Krant en haar lezer

Graag wil ik schrijven over de kletsnatte Brusselse kerstmarkt ; over de ex-drie-sterren-restauranthouder die voor ons vier heerlijke appelbeignets bakt en ‘klaagt’ over de crisis die voelbaar blijft, wegens angst voor terreur en geldverspilling;  over treinen met vertraging, maar toch vrij vlot thuis geraken; over  stroompjes water die vanuit het  hoger gelegen stationsplein over onze schoenen heen walsen; over lekker eten en gezellig bijpraten met de zoon; over  opdrogen onder de rode lichtjesboog  die de Sint-Gorikshal nog warmer maakt, we genieten er even rustig van een staaltje knappe architectuur.

Maar dat was gisteren. Vandaag blader ik in de krant tijdens de autorit, bij gebrek aan thuis-tijd. Ik bots op boeiende artikels, die me raken, die de verdere dag door mijn hoofd blijven spoken.

Levensmoeheid is geen reden voor euthanasie” vult de voorpagina. “De patiënt moet ondraaglijk lijden“. Wie kan voor een ander beslissen in welke mate hij/zij lijdt?
Pijn (ver)dragen we  vaak alleen en eenzaam. De omgeving reageert empathisch en zorgzaam, maar de echte dimensie van de pijn vatten is moeilijk.
Of wordt mijn denken te sterk gekleurd door ‘een ver verleden’ dat ik ooit neerschreef, een verhaal met  onnodig gruwelijke pijn en vreselijk isolement?

Dans tot u vanzelf moe wordt‘. De evolutiebioloog  Marc Nelissen schreef  ‘eindelijk oud’, een boek dat sinds een maand mijn leven binnen sloop als cadeautje van manlief.
Ouder worden intrigeert me, beangstigt me soms, maar zijn woorden vertalen heel sterk mijn voelen : ‘Als 50-er had ik nog de stress van het werk, en vooral: toen had ik nog geen kleinkinderen. Die ervaring is fantastisch, ik zou ze niet kunnen missen….. De tweede levensfase is goed voor jezelf…… ‘ .  Zijn boek en taal zijn vlot leesbaar.
Hij verklaart heel veel vanuit de evolutietheorie en ontkent vooral niet de angst om ouder te worden en er fysisch op achteruit te gaan, maar raadt een way of living aan, niet simpelweg aanvaarden, maar actief en geboeid blijven, en vooral ‘onze sociale boekhouding’ onderhouden. Hij eindigt met een pleidooi voor het Zweedse model van opvang van de ouderen, waarbij mensen nog echt leven, en niet enkel geleefd worden. Moet ik een Zweedse toekomst overwegen?? Toch niet, dan ontbreekt die andere noodzaak….

En tenslotte  verdrink ik nog even in de woorden van Wouter Deprez, ook hij schrijft over zijn ouder wordende moeder, die ‘smelt’ (lees krimpt), die hem de wijze woorden toevertrouwt ‘het enige dat je kan veranderen, is hoe je erover denkt’ 
‘Wat een wijze vrouw. Ik smelt een beetje’.

Er volgt nog een tweede tenslotte , de column van Inke Hutse, die een tranche de vie neerschrijft als alleenstaande ouder met de feestdagen, sorry feestdip voor de boeg, eerlijk en fraai verwoord.
Het is zoveel gemakkelijker om dapper te zijn in de zomer‘ en ‘ik verzuip in het smeltwater van mijn onderkoelde gedachten‘ geven haar voelen aan, in de momenten vlak voor de feestdagen. ‘Die vervloekte feestdagen met hun uitvergrote contrasten tussen licht en donker, koude en gezelligheid, gezin en eenzaamheid‘.
Ik verplaats me in die sombere gedachten, en besef dankbaar dat ik aan de positieve kant mag staan, maar dat dit voor veel mensen geen evidentie is.
Zij stort zich in een sneeuwballengevecht met haar zoon, en sneeuw maakt vrolijk. Ik haal opgelucht adem…..