Het extra uur

In de les leerden we onze laptop opschonen. Opgelucht en meer dan tevreden constateer ik dat die machine nu veel sneller werkt.
Medestudenten aarzelen “Je weet maar nooit dat ik zaken kwijt geraak”.
“Geen paniek, gewoon doen.”, is mijn conclusie.
Tot ik er zojuist maar een half uur over deed om mijn blog terug op te starten, alles werkt sneller, maar alles was ook verdwenen. Daar waar ik van plan was wekelijks grote kuis te doen, ga ik nu eerst twee keer nadenken. Dit als ongeplande intro…..

Voor het slapen gaan breng ik graag alles in orde. Neen, geen discussie hier over voor- en nadelen van het winteruur. Gewoon de klokken een uurtje achteruit en klaar is Kees. Ik heb last van een ochtendhumeur en om manlief dit te besparen gun ik mezelf vaak een extra uurtje slaap ’s morgens. Een relatie kan zo simpel zijn….

Deze ochtend zou ik zomaar, gratis voor niets, een extra uur krijgen. Een mens kan het opstaan niet blijvend uitstellen toch? Een wandeling extra? Een uurtje krant lezen? Met de fiets naar de bib? Dat dringende opruimwerk eens onder handen nemen?
But, life is what happens when you’re busy making other plans. John Lennon wist het al. De nacht heeft verrassingen voor me in petto.

Spieren gaan in overdrive. Wellicht een gevolg van de prachtige fietstocht die we gisteren trapten in eigen land. Veel groen, veel zon, veel mooie plekjes op de Wase Stilteroute door Lokeren, Wachtebeke, Doorselaar, Eksaarde, Klein-Sinaai. Ons kleine land heeft veel te bieden. Maar mijn rug heeft het geweten. Holderdebolder jumpen fiets en ik over erbarmelijke ‘fietspaden’. Vogels schrikken op door ai’s en auw’s en nog vele andere kreunende uitroepen. Ik besef, met te weinig respect voor de stilte, maar ze ontglippen me gewoon.

Die nacht heb ik het dus geweten. Mijn fiets heeft het overleefd, mijn rug is geradbraakt. Arm- (je moet het stuur toch onder controle houden?) en beenspieren (trappen blijft een noodzaak om vooruit te komen) gaan in kramp.
Zeker, het was een heerlijk mooie tocht.
W.A.T.E.E.N.N.A.T.U.U.R!
Zeker ook, België kan een een heel groot puntje zuigen aan Nederland. W.A.T.E.E.N.K.R.A.M.A.K.K.E.L.I.G.E.F.I.E.T.S.P.A.D.E.N!

Zuchtend en steunend kruip ik uit bed, manlief moet mijn ellende mee genieten toch? Maar neen, hij ronkt er vlotjes doorheen. Slapen als een roosje, weet je wel. De nood aan een pijnstiller is te groot. In de donkere nacht werkt zelfs een kersenpittenkussentje bij deze temperaturen verlossend. Bevrijd voel ik hoe ook de pijn langzaam maar zeker (hum) verdwijnt. Rond vier (oude vijf) uur val ik eindelijk in slaap, het gratis uurtje verdwijnt ook als sneeuw voor de zon, want ik heb heel wat in te halen.

Maar dat het schitterend mooi was, blijft een feit. Misschien moeten we een volgende keer voor wat minder kilometers op betonnen fietspaden gaan?

