Chaos

Het is zo ver. De evenementenhal in Sint-Niklaas wordt weer omgetoverd tot het vaccinatiecentrum voor wie ‘graag’ zijn vierde of vijfde spuit gaat halen. Het is wat zoeken naar vrijwilligers om alles rond te krijgen, de koek is blijkbaar op. Anderhalve maand geleden gaf ik mijn naam op, ik ben bereid een handje toe te steken. Pas twee weken geleden valt het niet-langer-meer-verwachte bericht in mijn mailbox dat ze die dag op dat uur op me rekenen. Ondertussen was de datum al lang ingenomen met (leukere) zaken, maar wat geschuif zorgt ervoor dat ik me toch nog vrij kan maken.

Van 12 tot 16 uur. Uiteraard vergeet ik te eten vooraf. Mijn ontbijtje was nog niet verteerd. Geen paniek, er liggen altijd lekkere wafels klaar. Dat herinner ik me van anderhalf jaar geleden. Daarmee houd ik het wel even vol.

Ik krijg de check-out-administratie op de computer voorgeschoteld. Mijn stoel staat vlak voor de open deur. Ondanks het voorspelde betere weer (?) bevriezen handen en voeten net niet. Het is vrrrrrreselijk druk. De immense rijen aanschuivende mensen concurreren met die voor de Queen. Belgen zijn niet zo gedisciplineerd als de Britten. Ik hoor over voorkruipen en nonchance. Snel-snel wordt ons uitgelegd hoe we mensen na het vaccin registreren. Een peulenschil. Scan, typ, scan en typ. Ik overdrijf niet als ik hier schrijf dat ik onafgebroken bezig ben van 12 tot 16 uur, gerekend aan ruim dertien seconden per persoon. En nog stapelen de massa’s zich op. Een mens zou er stress van krijgen…. Zowel wij als de schuifelende mens. Hier en daar valt een klacht, over chaos en verkeerd beleid, maar….. schiet niet op de pianist…. toch blijf ik ze vriendelijk te woord staan, part of the job.

Een aandachtige stuart ziet mijn blauwe pinken en biedt aan een hete thee met koek voor me te halen. Graag, heel graag. Een warme maag verwarmt het lijf. Ze komt terug met lege handen. Ja hoor, er zijn theezakjes. Maar ….. geen warm water. Ja hoor, er staat een schaal, maar ….. de koekjes zijn ze vergeten. Ter compensatie krijg ik de tijd om even naar toilet te rennen. Waar ik in stilte een verloren en verbrijzeld koekje uit mijn handtas vis en naar binnen vreet. Een snelle slok water uit de kraan en voila, ik kan er weer tegen.

Halverwege onze shift – we zijn met vier en nog krijgen we de massa niet klein- lukt het scannen nergens meer. Dan maar typ, typ, typ en typ. Heel veel cijfers en letters, dat vraagt extra tijd. De rij groeit navenant. Piepkleine cijfertjes dwarrelen voor mijn ogen. Ik kijk boven, onder en naast mijn bril, het blijft turen. Gegarandeerd droom ik deze nacht van GD4769, het gebruikte Pfizerlot, dat manueel (en niet anders! Zoek vooral geen hulpmiddeltjes als ctrl c en v) telkens opnieuw moet worden getypt.

Na de shift zoeken vermoeide ogen mijn opvolger. Die duikt niet op. Of ik een tweede shift tot 20 u kan doen? Bibberend van de kou, honger en concentratie? Sorry, daar pas ik voor, ik wil wel nog éven doorgaan….. Na een half uur daagt mijn opvolger, duidelijk niet gewend aan tijd en stond, toch op. Met veel plezier geef ik hem mijn klavier door.

Thuis gekomen kookt het theewater nog voor ik goed en wel binnen ben. In de haast grits ik nog een flinke koek mee om de eerste honger te stillen.

Manlief fietst een grote tocht vanuit Terneuzen. Hij stuurt geregeld berichtjes over koffie, leuke terrasjes, fietsen langs het water en grote schepen. Mijn besluit staat vast…

Hit & Run (*)

Wat is je vroegste herinnering?

Ik ben kleuter en speel verstoppertje in het grote sprookjesbos. Een stevige boom lijkt me een ideaal plaatsje, ik glunder, mij gaan ze niet vinden. Tot ik ontdek dat ik middenin een nest rode mieren sta, die ijverig het grote obstakel tegemoet klimmen. Een gil van daar tot in Tokyo verraadt mijn geheime locatie, verlamd zie en voel ik hoe reuze beesten mijn benen en armen rood kleuren, tot  verlossende mama-armen me optillen en bevrijden. Weer een trauma rijker.

Welke levende persoon bewonder je het meest en waarom?

