Tussen twee werelden

Is het echt al vijf jaar geleden dat ik  mijn definitief afscheid van het schoolse leven vierde en  door collega’s in bloemen, ballonnen én cadeautjes  werd gezet?
Een verrassend nieuw  tijdperk stapte ik in, onzeker, gemengde gevoelens, twijfelend, verlangend naar en terugkijkend op, was het niet te vroeg, zou het ooit wennen?
Tempus fugit, fijn dat ik mee vlieg, maar ook de jaren razen mee.
De dag blijft me bij alsof het gisteren was.

De wit-roze hartenwens heb ik volgzaam proberen in te vullen, dag na dag, in school leer je toch vooral gehoorzamen?

Naadloos sluit hier het prachtige boek bij aan.  ‘Tussen twee werelden”  van Franco Faggiano, een Italiaanse journalist, die houdt van schrijven en lange, eenzame wandelingen door de bergen. Sfeervol, heel sterk!
Zoals ik ben overgestapt van een druk, altijd bezig bestaan naar de rustige pensioenwereld, verhuizen hier vader en (pleeg)zoon vanuit het gejaagde Milaan naar een stil huis in de Piemontse Alpen.

Graag laat ik  fijne herinneringen in gedachten stromen aan  Piemonte met de Vespa in een ver – zo voelt het toch- verleden!

Zijn dochter leidt een totaal ander leven en gaat studeren in het buitenland. Vader probeert hopeloos het gemis van zijn overleden vrouw een plaats te geven, de pleegzoon heeft het Aspergersyndroom.
Met rust laten is de boodschap, elkaar toelaten in het verdriet en de opgesloten wereld.
Oké, soms zijn we een beetje antisociaal, we hebben nog niet helemaal de moed die nodig is om de strijd aan te binden met onvoorspelbaarheid, maar per saldo kunnen we het goed met elkaar vinden.”
Aanvankelijk verdragen ze elkaar, maar de band tussen hen wordt doorheen het boek steeds sterker, liefdevoller, er ontstaat een mentale groei in beide karakters, omringd met  prachtig Italiaans berglandschap.
Het verhaal op zich speelt geen grote rol, twee mensen leveren een innerlijke strijd om de ware ik te zoeken, ook vinden ze die andere ik, elkaar, het boek ontroert.
Een oprecht, sober, stil leven, met vragen en antwoorden, met ver- en bewondering, met vallen en opstaan.

Dochter (die moeder is verloren): “Na een zwaar verlies heeft iedereen zijn nooduitgang. Ik heb er met iedereen over gepraat, ik heb het mijn vrienden verteld, ik heb het gedeeld, zodat de last minder zwaar werd. Maar jij hebt alles binnengehouden, dus heeft de pijn zichzelf bevrucht en zich uitgebreid.
Vader : “Als je onverwacht zo’n groot verdriet moet verwerken, is isolement de eerste natuurlijke schuilplaats die je vindt, en lijkt dat een uitstekend beschermend schild
Dochter : “Jij zonderde je niet alleen af, je groef ook nog eens greppels om je heen. De Grand Canyon…. Nu heb je de greppels dichtgegooid…. Klopt het dat je tot rust bent gekomen?
Vader : “Daar heb je gelijk in, al bekijken we die rust van dag tot dag. Dat is onze regel
Vader : “Ben jij gelukkig?”
Dochter : ” Ik probeer het te zijn, ik zoek, pas me aan, experimenteer, doe mee, en soms vertrouw ik op het lot en het geluk. Ik struikel en soms raak ik gekwetst, maar ik ga door. Ik geloof dat je om gelukkig te zijn….in beweging moet blijven om te zorgen dat er mooie dingen kunnen gebeuren. Ik weet niet of ik gelukkig ben, maar ben redelijk tevreden en dat is op dit moment genoeg.”

De auteur heeft zich sterk bevraagd over het Aspergersyndroom via twee bevriende neuropsychiaters, die net als hij de bergen eindeloos verkennen. Ook via veel jongeren met dit syndroom, hij noemt ze “oprechte, onopgesmukte mensen, soms een beetje narrig, maar altijd verrassend.”

