Pyjama-ergernis

pyama

 

Of kindjes graag gaan slapen?

NEEN!

Of kinderen soms moe zijn?

NOOIT!

Doen pyjama’s aan bedjes denken?

JA!

Elke avond terug diezelfde strijd om ze in hippe slaapkledij te wringen?

GEGARANDEERD!

 

 

Bij de schrijfuitdaging van Marion
om een zes-woord-verhaal te bedenken
rond pyjama,
vond ik heel snel inspiratie
bij mijn eigen nakroost.
Pyjama luidt het einde van de dag in,
een dag die altijd te kort duurt,
deze woorden verzinnen ze dus zelf  🙂

( https://doldriest.com/category/zeswoordverhaal-uitdaging) 

 

Advertenties

jaren rijden voorbij

twaalf jaar werd j’een trouwe bondgenoot  in ’t leven
je was er gewoon, je had zoveel te geven
koude werd buiten gehouden
snelle vaart kon j’erin houden
je bracht ons op onbekend terrein
geen aardesteen kreeg je klein

altijd was er plaats bij jou
gastvrij  ‘kom toch gauw’
vijf kleintjes wist je geboren worden
in veilige plaatsen  omgorden
soms zag je tranen soms lachjes
bij talrijke oma-opa-dagjes

onbewogen genoot je vele ritjes
verwende ons met kinderzitjes
we waren jong en onbezonnen
toen we samen met jou begonnen
aan een vrolijk avontuur
doorheen zomer en winteruur

je liet ons zelden in de steek
tot je oud en versleten bleek
de hagelblutsen, een paar jaar geleden
jouw kenmerk uit een ver verleden
en voor ons dé ultieme reden
om je te laten gaan
nu moet j’alleen in de wereld staan

veel plezier nog op je oude dag
een beetje zijn we toch van slag
vaarwel, het ga je goed
bedankt voor heel veel leeuwenmoed
we zullen je missen ja echt waar
je was een heel tof exemplaar

20190220_092004

 

 

 

 

levensboom

bomen

De lesopdracht luidt : “trek meerdere foto’s over hetzelfde onderwerp. Volgende week verwerken we dit creatief”. Ik heb een massa foto’s in de cloud, deze taak vraagt dus geen enkele inspanning. Weekje vrij 🙂

En toch, en toch…. ik fiets richting de maandelijkse lunch, met (oud)-collega’s.
Ik straal, zij straalt, zij stralen, wij stralen.
Ik ben ik, de jonge vrije vogel, zij is de zon, zij zijn mijn fijn gezelschap.
Het zijn telkens hoogdagen, mijn tweede thuis blijft vertrouwd aanvoelen.

Rijdend doorheen de prachtige Bornemse  dreef , enkel ik en mijn fiets, wordt tempo  geminderd, want zoals zo vaak in het verleden, overvalt me hier de groene esthetiek van de  streek, de stille waters, de pure rust.
Hier besluit ik fijn huiswerk te maken  en foto’s te  trekken, nieuwe foto’s, van blauw en kaal Ă©n spiegelbeeld.

Op de toppen van de boom zwier en zwaai ik lustig heen en weer, ik ben jong en fris, kiem binnenkort felgroene botjes, vrolijk en zorgeloos laat ik me leiden en leven, de wind is mijn baas.

Ik groei en bloei, in ruimte en tijd, vertakkingen bieden mogelijkheden, ik aarzel en grijp, waag en win, vele wegen en de verrassende toekomst verbreden mijn wereld.

Ik gedij in vaste grond, vind evenwicht en stabiliteit, de boomstam stuit op aarding.
Verdriet, onmacht, geluk en optimisme hebben me verankerd, stevig op mijn stam.

Het water deint rustig en tovert een prachtige weer-glans. Ik hang nu ondersteboven,  sterk gehecht, over halfweg, trots en vrolijk recht-af.
Twijfel overvalt al eens, maar het spiegelbeeld stelt gerust.
Ook water mag verankeren.

Vrolijke, vrije, vriendelijke, vranke twijgen ontspruiten nu in de deining van het blauwe water, waar fraaie luchten reflecteren. Ik ben er nog lang niet, heb nog zoveel takken te doorbloeien,  het water kleurt nog steeds blauw, nog maar net over halfweg.

Bespiegelingen….. waar opdracht Ă©n prachtige beelden kunnen toe leiden…..

 

 

 

Nooit te oud om te leren

Neen oma, je doet het Ă©cht niet goed. ”

“Wat dan jongen?”

Kijk, ik zal je tonen hoe je moet oversteken op het zebrapad. Ik heb het deze morgen geleerd bij de juf”

“Oh  prima idee. Ik ben benieuwd”

Luister goed, oma, ik vertel het je. Eerst kijk je naar links, dan rechts, dan terug links [hij kijkt bliksemsnel, of hij ‘ziet’ laat ik hier best buiten beschouwing].
Je steekt  je rechterhand héél erg hoog in de lucht, je maakt precies een plank, en pas dan steek je over.
En vooral, oma, nooit vergeten vriendelijk met je andere hand te zwaaien naar de bestuurder van de gestopte auto”.
Die laatste is niet voorhanden, maar fier glimlachend wuift hij de straat over.

