Donkerte heeft ook lichte toetsen (Meghan Remy)

Bij het ochtendgloren – het klinkt poëtischer dan het is, want ik ben verre van een ochtendmens – beslissen we die toetsen op te zoeken, de zon straalt, de lucht blauwt beloftevol.

Op amper twee kilometer van het huis van de zoon (een toilet in de buurt is handig in deze barre tijden), ligt een prachtig natuurreservaat, 230 hectare groot.
De Bourgoyen op een boogscheut van Gent, je houdt het bijna niet voor mogelijk!, dankt zijn naam aan de Hertogen van Bourgondië uit een ver verleden. ‘Berg’ als zandwegel op hoogte en ‘ooie’ van laag drassig grasland ontdek je, met wat creativiteit, in de sierlijke naam.

Verschillende ingangen en uitgestippelde wandelwegen zorgen voor een rijke variëteit aan mogelijkheden. Wij kiezen de langste route, ongeveer zes km, kleinzoon sputtert even tegen, ‘zoooo laaaaang’, kleindochter vertelt en geniet. Samen wijzen ze ons de staproute, doelbewust de wegwijzers negeren is dus onze boodschap.

Vogels, ganzen, steltlopers, minstens 8 verschillende soorten eenden verrassen vanuit de vogelkijkhut. Een paar bezoekers hebben zich reeds gezellig geïnstalleerd, waaronder drie verrekijkers en een immense lens. De ruimte is groot, we turen, ‘kijk, een vos’ en ‘zie de uil in de verte’….. Ai neen, we zijn onze verrekijker (weeral) vergeten, een must uiteraard, en doorgeven is nu geen echt goed idee.

Een biodrankje of Gageleer op het terras met prachtig zicht op de weidse vlakte zit er nu niet in.
Een stille zucht én groot gemis….. het is wat het is….. dikke, dikke helaas.
Gageleer is een donkerblond bier, gemaakt volgens een oeroud bio-natuurrecept, met pittige reuk en smaak van de gagel, die groeit in moerassig gebied en gecontroleerd wordt geplukt ten voordele van de natuur.
We wandelen verder, de zalige zon en blauwe lucht maken de omgeving extra mooi, extra groen, extra fijn.

De weg leidt ons langs vele meersen, restanten van -in de winter- geregeld ondergelopen grasvlaktes. Houten vlonders houden onze voeten droog en het enthousiasme erin.

Toch wel jammer dat te-veel mensen blijkbaar de weg vonden naar dit prachtige gebied. Eerlijk?, ik zal blij zijn als de winkels terug openen en we niet met zijn allen naar ‘dezelfde stilte’ op zoek moeten gaan.


De geschiedenis en het nu

Soldatenkerkhof Tyne Cot

De poort naar de Britse militaire begraafplaats staat open en bezorgt ons een indrukwekkend verstillende blik.

12 000 witte zerken als eerbetoon voor veel te jong gestorven mannen en mooie rode bloemen getuigen van een wreed verleden in de bloederige slag om Passendale, die net 100 dagen duurde.
Britten speken over het dal van het lijden (Passion Dale).

En toch staat de poort naar de vrijheid én de blauwe hemel voor ons terug open. Ook al voelen we ons deze dagen soms gevangen……

Fietsend doorheen de Westhoek, ontmoeten we groene weidse rust en de zachtwarme novemberzon.
Waar blijft de hete koffie?

Moeder en zoon in discussie. Overwegen we nog een bezoek aan het Duitse Cemetery in Langemark of kiezen we voor de (beloofde) ondergaande zon?

Duits kerkhof in Langemark

We komen er niet uit. Een compromis dringt zich op. En wat voor één!
Het wordt een beladen, maar prachtige dag, over verleden en heden, over toekomst en herkomst, over oud en koud, over natuurlijke rijkdom en Amerikaans dom, over walsen op de cosinus x + 1.

Een warme welkom van het enthousiaste kleine grut wacht ons op.