Wellicht mijn man, dé rots in mijn branding. Altijd luisterbereid, relativerend én ja, lief.
Ups en downs zijn des levens. Wat een loodzware ouderwetse zin!

Wanneer was je het gelukkigst?

Bij de geboorte van de eerste zoon. Het gaf een ongelooflijk gevoel dat ik, jonge meid van 23, een écht levend(ig) wezentje op de wereld had gezet. Een wezentje, waarvoor ik van bij de start een immense liefde voelde. Nog twee keer mocht ik het ervaren bij, of beter na de geboorte van de andere zonen. Ook bij de geboorte van de kleinkinderen waande ik me in de oma-hemel.
Maar ik denk niet dat 8 gelukkig-ste momenten mogelijk zijn … Je weet wel, die overtreffende trap is beperkt. Comparatief, superlatief. Ik ken ze nog.

Wat is uw grootste angst?

Dood-angst.

Wat was vandaag je eerste gedachte?

Die heerlijke droom over een uitstap met mijn ouders hield ik graag nog even vast. Ik bleef liggen en her-droomde en her-droomde nog een vol uur.

Wat is je onhebbelijkste karaktertrek?

 Ik blijf mens en heb er meerdere. Volgens mijn man beperkt die zich tot het laten open staan van kastdeuren, haha……hij is véél te mild. Je weet wel, lief.
Wanorde in huis geeft wanorde in mijn hoofd. Vooral mijn kinderen vinden dit geen leuk trekje.
Maar ik heb er nog een hele resem die ik hier niet aan jullie neus ga hangen.

Welke eigenschap stoort je het meest aan anderen?

Gebrek aan luisteren als heel belangrijk onderdeel van empathie.

Wat is je dierbaarst bezit?

Mijn familie, in alle rangen en standen.

Wat is je favoriete zintuig?

Het zien. Ik geniet graag mooi.

Wat wou je worden als kind?

Verpleegster op de kinderafdeling. Nog altijd spijt dat ik het niet heb doorgezet. Maar in mijn job heb ik veel grotere kinderen gereanimeerd.

Met welk deel van je uiterlijk ben je minst tevreden?

Met de extra kilo’s die me sinds mijn 60 blijkbaar eeuwig trouw beloven….

Wat ben je verschuldigd aan je ouders?

Ze zijn er niet meer, ik zag ze zo graag. Het besef dat ik nog zoveel meer voor hen had kunnen betekenen (ze woonden vrij ver) zorgt vaak voor een (hopelijk onterecht) onrustig schuldgevoel.

Wat was je ergste job ooit?

Als 22-jarige voor een bende ongeïnteresseerde puberjongens proberen de stelling van Pythagoras uitleggen. Elke vrijdagavond zocht en vond ik huilend troost in een warm bad. Toen mocht dat nog.

Wat is je grootste teleurstelling?

Dat ik geen mooie schoenen kan dragen…. Dat heeft te maken met de vraag hierna. Vreemde volgorde.

Noem één ding dat de kwaliteit van je leven zou verbeteren.

Leven zonder spierkrampen.

Wat beschouw je als je grootste prestatie?

Dat ik kinderen heb opgevoed die nu tevreden hun eigen weg vinden.
En misschien kennen sommige studenten Pythagoras nog?!
Tot hier beperken zich mijn ‘grootse’ prestaties.

Wat is de belangrijkste les die het leven je geleerd heeft?

CARPE DIEM

Waar zou je nu het liefst zijn?

In Vancouver bij zoon en schone dochter.

Wat is je favoriete geur?

De geur van fresia’s. Het was ook de favoriete geur van mijn overleden zus.

De liefde, hoe voelt dat?

Intens, warm en rijk. Onvoorwaardelijk.

Van welke gewoonte zou je af willen?

Van kastdeuren laten openstaan zeker? Of van zagen bij slecht weer? Of te lang uitslapen? Of ’s nachts moeilijk in bed geraken? Of….

Hoe wil je herinnerd worden?

Pfff…. Gewoon verder leven in de herinneringen van mijn nakroost is voor mij voldoende.  Ik ben een simpele geest.

(*) Naar aanleiding van de Hit&Run in “De Standaard weekblad”, waar wekelijks mensen deze vragen worden voorgeschoteld en antwoorden vanuit het hart, waag ook ik hier een poging.
Nu aan jullie om als reactie ook minstens één vraagje in te vullen.

Dat is hier op aarde de hemel voor mij

De Nederlandse lokroep is weer eens te groot om te negeren. Weerman Frank (ai, ik hoorde dat hij binnenkort op pensioen gaat, ik ben nochtans fan van de eerste rij) zorgt voor enige aarzeling, hij voorspelt twee stevige regendagen en één zonnige dag. Bepakt en gezakt met een extra regenjas en broek wagen we de overtocht. Sorry Frank, je kreeg ongelijk (geen paniek, ik blijf fan!), maar ik neem het je niet kwalijk, we kregen drie prachtige zon-dagen op rij.