In het dorp Sansicario heeft het personage Daniele Bermond (zijn naam in het boek én ook in werkelijkheid)  een vakantieboerderij Barba Gust, waar de zoon zijn (boek)dagen doorbrengt én die echt bestaat
Dus ben ik even gaan googelen, en heb gevonden.
http://barbagust.com/agriturismo/

Alleen al omwille van de schitterende sfeer in het boek, zou ik een logement daar met plezier smaken.

 

 

 

Eerste overnachting buitenshuis in 2020

Traditie is een gids en geen cipier. (W S Maugham)

Die gids leidt mijn mannen op de fiets doorheen Nederland, waar het schitterende weer én omgeving hen opwacht. Dit jaar wordt het de Utrechtste Heuvelrug, de streek van de Hollandse vriendin van de zoon.
Ik heb geen dochter om een dergelijke traditie in te bouwen, daarom ontroert de jaarlijks terugkerende driedaagse me telkens opnieuw warm (figuurlijk, en deze keer ook letterlijk!)

Maar de drang om bij te benen is groot, ik ga hen een nachtje vervoegen. Een groot treinavontuur wacht. En dat het niet goedkoop is!, maar de moeite waard voor de mannen, of is het wishfull thinking? 🙂

Vier hete kilometers stap ik bepakt en bezakt richting station. De fiets was welkom geweest, maar ik moet dringend eerst het systeem van de bewaakte bergplaats napluizen, iets met vingerafdrukken.

Drie volle treinuren met mondmasker. Gelukkig adem ik her en der wat aircolucht in, vooraleer ik volledig versmelt in een plasje zweet.
Mondkapjes hoeven blijkbaar niet op het perron in Nederland. Dat bevrijdt bij het wachten. De sprintertrein (leuk woord bijgeleerd!) heeft vinnige kleurtjes én rijtempo. Ik blijf op de hoogte van buiten en binnen en kom aan, in het bloedhete station in -jawel- een ander land. Lang geleden!
wp-15930735574758394282901896705.jpg
Het manvolk is nog aan het puffen, een me-to-myself-traktatie met fris drankje en haastig ijsje dringt zich op, vooraleer het dorpje in te duikelen.

De dag heeft een verrassing in petto, een lunchafspraak op een schaduwrijk terras met de moeder van de vriendin van de zoon (kan je nog volgen?), in het prachtige Groene Hart van Nederland, in de polder van Kamerik.
Perfect bereikbaar met de fiets, waar we nog een lusje aan willen koppelen, het worden er onverwacht 70, prachtig maar heet.  We slingeren rond de Vecht, romantisch, lekker warm, lieflijk in de zon, zilveren schittering op het wateroppervlak. Villaatjes met  boot als vervoersmiddel, misschien moeten we toch een verhuis overwegen?
Mensen duiken kopje onder in het frisse water en nippen koele glaasjes op het dek van de vele bootjes. Daar voelt het écht vakantie aan. Zoveel vrolijkheid, zoveel plezier.
wp-15930736104448197066830622970774.jpg
We lunchen met het gemengde koppel, de eerste kennismaking met de moeder verloopt vlot, fijn, Nederlanders zijn open, spontane, joviale mensen, en hopelijk deden wij niet onder? Zij fluistert ‘je zoon is zo lief voor haar’, haar enige dochter, ik voel nattigheid.
Het koppel krijgt onze toestemming, alsof dit op hun lijstje staat?!
Een toffe ‘aangename kennismaking’, voor herhaling vatbaar.

Nummer 9 kondigt zich binnenkort in onze familie aan.

 

wp-15930735856175228831475791883374.jpg
Beer, de Friese stabij meets wetterhoun

We zijn vijf klein-kinderen én vier klein-honden rijk!

 

 

De wereld is te rond om in een stil hoekje te zitten (Loesje)

De koorts slaat  toe, vooruitzichten zijn hoopvol, angst schuiven we dapper ver weg (of proberen we toch), het wordt nog wachten op die laatste toestemming waarbij grenzen terug open gaan. Of niet….

Drie geplande reizen werden geannuleerd, Heer Corona stak er een dikke stok voor. En toch blijven reisjes hier hoog in de pikorde staan, ingewikkeld hoeft niet, gewoon de dichtbij-grens over, fietsen op de auto, natuur en cultuur van de buurlanden snuiven.

In het ‘oude normaal’ fietsten we nu een stuk Donau af, genoten we tien dagen zon én fijn gezelschap én lekker eten én kronkelende paden. Maar we leven nieuw-normaal, en verkennen de buurt, de iets verdere buurt. Het fietsenrek blijft aan de auto geplakt.
Het geeft vrijheid… beperkt….