Advertentie

Woede en spijt en angst en bevrijding

Haar schoonvader doet lastig. Hij eist onafgebroken onze hulp op, we doen dat graag voor onze buren, maar teveel is teveel. Manlief wordt weer opgeroepen, voor de zoveelste keer die dag. Ik zie hoe hij eronder lijdt, hoe een verloren traan langs zijn wang biggelt. Hij zucht diep, mompelt ‘dit houd ik niet langer vol’ en buigt zich over de oude man. Die geeft hem onverwacht een harde klap in het gezicht en schreeuwt het uit ‘wanneer ga je me eindelijk eens vooruit helpen?’. Manlief schrikt. Ik hoor “auw’. Een vuurrode hand op zijn wang als stille getuige van het geweld. Ik kan dit echt niet langer aanzien, dit.verdient.hij.niet!, en in mijn woede snij ik de man met een fruitmesje in het been. De wonde is diep, te diep, maar er verschijnt weinig bloed. Enkel een grote snee is zichtbaar.
De man sterft aan de snee of aan een hartaanval?
Wij zijn volledig de kluts kwijt, dit lag nooit in onze bedoeling, ik wilde hem alleen een lesje leren….
Dokters komen aan en af en constateren alleen nog de dood. Hij is oud en dit overlijden is dus niet ongewoon. Wij zwijgen. Ook tegen onze buren. Zoiets kan gebeuren, hoewel zij ervan overtuigd zijn dat hij nog vele jaren tegoed had. Plots kom ik tot het overdonderende besef, ik ben een moordenaar, een rasechte moordenaar. Manlief troost me, dit blijft ons geheim. Eventueel verhuizen we ver hiervandaan? Ik kan hier niét mee leven en zeg hem rustig dat ik ook mezelf ga uitschakelen. Ik kies voor zelfdoding en ik pak het mesje en…….

ik word wakker, badend in het zweet. Het gevoel dat ik had in de droom bij de gedachte aan een dubbele moord weegt ongelooflijk zwaar op mij én blijft wegen. Ik voel me ellendig. Ik was zoooo van de kaart, de droom was intens en de ochtend werkt (nog) niet bevrijdend. Het gebeuren gaat met me mee de dag in. Héél, veel te langzaam trekt de verwarring weg.

Vaak ontdek ik een link tussen de gebeurtenissen van de dag en wat in de nacht door mijn hoofd spookt. Het vraagt wat tijd om te beseffen dat wellicht het boek “Boven is het stil” van Gerbrand Bakker hierin een rol speelde. Ik viel ermee in slaap.
En toch werkt het boek heel rustgevend op mij. Met boer Helmer in het oer-Hollandse stilleven tussen Purmerend en Monnickendam als hoofdpersoon. De auteur schrijft sober, stil met heel mooie zinnen. Helmer is eenzaam is zijn isolement, maar neemt de dagen zoals ze komen. Tot een onrust over hem komt.
De roman start met “Ik heb mijn vader naar boven gedaan“. Hij sluit zijn oude (vaak gehate) vader op in de bovenkamer en zwijgt hem dood. Helmer, die zich een tweede-rangs-kind voelt, hoopt dat beneden hem nieuwe kansen geeft. De stijl is helder, geen woord teveel. Er zit humor in. De laatste zin blijft “Ik ben alleen“. En toch is het geen droevig boek, het leest heel boeiend en brengt rust…..

Vaak toch……

Het gedoe met zijn vader heeft mijn droom beïnvloed. Helmer is een goede man en toch doet hij dit de oude man aan.
Het is een aanrader.
Ik bedoel het boek.

Moet kunnen…

De krant lezen en het journaal luisteren, zorgt voor stress. Een grote kluwen aan negatieve berichten overvalt me dan. Vanop alle fronten valt het woord ‘crisis’. De toekomst lijkt een groot zwart gat, waarover niemand zich nog durft uit te spreken. Beelden van verwoeste steden, van zinloos geweld, van mensen in paniek, van grafieken over armoede in stijgende lijn, van jongeren en gezinnen die op straat overnachten, van razernij en onmacht in de vlieghaven in Charleroi stromen mijn geest binnen, tot ze overstromen, letterlijk en figuurlijk.

Maar vandaag schijnt de zon, een lijstje met (te)veel klussen wacht, ik moet dringend orde op zaken stellen in eigen huishouden. Dringend? De dag kleurt zo lichtrijk, we besluiten dus lijstjes achter te laten voor de werkkabouters en de fietsen van stal te halen. Het wordt een heel mooie tocht richting Stekene, over een soms glad bladerdek, langs goudgele en oranje-rode bomen, over het water dat de zon weer-schittert. De jas kan uit, in het bos ruik je herfst. Deze typische geur heeft te maken met het afbraakproces van de bladeren waarbij heerlijke gassen vrij komen. Zelden ervaren dat een afbraak zo’n fijne geur met zich ken meedragen, er worden zelfs parfums naar gemaakt. Weer een weetje en een grote portie vitamine D rijker.