Over mijn einde

Eigenlijk ben ik niet echt een lijstjesdame, hoewel ik ze met interesse lees bij een ander, om de persoon achter het scherm beter te leren kennen en begrijpen. Toch heeft Anne me hier kunnen ‘bekoren’, een woord met een vreemde bijklank bij dit onderwerp.
De grijze, natte, sombere, donkere  1-novemberdag overtuigt. Bovendien ben ik dood-s-bang.
 Dit schrijven betekent dus echt wel een serieuze overwinning op mezelf.
Maar….ik neem de pen ter hand….

  1. Wil je begraven worden of gecremeerd?

    Doe maar crematie, daar ik sterk claustrofobisch ben. Ooit zag ik een film waarbij de man levend begraven wordt, dat heeft er hier flink in gehakt. Opgesloten in een kist zonder bewegingsruimte geduldig je echte overlijden afwachten? Mijn reinste nachtmerrie.
    Dan liever de korte hevige ‘pijn’ die toch op zijn minst voor zekerheid zorgt.

    Manlief wil graag zijn lichaam aan de wetenschap geven, waar ik het dan weer iets moeilijker mee heb. Duimen dus dat ik eerst ga.

  2. Als je kiest om begraven te worden, hoe ziet je kist eruit? Als je kiest om gecremeerd te worden, waar mag je as naar toe?

    Een witte houten kist met glazen deksel (je weet wel, minder claustrofobisch, dan kan ik nog gluren) waarop iedereen in bonte kleuren en vele lettertypes nog een laatste woord voor me mag schrijven. Zoals in het TV-programma ‘de kist’. Een kindertekening. Een mural, of  kistal?
    Maar…..het gaat hier om mijn as. Op mijn nachtkastje staat een klein vrolijk, kleurrijk doosje met de as van mijn beide ouders in vermengd. Het geeft vaak troost. Een klein beetje ik bij de kinderen op een mooi, lief plaatsje zou me deugd doen, de rest mag naar de strooiweide of elders, speelt geen rol meer. Iedereen mag kiezen waar hij zich goed bij voelt, het is niet langer aan mij…..

  3. Welk liedje mogen ze afspelen op je begrafenis?

    “Hallelujah” van Leonard Cohen. Hoewel de inhoud van het lied helemaal niet strookt met waar het hier over gaat. Met zijn diepe warme stem zingt de man met de hoed (zo genoot ik hem bij zijn laatste optreden)  intens,  krachtig,  ontroerend mooi.
    “Ave Maria” door een prachtige, niet te zwaarwichtige (opera is niet  mijn ding)  vrouwenstem. Of een kinderkoor.

  4. Wil je een herdenking in een kerk of in een andere setting?

    In een sfeervol zaaltje met enkel goede vrienden en familie, verre nichten of neven waar je in geen tijden meer van gehoord hebt hoeven echt niet. Veel kaarsjes, lichtjes,  bloemen en mooie meubeltjes. Ik denk dat dit niet kan? Nog niet? De wetgeving is streng. Een kerk is me te koel, kil en koud, synoniemen benadrukken enkel. Daarenboven geloof ik niet (meer), ondanks mijn katholieke opvoeding en vele pogingen van mijn moeder om me tot de jaren van verstand te brengen. Een zaal in een crematorium is ongezellig. Ik ben een sfeerbeest.

  5. Wat wil je dat ze over je zeggen bij de herdenking?

    Dat ik iets  betekend heb, geen grote steen verlegd, maar een fijn spoortje nalaat, zou heel fijn zijn. In het verleden, nu en later.

  6. Wat zou je zelf willen zeggen, mocht je kunnen?

    Hoe intens graag ik jullie heb gezien!!
    Dat ik jullie, kinderen, kleinkinderen, vrienden graag een vergeet-me-nietje meegeef.
    Mijn belangrijke tip bij nummer 8.

  7. Heb je een testament?

    Neen.
     
    Maar ik heb nog wel wat mooie idealen
    Goed van snit, hoewel ze uit de mode zijn
    Wie ze hebben wil, die mag ze komen halen” (Boudewijn de Groot)

  8. Mocht je een gedenksteen willen plaatsen, wat mocht er dan opstaan?

    Carpe diem want tempus fugit.