Positief denkend hebben we toch grote-vakantie-reisjes her-vast gelegd. Afzegbaar in noodgeval, maar daar gaan we niet van uit. We dromen gretig, te lang gemist.
Alleen al het plannen, data zoeken, vrienden contacteren, samen beslissen, het doet ontzèttend veel deugd. En zoals overal’tijd’, ‘tijd’ blijft de beste raadgever.

Duimen dat ons weekje Veluwe met kroost en honden mag doorgaan! Het huis is veelbelovend, de hof reusachtig, heerlijk ideaal voor hond en kind.
We verplaatsen gewoon ‘onzen bubbel’ daarheen, klinkt zalig toch!

Een fietsvakantie richting Friesland krijgt opnieuw vorm, drukke online-besprekingen met  vrienden wijzen op neuzen in dezelfde Noordelijke richting.

De fietsvierdaagse met ander gezelschap is nog volop in onderhandeling, wordt het Waterland? Wij zijn alvast fans. Data zijn geprikt.

En de Donau gaat niet lopen, we zoeken samen, met een warm tuinbezoek en calorievol ijsje, nieuwe data, agenda’s worden samen gelegd.
Uitgesteld mag nooit verloren zijn, nu genieten van wat kan en mag.

Hoop schept dromen, dromen doen leven,  enige transitiviteit leert dat hoop doet leven.

Vakantie, ik neem altijd een lege koffer mee voor de mooie verhalen” (Loesje)

En ja, ik blijf Loesjes-fan!

 

Tweemaandelijks Corona-dagboek

Ongeloof
dit kan zo erg niet zijn
politici overdrijven
een gewone griep
vanwaar die angst
vanwaar de plicht tot opsluiting
de brug met China ligt zo ver
Ongeloof

Stil besef
misschien toch erger dan gevreesd
hoe kan dit nu
in onze Westerse maatschappij
met slimme Topdokters
geneeskunde a la carte
Stil besef
toch erger dan verwacht

Naïef spannend
gebeurt dit echt
alles gaat op slot
scholen toe, bedrijven sluiten
een hapje en drankje kan niet langer
ongewoon
je mag niet dit, je mag niet dat
nooit meegemaakt
spannend

Schrik
zieken worden doden
beademing pijn koorts
ziekenhuizen liggen vol
overvol
astronautenpakken overbevraagd
witte vlaggen hangen uit
kleine beertjes als blijk van sympathie
oudste zoon wordt ziek, geïsoleerd
hij overwint, terug sterk
zoon twee is bang
bang van de ziekte en the strange new world
op microniveau sluipt ook hier de angst binnen
om hem en zijn afglijden
om de afstand tussen wij en hij
tussen vriendin en hij
tussen België en Nederland
om de weg die er wel is
maar niet mag bereden worden
schrik soms onbeheersbaar

Begrijpen
erger dan verwacht
cijfers, eindeloze programma’s worden steevast opgevolgd
slimme virologen beheersen het scherm
wereldzorg
overstijgt ons huis, onze straat, ons land
nooit gebeurd
en toch niet onverwacht
de euro valt keihard
dit is ernstig, zeer ernstig
het is wat het is
begrip, eindelijk

Nieuwe wetten, nieuwe maatregelen
vreemd streng, soms angstaanjagend
nu wordt het missen
de kroost groeit elders op
elke overbrugging
blijkt een brug te ver
man heeft mij
ik heb man
we hebben elkaar
digitaal wordt nieuwe normaal
met scherm als veilige afstand
veilig tegen elke druppel
de babbel eindigt steeds met meer gemis
we leren bij, aanvaarden
proberen