In Etten-Leur, waar de lintdorpen Etten en Leur in 1968 aan elkaar vastgroeiden, parkeren we onze fietsen onder de ‘wereldberoemde’ -enige overdrijving laat ik mezelf graag toe- Moeierboom. De prachtige linde is aangeplant in 1675 en ontmoette er ooit Vincent Van Gogh. Het dorp vormt een ode aan deze te-lang-miskende schilder. Onze vriend heeft een App (sorry, naam vergeten) met korte rondleidingen en vraagjes, die reizigers zelf aanmaken. Zo belanden we in het Sint-Paulushofje, een prachtig plaatsje met dertien verzorgde huisjes rond een rustig plein. In 1681 woonden er dertien arme vrouwen. Ook nu nog vinden zeven alleenstaande vrouwen er een kleine, maar schitterende huisvesting. Het streekmuseum Etten+Leur en een tof antiek cafeetje met een ouderwetse gezellige toog vullen de overige ruimtes. Jammer dat we het koffiemoment er al op hebben zitten….. Die kleine onverwachte ontdekkingen kleuren de dag nog intenser.

De Achelse Kluis heeft een lange religieuze traditie. In de 17e eeuw woonden er kluizenaars, na een onderbreking werd op deze plek de Benedictusabdij opgericht. Sinds de laatste monniken vertrokken, rest er nog enkel de Fazenda da Esperança, een gemeenschap waar jonge mannen met een verslavingsproblematiek terug structuur zoeken en vinden in het leven. Zij wonen er verplicht een vol jaar zonder sigaretten, alcohol, drugs, internet en medicamenten. Blijkbaar is herval zeldzaam. Vriend en ik (vriendin en man zijn nu éénmaal braver) glippen via de barricade toch even naar de achtertuin. Onze nieuwsgierigheid wordt beloond, fluisterend banen we ons een weg in vergane, maar indrukwekkende glorie. Een plaatselijke bewoner vertelt dat de dagen er geteld zijn, de enorme site zoekt een nieuwe bestemming, geschiedenis gaat weer verloren, de kosten zijn torenhoog. Doodjammer!

De Stabrechtse heide kleurt diep paars.

Hoe schoon nog de wereld, de zomerse hei,
Dat is hier op aarde de hemel voor mij !


Ik hoor het mijn moeder nog fluiten, zingen en op de piano tokkelen, net als ik was ze een vurige heidefan. De grootsheid van de natuur maakt nederig en melancholisch, terwijl rondom ons de wereld ruziet en om zeep gaat. In Geldrop lunchen we bij Luuxx. De winkel met zelfgemaakte producten en de eet-huiskamer worden open gehouden door Lunet zorgcliënten die, onder begeleiding, zorgen voor een gastvrij onthaal én een gezonde maaltijd. Een heel mooi project, waarbij xx staat voor 2 lieve kusjes. De lunchplank is heerlijk én speciaal aangepast voor mij als vegetariër. We worden bediend met een brede glimlach.

Net voor de terugweg vind ik mijn stokoude, door en door versleten, maar zalig zittende sandalen met een heel verleden niet meer. Bij de opkuis van de kamer werden ze niet gevonden. Manlief en ik “mogen” nog even in de containers kijken. Adem inhouden, zakken openen en terug sluiten, rommelen en stommelen, tot de koks ons eten aanbieden, ‘als we dan toch zo’n honger hebben’. Beschaamd én ontgoocheld trekken we weg. Een zwaar verlies voor mij…..

Onderweg geeft het stralende weer forfait. Just in time, maar toch beangstigend.

Tijdens het uitladen bij thuiskomst vind ik in een verloren zakje …. mijn sandalen….. zonder containergeur….

Zomaar wat vakantiemijmeringen

De ‘grote vakantie’ speelde meer dan 50 jaar een heel belangrijke rol in mijn leven. Pensioen is nooit vakantie meer. Of is het altijd vakantie. Beide tegenstellingen geven dé waarheid.

De zon straalt elke dag, elk uur, elke minuut. Het klimaat is een grote uitdaging, maar toch geven zon en warmte mij echte energie.

Er is die avond aan zee, het licht maakt melancholisch en zacht. Kinderen en honden genieten in kleine achtergebleven zoute zeemeertjes en maken mooie silhouetten in het prachtige kleurenspel van de zakkende zon.

