Lustrum in Zevenbergen

Ooit gaf ik les.
Les in een school.
Een school in Bornem.
Bornem net over de Scheldebrug.
De Scheldebrug met veel fileleed als enige oversteek.
De oversteek naar mijn werkend leven.
Een leven vol studenten en collega’s.
Collega’s waar een toffe band werd mee opgebouwd.
Een band die we blijven meedragen.
Meedragen tot ver over de tijd van rimpels en rollators.
Hopen we. (enkel het meedragen!)

Tijd voor ons jaarlijks WE met de bende van veertien. Zeven collega’s en zeven partners.
Twee jaar geleden…. Contradictio in terminis? Het Coronaspook drong zich ‘even’ op.
Hoog tijd om een lustrum te vieren in de Mariafarm in Zevenbergen. Klik.
B&b, maar wij huren de voormalige boerderij als ideaal vakantiehuis. De voormalige bewoners waren heel gelovig (Maria) én trokken indertijd naar Canada (farm). Vandaar de naam. Een stijlvolle locatie met ruime kamers en eigen thematiek. De weg is iets te druk, de tuin te klein, maar een heerlijk terras en de oergezellige binnenruimte steken ruimschoots de loef af.


Het doet ongelooflijk veel deugd eindelijk terug en groupe te logeren. Taken worden verdeeld, we verzorgen alles zelf, maaltijden zijn (te?) uitbundig, drank én babbels vloeien rijkelijk, tongen komen los, een onbezorgd prettig gevoel zweeft doorheen het goed verluchte huis. Zon en warmte zetten hun beste beentje voor.

Logeren bij de Biesbosch, een beschermd natuur- en grootste zoetwatergetijdengebied van Europa, betekent een fluisterboot varen met ervaren gids. Ze vertelt over de bevers die zich niet laten ontdekken, wijst op de biezen, die niet langer commercieel worden gebruikt, en indrukwekkende rietgorzen. De reuzenbalsemien heeft de vele brandnetels helpen verdringen en vormen een kleurrijk geheel. De boot fluistert in de omgeving van vele zwanen, die zich verzameld hebben. Ook voor de-40-jaar-ervaren gids is het de eerste maal dat ze zo’n grote groep ziet samenscholen. Het antwoord op de (reis?)plannen van deze sierlijke witte bende blijft ze schuldig.

Logeren bij de Biesbosch betekent ook schitterend fietsen. We vertrekken uit Drimmelen, een authentiek dorpje in de voortuin van het Nationaal Park, met een mooie jachthaven en veel gezellige terrasjes, die we uiteraard niet blindelings laten passeren.

Ook Etten-Leur met zijn compacte stadskern is zeker een tussenstop waard.
De uitzonderlijk grote Moeierboom op de markt is een linde-monument, geplant in 1675.
Het moderne hotel ‘Turfschip’ heeft een rijke geschiedenis. In 1590 liet een schipper van daaruit soldaten, verstopt onder het turf, naar Breda varen om zo de stad te veroveren op de Spanjaarden. Deze paard-van-Troje-list ging de geschiedenis in als een groots wapenfeit. Het trotse hotel ligt aan het water en is heel erg de moeite om eens binnen te springen, het industriële karakter komt tot uiting in de gewelfde plafonds en de zichtbare stalen constructies. De ruime foyer is omrand met meerdere kleine zithoekjes, waar verliefde paartjes ongetwijfeld hun gading vinden.

Een eerste fietsband knalt, een tweede volgt, kenners lossen het onverwachte euvel met veel soepelheid op.
Weg kwijt, no problem, het ommetje is de moeite waard.
Zij ging vorig jaar op pensioen, en zorgt voor champagne.
Zij gaat nu op pensioen en verrast met heerlijke hapjes.
Hij mag zich vanaf overmorgen bij de pensionada rekenen en trakteert met een lekker ontbijt.
Zij tovert een kleurrijke frisse fruitsalade.
Ook de tiramisu op eigen wijze smaakt geweldig.
En zo verwennen we elkaar.