De zon is wel gezind
veel, heel veel dagen lang
enige vrijheid is nog toegestaan
geen slot op kilometers met de fiets
we rijden naar Zuid Spanje
in toeren rond het huis
en toch nog zoveel te ontdekken
lente straalt, de vogel zingt zijn lied
de koe graast rustig verder
veel stilte voelt veilig
terrassen gesloten
een koekje met wat water op een bankje
rustbanken met folie overtrokken
we voelen ons ontheemd
maar genieten de lichte vrijheid
in trouwe zon

wp-15898323196008383094677021979648.jpg

Langzaam, misschien te snel
hoop maakt leven terug gewoner
kleinzoon vraagt
oma, kom jij in mijn bubbel?
heel graag, nog zonder knuffel
waar ik zo naar snak
onverwacht springt hij in mijn armen
ik schrik en roep oh neen
hij schrikt en beseft zijn ‘fout’
verstopt zich achter de deur
ik huil om hem, ben lief, ik paai
is dit hoe ik nu verder moet?
hoop doet leven
en toch, en toch, het blijft onzeker
nog lang, nog heel erg lang
nog veel te lang

De anderhalve meter
beheerst het leven nu
het masker gaat op en af
ik haat het als de pest
claustrofobisch ademen incluis
dé beste reden dus
om thuis te blijven
het is voor het goede doel
zoenen, handen, knuffels
zijn nog uit den bozen
afstandelijk
is hoe we door het leven gaan
argwanende medemens
een vrees voor smet
smetvrees
handen met kloven
van water en zeep
maar alles voor het goede doel

Dit is
hoe ik
de voorbije maanden
beleefde
intens
op en neer
neer en op
met hoop en wanhoop
de woorden stromen
recht uit het hart
met dankbare pijn
en pijnlijke dankbaarheid
het zal verkeren
ooit
Bredero wist het al.

. . . . . . . . op dit dagje extra

Drieëntwintig treden wijzen  naar de nok, de nok van het huis met schitterend uitzicht, uitzicht op  de vele zeilbootjes en het grote water, water ooit zo vernietigend en razend, razen blijft hij doen, die felle wind, wind die hoort bij deze winter, winter die heel lichtjes reeds naar lente ruikt.
De kinderen dopen de mooie slaapruimte tot paradijsje én hun kamer.

Afjagen hoort er deze keer niet bij. Genieten is dé boodschap. Zee en zwembad lonken, kilometers stappen langs dreigend water onder prachtige wolkenformaties, stilstaan om te bewonderen, hopen dat een onverwachte windvlaag geen lichtgewichtjes met zich meesleurt. Handjes stevig in de hand.

Nederig bij zoveel natuurgeweld en – schoon.

Kiara, hoe heet die jongen ook weer na hem? Vraagt het kleine ventje aan de broers.

Boterhammen met choco, appelmoes, speculaas en ijsjes horen bij de vrolijke dagen, dagen vol plezier, drukte en spartelende beentjes, voortdurend in beweging.

Aangenaam ontdekken hoe vrijwilligers in het zeehondenziekenhuis voor de jonge, net niet verloren diertjes zorgen, vol liefde, vol inzet, vol enthousiasme.

Aandoenlijk hoe kinderen onbezorgd leven in het nu, er is geen morgen, geen gisteren,  hooguit een straks.

Raclettekaas, lekker warm en zacht, als afscheidsmaal. Gezellig, een tafel rond, met uitzicht op…..je weet wel, morgen wordt het stil, te stil…..
Een laatste troostende thee, welke zal ik kiezen?

wp-15829991330116340194648040015880.jpg

zwevend de dag door

De hoed van de man grijp ik van z’n hoofd en zwier hem (de hoed  uiteraard) ver weg. Hij kijkt verbaasd, geen zuchtje wind te bespeuren?
Bij het kraampje grijpt mijn snelle hand een roze donut, deze verdwijnt in happen in  leegte. Mevrouw is boos,  weet niet goed waarom.
Vier meisjes binden de fietsen aan elkaar  en racen  het grote gevaarte vrolijk lachend door de straten. Zachtjes grijp ik het eerste stuur  en laat hen eindeloos rondjes rijden, gillend gieren ze het uit, ‘wat doet die eerste meid toch gek’.
Die rode pet wacht uitnodigend bij een open kraampje, gretig gritsen en graaien  mijn dolle handen, ze belandt fladderend op de kale kruin van de oudere man in strak kostuum, hij lijkt geërgerd, de omgeving schiet in een kramp.

Gewichtloos trek ik me vrij van de zwaartekracht, ik zweef heerlijk en laat geen witte sporen na, de hoogte lokt en lonkt, de blauwe hemel, even overweeg ik vogel tussen de vogels te zijn, maar de mensenwereld blijft aantrekken, grappen en grollen, vrank en vrij.
Ik ben  onzichtbaar, een heimelijk verborgen vliegend wezen.