Met kabelbaan en voeten omhoog naar glooiende alpenweides, waar Oostenrijkse schapen de weg voor ons banen. De zon schittert groen en fris. De oneindige stilte is voelbaar, zoals we ze in België op geen enkele plek meer kennen. Ik waan me op de top van de wereld, ondanks hoge ruwe bergen die macht uitstralen. Het gevoel van nietigheid helpt relativeren, besognes smelten (voor even) als sneeuw voor de zon, er is meer, veel meer dan onze eigen zorgen….

Beer komt nog een laatste keer logeren. De ochtendwandeling voelt vertrouwd aan, hij (de hond) geniet, ik geniet. Zoals elke dag komt ook de zon weer op. Hij beseft niet dat een grote reis hem wacht, ik daarentegen voel nu al het gemis van zijn baasjes, maar ook van hem. Hij is aanhankelijk en vleit zich tegen me aan, krulletjes vangen lief mijn tranen op, donkerbruine oogjes troosten.

Er is het moment van afscheid. Het gemis wordt ruimschoots goedgemaakt met dank aan de moderne media. Ze stellen het prima, de zwarte beren en poema en uil rond het huis genieten we mee via het beeld. Ik ben gerust gesteld. Ze leven in het paradijs (voorlopig toch) en wij overbruggen vlot de vele kms. Dezelfde zon straalt hier en ook voor hen.

De wandeling in de romantische bio-bloemenpluktuin ‘Plukjedag’ ( klik) maakt blij. Mijn plukpleziertjes kleuren tien dagen lang het huis. Telkens ik er voorbij kom mompel ik “Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem ploem ploem dag stoel naast de tafel dag brood op de tafel” (Paul van Ostaijen). Bloemen geven rust en verwondering. Ik zie hoe de kelkjes openbloeien en groeien.

Er is die avond, die ene avond, vol gemis, vol verlangen naar de tijd van toen (oei, ik word echt oud…), een vermoeid gevoel, een negatief gevoel zelfs, omdat dingen nu éénmaal veranderen, omdat ik de bomen tussen het bos én het bos tussen de bomen niet meer zie. Vragen en onzekerheden overvallen me, ik vind de antipiekerknop niet. Het kan niet altijd rozengeur en maneschijn zijn…….hoewel de maan zijn uiterste best doet in de donkere avond. Een compliment waardig.

We komen samen met de cursisten van Amfora. De avond is (weer) zacht, de terrasjes uitnodigend en bij een glaasje wijn vlotten de gesprekken goed. Er is begrip, respect, luisterbereidheid. Drie belangrijke elementen voor een goed gesprek. We hebben dezelfde interesses en ambities. Voldaan neem ik tram 2 terug richting Melle Leeuw waar ik ‘van kinderdienst’ ben en waar woorden nog tot een stuk in de nacht blijven nazinderen, ze beletten mijn slaap, maar de volgende dag houdt energie in drievoud me bij de zaak.

Zweven in de draaimolen, hoog in de lucht, controle loslaten, enkel lachende gezichtjes rond mij, uitgeput op de bank vallen van het roetsjen met een klein soms angstig gezichtje naast je, en dan horen ‘oma, dit was een TOPdag’. Wat wil het omahart nog meer?

Kleinzoon viert zijn verjaardag. Tof gezelschap, fijn feestje, een rups kan best ook lekker zijn!, leuke rondleiding op de zorgboerderij, waar papa en zonen een nieuw leven gaan opbouwen.
De Boon, onze zorgboerderij in Drongen, zoekt (een) bewoner(s) die zich vrijwillig willen engageren om daar te komen wonen, de site mee te onderhouden en ondersteunend te zijn als er een jongere in time-out verblijft.”
Vragen van mijn kant, doorspekt met onrust, woelen door het hoofd. De natuur is er mooi vlak bij de Vinderhoutse bossen, maar het woonhuis is oud en klein en (naar mijn normen?) weinig comfortabel. De toekomst zal het uitwijzen. Nieuwe mogelijkheden bieden zich aan.
Die zonen van mij blijven zorgen voor avontuur in mijn leven.
In gedachten dwalen zorgelijke gedachten, die ik halsstarrig een STOP toe roep. Maar geluk zit vaak in een klein hoekje en dat vinden we.

En die lekkere rups, de zoete verjaardagszonde, heb je nog tegoed.

Floating earth…..

……is de naam van het lichtend kunstwerk in het stadspark van Sint Niklaas. De aardbol met 10 meter doorsnede van Luke Jerram ligt indrukwekkend mooi in de vijver. Vanop het gezellige terras geniet je, vooral bij valavond, de relativiteit van onze aarde. Je ervaart onze leefruimte vanuit de machtige ruimte, je voelt je nietig, je voelt je verantwoordelijk, het water nodigt uit tot enige reflectie.

