Stil-staan bij de haast.

Ik moet niet vergeten te zwaaien als ik mezelf voorbij loop”. (Loesje)

En toch ben ik het vaak, te vaak vergeten……

Er is een leven na de haast, zoals er een leven voor was. Kinderen hebben geen haast, kinderen tellen nog de erwtjes in hun bord. 58.
(schrijft Guinevere Claeys vandaag in de krant)
Mijn kindertijd was er één van grote ont-haast-ing, luilekker en gezellig door spelletjes dartelen, het denk- en doe-werk werd voor mij gedaan, mijn ouders troostten het kinderlijk verdriet  , we volgden de schuifaf richting warme zwembad, de schommel richting felblauwe hemel, de auto richting verre reis en de paden richting schaduwrijk bos. De tijd vloog vrolijk voorbij.
Ik telde nog  rustig de mandarijnen (vooral de dag voor de heilig man langs kwam). 23.

Haar kar is leger dan de mijne. Maar de dame voor mij in de lange wachtrij kijkt om, en zegt : ‘u mag voorgaan als u wil’. 
……….
‘Ik weet dat het niet nodig is’, zegt ze, en toch komt ze zich achter mij positioneren. ‘Ik heb zelf al lang geen haast meer’. 
………

Mijn eigen haast heb ik niet zien aankomen. Hij was er plots, en ik heb hem meteen gehoorzaamd. Zelfs geloofd. ” (G. C.)

Het volgzame kind in mij zorgde ervoor dat ook ik diezelfde haast heb gekend, (te) vele jaren lang. Elke dag vouwde met de glimlach hetzelfde stramien voor me open : tegen de tijd in hollen om de kinderen – gekleed en gevoed-  in de klas te krijgen, rennen naar de eigen school, me afjakkeren om de leerstof rond te krijgen, terug draven naar diezelfde kinderen, nadenken om een gezonde maaltijd op tafel te snel-toveren, racen naar de winkel, en nog vlug tussendoor de was en de plas en de kuis en de kapper en de muziekschool en de voetbal en de hof en de bedrituelen en het avondlijk schoolwerk en…..
Ik heb er last van gehad, ik vergat te wuiven, jammer genoeg kende ik Loesje toen nog niet. Mensen rondom waarschuwden me , maar ik wist natuurlijk beter, de haast moest mijn beste vriend zijn én blijven om alles op punt te krijgen….
Ik herken diezelfde energie (klinkt positiever dan gejaagdheid) in de jonge gezinnen van onze kinderen. Ze zoeken – vaak vruchteloos- naar een spoortje me-time. Het is de levensfase die dit vraagt, eist, gebiedt, verwacht, voorschrijft.
Of toch niet?

“Ik reken af en dank de dame nog eens. Ze glimlacht moederlijk, op de band heeft ze tien bakjes aardbeien staan. ‘Voor de confituur’, zegt ze” (G.C.)

Ik kan nog veel leren over ont-haast-ing, de hurry zit nog wat ingebakken, deze werd ooit een tweede natuur. Maar ik leer bij, rustige stap voor trage stap, ik leer tijd nemen en maken, ik leer wuiven, en ooit, ooit zal ik confituur maken!

 

 

Kortgedingen

De woorden spreken me aan.
Ik lees haar graag, om de andere dag in de krant op de derde bladzijde in de rechterbovenhoek. Ze slaat de nagel op de kop, ze verwoordt heel precies ‘de waan van de dag‘ ,  sprekend, treffend met 1200 tekens.

Ze is journaliste, columniste en auteur. Zo  fascinerend en moeizaam de naam Guinevere (Claeys) uitspreekt, zo verhelderend en raak is haar schrijfstijl.

Bij zelfvertrouwen heb je de keuze. Of je hebt het, of je bluft het. Dat is zo in de politiek en dat is overal zo. Ook al weten we hoeveel redelijker de twijfel is. Ook al is een tastende mens prachtig om te zien. En ook al zegt Brené Brown dat het niet waar is. Zelfvertrouwen blijft een vereiste.

Een kunstenaar die ik eens in een interview had gevraagd te omschrijven wat hij in dit leven deed, antwoordde in één woord ‘bluffen’. Ik kon me daarin vinden. Tenslotte bluffen we elke ochtend opnieuw ‘het nodige zelfvertrouwen’ om nog eens een dag onsterfelijk te bestaan. We weten beter, maar we geloven zo graag. ”

Net als de schrijfster kan ik me daar sterk in vinden. Reeds een leven lang vraag ik me af waarom mensen soms blaken van zelfvertrouwen, en anderen er aarzelend naar blijven trachten. Ook voor mij blijft vooral de zoekende, wat onzekere mens heerlijk om te ontmoeten.