mijmeringen voor de eerste steen

20181212_120033.jpg

 

op de hoek tussen straat en straat
troont statig het grote rust(ig)huis
amper één kilometer van m’n thuis
een ouderlingeninternaat

het wordt nu opgeheven
op open ruimte herbouwd
zo werd me toevertrouwd
mensen nieuwe ruimte geven

ik laat gedachten stromen
zal ik er ooit belanden
in leeftijd hier stranden
weer op adem moeten komen

aan kerktoren ben ik niet gebonden
overaltijd lukt het wennen
ik hoef geen terrein te verkennen
streek of plaats te doorgronden

wat dichter bij de kinderen misschien
dan trek ik weer Vlaanderen door
schrijf ik een logje of lees ik voor
zit ik te staren
leef ik in extra jaren
terwijl anderen de klussen klaren

de open vlakte helpt even bezinnen
geen echt warmtegevoel vanbinnen
ze is nog niet gelegd, die eerste steen
ooit moet ik erdoorheen
waar wil ik later heen

maar neen, veel te vroeg
tijd is er nog genoeg
die weide is nog niet aan mij besteed
ik ben jong en helemaal niet gereed
plannen bij de vleet
nog ver van de eindmeet
’t is maar dat je ’t weet

Advertenties

Krant en haar lezer

Graag wil ik schrijven over de kletsnatte Brusselse kerstmarkt ; over de ex-drie-sterren-restauranthouder die voor ons vier heerlijke appelbeignets bakt en ‘klaagt’ over de crisis die voelbaar blijft, wegens angst voor terreur en geldverspilling;  over treinen met vertraging, maar toch vrij vlot thuis geraken; over  stroompjes water die vanuit het  hoger gelegen stationsplein over onze schoenen heen walsen; over lekker eten en gezellig bijpraten met de zoon; over  opdrogen onder de rode lichtjesboog  die de Sint-Gorikshal nog warmer maakt, we genieten er even rustig van een staaltje knappe architectuur.

Maar dat was gisteren. Vandaag blader ik in de krant tijdens de autorit, bij gebrek aan thuis-tijd. Ik bots op boeiende artikels, die me raken, die de verdere dag door mijn hoofd blijven spoken.

Levensmoeheid is geen reden voor euthanasie” vult de voorpagina. “De patiënt moet ondraaglijk lijden“. Wie kan voor een ander beslissen in welke mate hij/zij lijdt?
Pijn (ver)dragen we  vaak alleen en eenzaam. De omgeving reageert empathisch en zorgzaam, maar de echte dimensie van de pijn vatten is moeilijk.
Of wordt mijn denken te sterk gekleurd door ‘een ver verleden’ dat ik ooit neerschreef, een verhaal met  onnodig gruwelijke pijn en vreselijk isolement?

Dans tot u vanzelf moe wordt‘. De evolutiebioloog  Marc Nelissen schreef  ‘eindelijk oud’, een boek dat sinds een maand mijn leven binnen sloop als cadeautje van manlief.
Ouder worden intrigeert me, beangstigt me soms, maar zijn woorden vertalen heel sterk mijn voelen : ‘Als 50-er had ik nog de stress van het werk, en vooral: toen had ik nog geen kleinkinderen. Die ervaring is fantastisch, ik zou ze niet kunnen missen….. De tweede levensfase is goed voor jezelf…… ‘ .  Zijn boek en taal zijn vlot leesbaar.
Hij verklaart heel veel vanuit de evolutietheorie en ontkent vooral niet de angst om ouder te worden en er fysisch op achteruit te gaan, maar raadt een way of living aan, niet simpelweg aanvaarden, maar actief en geboeid blijven, en vooral ‘onze sociale boekhouding’ onderhouden. Hij eindigt met een pleidooi voor het Zweedse model van opvang van de ouderen, waarbij mensen nog echt leven, en niet enkel geleefd worden. Moet ik een Zweedse toekomst overwegen?? Toch niet, dan ontbreekt die andere noodzaak….

En tenslotte  verdrink ik nog even in de woorden van Wouter Deprez, ook hij schrijft over zijn ouder wordende moeder, die ‘smelt’ (lees krimpt), die hem de wijze woorden toevertrouwt ‘het enige dat je kan veranderen, is hoe je erover denkt’ 
‘Wat een wijze vrouw. Ik smelt een beetje’.

Er volgt nog een tweede tenslotte , de column van Inke Hutse, die een tranche de vie neerschrijft als alleenstaande ouder met de feestdagen, sorry feestdip voor de boeg, eerlijk en fraai verwoord.
Het is zoveel gemakkelijker om dapper te zijn in de zomer‘ en ‘ik verzuip in het smeltwater van mijn onderkoelde gedachten‘ geven haar voelen aan, in de momenten vlak voor de feestdagen. ‘Die vervloekte feestdagen met hun uitvergrote contrasten tussen licht en donker, koude en gezelligheid, gezin en eenzaamheid‘.
Ik verplaats me in die sombere gedachten, en besef dankbaar dat ik aan de positieve kant mag staan, maar dat dit voor veel mensen geen evidentie is.
Zij stort zich in een sneeuwballengevecht met haar zoon, en sneeuw maakt vrolijk. Ik haal opgelucht adem…..

 

 

levensavond

Ik open de deur en stap de flat binnen.
Het is er muisstil, hij kijkt naar de geruisloze rolkrant op TV.
Telkens opnieuw ontvouwen zich dezelfde berichten.
Over hoe de wereld buiten verloopt.
Hij kijkt op en is blij met mijn komst en de beweging.
We wisselen wat zinnen, woorden, over hoe het gaat en hoe het hem vergaat.
Hij heeft geen nieuws, alle dagen verlopen volgens hetzelfde stramien.
Eten, drinken, TV kijken, slapen en weer opstaan.
Hij is veel alleen, maar klaagt nooit.
Buiten straalt de zon, ik zet de ramen open, verse lucht stroomt binnen.
We kijken samen, televisie als middelpunt van het bestaan.
We babbelen, maar het gesprek verloopt niet zo vlot, hij is geen babbelaar, doet zijn uiterste best om me te verstaan, want de oren worden ouder.
Het stappen gaat wankel, de geest blijft fris.
Het avondeten wordt gebracht, hij eet met smaak.
Ik zit erbij en kijk ernaar.
Hij is heel lief en hartelijk.
De dagen duren lang voor hem.
Zijn trui is wat vuil, hij doet hem uit en geeft hem mee voor de was.
Zijn was die ik trouw  doe.
Al vele jaren.
Ik neem afscheid.
Hij zegt ‘altijd welkom’.
Hij zit in zijn marcelleke, de bretellen over zijn mager lichaam gespannen.
Hij zit weer alleen, en morgen wacht hem diezelfde eindeloze dag.
Buiten voel ik me leeg.
En ontroerd…..
Ook bezorgd over onze toekomst.
Hij is 94.
En heel dapper.