We zien Canada, zo dichtbij, zo veraf, we wonen allen op diezelfde bol, de ruimte rondom is oneindig, we zijn onooglijk klein ……. Zorg dragen is een duidelijke boodschap.

De kunstenaar heeft zijn doel niet gemist. De babbels met man en vriend gaan spontaan de filosofische kant op. Denken en beseffen, genieten en bevragen, relativeren en uiteindelijk fijn vinden.

Het avontuur tegemoet….

Heel hun hebben en houden zit verpakt in deze bagage. Alle spullen zijn verkocht, weggegeven of in bewaring gegeven op onze zolder. Voor wie weet….ooit…..hopelijk….

Een laatste avondmaal met het koppel, onze zoon en haar/onze (schoon)dochter op een terras in de zon.
Een laatste ontbijt met de zoon, gezellig met ons drietjes, terwijl schone dochter de hond nog even laat dollen in het zand. Kwestie van flink moe te zijn om de vele uren vliegen rustig te overbruggen.

Beer (ja, zo heet de hond) heeft het prima gedaan.

Een laatste knuffel in de drukke luchthaven van Schiphol. Ik pink een verdoken traantje weg, ik heb me voorgenomen een flink meisje te zijn.

Achttien uren later zit mijn vlees en bloed op 8000 km hiervandaan, richting een groots avontuur in Vancouver. Het voelt vreemd en leeg en zwaar en onzeker, maar dit komt goed, ik heb vertrouwen in hen én in de tijd. Ik heb me toch voorgenomen een flink meisje te zijn?!

Maar ik zal en mag hen missen, alle drie.

Het gaat jullie goed.

Ik zet reacties hier uit. Je begrijpt me wel…..

Het Zwarte Water bleek blauw

Na wat twijfelmomenten beslissen we de hitteknoop door te hakken.
En ja, we hebben veeeeeeel factor 50 mee.
En ja, we denken aan de nodige drankstops, lees terrassen.
En neen, we doen geen zware inspanningen.
De data liggen maanden vast, noch voor onze vrienden, noch voor ons is een andere vierdaagse vinden een optie.
En lekker simpel toch, trui noch jassen hoeven in de koffer.

De airco in hotel Zwartewater in Zwartsluis (https://www.hotelzwartewater.nl/nl/) doet overuren – niet ecologisch maar wel comfortabel- en het zicht vanuit onze kamer verrast, het water oogt blauw…. Vele plezierbootjes en grotere vrachtschepen varen voorbij, het voelt als échte vakantie.

Zicht vanop ons bed

We kiezen voor het fietsarrangement met live-cooking.
Vis en vleessoorten bij het diner, van allerlei eiergerechten tot pannenkoeken bij het ontbijt, zomaar met vriendelijk geduld voor jou persoonlijk bereid.
Met de nadruk op de fiets uiteraard. Fietsen in een prachtige omgeving, veel groen, veel water, veel kilometers, veel terrassen tussendoor, het is ‘van moeten’, veel hittegraden, veel zweet, veel ontspannend genieten en genietend ontspannen, (te)veel zon, onze bevriende levens moeten worden bijgebabbeld, veel ontdekken, veel knooppunten in- of uitlassen, veel speurtochten naar schaduwplekjes en een bank om ‘koel’ te picknicken, veel haventjes, veel late avonden bij een vuurrode zonsondergang en de prikmuggen er gratis bovenop.

Zwartsluis is een gezellig havendorpje. We fietsen doorheen de Weerribben. Weren zijn de uitgeveende gebieden die vol water staan. Ribben zijn de stroken waar het uitgebaggerde turf te drogen werd gelegd.
Blokzijl, Kalenberg, Dwarsgracht, Jonen, Vollenhove. Stuk voor stuk prachtige dorpjes om even halt te houden. De sluiswachter gooit het klompje uit waarin de boten de bijdrage leveren als dank voor de sluis. We zien overal rieten daken, die de dorpen een heerlijk romantische uitstraling geven.
Met een lege batterij op de 63e km komen we- oef- op km 67 terug aan bij het hotel. Dit zweet verdient een extraatje.

Giethoorn bezoeken we voor de vierde keer, mooi maar druk. Beltschutsloot is een leuke ontdekking. Net op die dag gaat het gondelfeest door. Versierde boten brengen dorpsbewoners bij elkaar. Gelukkig kunnen wij erdoorheen wandelen, fiets aan de hand. We betalen bij de inkom en krijgen datzelfde geld terug bij de uitkom.

De vele pontjes, al dan niet manueel te bedienen, zorgen voor verfrissende tochtjes op het water. Even niet trappen, water en wind gewoon hun werk laten doen. En dan dit ontdekken….. Vier hongerige snaveltjes om te voeden….