  9. Hoe ziet de koffietafel eruit?

    Taart, warme dranken, een glaasje zoete witte wijn of rosé. Ik ben/was een zoetekoek.
    Bloemen in alle kleuren en geuren.
    Hopelijk veel levendige kindjes van de kleinkinderen, dan duurt het nog even lekker lang.

  10. Ben je bang voor de dood?

    Simpelweg, ik ben DOOD-s-bang!

Geen foto’s deze keer, ik ben nog niet zo ver.

Over opruim en zijn doel

Een boek lezen en ondertussen de kuisman bespieden. Moet kunnen. Het hele huis, van boven tot onder  kreeg weer een grondige beurt, het ruikt fris, en kunnen geur genieten betekent veel in deze lastige dagen.
Ondertussen ben ik een heel eind gevorderd in “Zonder liefde” Van Stefan Brijs. Een heerlijk, ongecompliceerd, filosofisch noch gekunsteld verhaal over vriendschap, net geen liefde. Of toch wel? We spreken over  platonische liefde , of innige vriendschap. Volgens Plato bestaat liefde niet als mensen geen gelijken zijn, in de tijd van toen (en vaak nu nog, helaas) met grote verschillen tussen man en vrouw een veelvoorkomende waarheid dus. Wij begrijpen hier eerder een seksloze liefde onder.  
Het boek leest als een trein, lekker luchtig, maar boordevol gevoel, vooral als je tussen de regels door kan lezen.
De beloning voor de kuisman wordt een spinazie-zalm-lasagne. Eigenhandig ineen geflanst, en lekker. Bevestigd door mijn (kuis)manlief.

Oh help, de bloembollen, twee weken geleden zorgvuldig geplant in de hoop op een kleurig seizoen na de winter, zorgen reeds voor scheuten. Zal ik het dan maar als de komst van lente bekijken?

Opgeruimd staat netjes, drie woorden van mijn moeder, die ik vaak mocht aanhoren in de tijd dat ik nog een slordige puber was met een altijd-overhoop-kamer. Ook de (ver)plant(en)tafel, de hele zomer bekleed met fleurig rode bloemen,  komt nu aan zijn lege einde. De vogeltjes fluiten eenzaam en verlaten. Ze krijgen een plaatsje binnen, waar het lekker warm is. De zon lijkt te lang spoorloos tegenwoordig. Vele tinten grijs dringen zich op.

In de krant lees ik mindful het artikel van Tom Hannes (auteur en filosofisch onderzoeker)
Zen of de kunst om ons slecht te voelen”. Meditatie wordt tegenwoordig aangeraden als aaien na het graaien.
Meer werken betekent meer verdienen, betekent meer mogelijkheden, meer ervaringen, meer geluk, vraagt ook steeds  meer energie. Tot we in het dode straatje van uitputting en uitgeblust terecht komen, dan brengt de aaicultuur troost, waar ‘niets moet, alles mag’ het opperste welzijn tovert bij rust, ontspanning, mediteren. Dit houdt ons op de been om de volgende dag direct weer de ratrace in te duiken. We slagen in het leven zolang we alles kunnen blijven combineren, en verdiende rust ons de weg naar het grote geluk wijst.
We doen onszelf en elkaar de duvel aan door volmaaktheid steeds meer en onbewuster te beschouwen als een minimum bestaansvoorwaarde”.
Nu ik gestopt ben met werken, als lustige en rustige pensionado door het leven mag gaan, besef ik dat hier veel waarheid in schuilt, als ervaringsdeskundige, helaas.
Je beter voelen via meditatie is heerlijk. Maar misschien is het realistischer ons via zen de kunst om tegenslagen te verwerken–want dit hoort bij leven, onvoorwaardelijk- eigen te maken? Herken ik hierin de woorden van Dirk De Wachter? We hoeven echt niet de hele tijd de blinkende appel in de supermarkt  te zijn, zegt Hannes.
Oefenen in meditatie blijkt twee kanten van de medaille aan te bieden.
De ene al realistischer dan de ander. Ik ga voor de ander! Alleen…..nu nog leren mediteren…..

Onze notenboom was dit jaar uitbundig gul. Wie zin heeft, welkom, kopje koffie inbegrepen. We hebben er nog vééééééél meer.