Iemand die geen fantasie heeft
staat op de aarde
hij heeft geen vleugels;
hij kan niet vliegen.
(Inayat Kahn Indiaas filosoof)

Fantasie is mij niet vreemd. Ik kan dus vliegen. De interpretatie is niet echt correct, maar ik vul ze graag in volgens eigen stramien.

Twee maal dreig ik te ontwaken, twee maal slaag ik erin me terug omhoog te dromen en te vlinderen boven de aarde, kijken zonder gezien te worden, vliegen onder de prachtig blauwe hemel, de hemel heeft me in zijn  macht.

Dan word ik wakker, er is geen ontkomen aan, ontroerd en verrukt, uit deze betoverende droom. Soezend breng ik hem terug voor de geest, ik herinner me de vele details, een geweldig avontuur is mijn wonderlijke vriend bij het ochtendgloren.
De blauwe hemel is er, de aarde trekt aan me, ik ben er echt…..
Mijmerend in  heimwee geniet ik rustig na, de klussen hebben tijd.
Dromen geven vleugels.

Twee keer de hemel verslinden

In de uitgestrekte Ourthevallei, waar de bomen rood en goud kleuren en de regen helpt glinsteren, duikt het familiehotel OL Fosse d’Outh op.

En ja, het is er niet altijd rustig in de eetruimte, waar de grootkeuken eigenlijk best lekker is en het ontbijt uitgebreid. Ik ontdek vriendengroepen, families van oud naar jong, kinderwagens en rollators. De wereld in één grote ruimte, omgeven met prachtige bossen, de grillige Ourthe, spel- en ontspannende mogelijkheden.

Misschien klinkt het wat te grootschalig, maar de blije vrolijke kindergezichtjes overtuigen het enorme gemak waarin kinderen én volwassenen zich sociaal weten te gedragen.
Alhoewel de graai- en grijpcultuur heel soms even overheerst en het ik-gevoel van de mens opduikt, als de ‘oplage’ van het dessertenbuffet soms wat beperkt blijkt te zijn.

Het is er niet altijd rustig in de eetruimte, een kind mag er kind zijn. En wij met hen.
Er mag gedanst, gegoocheld, onbezorgd genoten geworden.
De kamers zijn ruim, kinderen splitsen we op in duo’s  en worden baas in eigen huis.
De meisjeskamer, de jongenskamers. Ontdek ik toch enig verschil in orde??

Ezels worden geborsteld, er is het speelparadijs, de ‘Fossekelder’ , we ritsen van boom naar boom, en ook deze oma heeft dé sprong gewaagd, onder groot Frans applaus, vanop de hoogte recht de diepte in, even gedachten op nul, en dan jezelf overleveren aan de techniek, over rivier en bergflank, gedachten en zorgen zwieren zalig weg, de dieperik in, tot ik weer  voeten op de aarde ‘moet’ zetten. Enig gevoel van trots overspoelt me, ik voel me jong, vrank en vrij.

Er is  het bos, de stilte is  tastbaar, ik omarm de rust, de kleuren, de geuren van het nat op het vrolijke bladertapijt, het eeuwig klaterende riviertje beneden, de vergezichten, zelfs de regen in mot kan me niet deren, ze mag m’n haar nat maken, de beloning is het piepkleine krulletje achteraf.

De hemel mag ik ook verslinden in het heerlijke boek van Paolo Giordano. (schrijver van de ‘eenzaamheid van de priemgetallen’). Een kanjer van 460 verslavende pagina’s over idealen, de keuze tussen rebellie en conformisme, de wereld charismatisch veroveren of verstarren in burgerlijkheid, alternatief het leven proberen begrijpen en leiden, vaak ook lijden, ecologie en de corruptie in Italië, geloof en ongeloof, leven binnen of buiten de maatschappij, weemoed en volharding, pure liefde, vaak moeilijk, waarheid en fictie, obsessie en gelatenheid, de zoektocht naar de onaangeroerde plek op onze aarde, worstelen met heden en verleden, aanvaarding en verzet.

Het verhaal omvat  twintig levensjaren van de vier hoofdpersonages, Theresa en de  jongens.  Traag, net zoals de manier waarop de vier hoofdpersonages leven. Maar het blijft boeiend.

