen twee opgroeiende kinderen, jongeren en volwassenen. Ik las de boeken ook met die wetenschap en veronderstelling. ‘Zij’ is echter de 74-jarige Domenico Starnone, een ‘oudere’ man die zich perfect kan inleven in dit verhaal van vriendschap, hartstocht, psychologische diepgang tussen vrouwen, tussen vrouwen en mannen.

Ondertussen heb ik de eerste twee romans letterlijk verslonden.
Ik pik ook het verhaal van de tweede roman ‘De nieuwe achternaam‘ via dezelfde website. Dat bespaart me ‘kersttijd’.

In De nieuwe achternaam volgen we het leven van Lila en Elena, twee vriendinnen uit een armoedige wijk in Napels. Lila is op haar zestiende getrouwd, maar krijgt met haar nieuwe achternaam algauw het gevoel dat ze zichzelf kwijtraakt. Haar turbulente huwelijk komt zwaar onder druk te staan. Elena voltooit als voorbeeldige leerling het gymnasium, maar door haar eenvoudige afkomst worstelt ze met haar universitaire ambities. Ze voelt zich in de wijk niet meer thuis, daarbuiten evenmin. De twee vriendinnen verliezen elkaar uit het oog, vinden elkaar terug, blijven zich aan elkaar spiegelen. Ferrante laat zien hoe Lila en Elena, die we zagen opgroeien in De geniale vriendin, volwassen worden, beiden op zoek naar een manier om hun lot in eigen hand te nemen.”

De boeken zijn heerlijk verslavende lectuur, het verhaal van Elena en Lila start in een volkse wijk in de omgeving van  Napels.
Prachtige, eenvoudige zinnen beschrijven hoe de wereld echt in elkaar zit, hoe een mens zich kan voelen (hoe vaak heb ik zinnen gelezen én herlezen, omdat ik mezelf erin weerspiegeld zie, ook al zijn de omstandigheden compleet anders)
Het voelen is  vooral (h)eerlijk, ingetogen, warm en koud tegelijk, ontroerend tastbaar soms, herkenbaar.
Zonder enige overdrijving, het leven zoals het is en zich afspeelt, het bewijs dat genen en opvoeding een blijvende rol spelen bij het verder opgroeien.
Ik voel hun pijn én hun streven tot in mijn vingertoppen.

Waarom ik deze boeken nu reeds beschrijf?
Ik zit nog maar net halverwege de vele pagina’s lectuur, vier lijvige boeken dik.

Op Canvas ( Belgische TV-zender ) wordt in vijf afleveringen (de dagen tussen kerst en nieuwjaar)¬† de film van ZIJN eerste boek getoond. (Ook het tweede¬† staat al klaar.) De serie staat hier geprogrammeerd, ik ben geen fan van ‘in stukjes kijken’, ik wil me totaal onderdompelen!, maar ik lees¬† wel reeds de bespreking van de ‘verbluffende film‘ van de regisseur Saverio Costanzo in de krant.
En die maakt me heel nieuwsgierig, uitkijkend en verlangend naar.
Perfect kan ik film en boek straks vergelijken, want ze beheersen op hetzelfde moment mijn denken.  (voer voor een volgend logje?)
De wijk waar de meisjes groot worden  is nagebouwd in 20 000m² decors.
Elena Ferrante heeft intensief meegewerkt aan deze reeks via mail, hij vond het heel belangrijk dat de acteurs de ‘juiste blik hadden‘.¬† Duizenden meisjes passeerden de revue vooraleer de juiste keuze werd gemaakt.
Ze stralen ‘vuur en melancholie, een zeldzame combinatie‘ uit. Dat belooft!

Die reeks wordt, naast  vele leesuurtjes in deze stemmige kerstvakantie, een groot uitkijkpunt.

 

mijmeringen voor de eerste steen

20181212_120033.jpg

 

op de hoek tussen straat en straat
troont statig het grote rust(ig)huis
amper √©√©n kilometer van m’n thuis
een ouderlingeninternaat

het wordt nu opgeheven
op open ruimte herbouwd
zo werd me toevertrouwd
mensen nieuwe ruimte geven

ik laat gedachten stromen
zal ik er ooit belanden
in leeftijd hier stranden
weer op adem moeten komen

aan kerktoren ben ik niet gebonden
overaltijd lukt het wennen
ik hoef geen terrein te verkennen
streek of plaats te doorgronden

wat dichter bij de kinderen misschien
dan trek ik weer Vlaanderen door
schrijf ik een logje of lees ik voor
zit ik te staren
leef ik in extra jaren
terwijl anderen de klussen klaren

de open vlakte helpt even bezinnen
geen echt warmtegevoel vanbinnen
ze is nog niet gelegd, die eerste steen
ooit moet ik erdoorheen
waar wil ik later heen

maar neen, veel te vroeg
tijd is er nog genoeg
die weide is nog niet aan mij besteed
ik ben jong en helemaal niet gereed
plannen bij de vleet
nog ver van de eindmeet
’t is maar dat je ’t weet

de compagnon

Zij leest de tweede Napolitaanse roman ‘de nieuwe achternaam’. Elena Ferrante sleept haar volledig mee in het prachtige, turbulente verhaal. Zij zit alleen in de lege treinwagon, meeslepende zinnen uit de mond van¬† twee mooie Italiaanse vriendinnen houden haar volledig in de ban. Ze kijkt niet op of om, ook niet als die man de treincoup√© binnen wandelt, en een paar meter verder -net in haar vizier- plaats neemt.