In Den Ham lunchen we op het leuke driehoekig kerkpleintje, waar schaduwbomen en wespen zich laten gelden. Via de schitterende Sahara rijden we verder richting Ommen. Er is bos, lichtpaarse heide, zand, schitterende fietspaden, slingerend langs de Vecht en door grote natuurgebieden. België kan niet aan tippen aan deze fietsinfrastructuur.

We hebben 200 km én een gratis kramp in de benen.

My darling, what if you fly?

Het is bijna zo ver….. Volgende week rond deze tijd hangen ze in de lucht en overbruggen de 7769 lange kms naar de nieuwe spannende thuisbasis. Schoondochter telt de seconden af, zoon is afwachtend en benieuwd.

Een vriend die bij de Nasa werkt, leerde me iets moois. Als ze een raket afschieten, wordt die van de grond afgestuurd tot op zekere hoogte, daarna vliegt de raket op zichzelf. Dan zeggen ze ‘guidance is eternal’. Zo is het ook bij de opvoeding. Je begeleidt en leidt de kinderen, steunt en stimuleert, leert hen nadenken en steeds meer zelf de leiding nemen over hun leven. En op een dag moet en kan je – en mogen zij- erop vertrouwen dat de inwendige gids gevormd is. Dat is vrijheid : weten dat je op je eigen kompas kan vertrouwen‘.

Het zijn niet mijn woorden, maar van Caroline Pauwels, ex-rector van de VUBrussel. Onlangs op 58-jarige leeftijd verloor ze de hevige strijd tegen maag- en slokdarmkanker. Een vrouw met charisma, met levensenergie, met verbindende ideeën en vooral veel positiviteit én possibiliteit, une grande dame met tonnen levenswijsheid.

In het leven is er altijd wel een tegenwind die opsteekt. Soms zit dat in grote dingen, soms in kleine. Je hebt vaak het gevoel dat je gaat vallen. Dan vind ik deze zin uit een gedicht van de jonge Australische Erin Hanson zo mooi : ‘What if you fall? Oh but my darling, what if you fly?’. Waarom zou je je laten verlammen door angst? Als je denkt dat je zal vallen, is de kans groter dat je valt. Maar als je gelooft dat je misschien zal vliegen….?

Zij springen dus binnenkort in the jump of life. De laatste restjes aanvaarding ben ik nog volop aan het oefenen. Maar oefening blijft kunst baren.

Een laatste familiefeestje in het teken van Canada (Vancouver), onder (te)veel bomenschaduw en met een gezellig gedekte buitentafel vol lekkers is genieten. Genieten met gemengde gevoelens. Een laatste keer…..voor lang toch…..het glas heffen…..wachten op de speech…..die niet komt……babbelen over het onbekende nieuwe leven……over missen en gemist worden….over onzekerheden en beslissingen.

Onder de vlag van Canada wordt getoost op al wat goed was én is.

Alpen beleven

Zonet kwam een felicitatie binnen omdat ik reeds zes jaar blog. Wat vliegt de tijd. Hoewel minder frequent hoop ik nog jaren vol te houden, ook al herlees ik zelf zelden een eigen schrijven. Maar er is een verbinding ontstaan met mijn lezers. De meesten ontmoette ik nog niet in levende lijve en toch lijkt het alsof ik hen goed en beter ken via de geschreven taal. Schijven en lezen voelt aan als een mooie verrijking. Ieder doet het op zijn manier, met eigen interesses en persoonlijke schrijfstijl. Het voelt aan als pure vrijheid.

By the way werd een vaag idee een must do. Als kind en jongere mama ven drie was Oostenrijk vaak onze reisbestemming. Bergwandelingen op slippers, ik hoor mijn moeder nog roepen hoe onverantwoord ik bezig was, maar ik was heerlijk jong en onbezonnen. Ik moest en zou die top bereiken. Eens doorzetter, altijd doorzetter. Later hield ik mijn hart vast als de eigen kinderen op de flank liepen naast een flinke ravijn in de diepte. Telkens weer opnieuw waren daar de prachtige vergezichten als beloning voor gedane inspanningen. “Ik wil graag nog eens de bergen zien vooraleer….”. Het klinkt dramatisch, maar met die woorden overtuigde ik manlief om nog eens de verre afstand te overbruggen. We klonken erop en legden de reis vast, of was het net omgekeerd?

In twee dagen reden we er heen. Losjes op ’t gemak. Dan konden we nog even Heppenheim in Duistland met een oergezellige oude dorpskern en mooie bloemenstraatjes meepikken. Het was er snikheet. Zalig hij of zij die airco in de auto heeft uitgevonden.

