“Wat ben ik eigenlijk allemaal aan het doen?”

Overdag op de baan, ’s avonds lekker warm ingeduffeld voor de buis of met een goed boek. Dat is mijn ideale winteravond. Jas aantrekken en ijzige gladde kou trotseren, vraagt om nodige inspanningen.
Maar we hebben tickets, de vorige (nieuwjaars)voorstelling hebben we gemist door onze eigen stomme fout, een ezel stoot zich geen twee keer!, dus nu rapen we alle moed bij elkaar en rijden de donkere nacht in.

MAAR.WAT.EEN.VOORSTELLING!

Johan Petit, een rasechte Antwerpenaar uit Hoboken, is acteur en cabaretier, een drijvende kracht achter het MartHa!tentatief-gezelschap, geboren verteller, heerlijke observator van het dagelijkse leven, melancholisch, filosoof, familieman, humorist, optimist.

Samen met Maya Dhondt aan de piano en Dora Brams op de gitaar maakt hij een intense voorstelling. We krijgen een pakkende inkijk in zijn dagelijkse leven tijdens het Coronajaar 2020, het jaar ook dat zijn moeder het zware verdict longkanker hoort en de familie in ademnood komt.
Maya en Dora zijn twee grote vrouwen.
Letterlijk als ze na de voorstelling Johan omarmen bij de afscheidsbuiging. Figuurlijk bij de intimistische muziek die het verhaal van Johan rustig en prachtig begeleidt.

Het verhaal is filosofisch getint. Het vertelt over hoe je met het ouder worden zelf de ouder van je ouder wordt. En hoe je de mooie momenten moet plukken, “Nu het nog kan“. Meteen ook de titel van de voorstelling, die de lading volledig dekt.

Samen met het publiek bladert hij door zijn dagboek, een dagboek waarin hij lichtheid ‘als van de kleine die door de lucht aan het fietsen was bij ET ‘ geniet, maar ook donkere wolken moet leren aanvaarden bij de zwar(t)e diagnose bij zijn moeder. Er hangt een vlies tussen hem en de wereld rondom. De zorgen worden omgedraaid. Hij draagt nu op zijn beurt zorg voor zijn ouders. Vol liefde mijmert hij terug naar de warme thuis, vroeger en toen hij en zijn zus nog alle aandacht kregen, zomaar gratis voor niks, een ouder zorgt voor het kind tot het keert. Soms volledig onverwacht en veel te snel.
De filosoof in hem wordt wakker met ‘de zomer is aan het sterven, maar vandaag nog niet’. Langzaam groeit het besef dat je het lot en het leven beter kan omarmen, je hebt geen andere keuze, ‘want dood gaat iedereen‘.
En dus ‘Wat ben ik eigenlijk allemaal aan het doen?’

Vooraleer je nu denkt dat het hier om een loodzwaar optreden gaat…..de humor is ge-wèl-dig. Zelf ben ik geen stand-up-comedian-fan. Meer dan wat glimlachjes lukt me niet. Maar dagdagelijkse situaties in een heerlijk humoristische jas kleden is pure kunst. Ik heb vaak en veel luidop gelachen (niet naar mijn gewoonte), nagelachen, genoten én nagenoten. Samen met de hele zaal.
Een schitterende voorstelling.
Wat een talent is Johan Petit, een naam die ik te laat leerde kennen.
Een héél grote aanrader.
Filosofie, dagelijks leven en vooral héél veel fijne humor door elkaar verweven.

En ja, er zijn nog voorstellingen in Lint, Mechelen, Herentals en Antwerpen…..
En neen, ik heb hier geen aandelen in……

Advertentie

Welkom in de 21e eeuw

We waren allebei hoogdringend toe aan een nieuwe smartphone, eigenlijk al veel langer, maar van uitstel kwam duidelijk geen verhoopt afstel. Tegen dat we de knoop hebben doorgehakt, is er natuurlijk geen voorraad meer aan de toestellen in verminderde prijs. De enige optie is nog deze met smartwatch. Oh help, daar hebben we al helemaal geen zin in…. Nog meer techno aan ons lijf?