 

zij hij en het

Zij beleeft een speciale dag, dé dag dat ze officieel op pensioen gaat, dé dag dat ze goedkoop met de trein kan reizen, een echte mijlpaal in haar leven.
Wij mogen mee-vieren, samen met de familie.
Ze zoekt een fijn restaurantje uit, want wil zich vooral zalig laten bedienen, ik geniet mee. Lekker, heerlijk, fijn.
Wij kennen de tien andere genodigden niet, toĂ©n nog niet. en dan ontdek je dat de wereld vol toffe mensen zit waarvan je het bestaan niet wist, die je plezierig en gezellig leert kennen, waarbij droge humor heel erg smaakt, waar serieuze onderwerpen als  kerk en kunst aan bod komen, waar glimlach Ă©n schaterlach de namiddag vullen, die ons – als ‘buitenstaanders’ onmiddellijk een prettig thuisgevoel bezorgen.
“Ik wil, ik wil zo graag de wereld zien” (zanger Johan Verminnen)

Samen eten is olie voor de vriendschap” (schrijver Felix Timmermans)

Ook hij wordt een jaartje, dagje ouder. Er schittert een zeven op de kroon van het trotse ventje. Maar zeven zoenen, neen, daar heeft hij de stil-staan-wacht-tijd niet voor.
Hij wil enkel springen, bewegen, rennen in en door het leven. De zoon in het kwadraat.
Spelen met woorden kan hij als geen ander.
Heel soms,  durft deze oma haar beloften vergeten, ze wijt het graag aan de leeftijd 🙂 , hij zegt doodernstig “oma, jij vergeet veel, straks vergeet je dat je vergeet“.
Een concreet taalprobleem wringt zich tussen ons in.
Ik “kwam T ook op je feestje?”
Hij “neen
Ik -pure beroepsmisvorming- stel de vraag nog eens met andere woorden.
Ik “Kwam T dan toch niet op je feestje?”
Hij “ja
Ik verwacht “neen
Ik begrijp hoe hij het bedoelt, spontaan zou ik nochtans ontkennen.
Wat is juist? Ik zou het begot niet meer weten…. Komt de waarheid niet altijd uit de kindermond?

Bij slecht weer, wees een man; bij stralend weer, wees een kind.” (Dichter RenĂ© Char)

Onlangs las ik in de krant dat  het nut van pedagogische studiedagen in vraag wordt gesteld. In het verleden deelde ik die mening, zelden leek het achteraf een zinvolle dag, echter wel telkens een intens-relatie-volle dag.
Nu ijver ik ‘laat ze ajb blijven bestaan!’, een ideaal weekdagje voor  grootouders om er met de kroost op uit te trekken!! Naar plaatsen waar het in de WE’s barstensvol zit.
Het Technopolis-museum in Mechelen is zo’n fijne uitstap; hĂ©Ă©l erg de moeite.
De kinderen pikken hier en daar al een woordje kennis mee, ook al huppelen een draven ze vooral nog van her naar der, er is zoveel om uit te testen, zoveel te beleven, zoveel ongelooflijke ontdekkingen samen. Opa baard doet een poging  techniek en fysica op kindermaat te verklaren, maar ze springen liever van her naar der, en duikelen enthousiast de proefjes binnen, dat lukt ook zonder begrijpen. Heel even blijft opa beteuterd achter, maar ook hij ziet en begrijpt en weet dat ooit de tijd rijp zal zijn.
Ze zijn nog speelse welpjes, die intensief en energiek de fantastische wereld willen verkennen.

We ontdekken de waarheid niet: we creĂ«ren het” (Schrijver Antoine de Saint-ExupĂ©ry)

 

 

Fiere en niet-fiere drukknopjes

Fier ben ik op de oudste kleinkinderen die, aan de hand van de ouders,  regen en wind trotseren en enthousiast de klimaatbetoging  steunen. Kleindochter kan al duidelijk verwoorden waarom ze is mee gestapt, en dit niet enkel om de spannende uitstap.
Van brossen is  op zondag geen sprake, het woord staat trouwens (nog) helemaal niet in haar woordenboek.
Niet fier ben ik op het feit dat hun grootouders het lieten afweten, wij konden wellicht een voorbeeld geven. Maar er waren andere prioriteiten, en vooral veel drogredenen.

Fier ben ik dat ik eindelijk de knoop heb doorgehakt om de vervolgcursus met de smartphone nog een semester door te zetten, ondanks….
En ja, er was nog net een plaatsje vrij!
Niet fier ben ik omdat  yoga nu moet plaats ruimen.