Voor koken is beslist geen tijd vandaag, een hele lekkere hap met Camembert-kroketjes in een warme bosbessensaus zorgt voor de nodige trapenergie in de benen. Het restaurant met zicht op de kleurrijke bomenrij en een ruim gezellig interieur heeft zijn naam niet gestolen. Het Zomerhuis. Reserveren was niet nodig, dachten we. Maar bij het binnenkomen wordt duidelijk dat veel fietsvriendelijke klanten hetzelfde idee hebben. We vinden nog een vrije tafel in de volle zon, meer nog, een tafel voor zes. Plaats zat dus. Maar onze vrienden duiken niet op, ze logeren in het verre Limburg. We houden elkaar dan maar aan den babbel en de omgeving zorgt voor vrolijke inspiratie. Iedereen is welgezind.

Straf, thuisgekomen ligt het papiertje onaangeroerd op de keukentafel. Er kwam geen schot in de klussenlijst. Eigen schuld, dikke bult, bij vertrek hebben we achteloos de sleutel in het slot van de terrasdeur omgedraaid. Het lijstje gaat niet lopen, morgen komt er nog een dag. Weer een echte zomerdag.

Mag ik iets verklappen?

Het is nog vroeg in de kouwelijke ochtend als ik vertrek. De nacht was te kort, het woelen te lang. Is de volle maan de oorzaak? Ik denk het niet, ik hou van volle maan en elk licht in de duisternis. Vandaag stap ik gewoon buiten mijn comfortzone en blijkbaar houdt dat nog steeds mijn onderbewustzijn in de ban. Te goed op tijd druk ik op de bel, de bib is nog niet open voor het groot publiek. Sesam open u, de glazen deur luistert gedwee. ‘Gedecideerd’ stap ik binnen, op zoek naar de Reynaartzaal. Ik ben nummer drie van de zes, er wacht me een warm welkom. Mevrouw naast me begint spontaan een babbel, na zes minuten ken ik haar levensverhaal. Ik luister attent en stel de juiste vragen. Zo niet zou ze het wel opgegeven hebben, vermoed ik.

Drie dertigers leggen het doel uit van de workshop én vooral de bijhorende bevraging. “De leeftijd (ai, tja, ik ben nu éénmaal 65-plus, daar is geen ontkomen meer aan….) en de digitale media”. We krijgen les, ik leer heel beperkt bij en vul ijverig de vragenlijsten in. Tot hier mijn bijdrage aan het onderzoek van de VUB (Vlaamse universiteit Brussel). Het geheel duurt drie volle uren met een uitgebreid smakelijk en verdiend (ja toch?) ontbijt als tussendoortje.

Vanwaar dan die hippe woorden ‘buiten de comfortzone’? Ik heb een handicap, die me al een groot deel van mijn leven belemmert. Als kind in héél erg grote mate, in de loop van de vele jaren (want ja, ik ben nog steeds 65-plus) leerde ik ermee omgaan, hem hanteren, hem uitwendig laten verdwijnen, zo gedreven dat veel mensen hem niet eens opmerken. Ik moest en ik zou….., ook al voelde ik me innerlijk vaak verscheurd. Ik herken het ook bij mijn kleindochter, daar vind ik het vooral schattig en lief. Handicap klinkt zwaar, maar het is mijn subjectieve ervaring. Ik zou er veel voor over hebben om deze last van me af te schudden.
Ik ben namelijk verlegen, het hoge woord is eruit.
Het kan een angst zijn niet te voldoen aan de verwachtingen van anderen. Het zijn jouw gedachten, niet die van de ander. Het is een (lastige) interpretatie van jezelf.”

Een spreekbeurt geven voor de klas zorgde voor een paar slapeloze nachten.
Als iemand rechtstreeks een vraag tot me richtte, lukte het nadenken niet langer.
Vaak heb ik het gevoel te willen wegkruipen in een groep.
Bang om rare dingen te zeggen.
Van tevoren pieker ik hoe een bijeenkomst zal verlopen.
Op een receptie loop ik schaapachtig manlief achterna, doe ik bij elk groepje een poging tot een babbel.
Je vooral verloren voelen in een vreemde groep.
Bovenstaande voorbeelden pluk ik van het internet. Ze zijn duidelijk op mij van toepassing. Van blozen heb ik gelukkig geen last, kleindochter wel. Ik voel me oké, meer nog prima bij mensen die ik goed ken, voor mij een veilige omgeving. Ook op mijn job had ik er (gelukkig! Stel je voor….) geen last van.