De verkoper heeft een flinke karwei aan ons, hij probeert ons te sussen, de installatie valt écht wel mee. Hij is geduldig en blijft vriendelijk, ondanks onze – wellicht domme- vragenlijst.
“Je zal zien, alles verloopt vanzelf, je moet echt geen kenner zijn.” Hum.
En ja, we mogen altijd langs komen indien nodig.

Overtuigd doen we de dubbele aankoop, vier stuks dus in totaal.

Manlief was gisteren niet thuis. Wachten met de installatie wilde ik niet, was daar ergens iets met ‘ik wil mezelf bewijzen’ mee gemoeid?

Dapper ga ik aan het werk. De laptop dicht in de buurt voor het nodige opzoekwerk, want van een handleiding in 44 talen in de doos is uiteraard geen sprake meer. Welkom in de 21e eeuw.

De overdracht verloopt ‘vlot’, ik ben vele (gratis) apps rijk en bij het overbrengen valt internet maar vier keer uit. Best een meevaller toch? Wie klaagt nu over twee volle uren overbrengen? Ik niet…
Daarna begint de miserie pas echt, waar zijn de wachtwoorden?, met welk emailadres ben ik indertijd ingelogd? Misschien was ik in het verleden toch een beetje aan de nonchalante kant.
Zaterdagavond om zes uur leg ik, met vermoeide ogen van het scherm-turen, de smartphone definitief opzij. Het is wat het is, op agenda delen en die verdomde Itsme na lijkt alles terug te werken.
Die avond word ik beloond met een flinke oogmigraine. Dat kan er nog wel bij.

Zondagochtend start ook manlief. Met een heel klein beetje hulp van mij, maar je begrijpt of begrijpt niet, mannen vragen niet zo graag om goede raad, zelfs niet van een ervaringsdeskundige. Ik laat hem dus rustig verder knoeien…. Hij had een GSM met 8 GB, heel vooroorlogs, hij is anti-app, en krijgt er nu 128 voorgeschoteld. De overzet duurt amper 10 minuten, internetonderbreking meegeteld. En terug een warm welkom in de nieuwe eeuw, hij maakt kennis met Whatsapp. Een lachend gezichtje zou hier niet misstaan, maar uitlachen doe ik niet, hij hield voet bij stuk met SMS.

Ook voor mij wordt het terug schermtijd, die stomme (sorry, maar het lucht op) Itsme moet én zal er terug opkomen. Ik blijf op de sukkel, de laptop gaat telkens opnieuw in overdrive. Lees, hij doet niets. Van mijn vader hadden we hier nog een EID lezer liggen. Oude rommel, dus manlief koopt een nieuw gesofisticeerd exemplaar. Ik probeer in te loggen, één keer, twee keer, drie keer, twintig keer….. Uit pure frustratie geef ik hem een flinke shot onder….. en haal ‘de oude rommel’ van mijn vader boven. Binnen de seconde geraak ik binnen in mijn elektronisch lijf en verloopt alles verder vlot.
“Archimedes besloot een bad te nemen om even na te denken. Eureka! Hij ging in het bad zitten en zag het water stijgen. Toen wist hij het opeens!”

Hier liggen nu twee gloednieuwe toestellen, klaar voor gebruik. En ik, ik ben fier. We hebben 100 Euro uitgespaard. De prijs die ze in de winkel vroegen voor een dubbele installatie.

Heb ik veel bijgeleerd? Ja!
Zal ik veel onthouden voor de installatie van een nieuwe GSM over een paar jaar? Neen!

En oh ja, nu nog die ellendige smartwatches, die we er totaal niet bij wilden…..

Alvast goed gestart!

2023 willen we muzikaal inzetten met een nieuwjaarsconcert van het Desguin strijkkwartet en Vic De Wachter, boegbeeld uit de Vlaamse toneelwereld. Als verteller gaat hij ons via muziek en verhaal wegwijs maken in het merkwaardige leven van de Russische componist Tsjaikovski. Vier maand geleden boekten we de voorstelling en we hebben er echt zin in.