Ik lees en herlees passages uit ‘de hemel verslinden’, ze zinken en bezinken, zelden zijn ze poëtisch (waardoor het boek voor mij heel fijn leesbaar wordt). Ze bevatten de diepe kern van waarheden, ik put gretig uit mijn verleden én ervaringen. Zelden heb ik mezelf zo verloren in een boek. Het boek verwoordt existentiële vragen,  maar blijft het antwoord schuldig. Waarom? Omdat een éénduidig antwoord er gewoon niet is.

Het leven kiest zonder te kiezen, het ontluikt op een bepaalde plek en niet op een andere, zomaar.’

‘Wij gebruikten steeds minder woorden, maar we waren nog steeds in staat om samen te zien wat zichtbaar was, en ons wat onzichtbaar was in woordeloze eendracht voor te stellen.’ 

Vorig jaar was de Italiaanse schrijver op de boekenbeurs. Bij interesse, een interview lees je hier.
https://www.cosiddetto.be/lees-luister-en-kijktips/interview-met-paolo-giordano-over-zijn-nieuwe-roman-de-hemel-verslinden/

Het boek heeft me intens geraakt. De auteur verwerkt er veel actuele problematiek in. Wat mij vooral trof was de herkenbaarheid in de  twijfels van de (jonge) mens rond de kern van het zinvolle bestaan. De stijl is heerlijk, eerlijk, niet omzwachteld door poëzie, pur sang, er zit tragiek en energie en traagheid en aanvaarding in verweven.

Op het net lees ik zijn zinnen:
Het lijkt mij heel moeilijk om een leven te leiden zonder iets groters dat zin geeft. Ik zie dan wanhoop voor me: wat is dan de betekenis van alles? Ik ben althans niet gemaakt voor de mate van vrijheid van het heden. De personages verliezen zichzelf in die zoektocht naar betekenis en dat bepaalt de gebeurtenissen in hun levens. Bern kan zijn honger naar betekenis niet beheersen en dat brengt hem in groot gevaar. Voor vooral twintigers is onversneden idealisme aantrekkelijk – integralismo, hoe vertaal je dat? Fundamentalisme? Dat heeft nogal specifieke connotaties – maar ja, er zit iets fundamentalistisch in ons allen en dat is vooral gevaarlijk voor twintigers. Op die leeftijd test je je principes, bepaal je hoe je in de wereld staat.”

20191103_1214382993196142544519114.jpg

 

 

twee maal

de hemel verslinden

W

Weergoden voorspellen  pittige dagen. Het mag en zal  de pret niet drukken.
Wekenlang hebben we afgeteld naar ons jaarlijks weekendje weg.

Wervelend gezelschap. Zeven  koppels, veertien enthousiaste mannen en vrouwen, nu kinderloos, kleinkinderloos, en vooral weergaloos. Opgewonden als kleine kinderen die op schoolreis vertrekken.

Wonen doen we tijdelijk in Ouwerkerk bij Zierikzee.
Waar een warm huis ons welkom heet.
Waar de wind stevig door de polders raast.
Waar  weidse vergezichten  groen kleuren.
Waar we even hopen op een ondergaande-zon-spektakel, tot wolken er onverbiddelijk een wazig stokje voor steken.

Wind op kop, stevig en méér dan strak.
Woeste golven schuimen witte wattenbollen langs de waterkant.
Wild waait hij op ons in, we worden richting bermen geduwd, met  veel sterke wil houden we ons recht en fietsen we de 56 km rond. Het heeft iets magisch, 13 dappere kappen fietsen voor me uit, stemmen vervagen in  hevige windstoten, ieder voor zich, de volle focus op het stuur en het soms smalle  fietspad bovenop de weelderige bermen, we moeten dijken temmen. Bloemen en metershoog on-kruid buigen gewillig hun kopjes voor meester wind én voor ons. De dijken houden dapper stand, net als wij, mannen en vrouwen in trappende beweging.

Werken geblazen, in en rond ‘Het Hooge Huis’. Een parel in de velden.
https://hethoogehuis.com/

20190928_0849455048028476139707386.jpg
genieten van binnenuit…..