Op datzelfde net lees ik “Je hebt dan een sterk ontwikkelde antenne voor (on)veiligheid in groepen. Je observeert niet alleen, je observoelt vooral. Op zich is dit positief. Het zou je alleen niet uit balans mogen halen.” Mijn sociale vaardigheden helpen me steeds beter. Robert Lynd verwoordt het “Iemand die verlegen is ontdekt meestal dat er geen reden is voor zijn verlegenheid, en dat normaliter geen mens ook maar de flauwste aandacht aan hem schenkt.” Mezelf daarvan overtuigen, blijft een dagelijkse opdracht. De voormiddag viel ontzettend leuk mee, een overwinning op mezelf. En deze avond brei ik er een vervolg aan, helemaal alleen ga ik straks naar een voordracht. Ik beken, de vele pogingen om toch een vriendin mee te krijgen, mislukten. Oefening baart kunst. Zelfs op 65-plus.
De volgende nacht slaap ik gegarandeerd als een roos.

Omdenken

De tafel is gedekt met het ‘zondags’ servies, wijnglazen, leuke servetten en kleine vaasjes witte bloemetjes. Goedkeurend knik ik (naar mezelf), dit komt goed, het geheel oogt gezellig. Ons wacht een fijne avond met drie koppels, het eten staat oven-klaar in de koelte, ik ben een vrij luie gastvrouw!, naast de lekkere wijntjes. Nog twee uur kan ik in de zetel verdwijnen met krant en warme thee. Me-time na de drukke dagen met het nodige regelwerk, voorbereiding en uiteindelijk (te)veel kookgasverbruik.
Er komt een bericht binnen, vriendin zit met manlief op de spoed, hij kreeg een hartinfarct. De avond kan niet door gaan. Met zes of niet besluiten we, we blijven solidair. Er zijn duidelijk ergere dingen dan eten voor een week. Met de vriend gaat het ondertussen beter, vele slangetjes houden trouw de broodnodige controle.

We zitten in de zetel, nog steeds. De drank wordt koud, de krant blijft opgevouwen. Het leven kan snel keren, maar bij hem komt alles goed, een enorme geruststelling. Uitgesteld is niet verloren.
Een vrije namiddag en avond doemen onverwacht op. Omdenken leidt tot een fietstocht, buiten schijnt de zon uitbundig en de natuur doet altijd herleven. We trekken naar mijn lievelingsplek, de slikken en schorren in Kruibeke. “Vergeet je verrekijker niet om dieren te spotten”, doen wij dus wel. Het gebied schittert in de zon, straalt een grote rust uit, het is geen zondag. Of…..eigenlijk toch wel…
Er zijn wat mankementen aan fiets en bestuurder. Of worden we samen gewoon oud(er)? De (fietsen)dokter staat in de planning. Toch krijgen we, ééndracht maakt macht, nog 40 km rond.

We fietsen door het grote overstromingsgebied van de Schelde. Het gemiddelde getijdenverschil loopt daar op tot ruim vijf meter. Er is een inwatering- en een uitwateringssluis. Net op de moment dat wij er voorbij trappen, staat het water in de stroom op zijn hoogste peil en laat de Meiresluis het Scheldewater met flink geweld de polders instromen. Een spectaculair zicht en een overdonderend lawaai.
Krutown won in 2014 de Cultuurprijs met het rapnummer “…. … .. …….”. Als prijs mochten ze graffiti aanbrengen op die grote constructie in de polders van Kruibeke. Een ware kunstenaar nam de 40- meter-fun op zich en deed dat uitstekend, naar onze bescheiden mening. Als je goed kijkt, lukt het je zeker de naam van de clip te ontcijferen.

Het refrein van het rapnummer met een grote tip :
Kende Kruibeek, Bazel en Repmond?
Het zijn de schoonste dorpen van ’t halfrond
Groot Kruibeek, Parel aan het Scheld
Komt op visite en je sta versteld

De avond is stil. Maar het gaat beter met de vriend en dat stelt gerust. De komende week eten we ons dus met plezier dik.

Mijn petekind doet momenteel zijn eerste Iron Man in Hawaï. Nu kan ik de hele avond duimen💪.