Het is nog maar namiddag, maar ik leg de tickets alvast duidelijk zichtbaar op de keukentafel, op gevaar af zonder de papieren te vertrekken. In deze (te) drukke dagen verschieten we nergens meer van. Nog snel even checken wanneer we er ’s avonds verwacht worden. Mijn oog valt op ’11 uur’. Een lichte paniek overvalt me, even de website controleren want hier werd zeker een fout gemaakt. Neen toch, het concert zit er ondertussen op en ze lieten het zomaar doorgaan zonder ons….. Waardevolle tickets verdwijnen in de papiermand, wij weten niet wat we gemist hebben. Misschien was het rotslecht!? We maken het onszelf graag wijs. Dat was zondag.

Nu is vandaag. In de gietende regen wacht ik geduldig op de trein. Hij daagt niet op. Er wordt iets afgeroepen, maar een voorbij razende trein verhindert dat ik ook maar één woord versta. Toekomstige medepassagiers verdwijnen van het toneel, sorry perron. Toevallig kom ik te weten dat de trein is afgeschaft, zomaar, zonder meer. Wachten op de volgende is de boodschap. Die komt over een half uur met een extra vertraging van 20 minuten. Een snelle rekenoefening leert dat ik nog 50 minuten geduld moet hebben. Mettertijd komt Hannes in het wammes. Hij komt, hij komt zeker. Net op tijd sta ik voor de schoolpoort. Het ventje komt aangelopen, deze oma houdt de ademhaling onder controle. Ze probeert toch en slaagt, hij merkt niets van stress, noch naweeën van een te gezwinde tred.

We zijn een paar uur later en ik haast me naar het perron in de omgekeerde richting. Met de gietende regen als trouwe metgezel. ‘Er loopt vee op het spoor’, wordt omgeroepen. Conclusie, je raadt het nooit, de trein heeft vertraging. Tien minuten worden er vijftien…. twintig…..de tafel van vijf, weet je wel? Hij telt door naar dertig, tot lichten in de donkere verte goed nieuws aankondigen. Ik droom van een warme coupé. Een dubbeldekker! Heerlijk om bovenin een leeg plekje te ontdekken. De trein vertrekt en staat na drie minuten weer stil. Dit scenario is een voltreffer en herhaalt zich vlot een paar keer. Maar ik zit hoog en droog, stapvoets gaan we de juiste richting uit. Het lukt perfect, donkere wolken vliegen 40 km met me mee in het juiste staptempo.

Er wachten nog vijf km op de fiets door de plensende regen. Het voorlicht krijg ik niet aan. Een flauwe plezante, lees vandaal, heeft het simpelweg uitgevezen. Een luide vloek ontsnapt en ik ga dan maar tevoet verder, fiets aan de hand, want met dit weer en donkere uur is het levensgevaarlijk om me onzichtbaar op de rijbaan te wagen. De laatste twee kms fiets ik toch, verscholen op een stil pad, veilig weg van ander verkeer én een mogelijke boete.

Nu is het nacht, droog en zie, de maan schijnt door de bomen.

51 weken in 2022

Het jaar dat weer veel te snel omvloog. Die tempus blijft maar fugitten.

Het jaar waarin ik Corona-angst grotendeels van me leerde afschuiven, meer nog me kritisch opstelde, verschrikkelijke oorlogsperikelen de vrije plekjes in het brein vlot opnieuw invulden en het WK een omstreden gebeuren werd, maar toch voor een spannend spektakel zorgde bij de finale.

Het jaar ook dat ik nog met één oog en oor het nieuws volgde, kwestie van mezelf te wapenen en niet kapot te gaan aan al die slecht-nieuws-berichten. Ik beken, struisvogelpolitiek kan wonderen doen.

Het jaar dat we verloren Coronavakanties inhaalden. Twee mooie reizen zal ik niet snel vergeten. Met zoon 2 en schone dochter reisden we in het voorjaar door Zuid-Engeland. Het waren blije, toffe, verrassende dagen middenin Engelse golvende én ruwe landschappen.
Met zoon 1 en schone dochter en kleinkinderen reden we naar de bergen, richting Oostenrijk. Prachtige vergezichten. De bergen waren hier de laatste jaren een beetje in de vergeethoek geraakt, iets met te ver rijden en spierproblemen, en dus kwamen wandelingen uit een ver verleden met mijn ouders en onze jonge kinderen nostalgisch boven drijven. Het werd een succesverhaal.

