Een tipje van de sluier

inCollage_20181109_172127117.jpg

Meer dan 30 jaar fietste / spoorde / reed ik met de auto het water over, de dreef door en recht het schoolgebouw binnen.

Vandaag neem ik de tweewieler uit de garage en rijd diezelfde route, eerst het brede Scheldewater over. 365 dagen meters in een jaar stroom.
Vervolgens de prachtige dreef door, elk seizoen groeit en bloeit hij/zij (?) anders.
Nu dwarrelen bladeren speels tuimelend en buitelend voor mijn ogen.
Ik kan ze maar niet op foto plakken. Fout van de smartphone uiteraard 🙂

Dan bereik ik het mooie gebouw, mijn tweede thuis gedurende vele jaren, waar ik  een ‘hartig’ stukje  heb achter gelaten.
Telkens opnieuw een blij weerzien, ook al kom ik niet langer het gebouw zelf binnen.
De maandelijkse lunchafspraken gebeuren nu 20 meter verderop, waar het er lekker, leuk, levendig, losjes, leerrijk, ludiek en lief aan toe gaat met ‘een hoopje’ jong-gepensioneerden’ en een groepje ‘aftellers’ (naar het pensioen), 9 in totaal.

Studenten slenteren nonchalant en lachend de school uit, blij dat de lessen er weer even op zitten. Prettig om zien dat ze nog niets veranderd zijn, ook al ken ik ze niet langer bij naam. Het is altijd fijn omgaan met die jongelui, met de spontaniteit, het gibberen, het jonge ‘onbezorgde’ leven wenkt/lacht hen toe. En ik lach nog steeds graag mee.

Nu is het voltooid verleden tijd, ik mis het, en toch ook weer niet.
Er waren ook lessen in moeilijke klassen,  ‘speciale dagen’ met nauwer contact,  reisdagen in een uitgelaten bus, gevoelige onderwerpen om  in stilte aan te kaarten buiten de les, buizen en schitterende proclamaties, tranen en voldoening, paniek en rust, voorbereiden soms tot ’s avonds laat, in de regen op sportdag, vrolijke koffiemomentjes in de (ondertussen verdwenen) zeteltjes in de leraarskamer, het warme groepsgevoel ‘je bent nooit alleen’, soms zinvolle klassenraden en vooral eindeloze vergaderingen…..

Op korte tijd zijn we – nog niet lang geleden- met zijn vijven op pensioen gegaan, heerlijk om horen dat we nog steeds gemist worden ‘in die goede, oude tijd’.

Heimwee voelt nostalgisch, niet pijnlijk.
Er is geweest, en het was goed, de herinneringen stromen mijn hersens nog geregeld binnen, maar het nu is minstens even fijn.

Ik fiets opgeruimd de 15  kilometers gezwind terug richting huis, eerst de dreef met nog meer zwierige blaadjes, dan het water, nog steeds even breed, en altijd weer die zon.

 

Advertenties

L’automne est le printemps de l’hiver. (De Toulouse-Lautrec)

inCollage_20181106_165651959.jpg

Ik trek ogen en gordijnen open en voel, zie ‘dit wordt een fijne dag’.
De zon straalt, de lucht staalt blauw, de herfst geurt het gekleurde blad, de rustige natuur en natuurlijke rust dwingen me naar buiten.

Plots overvalt me de droom dat vliegen naar de zon écht moet lukken vandaag.
Die grote ster staat immers laag en groet me stralend  als mijn gelijke.
Geel, blauw, groen, rood wordt mijn dag.

Een vaag schuldgevoel omdat de mede-mens verplicht deze dag binnen moet doorbrengen doet me -heel even- twijfelen. Een gevoel van medelijden met de bewoners van het ziekenhuis of rusthuis iets verderop is ook daar. Maar vooral een blij gevoel van vrijheid en verdiend genieten overwint en sleurt me naar buiten, daar waar  kleuren de baas zijn, waar licht omhelst, waar vriendschap verwarmt, waar terrasstoelen  uitnodigend staan te blinken voor een rustpuntje (*), waar het fijn vertoeven is, waar het stil en mooi is, waar ik gedachten de vrije loop kan geven of de kop indrukken.

Even waan ik me Icarus, en wil dicht bij de zon vliegen. De zon, mijn zon, mijn schitterende ster!
Ik voel me licht en vrij, de dag geeft vleugels.
De Griekse mythe, gehoord en gelezen ergens in een vorig leven, houdt me echter met mijn voeten op de grond. Teveel  zelfvertrouwen brengt geen rust, dan verbranden die vleugels en stort je neer.

Een fikse wandeling staat op het programma, het vallend blad zorgt voor milde melancholie, verleden en toekomst fladderen door het hoofd, mijn vleugels smelten niet, ze helpen me soepel zweven doorheen toen, nu en dan.

Ik stap, wij stappen, ik ruik, wij ruiken, ik babbel, wij babbelen, ik stroom mee met de brede Schelde, wij stromen mee, ergens tussen golven en zon.

Liedjes van de herfst zijn altijd somber,
zijn gemaakt van okers en van omber.
Toch ken ik septembers met een gouden glans,
Toch zijn er novembers met een toverdans.
De zon heeft in december mij al zo vaak verrukt
en dikwijls heb ik rozen uit de sneeuw geplukt.
En daarom schrijf ik dit kleine lied,
niet wachten op de lente, want dan komt ie niet.
Toon Hermans

Op deze novemberdag met gouden glans doe ik mijn toverdans in de verrukkelijke zon, ik zoek de roos, en schrijf dit lied.