Maar ook de man ziet haar niet zitten, hij praat , eindeloos en bijna zonder ademstop ‘met’ zijn overbuur, minutenlang, hij ratelt¬† over de falende Belgische regering, over de schandalige hevige betoging van de gele hesjes, over Bart De Wever en Helmut Lotti, over wat in de wereld gebeurt, over goed en¬† kwaad. Zijn Nederlands is niet feilloos, hij is allochtoon, maar hij is vrij goed verstaanbaar, op de snelheid na.

Concentratie wordt moeilijk bij haar, ze kijkt lichtjes verstoord vanonder haar wimpers naar de man, hij kijkt niet op. Zij wringt zich in allerlei bochten om de stille gesprekspartner te bespeuren, de meer dan geduldige luisteraar, is het een man of een vrouw?, een jong of ouder persoon?, een aandachtige of onge√Įnteresseerde toehoorder?
Tot ze achterhaalt dat die partner¬† gewoon niet bestaat, niet mee-treint, niet mee-luistert, niet mee-hoort….
De statige rugleuning van de zitplaats tegenover hem lijkt de geduldige compagnon.

Zij kijkt verward, vermoedt iets van dronkenschap, of één of andere vorm van gekte? Maar hij spreekt helder en duidelijk, over de grote wereldproblemen.
Haar gluren wordt stilaan een verstomd toe-kijken én -horen.
Zijn beeld blijft de zitplaats.
Recht tegenover hem.

Tot hij haar opmerkt, en zijn  betoog verder tot haar richt, zonder zich echt op te dringen, hij gaat simpelweg door en door en door. Zij luistert naar zinvolle redeneringen, knikt ja en neen, schudt met het hoofd en glimlacht als klein teken van bevestiging, zegt geen woord (er is toch geen speld tussen te krijgen), maar  wendt haar ogen niet af, ze vindt zijn zinnen boeiend.
Hij spreekt, licht gebrekkig dus:¬† ¬†‘mefrouw, mijn hoofd zit volle, ik moe¬† vertellen, ik stoor toch niete? (x5) , ik vertrouw maar three things, dat is mijn sak (hij duidt op zijn zak, zit er geld in of bedoelt hij zichzelf?), mijn god en mijn moedere” (waarbij hij¬† uitlegt dat¬† moeder zijn heilige is, die hij enorm respecteert en die zijn alles betekent)
‘Mefrouw’ blijft kijken, blijft knikken, blijft glimlachen, blijft gefascineerd luisteren naar het continue relaas.

Tot de trein stopt in Gent, hij rijdt door richting Kortrijk, zij stapt op, hij wenst haar attent een fijn WE, en praat onophoudelijk verder ‘met’ de onzichtbare overbuur.

Ik ben op mijn bestemming, voel me gegeneerd en toch betrokken bij het vreemde gebeuren, overweeg woorden die ik hoorde maar niet sprak, de Napolitaanse roman terug in mijn ‘sak’, what a strange, strange world….

Begrijpe wie kan….

Ik ga  bij de huisarts langs.
Mijn cholesterolwaarden staan te hoog (ik verwijt het mijn ge√ęrfde genen, maar mea culpa, ik ben en blijf een zoetekoek…)
Rode rijst helpt me niet langer uit¬† rode cijfers…

De dokter zegt laconiek :¬† ‘ Waarom een pil? Over tien jaar begin je toch sowieso aan allerlei ouderdomskwalen te lijden, en dan¬† mo√©t je wel blijven verder doen, want die cholesterolpil dwingt je dan tot een langer leven ….

Euuuhhhh?????

vallen en weer opstaan

Snel spring ik de winkel binnen.
De toog vol lekkernijen.
Die kleine Sintjes en Pietjes
Moet ik zeker nog kopen
Want zondag komt hier
De échte Sint binnenlopen
Met  -jawel- zijn donkere Miet
En het stoombootlied
Om elf kinderhartjes te verblijden

Ik bestel
Met 14 kom ik er wel
De winkeljuffrouw pakt voorzichtig in
Want een gebroken Sintje
Of Pietje
Daar komen traantjes van
Daar snapt het kind geen jota van

Geduldig wacht ik
Tot die boenk
Buiten
Een oude dame ligt tegen de ruiten
Hopeloos
En hulpeloos
Ze beweegt
Oef
Ik help haar recht
Ze is uitgegleden
Over de natte regen