Het jaar dat kinderen grote knopen doorhakten en ouders enkel (beetje gelaten) konden toekijken. Zoon 2 en schone dochter vertrokken naar Vancouver. Er waren moeilijke momenten, momenten dat ik me echt eenzaam voelde, hoewel ik warm omringd ben. Die 7500 km afstand blijft door mijn gedachten spoken. Maar ze stellen het wel en we bellen geregeld. Tof. Ik werd terug een kleinhond rijker. Ondertussen nummer 6 bij de driekoppige kroost. En dan te zeggen dat we het zelf nooit verder brachten dan een visbak.
Zoon 3 ging voor zijn jarenlange droom en woont nu in de zorghoeve, waar mooi en zinvol werk wordt geleverd. Hij heeft een groot hart voor dieren en jongeren met extra noden. Dat betekent luxe inboeten, maar dat heeft hij er graag voor over.

Het jaar dat mijn spieren opspeelden en terug milder werden. Ermee leren leven is dé boodschap.

Het jaar dat we op zoek gingen naar een nieuwe tandarts én nieuwe huisdokter. Wij waren samen opgegroeid en ondertussen heel erg vertrouwd met de vorige. Maar net als wij, werden ook zij oud(er). Geen evidentie hier in de omgeving. We botsten te vaak op ‘volzet’. Maar de volhouder wint. De nieuwe huisarts valt goed mee, de tandarts minder, hij doet me pijn of ben ik flauw?, en is voor deze angsthaas net iets te doortastend. We kozen voor jong, dan kunnen ze nog heel lang mee. En wij met hen.

Het jaar dat de kleinkinderen elk een jaartje ouder werden. Raar maar waar. Ik incluis. Zij zijn fier. En ik op hen. Zei ik al dat het schatten zijn?

Het jaar dat ik 53 blogs schreef, ik heb nog één week de tijd om er 20 extra aan te breien en het aantal van vorig jaar te bereiken. Neen, dit gaat niet lukken. Geef het op meisje.

Het jaar met een lange, hete, droge zomer. De evolutie baart zorgen, maar zon zorgt altijd voor een glimlach.
Het jaar dat de fietsen dus vaak van stal werden gehaald en we prachtige hoekjes ontdekten. Die zorgen dan voor een instant geluksgevoel. Dat nemen ze me niet meer af.

Het jaar dat ik twee blogvriendinnen in levende lijve mocht ontmoeten in Antwerpen én dat het een grote meevaller was. Niet dat ik daaraan twijfelde, het schrijven zorgde al langer voor verbinding. Nieuwe afspraken voor het voorjaar zijn gemaakt en de groep zal flink wat groter zijn. Fijn toch!

Het jaar dat de gasprijzen de pan uitswingen en we het overleven met een graadje minder.

Het jaar dat ik phonelessen volgde met een slechte maar lieve leerkracht. En tips en tricks in computerlessen met een goede en toffe leermeester. Wij, de leerlingen, vormen ondertussen een hechte groep waar heel wat afgelachen wordt.

Het jaar dat ik een goede vriendin verloor. Niet letterlijk gelukkig. De geboorte van een kleinkind zette haar op non-actief wat onze (toch wel intense tot dan toe) vriendschap betrof. Er was geen tijd meer, ik moest beloven een half jaar te wachten. Begrijpe wie kan, ik kon het niet, en haakte af, voor mij hoefde het niet langer. Na vele jaren wekelijkse afspraakjes kwam dus tijd vrij voor iets nieuws. En de tijd, die vulde zich vanzelf. En toch is er nog steeds het gemis.

Het jaar waarin het druk, drukker, drukst was en we beseften dat we misschien niet ver af stonden van een pensioen-burn-out. Een ouder wordend brein werkt trager? Oorzaak gevonden. Alles beter dan het lege gat.

Het eerste jaar dat we Kerstmis vierden met een niet-complete bende. En dat het wonderwel lukte, het was een warm tof feest. Blij met mijn kroost, mijn kleinkroost, mijn nieuwe kroost, mijn oude kroost, mijn verre kroost, mijn hondenkroost.

Het jaar met aangrijpende films zoals Close, She Said en de Acht Bergen. Ik kan heel hard verdrinken in een boeiende andere wereld. Bij ‘de Acht Bergen’ pinkte ik een traantje weg. Een film boordevol gevoel in een prachtig decor.