Begrijp je nu waarom ik zo graag hierheen wilde’, vraag ik manlief bij het binnenkomen van onze nieuwe tijdelijke woonst. Het uitzicht op de Zugspitze vanuit het hotel is ronduit schitterend. In de zon, in de regen, omgeven met schapenwolkjes of met dreigende wolken, in de mist wordt alles wazig.
Het hotel is één groot modern vierkant, geen typisch Oostenrijkse stijl, waarbij de kamers rond de vier verdiepingen hoge loungebar liggen. Wat aanvankelijk een doolhof lijkt, zit eigenlijk heel goed en comfortabel in elkaar. Om onze kamer te bereiken stappen we 200 meter via de vele schuine wegen die naar de etages leiden. Gemiddeld doen we het vijf keer per dag, je kan je niet voorstellen hoe snel een mens iets op de kamer vergeet!, op en telkens ook af, reken alvast op 2 volle kms binnenin ‘My Tirol’. Klik.
Ontbijt en avondmaal (telkens in een ander thema) zijn super met een heel ruime keuze aan groenten en fruit. We eten ons daar (te) dik.

Het blauwe-wegen-hotel

En de geleende Nordic Walking stokken hijsen me de hoogte in. Ik overtref mezelf, nooit verwacht want de spieren zijn niet altijd mijn beste vriendjes. Glooiende alpenweides met rinkelende koeien, ruige rotspartijen, eeuwig (?) stromende watervallen, vele felgroene meren waar je kan in zwemmen, voor mij te koud uiteraard. Klein- en schoondochter wagen zich aan ingewikkelde canyonbeproevingen en raftings. Ze komen heelhuids en fier thuis. De 13-jarige kleindochter waagt zich aan sprongen 10 meter de diepte in, hangt met touwen aan rotsen en lacht met de minder galante, maar heel moedige moedersprongen. Ze doen het toch maar, onder begeleiding van de gids.

Raad van de zoon is nooit te versmaden. Hij overtuigt ons een mountainbike met batterij en goede helm te huren. Aanvankelijk fiets ik een beetje onwennig, vreemd stuur, speciaal zadel en hulpjes moeten worden uitgetest. Maar het wordt een 45-km-tocht vanuit Lermoos naar Bergwald en verder. De fietsen hebben een krachtige motor, totaal anders dan mijn eigen simpele e-bike en ik krijg de smaak heel erg te pakken. Angsten worden overwonnen, ik ben de baas over de fiets die me vele hoogtemeters helpt stijgen en met stevige remmen ook helpt afdalen. Een unieke ervaring. Bergen overwinnen op de fiets! Oma en kleinzoon aan de top. Zoon fietst zonder ondersteuning, laat ik het maar op de leeftijd steken.

Wiebelend wandelen we de meest spectaculaire wandelhangbrug van de Alpen over. De Highline 179 (klik) verbindt de beide kastelen met zijn totale lengte van 406 meter en op 113 meter boven het dal. Spannend, maar de moeite waard. Het uitzicht is prachtig en de brug gelukkig stevig. Dat laatste maakten we onszelf voortdurend wijs. Wankelend probeert zoon met de hond te stappen, die het algauw voor bekeken houdt en als een dronkenmanhond snel terug veiliger oorden kiest.

In een stevig onweer schuilen we in de open hut. Hond kruipt snel onder de balken, de knallen maken hem zichtbaar bang. Het is niet koud en heerlijk om de bui vanuit ons rustplekje op een gestalde tractor te zien en horen voorbij trekken. Onvoorwaardelijk verbonden, onweer en bergen!

En ja, ik heb mezelf overtroffen. Ik zei het al. Verloren lopen, zoonlief was er niet bij voor de goede oriëntatie en de smartphone liet ons zomaar in de steek, die durft!, te steile wegjes niet wagen en onduidelijke wegwijzers zorgen voor bijna 17 km in de vermoeide benen. Maar we houden dapper vol, enkel een helikopter kan een oplossing bieden, maar zover laten we het niet komen. Nat van het zweet en met loodzware benen worden we in de watten gelegd door de familie, of bleef dit bij wishful thinking? We deden ruimschoots onder voor de zoon die een col buiten categorie had overwonnen op zijn koersfiets….. Laat ik het maar terug op de leeftijd steken.

De stokken houden me overeind……

Rijn. Uitzicht op. In Bad Breisig doen we na eindeloze files (Duitsland is een krak in wegenwerken) een laatste overnachting met zicht op de machtige stroom. De volgende dag staat nog een bezoek aan de abdij van Maria Laach in het vulkaanlandschap van de Eifel op het programma. Gewoonweg prachtig, zowel omgeving met tof smeedwerk in de tuin als de kerk. Op het terras genieten we voor de allerlaatste keer de lekkere Kaiserscharrm mit Apfelmus.