(*) Graag vergeev/t ik het akkefietje met een ouder koppel dat buiten wil zitten en  voet bij stuk houdt dat het ‘tocht op het terras’, omdat onze deur open staat, een deur die ons laat genieten van de fijne binnenstoelen  én de gezonde buitenlucht, net op die grens?!
Ik probeer te begrijpen, maar help…… het lukt me niet?

 

 

 

Toon vanop het terras in de zon

Liedjes van de herfst
zijn altijd somber
zijn gemaakt van
okers en van omber

toch ken ik septembers

met een gouden glans
toch zijn er novembers
met een toverdans

de zon heeft in december

mij al zo vaak verrukt
en dikwijls heb ik rozen
uit de sneeuw geplukt

en daarom schrijf ik

in dit kleine lied:
niet wachten op de lente
want dan komt ze niet

TOON HERMANS * LIEDJES VAN DE HERFST *

DSC08007 bewerkt

September blues

Sinds een paar dagen overvallen ze me soms , mijn blues….. en ja, we zijn (toevallig) september.
De krant van gisteren helpt me begrijpen dat ik  geen “unicum” (jammer, maar helaas) ben.

De Duitse dichter ­Rainer Maria Rilke maande aan om nog snel ’s zomers ‘laatste zoetheid in hemelse wijn om te zetten’.
De chanteuse Barbara zong bedroefd in ‘Septembre’: ‘Quel joli temps pour se dire au revoir.’

Onze biologische klok kan even niet meer mee met de snelle veranderingen van kortere dagen en langere nachten.

Oh zalig!, mijn bioritme is simpelweg de ‘boosdoener’. De avonden zijn vroeger donker, de duizend vogels zie ik niet langer overvliegen op hun vlucht, ik mis zonnige warmte en warme zon.

Maar het negativisme stijgt niet als de dagen weer beginnen te korten. Dat is toch opvallend: in september voelen we ons positivisme duidelijk dalen, maar dat betekent niet dat ons negativisme stijgt. Is dat dubbele gevoel misschien wat bedoeld wordt met het begrip “melancholie”?’

Melancholie mag ik koesteren, dat leerde Joke Hermsen me al in het voorjaar.  Die dekmantel van ‘het verdriet met de glimlach’ tovert dan een sierlijke gedachtenwereld, waar ik graag in dool.

‘De tuin is in rouw. Koele regen ­sijpelt in de bloemen. De zomer ­huivert, en wacht geduldig zijn eind af’.  (Herman Hesse)

De regen is een nat feit deze dagen.
Een huiverende zon… enkel een dichter kan dit zo beeldrijk verwoorden.
Maar mijn tuin is voorlopig nog niet in rouw, de bloemen kleuren  het vele groen.

In de natuur leest de gevoelige mens de eerste tekenen van de vergankelijkheid die de winter aankondigt.

Elk seizoen is mooi, de warme herfstkleuren, de lage winterse zon…. die maar al te vaak een schuiloord zoekt achter een zwaar wolkendek, een zacht wit tapijt. En toch ben ik een lente-zomerkind, ook al helpt de herfst me verjaren. De lente met haar beloftevolle vooruitzichten, met haar vele kleuren en klanken. Elk jaar komt ze terug, met bergen hoop en verse energie.

Ik voel nu reeds wat van die vergankelijkheid, ook al wacht de winter nog geduldig.

September heeft eenzelfde impact op het jaar als de maandag op de week, denkt hij. (socioloog Theun van Tienoven)

Toen (vele, vele jaren lang) waren maandagen altijd dubbel, de startstress en de zin om terug te mogen lesgeven vochten hun strijd.
Nu zijn maandagen hoogdagen. September bezorgt me niet langer dat maandaggevoel.

Niet passief blijven, ga vooral nieuwe uitdagingen aan, raden psychologen aan. Plan de komende weken en maanden voldoende bezoekjes aan vrienden, afspraken in de fitness of zelfs een nieuwe bijscholing. 

Ik hoor niet langer tot de werkende bevolking. Soms jammer, vaak fijn.
Passiviteit is nog niet aan mij besteed, de nieuwe cursus met foto’s en beelden wordt dé nieuwe, uitdagende bijscholing, uitstapjes met vrienden zijn reeds vele maanden vooruit gepland 🙂 , mijn wandelingen worden mijn fitness, de psycholoog kan alleen maar zeggen ‘goe bezig, meiske’.

En toch, toch overvallen de  blues me op onverwachte momenten.
Maar blues zijn ook  langzame, melancholieke liederen, en laat dit nu net een fijne combinatie geven….
Mijn septemberstap mag wat trager gaan,  richting winterslaap mét pit.

De fietstocht tussen wolken en een mager zonnetje in, tussen stille velden en romantische plekjes, temidden meetjes en land, met lieve vrienden en manlief, met mosselen en fris glaasje Rosé, met fijne babbels en vele kilometers, met nadenken over de ‘zelfredzame’ mens in al zijn aspecten, met plannen en herinneringen, roept die heerlijke vakantieblues  terug op.
En het septemberlied klinkt vrolijk verder.