Het jaar waarin mijn schoonmoeder 92 werd en er flink op achteruit ging. Ze leerde nog niet aanvaarden. ‘En dan spreken ze van een mooie oude dag’’. Het besef dat ze lang en mooi oud mocht worden, is er niet en zal niet meer komen. Het gezonde brein laat haar geregeld in de steek.

Het jaar dat ik drie mensen, die een slecht lot trokken uit de levensloterij, mocht opgelucht maken met een geschreven persoonlijke terugblik op hun leven. Hun woorden en waarden in mijn verhaal met een mooie lay-out en foto’s. Zij waren tevreden, op mijn beurt hoorde ik veel levenswijsheid. Soms moet een mens zwaar ziek worden om te leren relativeren en de kleine dingen in het leven te waarderen.

Het jaar dat manlief bleef gidsen in Gent en Sint-Niklaas, zich (nog net geen) breuk werkte in het schoolbestuur en elk vrij moment op de fiets sprong, vaak tussen het vele klussen door. Vijf sterren voor inzet en werklust.

Het jaar dat we (binnenkort, wij waren laat-op-het-jaar-bloeiers) onze vermiljoenen of saffieren bruiloft vieren, gewoon eventjes ‘snel’ tussen de andere feesten door.

Het jaar dat mijn eindejaarsbrief veel te lang werd. Met het nodige begrip dus als lezers hier afhaken. Alhoewel, één zin doorzetten moet misschien nog net lukken?

Het jaar dat ik eindelijk begreep: ‘Los van alle tradities kan ik opkijken naar de sterrenhemel en aangegrepen worden door dat immense wonder waarin wij leven en waarvan we een onooglijk klein fragment zijn’. (Ulrich Libbrecht)

What’s in a colour?

Het prachtige beeld dat ik gisteren zag op de Vesten rond Hulst doet me spontaan denken aan een moderne versie van een winterlandschap van Pieter Bruegel en Hendrick Avercamp .

Schaatsen deed ik sporadisch, rolschaatsen daarentegen was een hobby, een heel kinderleven lang. Het zou mijn toekomst worden, ik zou ster worden. Het draaide lichtjes anders uit. Weer een kinderdroom armer.

Dit wintertje is heel erg genieten. Van te korte duur. De voorlopig koudste nacht van het jaar zit erop. De kerst wordt groen en nat. Maar hét kindeke is en blijft nu éénmaal geboren, cadeautjes, lichtjes en samenzijn komen eraan. Celebrate the little things.

Winternachtmijmering

Herfst wordt bedolven onder winter

Een ijzige winter, een witte winter

Met zon overgoten, zo schitterend mooi

Druk, drukker, drukst

Trappen van vergelijking, waar is de tijd

Zoveel nog te regelen, zoveel nog te doen

Te korte dagen razen me voorbij

Met glimlach, met troost, met dank je wel

Met haast en spoed, en toch wel goed

Met heimwee over, met verlangen naar

Met terugkijken in en aftellen tot

Met betekenis voor die ander

En toch ook twijfel

Met rijp die de aarde hier bedekt

En vijftien zinnen zonder rijm

Een grijze ZONdag

Ik wil zo vurig graag in hem geloven. Mijn kinderhart bonkt en beukt, de hele nacht lang, hoor ik daar een geluidje? Zal hij ons huisje niet vergeten? Hij kan alles, is dé grote kindervriend. Hij brengt speelgoed, veel speelgoed, een hele tafel vol voor drie zusjes en kleine broer. Hij is heel erg al-wetend. Ik zorg ook voor hem, verzorg zijn paard met wortel en suiker. Heeft paard dan zwarte tanden? Voor ‘het knechtje’ zet ik een lauw biertje klaar. geen idee dat dit helemaal niet smaakt. Het is alleszins verdwenen op zijn verjaardag en ik speel met de zwarte pop, mijn droombaby met kroezelhaartjes en kleertjes die aan en uit kunnen. De grijze dagen schuiven op, ik speel en ontdek met een vrolijke lach, ik speel en ben blij, ik speel mama en schooltje, ik speel dat ik de Sint himself ben en zwart Liesje kijkt toe vanuit haar babystoeltje. Dat was vroeger.

