Vallen, opstaan en weer doorgaan

Zij komt logeren. Samen met het broertje.
Een paar oma-opa-dagen, heerlijk voor jong en oud.

Tot wanneer mag ik bij jullie blijven?

Overmorgen zit het logeerpartijtje erop.

Oh dan al? Mag het geen nachtje langer?

Neen schatteke, dan krijg ik bezoek. Een vriendin heeft net haar mama verloren. Ik ga horen en luisteren en er voor haar zijn. Die mama was nog veel te jong….

Oma, als ik juist tel, zou jij maar zes jaar meer leven om even oud te worden…..
(en tellen kan ze!)
Dat wil ik niet hoor, oma.
Jij gaat toch  langer bij mij blijven?
Ik wil nog heel veel samen zijn en leuke uitstappen doen. 

Natuurlijk, grote schat. Ik beloof je dat we samen oud(er) worden!

We knuffelen warm die koude gedachte buiten…..

De volgende dag kus ik -lang(uit) en met een ferme smak- het voetpad.
Gevallen over een kiezel?, een losliggende steen?,  de eigen voeten?
Broek en handschoenen scheuren kapot, de knie brandt, plekken worden blauw. Geschrokken ‘spring’ ik recht, niemand gezien, deze gênante vertoning?
Ik strompel richting huis,  ijs op de knie, handschoenen de vuilbak in, water over de snijwond, de zetel lonkt, een horizontaal Ferrante-avondje.

De kleine dochter beseft niet dat oma overleefde, en de serie lost pijn op en  de grote verwachtingen in.

Advertenties

Met de boekentas of valies naar het rusthuis.

In Vinkt, een deelgemeente van Deinze, staan het woonzorgcentrum en de school broederlijk naast elkaar. Bij verbouwingen heeft de school nood aan extra ruimte, deze vinden ze bij de gulle buren.
De meester van de zesde klas besluit – na de werken- ook daar te blijven.
Ondertussen wordt de hele school (lager en kleuter) erbij betrokken. De uitgestoken hand komt van beide kanten.
Drie jaar geleden won het project reeds een prestigieuze prijs.
Kinderen en ouderen helpen elkaar.
Drie meisjes besluiten er  op hun vrije woensdagmiddag extra vrijwilligerswerk te doen,  omdat ze zich daar ondertussen echt thuis voelen.

Hoe knap kan het zijn!

Oud en jong leren van elkaar, er is minder eenzaamheid, meer betrokkenheid, er wordt gelachen, er is verstrooiing, er is duidelijk wederzijdse, hartelijke empathie.

Mijn vader genoot enorm als achter-kleinkindjes hem een bezoekje brachten. Hij stapte dan even uit die veel te enge wereld, waar hij als 94-jarige de stille oude dag doorbracht.
Zijn achter-kleindochter was de favoriet, en het gevoel bleek wederzijds.
Zij voelden zich vooral heel erg  goed bij elkaar, zij kroop gezellig dicht bij hem op de zetel, streelde zijn schrale handen, lachte hem toe en zat nooit verlegen om een hartverwarmende knuffel.
Ontroerend hoe groot en klein, oud en jong elkaar mochten vinden.

Reeds twee keer waren we te gast in hotel Holland Inn in Wolvega, temidden een schitterend natuurgebied met het idyllische Giethoorn als kers op de Friese taart.
In het gebouw bevinden zich serviceflats én hotelkamers. Op de zoektocht doorheen de vele gangen ontmoet je rolstoelen en rollators, en dit voelt naturel aan.
De hotelkamers zijn flats, met slaap- en eetruimte, net zoals de bewoners gevestigd zijn.
Reislustigen en mensen die niet langer in die mogelijkheid zijn, wonen er broederlijk naast elkaar.  Er is spontaan plaats voor een gezellige babbel, een vriendelijk lach, een lief gebaar.

In mijn droom wordt dit de toekomst : ruimte  waar alle leeftijden gemoedelijk naast elkaar wonen, waar plaats is voor een gulle lach en bittere traan, waar isolement uit den boze is, waar spontaan gezorgd wordt voor, waar ‘kinderen zich kunnen oefenen in empathologie’, en waar ouderen hun ervaringen kunnen delen.