Verbondenheid

Hij vraagt of ik dit ken.
Of ik er interesse in heb.
Of ik het graag gekregen had van mijn ouders.
Of ik het zelf zou overwegen voor de nakroost.
Of……
Neen, niets van dat alles, ik weet niet waar hij het over heeft.
We spreken een jaar geleden.
Hij legt uit, ik surf, interesse bloeit open, en toch ….. ik vergeet.

We spreken gisteren. Ik blader in de krant en lees geboeid het schrijven over ‘Wat zeg je als je weet dat je doodgaat?’

Gisteren en een jaar geleden, er is duidelijk herkenning, dit gaat over hetzelfde project. Vaag herinner ik me dat tijdsgebrek me toen belette me verder te informeren. Kan gebeuren. Die tijd is er nu.

Journalist, docent, verhalenschrijver Hilde Ingels gaat reeds vijf jaar op bezoek bij palliatieve mensen, die graag hun eindelevensverhaal meegeven voor de achterblijvers. Ze laat mensen vertellen, stelt gerichte vragen, luistert geboeid, probeert vooral niet om te buigen, elke zieke mens kan zijn persoonlijk open, eerlijk verhaal en wijsheid vertellen.

Zij giet via Amfora VZW (klik) ‘blijvend verbonden’ de woorden in een mooi verhaal, laatste woorden voor de mensen die je dierbaar zijn. Ze kunnen opluchten. Laatste inzichten, laatste gevoelens, laatste denken van de persoon die je mist, lief had. Over toen, nu en dan.
Isabelle Desmidt verwerkt de tekst tot een artistiek, kalligrafische kunstboekje dat vervolgens bewaard blijft in een prachtige (herinnerings)doos.

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat afscheid kunnen nemen een gunstig effect heeft op het rouw­proces. Een eindelevensverhaal fungeert daarbij als instrument. Voor iemand die zich aan het einde van zijn leven bevindt, is het vaak makkelijker om gevoelens over afscheid en dood uit te spreken tegen een tussenpersoon dan tegen een geliefde. Zo vernam ik vaker dat betrokkenen, dankzij dat gesprek, voor het eerst écht over het nakende afscheid durfden spreken met hun naasten. En ook na het levenseinde blijft het boekje een tastbare herinnering aan de overledene die zorgt voor verbondenheid over de dood heen.

Hoe mooi kan een origineel, creatief initiatief zijn! Alles gebeurt op vrijwillige basis. Wie aanvraagt hoeft niet te betalen. Om de vele vragen de baas te blijven, geeft Hilde opleidingen, het vele werk kan dan hopelijk worden gedeeld. Want er is duidelijk nood.
Klik.

Mensen laten een deeltje van zichzelf achter voor de naaste omgeving. Diezelfde omgeving kan op stille momenten de doos openen, lezen en herlezen, de ‘verloren’ mens (h)erkennen, nog eens intens diep zijn warmte en waarde voelen.

Soms schrijven mensen eigen brieven, niet iedereen kan verwoorden wat hij denkt en voelt. Velen vinden er ook de moed niet voor. Amfora kan helpen.

Hilde’s boek is net uitgekomen “Afscheidt dat verbindt”, waarin ze haar verhalen neerschrijft over de vele mensen die samen met haar terugblikten en vooruitkeken.

Over dipjes en on-dipjes

De ochtendstond heeft een dip in de mond. Grijs-weer-groet als ik de draperieën open. Wind en regen huilen om ter hardst.
Een moe-deloosheid overvalt me, ik ben moe van het eindeloos piekeren over wat wel of niet kan, over waar ik goed of fout bezig ben, over de slechte corona-cijfers en wat ik durf ‘riskeren’, over wie ik nog in huis toe laat en wie niet, ik wankel tussen ja en neen, dat drukt op de stemming.

De nieuwbakken 65-jarige minister Vandenbroucke – die ik overigens erg naar waarde schat- raadt aan om de buiten-gezin-contacten tot drie te beperken, bitter weinig toch…. Gaan we terug naar af?