Dit is nu.
Er zitten believers en non-believers in het gezellige zaaltje bij de zoon. Allemaal samen zijn ze met zestien. Zestien nieuwsgierige, blije, bange en afwachtende gezichtjes. Bijhorende ouders houden de nodige spanning erin. Want ‘Hij komt, hij komt, die lieve goede Sint’. 35 stoelen staan in een grote kring rond de troon van de heilige man. Hij is oud en krijgt een ereplaats. Manlief biedt hem een lift aan. Toegekomen op het erf helpen we hem de auto uit, want de lange gewaden maken het er niet eenvoudiger op. Tegen het grote raam staan nieuwsgierige neusjes gedrukt. Onder luid gezang, vals of niet, dat speelt geen rol, helpen we de Sint de vele trappen op. Struikelen zou geen goed idee zijn en veel pijn geven. Statig als een heer stapt hij de ruimte binnen. Je kan een muis horen lopen. Enkel de gouden staf tikt op de houten vloer. De pieten en mieten zijn afwezig, ze zijn ziek, Corona? Dus word ik snel tot knechtje gebombardeerd met een pietenzak vol cadeautjes, want ”er zijn geen stoute kindjes bij’.

Eén voor één komen die kindjes dichterbij, soms bewaren ze spontaan een veilige afstand. Je weet maar nooit met die man in rode cape en vreemde mijter die steeds de verkeerde richting uitzakt. De welige bos witte haren zijn dan toch zijn grote trots. Kleinzoon krijgt een opdracht, hij moet de mijter tegenhouden en slaagt daarin met verve. Soms duwt hij even te hard, wat een stevige “auw” uitlokt. Maar de man is sterk, sintensterk!
Kinderen staan versteld “hoe weet hij dat toch allemaal?”.
De vierjarige weigert de paar stappen dichterbij én het cadeau. Hem is geleerd geen geschenkjes aan te pakken van vreemde mannen.
De zesjarige vertelt enthousiast over haar juf Joke en dat ze ook graag wil geschminkt worden. Hebben wij nu toch niet nét een schminksetje mee. Van toeval gesproken!
Hij is een non-beleaver en vraagt voor welke voetbalploeg de oude man supportert. Een groot gejuich volgt, ze zijn samen Buffalo-fans. Sint stijgt – nog meer – in de achting.
Het kleine ventje friemelt aan zijn truitje. Je ziet een stille angst in de oogjes, maar voor een pakje moet je nu éénmaal dapper zijn. De Sint is ontzettend lief en ontfrutselt hem al snel een brede lach.
Een paar believers stappen vlotjes terug in de rol van non-believer, hij ziet er zo écht en wijs en oud uit….


Plechtig stapt de Sint weg, naar andere wachtende kindjes. De taxi wacht hem weer op, nog een laatste wuifgebaar op het vrolijke ‘Dag Sinterklaasje, daag, daag, daag….”.
De spanning ebt weg, cadeautjes worden ontmanteld of in elkaar geknutseld. Tijd voor de brunch. De tafels worden gezellig geschikt en plots….is het stil…. er wordt met goesting en smaak geknabbeld. De kinderen verdwijnen, ze gaan buiten spelen, koude is voor hen geen hinder en die gloednieuwe voetbal moet uitgetest worden. Wij kunnen bijbabbelen, veel en lang bijbabbelen, heerlijk om met (schoon)broer en (schoon)zus en de volledige nakroost en aanverwanten (op de zieke zoon en Canadezen na) lekker warm samen te zijn.
(On)Verwacht voel ik het pijnlijke oudergemis, ze zouden fier en gelukkig zijn.

De boerderijbeesten hebben ook recht op een lekkere hap, Sint is hen zomaar vergeten, die durft. Zoon trekt erop uit, met een hele schare kinderen in zijn kielzog. De ezels, kippen, konijnen, varkentjes, pony, cavia’s en sorry voor wie ik nog vergeet, krijgen dit keer de maaltijd uit milde kinderhandjes.

Diezelfde avond nog stuur ik een gulle bedanking en een paar herinneringen van een toffe dag naar de hemel. Een snelle reactie over letterlijke en vooral figuurlijke warmte volgt, de heilige man heeft er ook hard van genoten. En belooft….volgend jaar…..kom ik terug….