Er zijn zo van die dagen

dat grauwe beelden wagen knagen
ontwaken tussen vele tinten grijs
winter geeft z’n kaal karakter prijs

twijfel wordt dan onverhoopt de chef
van gevoel en normbesef
gedachten zus gedachten zo
kiezen contra of toch pro

de ander ja die weet het wel
tollen in eigen carrousel
van welles nietes en misschien
aarzelen en vooral ontzien

wordt het blauw of is het rood
beschuit of wit rozijnenbrood
aanvaarden zonder schroom
spartelen in de wervelstroom
gedachten ordenen in toom
dobberen op de levensdroom

twijfel is het begin van wijsheid (*)
ondanks vele wachttijd
en knagende onzekerheid
die zich vast bijt
aan- en afglijdt

twijfel is de waakhond van het inzicht (**)
denken én voelen vinden evenwicht
grijs straalt in het licht
en toont zijn waar gezicht
gezicht van hoop en kleur
van fresia en bloemengeur

(*) Aristoteles (Griekse filosoof die het toen al begreep)
(**) Confusius (Chinese filosoof die het nog vele jaren vroeger zag)

 

Advertenties

Vallen, opstaan en weer doorgaan

Zij komt logeren. Samen met het broertje.
Een paar oma-opa-dagen, heerlijk voor jong en oud.

Tot wanneer mag ik bij jullie blijven?

Overmorgen zit het logeerpartijtje erop.

Oh dan al? Mag het geen nachtje langer?

Neen schatteke, dan krijg ik bezoek. Een vriendin heeft net haar mama verloren. Ik ga horen en luisteren en er voor haar zijn. Die mama was nog veel te jong….

Oma, als ik juist tel, zou jij maar zes jaar meer leven om even oud te worden…..
(en tellen kan ze!)
Dat wil ik niet hoor, oma.
Jij gaat toch  langer bij mij blijven?
Ik wil nog heel veel samen zijn en leuke uitstappen doen. 

Natuurlijk, grote schat. Ik beloof je dat we samen oud(er) worden!

We knuffelen warm die koude gedachte buiten…..

De volgende dag kus ik -lang(uit) en met een ferme smak- het voetpad.
Gevallen over een kiezel?, een losliggende steen?,  de eigen voeten?
Broek en handschoenen scheuren kapot, de knie brandt, plekken worden blauw. Geschrokken ‘spring’ ik recht, niemand gezien, deze gênante vertoning?
Ik strompel richting huis,  ijs op de knie, handschoenen de vuilbak in, water over de snijwond, de zetel lonkt, een horizontaal Ferrante-avondje.

De kleine dochter beseft niet dat oma overleefde, en de serie lost pijn op en  de grote verwachtingen in.

Donker en licht in Antwerpen

inCollage_20181228_094424133.jpg

 

in deze tijd van vele tinten grijs
waar kleur verzadigt en geur geeft prijs
ontdekken we nieuw levenselixir
omwikkeld in zijdepapier
en metalen constructies
schitterende creaties
van China en hier

het magisch sprookje stappen we binnen
de lotusprinses wil leven en minnen
Chinees nieuwjaar, een oude traditie
donkerte ondergaat transitie
levendige ambitie
tedere affectie
schitterende briljantie
vrolijke explosie
romantische emotie
nauwgezette precisie
tegen koud en grijs warme sensatie

twee volle maand is er gewerkt
met vele meter satijn
en nog meer lichtjes
lotusgeur en maneschijn
we sturen een wens de wereld in
waar ik bij de boom hoop verzin
 gulle liefde in denken en dromen
thuiskomen
aankomen en doorstromen

(4500 uren vakmanschap
60 ton staal
130 Chinese kunstenaars
32 Belgische artiesten
30000 energiezuinige lampjes
25000 meter satijn)

 

 

 

 

 

mijmeringen voor de eerste steen

20181212_120033.jpg

 

op de hoek tussen straat en straat
troont statig het grote rust(ig)huis
amper één kilometer van m’n thuis
een ouderlingeninternaat

het wordt nu opgeheven
op open ruimte herbouwd
zo werd me toevertrouwd
mensen nieuwe ruimte geven

ik laat gedachten stromen
zal ik er ooit belanden
in leeftijd hier stranden
weer op adem moeten komen

aan kerktoren ben ik niet gebonden
overaltijd lukt het wennen
ik hoef geen terrein te verkennen
streek of plaats te doorgronden

wat dichter bij de kinderen misschien
dan trek ik weer Vlaanderen door
schrijf ik een logje of lees ik voor
zit ik te staren
leef ik in extra jaren
terwijl anderen de klussen klaren

de open vlakte helpt even bezinnen
geen echt warmtegevoel vanbinnen
ze is nog niet gelegd, die eerste steen
ooit moet ik erdoorheen
waar wil ik later heen

maar neen, veel te vroeg
tijd is er nog genoeg
die weide is nog niet aan mij besteed
ik ben jong en helemaal niet gereed
plannen bij de vleet
nog ver van de eindmeet
’t is maar dat je ’t weet

De niet-geboorte van een boek

Ik denk erover  mezelf te ‘vereeuwigen’ op papier, iets te betekenen voor klein- en achterkleinkinderen die uiteraard met mijn boek – trouw elke nacht opnieuw- onder het hoofdkussen zullen gaan slapen.
Want die (groot)oma was toch best boeiend, origineel, inspiratierijk én geweldig?
Niet toch?