De dagen vliegen om, de zoek-even-stop-knop blijft onvindbaar.
Maar het was fijn
Om weer samen te zijn
Op het weids terras
Genieten met een glas
Vriendschap beleven
Tussen hemel en aarde zweven
Plannen maken voor de toekomst
Voor een volgende samenkomst
Topdagen voor geen goud willen missen
Deze tijd vooral niet wissen
Vrijblijvende verbintenissen


Moerdijk enBeijerland

20180827_181516

180 kilometers hebben we in de fietsbenen. Onder een soms dreigende,  bewolkte, lichtjes druppelende, of egaal grijze hemel.
Cirrus, cumulus en stratuswolken  sluieren, stapelen en spreiden zich boven ons uit.
En oh, ik vergeet ‘warempel’ het wolkenloze streepje zon en het uurtje stralend blauw tijdens onze driedaagse…..

Naar de ‘zeven bergen’ blijven we op zoek,  maar het gezellige, piepkleine stadje ontdekken we snel.
Tot het einde van de jaren 60 doorkruiste een waterlijn met haventje dit kleine stadje, sinds de  demping wordt de haven gebruikt als parkeerplaats en marktje. Getuigen van ooit-laden-en-lossen zijn nog overal merkbaar. Het straatje Havennoord-Havenzuid is sfeervol, maar we missen de oude watergang middenin. Maar je kan er heerlijk eten!
En ook het klassieke ‘Stoofstraatje’ getuigt van een klassiek verhaal.  🙂

Het vestingstadje Willemstad charmeert met zijn haventje.
Jammer van de vele motards die er -net als wij- hun zondagmiddag doorbrengen, maar met veel geraas arriveren en vertrekken.

We fietsen de Ruigenhilroute, maar missen de verwachte mooie omgeving door een teveel aan  hoge silo’s van suikerbieten. Het terrasje  OP het water MET warme appeltaart ONDER de parasol TUSSEN eindeloze golfjes maakt veel goed.

Het eerste veerpont blijkt gesloten op die dag, het tweede vaart niet uit wegens teveel wind (en doorheen diezelfde wind fietsen we 77 km! Kleine pluim voor onszelf waard 🙂 ), pas drie pogingen later geraken we in het Biesbosch. Een stukje geschiedenis kan je hier lezen. Wij beleven de rust, de vele waters, het land van eb en vloed, de kronkelende kreken hoog en droog vanop de fiets. Met dank aan onze gids die niet voorzag dat  eetgelegenheden daar op maandag gesloten zijn, ontdekken we het Huiskamercafé Fluitekruid, waar we fijne biologische gerechten krijgen voorgeschoteld en  ons ontspannen  laten verwennen door de lieve gastvrouw, die graag bij de gasten komt zitten als ze niet in haar keukentje bezig moet zijn.

Op een onbewoond eiland
loopt niemand voor je neus
ja je voelt je d’r blij want
lekker leven is de leus” (Kinderen voor kinderen)

De veerpont van de laatste dag brengt ons naar een oase van rust,  waar de stilte je heel zachtjes in haar greep houdt, waar Hooglanders, reigers en verschillende vogels het prachtige eilandje bewonen, waar we heerlijk onthaasten, waar Hélène zorgt voor smakelijke biopannenkoeken, waar we een hemels stukje Nederland aantreffen.
We missen fietspaden, vooral wandelen is er de boodschap.
Tiengemeten ontstaat op het einde van de 16e eeuw wanneer een slijkplaat droog valt in het Haringvliet. Aanvankelijk is het ‘tien gemeten’ ( = 5 hectare) groot, maar sinds 1639 is het 116 hectare groot, dank zij veel intensieve arbeid.
Het heeft  drie W-gezichten : Weemoed (waar ooit het eiland is ontstaan), Weelde (moeras vol vogels) en Wildernis (waar het water en de moerassen de baas zijn)
In 2006 heeft het eiland een metamorfose gekregen van landbouwgrond  naar pure natuur. Een fantastisch to-do-rust-stipje op de Hollandse kaart!

Genieten doen we ook in het museum van Rien Poortvliet, met humoristische illustraties en aandoenlijke schilderijen.

20180828_113913
We spreken ‘dezelfde taal’ in Nederland en Vlaanderen.
Toch kijkt de Hollandse vrouw vreemd op als manlief vraagt “Heb je soms een plannetje voor mij?” Hij bedoelt een kaartje van de route, zij begrijpt een idee, een plan.
Lachend voegt ze eraan toe “Ja, ook voor vogelen hebben jullie een heel aparte betekenis’. Het is nu onze beurt om vreemd op te kijken  🙂