De regen maakt plaats voor een donker wolkenspel, best wel mooi. Langer binnen blijven zit er niet in, we rijden richting het buitenland! Hulst, op amper 15 km, here we come!
De wallen zijn altijd een heerlijke verademing in de wind, vergezichten op water en bossen langs de ene zijde, het gezellige stadje langs de andere kant.
In onze stambrasserie geniet ik mijn warme chocolademelk met advocaat, lèkker!, maar behoorlijk zwaar. Voor de vijfde keer op rij moet ik toegeven dat ze eigenlijk geen spek naar mijn bek meer is, de maag sputtert, of was het de bijhorende pannenkoek?, want de cholesterol wordt verzorgd vandaag. Stoot een ezel zich ook vijf keer tegen dezelfde steen?

Ondertussen gaat ook de zon overstag, ze straalt, aanvankelijk zachtjes doorheen de wolken, maar steeds uitbundiger, de lucht klaart blauw, nieuwe energie overspoelt mijn lijf, een tweede keer wandel ik over de walletjes want plaatjes kleuren nu anders, levendig.

Wissenschaft kann nur gedeihen in einer Atmosphäre des freien Wortes. (A Einstein)

Ik ben vurige fan van Jabbertje, de figuurtjes zijn simpel én ook fijn om na te tekenen met de kleindochter. De tekst eenvoudig en actueel. Op facebook reken ik me graag tot één van de 83.570 medevolgers.

Neen, ik wil het niet hebben over de waarheid achter “ikdoewelmee” of ‘ikdoenietmee”.
Hier In België is het chaos troef, politiekers spreken zichzelf dag na dag tegen, herformuleren de eigen woorden voortdurend alsof ze telkens opnieuw dé waarheid verkondigen, virologen gaan in stiltestaking, je zou voor minder het Noorden kwijt raken. Zo ver ben ik dus momenteel….

Maar Jabbertje zou mijn onderwerp worden, Jabbertje met een duidelijke mening, altijd warm, zacht en eigenwijs, vrolijk vertolkt door het meisje met de schattige sprietjes.
Facebook is een medium waar je kan goedkeuren, afkeuren, meedenken, gal spuiten.
Uiteraard ben ik voor vrije meningsuiting,
we leven in een democratie,
maar
als je dit leest
dan vraag ik me toch af

reacties op facebook

of die taal echt niet anders kan
waarom de manier waarop gereageerd wordt niet met respect kan gebeuren
zelf word ik er ongemakkelijk van
en dan heb ik de meest aanvallende ‘rijke woordenschat’ nog veilig op het medium achter gelaten

Ik blijf haar trouwe volger, reageren doe ik nooit, reacties lees ik niet langer.

Een fijn, kletsnat WE! Voor de natuur een voltreffer.

Breda

We ontdekken Breda met hele brede lanen en prachtige omgeving. Buiten is het snikheet, hoogzomer in september, maar tussen de vele bossen is het aangenaam fietsen.

De ‘lekkere’ bloemen tronen me binnen in de gezellige foodmarkt met mooi interieur. Bierflesjes krijgen dubbel doel, eerst lekker, vervolgens kleurrijk.

Zelf heb ik een zwak voor begijnhoven, er straalt rust en sereniteit. Je even terug wanen in wat voorbij is garandeert een nostalgische sfeer. In België vinden we er nog in vele steden, Nederland heeft er nog amper twee, Amsterdam en Breda. De huizen staan rond de ‘bleekweide’, waar in een ver verleden eigen linnen én voor derden werd gebleekt. Onder invloed van de zon krijgt het linnen een frisse geur en blanke kleur.
Nu is die ruimte omgetoverd tot een door de stad perfect onderhouden kruidentuin, meer dan 300 soorten met bijhorende naam. Het rozenkransje of Antennaria dioica ligt er op zijn heilig plaatsje.
Er wonen nu enkel vrouwen, gescheiden, single, weduwe…..
Op de foto zie je de laatste twee begijnen.
De glazen bol weerkaatst de stilte.

Het is prinsjesdag in Nederland, de halve bevolking kleeft aan het scherm, vandaar de rust in de stad wellicht. We waren ons ‘van geen kwaad’ bewust.