Hoewel wolkenspel me heel erg charmeert, vertrouw ik ‘the cloud’ voor geen cent.
En zit niet juist daar een groot deel van mijn ‘schrijverscarrière’  verstopt?

Waarom geen auteur worden van een eigen creatie?
Het moet heerlijk zijn om op je sterfbed te kunnen zeggen ‘draag goed zorg voor MIJN boek, over de vele generaties heen’.
En uiteraard zullen ze dat doen, ze zullen oma’s werk koesteren, kreukels vermijden, plat strijken tot woorden vervagen, lezen en herlezen en her-herlezen.

Dat alles maak ik mezelf graag wijs.

Nu nog enkel de koe bij de horens vatten…. ik surf, speur, zoek, ontdek, vergeet en herontdek mogelijkheden om mezelf te vereeuwigen.
De knoop hak ik door na een paar intensieve opzoekuurtjes. Ik besluit in zee te gaan met into real pages, de woorden spreken voor zich, vanuit de wolken naar écht papier (inderdaad een real boek!) toveren op een  vlotte manier, zelfs een leek kan ermee overweg, wordt me beloofd.
En inderdaad, mijn kennis reikt voldoende ver om mijn blog vlotjes, soms  via een sporadisch ergerlijke hinderpaal, om te toveren tot een prachtig boek, dé vereeuwiging die ik voor ogen heb.  Na een uurtje staart mijn  creatief werk me uitnodigend aan  vanop het scherm, de foto’s schitteren in volle, vrolijke kleuren, de tekstjes verschijnen origineel kolomsgewijs  in MIJN boek.
Ja hoor, ik stap de bekendheid binnen, ik moet alleen nog beslissen hoeveel lijvige exemplaren ik laat drukken.
Even nadenken, hoeveel mensen kunnen écht niet zonder? Teveel om op te tellen….

Maar laat ik het eerst houden bij een eigen kerstgeschenk, ik zal inpakken in een vrolijke kerstfolie, leg het onder de groene boom en overdonder mezelf én de familie, zal er dagelijks met plezier uit voorlezen aan de nakroost, die ‘waaahhhh’ en ‘ohhhh’ en ‘gewèèèèèldig’ zullen stotteren van verbazing, en ik weet zeker, nadat iedereen zich heeft laten verrassen door dit prachtige exemplaar, begin ik met extra’s bij te bestellen, hopelijk krijgt de drukkerij deze grote klus rond…..

Okido, ik ben klaar om te laten drukken, een tevreden oma-mens, nog een laatste kleinigheid, ik zal graag met de glimlach betalen. Enig speurwerk vooraf leerde me dat nergens werd gesproken over betalen en bijhorende kost, maar geen zorg, de prijs van een fotoboek veronderstel ik….
Ik klik, en laat me terug verrassen, voor amper 170 Euro krijg ik mijn eigen schrijven in druk, dat is het boek  toch zeker waard? Verzendkosten  niet inbegrepen uiteraard.

Of toch niet?

Plannen smelten als sneeuw voor de zon, uren surftijd zijn verstreken, ik word geen BV, mijn nakroost zal het moeten stellen met  woorden op het scherm, ergens verborgen in the cloud , maar ze zullen zoeken en vinden, genieten en ergeren,….. maak ik mezelf terug wijs.

En ondertussen lees ik aandachtig de dagelijkse mail van de website met de melding dat ik ‘vergeten’ ben af te ronden vooraleer mijn prachtige compositie in de brievenbus kan belanden….

voeten op de grond
ik word geen auteur en blijf
zweven in de cloud

 

L’automne est le printemps de l’hiver. (De Toulouse-Lautrec)

inCollage_20181106_165651959.jpg

Ik trek ogen en gordijnen open en voel, zie ‘dit wordt een fijne dag’.
De zon straalt, de lucht staalt blauw, de herfst geurt het gekleurde blad, de rustige natuur en natuurlijke rust dwingen me naar buiten.

Plots overvalt me de droom dat vliegen naar de zon écht moet lukken vandaag.
Die grote ster staat immers laag en groet me stralend  als mijn gelijke.
Geel, blauw, groen, rood wordt mijn dag.

Een vaag schuldgevoel omdat de mede-mens verplicht deze dag binnen moet doorbrengen doet me -heel even- twijfelen. Een gevoel van medelijden met de bewoners van het ziekenhuis of rusthuis iets verderop is ook daar. Maar vooral een blij gevoel van vrijheid en verdiend genieten overwint en sleurt me naar buiten, daar waar  kleuren de baas zijn, waar licht omhelst, waar vriendschap verwarmt, waar terrasstoelen  uitnodigend staan te blinken voor een rustpuntje (*), waar het fijn vertoeven is, waar het stil en mooi is, waar ik gedachten de vrije loop kan geven of de kop indrukken.