Een massa foto’s heb ik genomen, ik bespaar je ze graag, dus beperk ik me tot twee.
Verbind alle zwart-gedrukte hoofdletters van de vorige paragrafen en zo ontdek je het dorpje waar we logeerden. Veel puzzelplezier.

(te)Veel musea

We houden ons graag aan de traditie sinds vele jaren en trekken erop uit met onze kleinkinderen. Het voelt toch net even anders dan vroeger met de tienerkleinzoon en puberkleindochter. Ze hebben duidelijk een eigen mening waar mee rekening dient te worden gehouden. Ze zonder meer op sleeptouw nemen is niet langer een optie. Het maakt het daarom niet minder boeiend.

Zoals vaak trekken we weer richting Nederland, terwijl België ook veel prachtige plekken heeft. Misschien voelt het buitenland meer aan als echt op reis? Wij plannen de dagen vol, te vol, maar die wijsheid komt maar met de uren.

Na een rustige rit, de smartphone doet ondertussen volop zijn intrede en zorgt voor het nodige vertier tijdens te lange autoritten, belanden we vlot in Den Haag. We lunchen in Dudok, waar mooie herinneringen aan fijne babbels met blogster Riet blijven hangen. De hoge industriële ruimte ademt een statige sfeer, het eten is er lekker, de bediening heel vriendelijk en de taarten super in keuze én vooral in smaak. Zelfs de kleinkinderen, geen echte zoetebekken, vinden er vlot hun gading.

Het binnenplein staat nog steeds in de stelling. Het Mauritshuis viert zijn 200-jaar bestaan en de voorgevel staat letterlijk in bloei. “Het onmogelijke boeket” aan de gevel, 16 meter hoog, toont een kleurrijk spektakel aan imitatiebloemen, die simpelweg niet in eenzelfde seizoen tot bloei kunnen komen.
Er zijn ook 10 000 voorjaarsbollen verwerkt, de bloembakken werden gemaakt door een 3D scanner uit 100% gerecycled huishoudafval zoals shampoodopjes. We nemen de tijd voor fleurige foto’s, kleinkinderen moeten spontaan poseren, niet altijd even opgewekt, maar dat ontdek ik pas als ik de foto’s grondiger bekijk.

De middeleeuwse Gevangenpoort is een spannende plek, waar de kinderen geboeid kijken naar hoe het vroeger was, en nu nog in sommige landen, hoe verschrikkelijke tijden zich daar hebben afgespeeld en hoe er een onderscheid werd gemaakt tussen rijke en arme gevangenen. Hoewel er echte marteltuigen staan, is dit museum heel leerrijk en niet sensatiegericht. Zeker de moeite.

Na enige discussie, de tiener had er geen zin meer in en de puber telde af, besluiten we toch nog even binnen te ‘springen’ bij Escher. Zelf vind ik zijn werken fascinerend. De kinderen minder, ergens onderweg hoor ik het woord ‘saai’ en ‘wanneer zijn we buiten?” vallen. Toch nog wat te jong? Het valt dubbeldik tegen als blijkt dat we nu tijd hebben gespendeerd die eigenlijk voor het binnenzwembad van het hotel bedoeld was. De kinderen blijven droog…. Jammer, maar helaas….

De volgende dag komen Anne Frank en een bezoekje aan Amsterdam aan de beurt. De overvolle sprinter brengt ons tot in het station. We geven schandalig veel geld uit aan de schommels, Europe’s Highest Swing. Wat een geluk voor onze portemonnee dat de mannen bang zijn en liever vaste grond onder de voeten houden. Het uitzicht over de stad is schitterend op het dak van Amsterdam. Het schommelen heeft een heerlijk magisch effect op onze magen, maar die twee minuten zijn veel te kort en prijzig. En ja, daar hangen de vrouwen, de voeten over de rand, de adrenaline stroomt door onze aders. Samen lachen we de angst uit ons lijf. Dappere vrouwen, we zorgen zelf voor de pluimen op onze hoed.

Amsterdamtoren, 100 meter hoog, en bovenop de schommels

Anne Frank kennen de kinderen van de film en van het dagboek. De audiotour is boeiend, een must hear and sea! Heel beklijvend, ook de kinderen worden er stil van. Een stuk geschiedenis waartegenover de vroegere Coronabeperkingen enkel maar in het niet vallen. Jaren geleden bezocht ik het al, met de oortjes is het nog meer indrukwekkend. Puur respect voor de mensen die het gezin in huis namen en voor de moed en schrijfkunsten van Anne! Twee volle jaren….

Uit een kleine evaluatie achteraf bleken de kinderen toch best tevreden, de moppersessies waren maar tijdelijk.