Fier ben ik op onze nieuwe vierwieler, waarbij we geprobeerd hebben wat milieubewuster te kiezen, alhoewel… Onze oude was echt wel tĂ© groot, tĂ© vervuilend, tĂ© voor ons tweetjes.
Niet fier ben ik op ons bezit van nog een tweede wagentje.
Waarbij we dan nog bijna altijd de fiets gebruiken, waarop ik dan wel weer trots ben :-).
Sorry voor de verwarring.
De vrijheid in droge mobiliteit is hier nog even (te?) doorslaggevend,  niet broodnodig, tja….
Mea culpa…

Fier ben ik op mijn stap-uurtjes, waar ik tempo houd, waarbij ik hart en ziel gezond kneed, waarbij ik kilometers verslind, waarbij ik buiten leef en geniet.
En dit ondanks een (meer dan) vage diagnose, zowat 25 jaar geleden, toen spieren begonnen op te spelen, en een soepel lichaam niet echt mijn toekomst leek te worden. Sindsdien wil ik mezelf bewijzen, en mag ik terecht trots zeggen dat ik een dikke pluim op mijn hoed verdien. ‘Wees lief voor jezelf’, denk ik dan.
Niet fier ben ik op mijn soms overheersende luiheid, waarbij koude, nattigheid of sporadisch sneeuwvlokje me beletten een voet buiten te zetten. Maar toch, maar toch….

Fier ben ik op het eerste verhaaltje dat kleinzoon schrijft, hij wil overal een komma  plaatsen, kent het woord maar het nut niet, een doffe e wordt simpelweg u, want hij houdt het -de logica zelve- heel fonetisch. Dus hij fier, oma dubbelfier!

20190129_101356
eerste woordjes, eerste verhaaltje

En nu  een niet-fier-knopje drukken?
Jammer, ik vind er geen bij mijn nakroost. Typisch omabeeld zeker?

 

 

 

 

Wee-(ge)moed

 

img-20190123-wa0001

Bij de combinatie van maagdelijk wit en zon overspoelt me telkens opnieuw een nostalgische weemoed. Wellicht schrijf ik hier een pleonasme, maar naar mijn (niet-kenners) aanvoelen is er toch een subtiel verschil?
Taalkundigen mogen me graag terecht wijzen 🙂

Nostalgie is een beetje prettig ongelukkig in een roze achteruitkijkspiegel staren.”, noteerde ik ooit in een piepklein schriftje. Er staat geen uitleg bij, ik herinner me dus  de oorsprong niet meer, maar ik vond het toen al- in een ver verleden- een prachtzin.

ongelukkig“.
Ongeveer een jaar geleden was het koud, heel koud, buiten en binnen in mij.
Mijn vader besloot ons stilletjes te verlaten, midden in de nacht, zonder voorteken, zonder afscheid. Moeder en zus waren hem voorgegaan, voorgoed.
Ons oergezin werd gehalveerd, nog enkel wij…..

prettig“.
De herinneringen zijn  mooi.
Het verdriet is de tol van liefde, zoveel warme genegenheid.
En in die vlam blijf ik buitelen.

achteruitkijkspiegel“.
Bij het ouder worden is het verleden groter dan de toekomst, althans in tijd.
Verwachtingen blijven hoop koesteren.
De toekomstspiegel lijkt bevangen met dromen, de achteruitkijk reflecteert het zonlicht.

roze“.
Nostalgie uit zich in heimwee naar dat verleden, naar  warme gloed (terug een pleonasme?), naar roze tinten.
Die kleur is speelse emotie van zachtheid, vrouwelijkheid en ontspanning.

De hond van de zoon poseert trots voor de camera in  vrolijk onbevangen sneeuwplezier.

 

Wolfsbeeld

Bij een kind zie je dromen herleven

die je had opgegeven

als vergaan in de wind

Want een kind leeft een heel eigen wereld

steeds door wonderen omgeven

die het zelf maar verzint

De kleine zoon ontdekt met schrik een wolf op de muur in de schaduw van deze oma tegen de achtergrond van een hangend keukengarnituur op de zonnige winter(van)da(a)g.

Zeg nu zelf…….

De tip voor de foto kwam uit het driejarige mondje.

Er zijn zo van die dagen

dat grauwe beelden wagen knagen
ontwaken tussen vele tinten grijs
winter geeft z’n kaal karakter prijs

twijfel wordt dan onverhoopt de chef
van gevoel en normbesef
gedachten zus gedachten zo
kiezen contra of toch pro

de ander ja die weet het wel
tollen in eigen carrousel
van welles nietes en misschien
aarzelen en vooral ontzien

wordt het blauw of is het rood
beschuit of wit rozijnenbrood
aanvaarden zonder schroom
spartelen in de wervelstroom
gedachten ordenen in toom
dobberen op de levensdroom

twijfel is het begin van wijsheid (*)
ondanks vele wachttijd
en knagende onzekerheid
die zich vast bijt
aan- en afglijdt

twijfel is de waakhond van het inzicht (**)
denken Ă©n voelen vinden evenwicht
grijs straalt in het licht
en toont zijn waar gezicht
gezicht van hoop en kleur
van fresia en bloemengeur

(*) Aristoteles (Griekse filosoof die het toen al begreep)
(**) Confusius (Chinese filosoof die het nog vele jaren vroeger zag)