We koken gezellig samen, eten  wordt het toppunt van gezelligheid, allen aan de lange tafel, opgesmukt met geurige bloemen en sfeervolle tafellopers. De industriële vaatwasser klaart de klus in een klein kwartier. Iedereen helpt mee, tafels dekken, opruimen, heerlijke hapjes bij de apero, zetels worden bij elkaar geschoven, en babbels duren nachtelijk lang.
Warm gezelschap! Hoe heerlijk kan een vriendengroep genieten.

Weg en wolken leiden naar Zierikzee.
Waarom je dit stadje moet zien? Je kan er struinen door de charmante, sfeervolle straatjes, terrassen aan de gezellige kleine haven, de steen-voor-steen beschilderde gevel op het hoekhuis bewonderen, je vergapen in sfeervolle winkeltjes.
20190927_1822011530495027861728848.jpgHet Watersnoodmuseum wekt ontzetting, hoe kon dit gebeuren in 1953?, wekt ontroering bij de fluisterstemmen van bewoners die geliefden verloren in het geweld van het alles verwoestende water, wekt ontzag voor de creatieve mens die vervolgens – te laat-  een duurzame oplossing vond.


W
eelderig is het ontbijtbuffet, aangeboden door hem,  die 60 wordt.
Welgekomen, de traktaties van de kersverse oma’s en opa’s onder ons.
Wonderlijk ontspannen en hemels genieten.

W
edden dat we er volgend jaar een vervolg aan breien?!

 

Een sprookje in het bos

Elk jaar trouw beloof ik plechtig dat we volgend jaar terugkomen. Zoals altijd houden we ons aan het gesproken woord.
Tot drie septembermaanden terug schreef ik een Duinrell-logje.

Toch even schrikken, schrijf ik écht al zo lang?, vliegt de tijd zo snel?, ben ik reeds al die jaren een vrije gepensioneerde of senior ? of …., neen ik ben gewoon een springlevende oma met  een  dynamische opabaard en  nog swingender schatten van kleinkinderen, die ‘recht’ hebben op kwieke uitjes.
Vooral als daar rustbankjes staan voor soms vermoeide spieren en pijnlijke gewrichten, of…. zitten we daar niet gewoon  te genieten van de joelende kroost?

We gritsen zon, warmte, drie kleine jongens en vooral veel vrolijke vitaliteit mee, richting ons kleine huisje in Wassenaar. Elk huisje heeft een eigen tuintje, de kamertjes zijn piep, we struikelen voortdurend over elkaars en onze voeten, maar het is er gezellig en close, middenin de bossen. En…. we kunnen er rechtstaan.

20190914_0927421246894343080179695.jpg
Idyllisch bos

Soms wordt het bestempeld  als een ouderwets park, Duinrell , maar wij vinden het T.O.P en authentiek, gezellig en spannend en verrassend, open-minded, elke keer opnieuw.
Oma zoeft  en zweeft doorheen de lucht, ze beschermt gillende kindersnoetjes, een  vol hoofd wordt leeg.
Wat?, ouder worden?, ik??

Opabaard is rustiger, of ….. banger? De kleinste man blijft hem trouw, hij vindt het soms ‘een beetje eng’.  Ook de  reus in het sprookjesbos, met een grote boog stapt hij er omheen, het vuistje geklemd in mijn  hand.
‘Wat als hij zijn ogen opent?’ Hij slaapt en….. snurkt luid.
Het (gestolen?) manneke pis vindt hij dan weer zalig, de flinke straal mag zijn haren wassen.
Zand, rotsen en bossen trekken zijn aandacht, daar speelt en geniet hij eindeloos.
Ieder zijn meug. Alles mag en kan en lukt en voelt fijn aan.

20190914_1018322434174683979221341.jpg
het wassende water in Wassenaar

De zon maakt het leuke plaatje compleet. De kinderen hollen van her naar der, een traantje bij een valpartij, snel opgedroogd, want alles lonkt en lokt.

“Dit is de allerleukste dag van mijn leven”

“Als ik later voetballer ben, en jullie leven nog, mag je komen kijken” Beloofd, we doen ons best!

“Oma, kunnen we hier niet eeuwig blijven wonen?”

“Wij slapen in het dunne kamertje” (een kamer ter grootte van het stapelbed)

“De tandarts zegt dat ik mijn tandjes beter moet poetsen, maar oma….. krijg ik dan  éérst een suikerspin?”

“Zie opa, dat kindje smijt een papiertje op de grond, dat is toch niet goed voor onze wereld?” waarop “krijg ik ook een snoepje in een papiertje?’