De kluts die is ze kwijt
dat is ’t waar z’onder lijdt
Vuil
Een ferme buil
Eenzaam en verlaten
Ze kan terug praten

Ze vertelt haar verhaal
Dit is niet normaal
Want z’is mama van zes
Maar krijgt nooit bezoek
Geen telefoon, noch SMS
Ik heb met haar te doen
En veeg gelijk ’t slijk van haar schoen

Niet fair
Dat je na jaren van geven
Alleen op de wereld moet leven
“Geld he madameke
Daar zit ’t venijn
Leven in armoede en pijn”

Ik help haar recht
Een tweede keer met woorden
Daarna trek ik naar droge oorden
Hoe hard
En zwart
Een flard
Van smart
Kunnen de dagen zijn
Het luisterend oor
Was misschien een fijn medicijn
Tegen schrammen
En ongelukkig zijn

 

 

 

De niet-geboorte van een boek

Ik denk erover¬† mezelf te ‘vereeuwigen’ op papier, iets te betekenen voor klein- en achterkleinkinderen die uiteraard met mijn boek – trouw elke nacht opnieuw- onder het hoofdkussen zullen gaan slapen.
Want die (groot)oma was toch best boeiend, origineel, inspiratierijk én geweldig?
Niet toch?

Hoewel wolkenspel me heel erg charmeert, vertrouw ik ‘the cloud’ voor geen cent.
En zit niet juist daar een groot deel van mijn ‘schrijverscarri√®re’¬† verstopt?

Waarom geen auteur worden van een eigen creatie?
Het moet heerlijk zijn om op je sterfbed te kunnen zeggen ‘draag goed zorg voor MIJN boek, over de vele generaties heen’.
En uiteraard zullen ze dat doen, ze zullen oma’s werk koesteren, kreukels vermijden, plat strijken tot woorden vervagen, lezen en herlezen en her-herlezen.

Dat alles maak ik mezelf graag wijs.

Nu nog enkel de koe bij de horens vatten…. ik surf, speur, zoek, ontdek, vergeet en herontdek mogelijkheden om mezelf te vereeuwigen.
De knoop hak ik door na een paar intensieve opzoekuurtjes. Ik besluit in zee te gaan met into real pages, de woorden spreken voor zich, vanuit de wolken naar écht papier (inderdaad een real boek!) toveren op een  vlotte manier, zelfs een leek kan ermee overweg, wordt me beloofd.
En inderdaad, mijn kennis reikt voldoende ver om mijn blog vlotjes, soms¬† via een sporadisch ergerlijke hinderpaal, om te toveren tot een prachtig boek, d√© vereeuwiging die ik voor ogen heb.¬† Na een uurtje staart mijn¬† creatief werk me uitnodigend aan¬† vanop het scherm, de foto’s schitteren in volle, vrolijke kleuren, de tekstjes verschijnen origineel kolomsgewijs¬† in MIJN boek.
Ja hoor, ik stap de bekendheid binnen, ik moet alleen nog beslissen hoeveel lijvige exemplaren ik laat drukken.
Even nadenken, hoeveel mensen kunnen √©cht niet zonder? Teveel om op te tellen….

Maar laat ik het eerst houden bij een eigen kerstgeschenk, ik zal inpakken in een vrolijke kerstfolie, leg het onder de groene boom en overdonder mezelf √©n de familie, zal er dagelijks met plezier uit voorlezen aan de nakroost, die ‘waaahhhh’ en ‘ohhhh’ en ‘gew√®√®√®√®√®ldig’ zullen stotteren van verbazing, en ik weet zeker, nadat iedereen zich heeft laten verrassen door dit prachtige exemplaar, begin ik met extra’s bij te bestellen, hopelijk krijgt de drukkerij deze grote klus rond…..

Okido, ik ben klaar om te laten drukken, een tevreden oma-mens, nog een laatste kleinigheid, ik zal graag met de glimlach betalen. Enig speurwerk vooraf leerde me dat nergens werd gesproken over betalen en bijhorende kost, maar geen zorg, de prijs van een fotoboek veronderstel ik….
Ik klik, en laat me terug verrassen, voor amper 170 Euro krijg ik mijn eigen schrijven in druk, dat is het boek  toch zeker waard? Verzendkosten  niet inbegrepen uiteraard.

Of toch niet?

Plannen smelten als sneeuw voor de zon, uren surftijd zijn verstreken, ik word geen BV, mijn nakroost zal het moeten stellen met¬† woorden op het scherm, ergens verborgen in the cloud , maar ze zullen zoeken en vinden, genieten en ergeren,….. maak ik mezelf terug wijs.

En ondertussen lees ik aandachtig de dagelijkse mail van de website met de melding dat ik ‘vergeten’ ben af te ronden vooraleer mijn prachtige compositie in de brievenbus kan belanden….

voeten op de grond
ik word geen auteur en blijf
zweven in de cloud