Met de boekentas of valies naar het rusthuis.

In Vinkt, een deelgemeente van Deinze, staan het woonzorgcentrum en de school broederlijk naast elkaar. Bij verbouwingen heeft de school nood aan extra ruimte, deze vinden ze bij de gulle buren.
De meester van de zesde klas besluit – na de werken- ook daar te blijven.
Ondertussen wordt de hele school (lager en kleuter) erbij betrokken. De uitgestoken hand komt van beide kanten.
Drie jaar geleden won het project reeds een prestigieuze prijs.
Kinderen en ouderen helpen elkaar.
Drie meisjes besluiten er  op hun vrije woensdagmiddag extra vrijwilligerswerk te doen,  omdat ze zich daar ondertussen echt thuis voelen.

Hoe knap kan het zijn!

Oud en jong leren van elkaar, er is minder eenzaamheid, meer betrokkenheid, er wordt gelachen, er is verstrooiing, er is duidelijk wederzijdse, hartelijke empathie.

Mijn vader genoot enorm als achter-kleinkindjes hem een bezoekje brachten. Hij stapte dan even uit die veel te enge wereld, waar hij als 94-jarige de stille oude dag doorbracht.
Zijn achter-kleindochter was de favoriet, en het gevoel bleek wederzijds.
Zij voelden zich vooral heel erg  goed bij elkaar, zij kroop gezellig dicht bij hem op de zetel, streelde zijn schrale handen, lachte hem toe en zat nooit verlegen om een hartverwarmende knuffel.
Ontroerend hoe groot en klein, oud en jong elkaar mochten vinden.

Reeds twee keer waren we te gast in hotel Holland Inn in Wolvega, temidden een schitterend natuurgebied met het idyllische Giethoorn als kers op de Friese taart.
In het gebouw bevinden zich serviceflats én hotelkamers. Op de zoektocht doorheen de vele gangen ontmoet je rolstoelen en rollators, en dit voelt naturel aan.
De hotelkamers zijn flats, met slaap- en eetruimte, net zoals de bewoners gevestigd zijn.
Reislustigen en mensen die niet langer in die mogelijkheid zijn, wonen er broederlijk naast elkaar.  Er is spontaan plaats voor een gezellige babbel, een vriendelijk lach, een lief gebaar.

In mijn droom wordt dit de toekomst : ruimte  waar alle leeftijden gemoedelijk naast elkaar wonen, waar plaats is voor een gulle lach en bittere traan, waar isolement uit den boze is, waar spontaan gezorgd wordt voor, waar ‘kinderen zich kunnen oefenen in empathologie’, en waar ouderen hun ervaringen kunnen delen.

 

Advertenties

Een “doodgewone” zondag

Zondagmiddag, we eten in de refter van het home, waar mijn vader een serviceflat huurt. Vele mensen staren voor zich uit, anderen verstoren de rust met een (te) luide stem. Begrijpelijk, veel ouderen horen niet meer goed, ik probeer gedempt te praten, maar ook dit lukt niet, ik kan en wil niet roepen voor de hele ruimte, dus kauwen we stilzwijgend verder…..en bewaren de verhalen voor later.

Sommige bewoners  strooien bakken kritiek uit over  het personeel, een eindeloos klaaglied ontwikkelt zich -luider en heftiger- omdat er even moet worden gewacht op het dessert, het is zondagsregime, minder ‘werk’volk en minder hongerigen over de vloer.
Anderen wachten geduldig en respectvol voor de zich uitslovende opdieners, die het klagen en zagen over zich heen laten glijden, en vrolijk en vooral beleefd blijven. Chapeau!

Ik ervaar soms plaatsvervangende schaamte en wil graag helpen, de hulp wordt geapprecieerd, maar niet aanvaard.

Angst overvalt me… zal ik later ook onrustig zijn en verwachten dat de ander voor me springt? Dit is niet wat ik wil, ook niet wat mijn vader wil…
Maar honger wordt soms  een primaire behoefte voor de leeftijd.
De zetels in de eetruimte zitten minder comfortabel dan de eigen sofa…. vertelt mijn 94-jarige vader, met berusting in de stem.

Ik voel pure bewondering voor de verzorgers, die nooit hun geduld verliezen, die -ondanks alles-  lief en toegankelijk blijven.

Mijn tijd is nog niet gekomen, ik geniet nog volop als een jong veulen :-).
Het vooruitzicht is niet echt hoopgevend, een donkere vlek die ik verwoed wegstop ergens in mijn grijze massa. De confrontatie is er wel….

Hemels wordt daarna het familiefeest, met jong en oud, met blije mensen, met hapjes in de gezellige  rustieke zaal. De kleintjes voederen schapen, geiten en konijnen met  gevulde, witte emmertjes, mét enige schroom,  hongerige dieren hollen hen te enthousiast tegemoet. Je weet wel… honger en primair…
Koeien worden gemolken, likken mijn trui (bah) en kijken op noch om, lopen je letterlijk omver.
Ze willen hun witte vocht vooral kwijt, de logge beesten lokken spontaan ontzag uit én de broodnodige stilte, die de jonge boer dringend vraagt, wat ons aanvankelijk een onmogelijkheid leek met 11 levendige exemplaartjes van dat kleine grut.
Loeiende koeien boeien…..
En wij, wij zijn weer bijgepraat.