“Mijn piemeltje kriebelt op die kikkerbaan”……”maar ik vind dat leuk” Ik knik bevestigend 🙂

“Oh ik zie de Eiffeltoren”
Vergissen we ons?
Zijn wij niet in Nederland?
Maar de elektriciteitspaal is echt wel hoog, ik knik bevestigend.

Een knuffel hier, een dikke zoen daar,  tot ziens, ze moeten het nog leren ‘aan alles komt een einde’ en ‘mooie sprookjes blijven niet duren’.

 If I’m honest I have to tell you I still read fairy-tales and I like them best of all.” (A Hepburn)

 

 

 

 

Achterhoek en Veluwe

Met voordeeluitjes komen we in ‘hotel Bonaparte’ terecht in Barchem bij Lochem.
Met Travelbird ontdekken we de ‘Bilderberg Groot Heideborgh’ in Gardenen.
Ja, we kennen onze wereld 🙂 , zeker waar het fietstripjes in Nederland betreft.
De combinatie van de onbekende Achterhoek met de reeds lang gekende Veluwe klinkt mooi, de weersvoorspelling eerder alarmerend.
Een nederige smeekblik en gebed naar de weergoden, en we zijn overtuigd, we wagen het erop.

De Achterhoek in Gelderland, ligt vlak naast de Duitse grens, de ‘afgelegen hoek’.
De natuur krijgt er nog volop vrij spel, heel groen.
Drie dagen, drie fietsroutes, manlief is de uit-stippelaar van dienst.

Eerst de Oude Ijsselroute, waar water en vooral een bezoek aan het kleinste stadje van Nederland lonkt, we terrassen in Bronkhorst. Een pittoresk plaatsje, oude boerderijhuisjes, hobbelige keistraatjes,  we wanen ons graag in de Middeleeuwen.
Een onbekend pareltje in Nederland‘, lees ik op het net?
Een parel, zeker! Onbekend?, en wat dan met de vele toeristen, of was de niet-beloofde zon hier de onverwacht aantrekkende kracht?

incollage_20190815_0937515236889568940851447299.jpg
Bronkhorst. Het theezakje daar helpt herinneren. 

Ook de volgende dag verwent de zon ons met de Graafschappenfietsroute. Prachtige bossen en ruime paden blijven verrassen. 

Het terras onder de kerktoren van de grand café het Meesterhuis straalt gezelligheid uit.
Het lunchconcept is  leuk, je kiest uit  vele meester-, straf-, proef- ,  snaai- en klassen-werkjes. Alles draait  rond het thema school, het gebouw is de vroegere directeurswoning . Banken, schoolborden, leerboeken, toiletten voor de juffen en apart voor de meesters, een lerarenkamer, het telraam, de wificode is ‘huiswerk’.
Niet verwonderlijk dat wij, vier (ex)leerkrachten, ons hier zalig thuis voelen.
En, zonder vooroordeel, het concept van tapa’s uit de Achterhoekse keuken is heerlijk. Een adresje om te onthouden.
Het te lange wentelen in schoolse belevingen beboeten we met een fiks onweer tijdens onze laatste kms, druipnat tot op het bot arriveren we in het hotel, elke stap laat een stevige plas achter, aiai….

De Erve Kotsroute met de Braakstraat en nog vele andere smakelijke benamingen is gelukkig stukken mooier dan zijn naam doet vermoeden.
Met de buienradar op zak en de knooppuntenroute op het fietsstuur kunnen we perfect timen, we komen droog thuis.

We houden de Achterhoek voor bekeken, en eindigen met een dag/nachtje Veluwe in Gardenen, waar de heide paarsheerlijk schittert in de zon, die ondertussen terug de overhand neemt.
Ik trek fotootjes, niet voor publicatie vatbaar, wij vrouwen dansend tussen de vele struikjes, zij mannen op de purperen heide met een boom erbij, hoe schoon op de wereld, de zomerse hei, dat is hier op aarde de hemel voor mij

Ik fotografeer de heide, naturel én met roze zonnebril, het vraagt enig gefrutsel om ze beide samen vast te houden én tegelijkertijd de knop in te drukken, maar het lukt wonderwel.
La vie en rose….

incollage_20190815_0931533765219020575155268339.jpg
Heide in de Veluwe. Zonder en mét roze bril.