Even waan ik me Icarus, en wil dicht bij de zon vliegen. De zon, mijn zon, mijn schitterende ster!
Ik voel me licht en vrij, de dag geeft vleugels.
De Griekse mythe, gehoord en gelezen ergens in een vorig leven, houdt me echter met mijn voeten op de grond. Teveel  zelfvertrouwen brengt geen rust, dan verbranden die vleugels en stort je neer.

Een fikse wandeling staat op het programma, het vallend blad zorgt voor milde melancholie, verleden en toekomst fladderen door het hoofd, mijn vleugels smelten niet, ze helpen me soepel zweven doorheen toen, nu en dan.

Ik stap, wij stappen, ik ruik, wij ruiken, ik babbel, wij babbelen, ik stroom mee met de brede Schelde, wij stromen mee, ergens tussen golven en zon.

Liedjes van de herfst zijn altijd somber,
zijn gemaakt van okers en van omber.
Toch ken ik septembers met een gouden glans,
Toch zijn er novembers met een toverdans.
De zon heeft in december mij al zo vaak verrukt
en dikwijls heb ik rozen uit de sneeuw geplukt.
En daarom schrijf ik dit kleine lied,
niet wachten op de lente, want dan komt ie niet.
Toon Hermans

Op deze novemberdag met gouden glans doe ik mijn toverdans in de verrukkelijke zon, ik zoek de roos, en schrijf dit lied.

(*) Graag vergeev/t ik het akkefietje met een ouder koppel dat buiten wil zitten en  voet bij stuk houdt dat het ‘tocht op het terras’, omdat onze deur open staat, een deur die ons laat genieten van de fijne binnenstoelen  én de gezonde buitenlucht, net op die grens?!
Ik probeer te begrijpen, maar help…… het lukt me niet?

 

 

 

Wait and see

Hoeveel  maanden of jaren staat een mens  in de ‘wacht’rij ?
Niet enkel letterlijk (wellicht helpt de statistiek hier verder), maar vooral figuurlijk.

Een stille bedenking die ik me maak, terwijl zoonlief sinds gisteren  wacht op zijn vlucht naar Namibië in het door een staking getergde Zaventem.
Hij is ongeduldig en ook kwaad, zijn reis verloopt niet volgens schema, opgenomen vakantiedagen verdwijnen in het niets.
Wachten op vervoer en laat-komers zorgt voor veel frustraties.

Er is ook het levensbepalend, vaak moordend wachten op die ene diagnose, die de verdere richting zal bepalen in het levensavontuur.
Meerdere keren zat ik op het puntje van mijn stoel doodsbang in de wacht-kamer tot die deur van de specialist-dokter zich, toch nog altijd on-verwacht en te plots, opent en ik met vreselijke hartkloppingen binnen stap, nog niet-wetend, af-wachtend, want straks komt misschien hét vonnis.

Verwachtings-vol laat ik me telkens opnieuw verrassen door de pracht van de natuur, bloeiende bloemen, een blauwe zee en idem dito open lucht, dat cadeautje, met heel veel warmte verpakt in het mooiste papier en bijhorende kleurlintjes.
Een fietstocht waarbij me on-verwacht een waaaaahhhh-gevoel overvalt.

Verlangend wachten op die schoolreis, zelfs al deed ik  als kind de hele nacht geen oog dicht.
Uitkijken en aftellen naar de geboorte. Ik was nog jong en stond er niet  bij stil dat het ook mis kon gaan. Als oma was het verlangend wachten soms  doorprikt door de gedachte aan on-verwachte verwikkelingen, die telkens weer de kop werden ingedrukt, 9 maanden lang . Ik ben dan ook al wat ouder (en wijzer?)
Dromend wachten op onze trouwdag, dé grote dag die maandenlang mijn denken en doen beheerste. Mijn wachtende echtgenoot wacht mij verwachtingsvol op, samen met de geduldig wachtende priester.

Op proclamaties werd het vooral angstig en onzeker afwachten, die hele lange grote vakantie was het prachtige doelwit.
Duimend wachten tot ook de eigen kroost het verlossend telefoontje bracht.

Vrij onverschillig heb ik de uitslag van de stemming vorige week afgewacht.
Ik heb vooral ‘voor de goeden’ gestemd, maar er rest nog weinig vertrouwen in grote veranderingen. Alles gebeurt zo en te traag…. Of heb ik dan toch te grote verwachtingen?

Het leven leerde me oefenen in het wachten, ‘oef’ zeggen en geduld omarmen.
Niet passief afwachten, maar trachten naar en blijven verlangen, met dank aan en ondanks alles rondom me.
Wachten op Godot lijkt een heel erg slecht idee. Samuel Beckett wist het, lang voor mij.

Als je je bij het lezen ergert aan mijn grote dosis wacht-woorden, wacht dan geduldig op een volgend blogje 🙂