Mensen verschillen, rechten niet (Loesje)

Hoewel we de uitdrukkelijke raad krijgen om in ons kot te blijven, ‘vier’ ik vrouwendag met eigen kroost, weg van het kot, sorry Maggy, eigenzinnig als altijd, de voetjes onder tafel, een hapje en een drankje, omringd met veel gezelschap (foei!) en vooral gezellige babbels.

Vandaag sta ik op met lichte koorts. Ai, dan toch?? Een dagje binnen dus, boek en zetel bij de hand, terwijl buiten in overvloedig zonlicht baadt….

Gedachten worden mijmeringen, ik hecht totaal niet aan vrouwendag, en al die andere dagen, hoog tijd om mediordag te bepalen?!
Medior is een benaming voor mensen van middelbare leeftijd, meestal voor jonge gepensioneerden met zin in het leven“, voila, op mijn lijf geschreven.

Ik ben me er heel sterk van bewust dat vrouwen in heel veel landen als minderwaardig worden beschouwd. Ook anno 2020. Grote grote schande.
Zijn we niet allen gewoon ‘mens’?
Voel ik mezelf als vrouw achteruit gesteld?

Ik ben een piepjong bleuke en krijg een werkkans aangeboden in een pure jongensschool. Dertigkoppige klassen met stoere binken gaan geen enkele uitdaging uit de weg om de jonge, idealistische, naïeve juf het leven bitterzuur te maken.
Avond na avond kom ik dood-moe thuis, vaak in tranen.
Desillusies troef.
No problem, ik blijf vechten, en blijf winnen.
Het corps is een mannenbattalion, amper vier vrouwen is de school rijk, ik ben veruit de jongste. Ik zoek hulp, bevestiging, raad, maar ‘als je ervoor kiest om in een jongenswereld les te geven, moet je maar je mannetje staan‘.
Nood dwingt keuze….
Met de immense steun van een vrouwelijke collega geraak ik groentje af.
Veni, vidi, vici, ik doe -zoals beloofd- het jaar rond, en geef met de glim/grijnslach mijn ontslag.

We spreken 1984. Nog steeds heb ik geen vaste job, daar waar toen overschot was, is nu een groot tekort in het onderwijs, de interims ben ik kots-zat, ik besluit mijn geluk elders te zoeken. Geslaagd voor het examen bij de bank, mag ik op persoonlijk gesprek komen, een tribunaal van drie mannen ontvangt me. Nadat ik heb bekend moeder te zijn van drie kleine kinderen, krijg ik de ijzig koude douche, in drievoud.
Zou je niet beter gewoon thuis blijven, madameke (ik haat verkleinwoorden), je kindjes hebben een mama aan de haard nodig. Ik slik nog een vol kwartier ‘goede raad’ en druip af, wacht niet langer op de beslissing, die was duidelijk.

En daar stopt mijn verhaal. Geen enkele verdere discriminatie valt me nog te beurt.
Ik vind de ideale job, word gewaardeerd en voel me prettig, iedereen gelijk voor de wet.
Met een man uit de duizend, die altijd klaar staat, binnen en buitenshuis, voel ik me rijk, hier bestaan geen expliciete ‘vrouwen-‘ en ‘mannentaken’, we voedden de kinderen samen op, genieten de kleinkinderen in een fijn oma-opa-duo, ondanks de goede raad besloot ik geen haardvrouw te worden.
Ik hoef geen verwennerij op vrouwendag, het is een dagelijks gebeuren.
Ik besef, chance en luxe, heel veel vrouwen niet gegeven….