Tijd neemt

60 zou hij worden. 

Het pensioen waar hij zo naar had afgeteld ‘vierde’ hij onlangs in lockdown, zijn lichaam verteerd door loodzware chemo.

Ondanks alles, de negatieve berichten, de keiharde kuren, bleef hij hoopvol. Hij maakte plannen voor een elektrische fiets, de nieuwe auto kwam er nog net, Kazachstan stond op de to do list, waar ze 11 jaar geleden de vier jaar oude adoptiedochter ophaalden, na vele jaren andere strijd, en een nieuw bruisend leven gaven. 

Schoonbroer heeft gevochten als een leeuw, voor zijn leven, voor zijn vrouw, voor zijn welp, die nu verweesd achter blijft, reeds voor de derde keer in haar jong bestaan. Hij had die avond nog een laatste keer gekookt, meer nog, met smaak gegeten, vooraleer heel stil in de donkere nacht een laatste adem uit te blazen. 

We zitten in de dienst, amper 15 man verspreid over de zaal, verbondenheid voelt vreemd aan in deze tijd. Het mondkapje maskeert verdriet en beneemt de broodnodige adem bij zoveel onmacht.
Ondanks veel familiewarmte en mee-beleven  ervaar ik verkillende eenzaamheid, moeder en dochter moeten nu alleen verder, zoeken troost bij elkaar, hij was nog veel te jong…..en neen, het is niet fair. 
Een warme knuffel noch troostende arm om schokkende schouders zijn mogelijk. Dubbele onmacht.

Terwijl de vloed opkwam, keek de Hollandse Tulpenman naar de oceaan : ‘Versmelter weerwerker gifmenger verbloemer blootlegger. Kijk dan, omhoog en omlaag gaat het, en alles neemt het mee.’
‘Waar heb je het over?’, vraagt Anna.
‘Over water’, zei de Hollander, ‘En over tijd, ook’.
[Uit Peter van Houten, een vorstelijke beproeving.
]