We laveren doorheen het prachtige Mastbos, méér dan een bezoekje waard! de verdere heidebossen, die beschermen tegen de soms ongenadige zon.
We hebben reuze-dorst in Dorst, we vinden er niet direct een rustplekje, tot onverwacht houten zetels opduiken, de overburen van deze schaars bewoonde wereld hebben die er geplaatst voor de vermoeide bezoeker, tafeltje incluis. De joviale bewoners zitten in eigen hof aan de overkant, roepen ons toe ‘geniet het prachtige plekje’, en dat is het!, en ‘de koffie komt er zo aan’, maar die blijft uit.
Een babbel leert ons dat er een connectie is tussen onze stad Sint-Niklaas en Breda, via het oorlogsverleden. Vele vluchtelingen trokken in 1940 tevoet! uit Breda hierheen om in een school onder te duiken, tot Duitse bommen de school volledig vernietigden, veel te veel slachtoffers.
Het monument in de Gasmeterstraat, dat wij nog nooit ontdekten, schande!, als stille getuige.

In de voormalige boswachterij (in Dorst, jawel) botsen we op Beum, een monumentaal pand met mooie tuin, waar lekkere kokosijs en ananas ons wordt aangeboden door mensen met een licht verstandelijke beperking, die moeilijk een plaatsje op de arbeidsmarkt vinden. Het initiatief is meer dan een stop waard.
Het blijft een stille droom om op zo’n locatie vrijwilligerswerk te kunnen doen….

Just a perfect day

De combinatie van beide fotootjes is écht wel broodnodig. Kijk goed je ogen uit! 🙂

Hoofd omhoog, neus in de wind, voeten op de trappers, frisse lucht stroomt binnen, ogen be- en verwonderen.
Stukjes kroost en kleinkroost leiden ons de groene wereld rond Drongen binnen. Er staan 40 kms op het programma, langs Bellem, Lotenhulle en Nevele, maar ‘oma, als papa over 40 spreekt, worden het er altijd meer’, zij krijgt gelijk, we trappen er 47.
Ook die jonge voetjes, dikke pluim van oma én een heerlijk terras en gezellige zeteltjes met ijs, drankje én twee grote trampolines verdiend. Plots lijkt elk spoor van vermoeidheid verdwenen, en springen en buitelen ze er eindeloos op los.

Kleinzoon rijdt altijd op kop, hij heeft onuitputbare wielerbenen, aardje naar zijn vaartje.
Zijn cross tegen oma wint ze niet, batterij noch stevig enthousiasme van mijn kant helpen. Ik zie op mijn schermpje hoe hij vlot de 28 km per uur haalt, uitgeput moet ik bekomen, hij straalt trots en blijheid, geeft geen krimp van vermoeidheid.
Het licht-gewicht speelt in zijn voordeel, monter ik mezelf op. Dan maar weer gaan lijnen?!
Of is het toch gewoon de leeftijd?! Ik houd het op het tweede. Magere troost.

Kleindochter houdt dapper vol, het tempo van het jongere broertje ligt net iets te hoog, geen ramp, oma past zich met veel plezier aan en laat de mannen de kop trekken. Op km 42 lijkt ze te begeven, de donderwolk op haar gezichtje spreekt boekdelen, ‘die papa ook die zich nooit houdt aan zijn belofte, ze zijn al 2 km overtijd’….. Oma geeft graag een duwtje in de rug, met den elektriek is dat een peulenschil, hij trekt graag voor twee, we vliegen vooruit, en komen allen samen bij de eindmeet. Geslaagd!

Oh, it’s such a perfect day
I’m glad I spent it with you
Oh, such a perfect day
You just keep me hanging on
You just keep me hanging on
(Lou Reed)

Dijken trappen

Heerlijk geïnspireerd door de prachtige fietsblog in de Zak van Zuid-Beveland van Matroos Beek, kiezen ook wij een zon-trap-vrij-dag uit.

