God see en waa u

Elke avond kreeg ik als kind trouw twee veegjes over mijn hoofd, een horizontaal en verticaal,  met die vreemde, voor mij raadselachtige woorden.
Geen zorgen, het gaf een veilig gewoonte-gevoel, zo net voor het slapen gaan.
Als ik elders ging logeren, miste ik vaak die lief-kozing.
Het was me even veel waard als een warme zoen. Of het woord knuffel toen al bestond, blijft me een raadsel.

Of zoals Rik Torfs zegt ‘In diep-christelijke tijden, toen er minder gekust en geknuffeld werd, drukte je met een zachte duim op het voorhoofd inderdaad affectie voor je kind uit’. Ik werd dus ruim overladen met genegenheid, elke avond opnieuw.

Ook Jürgen Mettepenningen, theoloog en medewerker van Jozef De Kesel, geeft zijn kinderen een dagelijks kruisje, tot de tienjarige dochter protesteert. Ze wordt te groot.
Hij begrijpt, maar vindt het jammer. Een traditie wordt gebroken.

Ik maak zelden nog een kruisteken, behalve op commando tijdens een sporadisch kerkelijke  viering. De traditie van vroeger ruist dan mee, zij het met duidelijker woorden dan indertijd ‘in naam van va, zo en zeilige geest; Ame’.

Toch kon ik het onlangs niet laten, heel toevallig, ik  vertederde bij het -in een slaapzak verdoken-  ventje, net voor de oogjes dicht vielen, tranen overmanden me, dat ventje weet nog niets van leven, van verdriet omdat lieve mensen moeten wegvallen, hij luistert vol vertrouwen naar mijn slaaplied en hoort muisstil de zingende omastem, die hem beschermend laat wegdromen, de duistere nacht in.
Ik wil over het koppeke aaien, zijn haartjes nog eens strelen, en mijn vinger geeft  onverwacht een piepklein kruisje, mijn woorden om hem te doen veilig voelen, hem te laten weten dat we er de volgende dag terug staan om  hem gewoon te “kozen met lief”,  dik te vertroetelen.

Slaap lekker, ventje, en pluk je zorgeloze dag. Tranen om kleine verdrietjes zullen worden opgevangen,  je vrolijke lachjes maken gelukkig.