Als vurige fans van de ANWB fietsgidsen hebben wij alle acht exemplaren in ons bezit (voor geen geld). De boekjes dekken samen volledig Nederland, elk met ongeveer 30 prachtige (de eerste tegenvaller moeten we nog doen?) fietsroutes via het knooppuntennetwerk.
Wij lijken wel een levende reclame, fietsvrienden kopen ze nu aan, na een route met ‘onze kennis’.

De keuze valt, je weet wel, met dank aan Bea, op de Bloemdijkenroute, die wat kort uitvalt (34 km), we breiden ze dus zelf verder uit tot een mooie 50 km.

Snel een parkeerplaats zoeken in ’s Gravenpolder, vlak aan de kerk, de fiets opwippen en vertrekken onder een stralend blauwe hemel. We hebben er echt zin in.
Doorheen rustige polders en kleine dorpjes vinden we een rust-eet-plekje bij Koek en Leut in Nisse, met een beschermd dorpsgezicht op het groene kerkplein en een prachtig oud centrum. De klokken van het mooie kerkje verwelkomen ons feestelijk.
De oude Vaete, de vroegere dierendrinkplaats, is er nog steeds.
Even heel jammer als een stevige motard de rust komt verstoren, tot de man heel erg sympathiek blijkt te zijn, en we de lawaaierige aankomst best wel willen verdragen. Daar gaat het vooroordeel….

I love Zeeland

De vele dijken zijn stille getuigen van de verovering van de mens in de middeleeuwen op de zee.
Kleurrijke bermen verklaren de naam van deze fietsroute.
In Ellewoutsdijk, in het Zeeuws Ellesdiek, bleven -ondanks het oorlogsgeweld- nog oude woningen over, die het dorpje heel sfeervol maken. De stilte is hoorbaar. We luisteren, staan stil, muisstil, genieten pure rust. Geen kat te bespeuren, op die oude grijze na, die even komt flikfooien, blij met een levende ziel. Waar zijn de meer dan 400 inwoners?!

Buiten het dorpje gaat de weg steil omhoog met een weids uitzicht over de schorren en de Westerschelde als beloning. Terneuzen, Vlissingen en Breskens aan de skyline.

Via Oudelande, Baarland en Hoedekenskerke fietsen we de Brilletjesdijk over. De Welen, in het verleden ontstaan door dijkdoorbraken van de zee, liggen er als brillenglazen rustgevend naast elkaar. Bijzondere vogels kan je er spotten.

Geen Zeeland zonder een terras aan het water. “De Landing’, in het meest Zuidelijk punt van zuid-Beveland, wacht ons gastvrij op met het mooiste tafeltje op de eerste rij (wie even geduld heeft, wordt altijd beloond) en een prachtig uitzicht over de Westerschelde en zijn grote (vooral) MSC gevaarten.
We besluiten tot aan het water te stappen, de golfslag te horen. Vanop ons zitje zagen we hoe andere mensen het ons voordeden. Het lijkt veilig. Dat diezelfde mensen hun schoenen hebben uitgedaan was ons ontglipt. We wagen ons steeds verder, tot we bijna volledig wegzakken in het dikke slib, op kousenvoeten keren we snel onze kar. Schaarse graszoden doen dienst als schoen-oppoets, het mag niet baten, het lukt matig, wat.een.viezigheid!
Schuren over de pedalen helpt ook een beetje.
We vermijden de meewarige blikken in onze richting…..

Langeweegje (wat een mooie dorpsnaam) brengt ons terug naar de auto.
Het dagje zee, groen, polders, veel fruitteelt waar de peren in grote houten kisten zomaar voor het grijpen liggen, wij gedragen ons!, de frisse lucht, benen in voortdurende beweging, schaapjes in alle maten en gewichten, knusse dorpjes en heel veel dijken hebben ons meer dan aangenaam verrast.
Samen met de blog van matroos en de boekjes een échte aanrader.

De grote starters H als klein bewijsje dat ik de nieuwe blogoutfit met vallen en opstaan begin te snappen. En de grote L kreeg ik zomaar, gratis voor niets bij, en krijg ik niet meer weg…..
Om dan te ontdekken dat bij lezen op de smartphone de beide grote letters zelfs compleet verdwijnen…. Begrijpe wie kan.