En weer duikel ik het verleden in….

Zwanger van zoon 3, nemen we een klein meisje in huis. Drie maand lang mag ze de sloppenwijken van Parijs inruilen voor een fijne vakantie in ons nog piepjong gezin.
Fatiha is haar naam, een lief Marokkaans meisje van amper twee jaar, met pikzwarte krulletjes. Ze speelt met de ‘broertjes’, past zich vlot aan, maar niet alles is rozengeur en maneschijn. Ze weigert het vreemde eten door te slikken,  is angstig in de donkere nacht, ze is gewoon om met ouders , veel broers en zusjes één groot bed te delen, hier komt ze plots in ‘de luxe’ van een kamertje voor haar alleen…
We halen ze op als een klein bang hoopje, maar ze vindt haar weg hier thuis. Ze spreekt nog niet, maar begrijpt onze taal steeds beter.
De Vreugdezaaiers hebben ons hiertoe geïnspireerd, maar steeds meer vraag ik me af of het wel een goed idee is om zo’n kleintje weg te halen uit een armoedig, maar veilig (??) nest.
Jong en idealistisch gaan wij hiervoor. Wij willen graag ons geluk delen …..

Drie kleintjes en een dikke buik gaan moeilijk samen.
Nog voor ons meisje terug naar haar huis vertrekt, dringen weeën zich hardnekkig op.
Ik ben amper zes maand ver…., een vroeggeboorte is gevaarlijk. Ik moet plat liggen in de kliniek als buitenverblijf, de baxter probeert zoon 3 veilig in de baarmoeder te houden.
Er moet snel opvang worden gezocht voor de zoontjes (want de papa kan geen verlof opnemen in het onderwijs), ‘ons dochtertje’ gaat een week later terug richting Parijs, manlief brengt haar moederziel alleen naar de bus, opnieuw als een hoopje ellende (daar vervliegt het idealisme….), bang voor (terug) het onbekende, klemt ze zich aan hem vast.

Ik lig, wacht, lees, lig, wacht, lees, slaap tussendoor, of doe toch pogingen, ben bang voor de gevolgen, hoop dat alles goed komt, mis mijn kindjes, bezoekjes bloemen de lege dagen, maar kindjes én man moeten het thuis alleen beredderen.
Anderhalve maand diezelfde ein-de-lo-ze dagen….

9/5/1982……… ik mag morgen naar huis, de baxter deed zijn werk, nu nog gewoon een maand rustig afwachten thuis. Help, kan ik rust en 2 kleintjes  combineren??, maar niets boven ‘byebye kliniek’. De baxter wordt  afgekoppeld, ik voel me vrij!

10/5……. mijn valiesje staat klaar om naar huis te gaan…..maar dat is buiten zoon 3 om gerekend, hij heeft beslist : ‘mama blijft hier en ik wil hier weg’.
Het is 11.30u als hij in mijn armen ligt, zo onverwacht snel, ik ben een vat vol emoties, nog aan het bekomen van de voorbije te stille en angstige weken, een maand te vroeg komt hij in mijn leven. Hij huilt direct, ik hoor het oneindig graag, mijn oerinstinct als mama komt onmiddellijk boven, ik weet dat hij blijft, ik hoor nog vaag de dokter me gerust stellen, hij heeft alleen nog wat extra hulp nodig….

3.100 kg, ruim voldoende, maar suikerwaarden en biliburine (weeral dat vies woord)  staan niet op peil. De  longskes zijn nog niet volledig open, dit betekent ademhulp én couveuse. Hij geniet nog 3 weken van zijn verwarmd privésetje.
Ik ben zo fier op mijn dapper ventje. Hij mag nog niet naar huis, maar is een vechtertje.
Zelf logeer ik ondertussen bij het oudste zoontje, weer in datzelfde “buitenverblijf”, maar op een ander verdiep. Een thyreoglossuscyste in dat kleine keeltje moet dringend worden verwijderd.
Met de bijhorende babyblues dwaal ik doorheen de kliniek, blijf eens hier, dan weer daar  plakken. Verzorg de baby, die gelukkig goed evolueert, en het geopereerde zoontje, dat ook goed herstelt.
Zoon 2 blijft bij grootouders en papa en komt de broertjes en mama geregeld opzoeken.
Moeilijke dagen, weken, er zitten vaak tranen klaar, tranen van geluk, en tranen van angst……maar ….een betere toekomst wacht.

We mogen alle drie naar huis. S-u-p-e-r blij! Ik kan weer zorgen voor, ik kan genieten, ik kan ‘gerust zijn’. (hoewel het gezwel hardnekkig zijn plaats opeist en nog drie keren zal terugkomen, tot men besluit tot een drastische operatie, het ‘kreng’ blijft definitief weg. Maar dat weten we dan nog niet…. )
Ook het piepkleine zoontje vraagt nog veel aandacht, hij slaapt  een paar maanden in de living, om een longontsteking voor te zijn. Papa en mama afwisselend als compagnon.

En daartussen huppelt zoontje 2 vrolijk  rond.

Alles komt goed, ik wéét het gewoon, ik geniet van de (laatste keer) baby, van peuter en kleuter, van véél gewemel  in huis, van smachten naar een rustig moment, van slapeloze nachten, van lachende gezichtjes, van verwennen en zorgjes, van kindjes die zorgeloos verdrinken in hun dromen en hun spel.
Samen met manlief lukt het, ze worden groter en groter, en ze blijven ‘onze kinderen’.

[klein weetje : zoon 1 wordt kaal geboren en heeft nu een grote bos haar, zoon 2 en 3 hebben een flinke bos gitzwart haar bij de geboorte- verpleegsters denken zelfs dat ik met een Marrokaan getrouwd ben, tot manlief opduikt- en ‘kampen’ nu met ‘wegtrekkende haarlijn’. Zou dit voorspellend zijn??? Duikt hier een nieuwe statistiek op??]

Advertenties

happyness blijft homemade

“Een frisse dag met gemiddelde temperatuur van 7,1 °C en een gevoelstemperatuur van 6,3°C. De minimum temperatuur was 4,8 °C en de maximum temperatuur 10,1 °C.
De zon liet zich amper zien, slechts 0,4 uur.
Er viel 1,7 mm neerslag verspreid over 2 uur.
Het was een geheel bewolkte dag.”

29 april 1980. Die dinsdag betekent voor mij een zwaar-labeur-met-kers-op-de-taart-dag.

Weeën worden opgewekt met de baxter….. oei, deze pijn wordt ondraaglijk….. dit mag niet blijven duren…..help ik ga eraan…..tot….. een heerlijk klein ventje, zoon 2, om 22.45u MIJN  nieuwe wereldbewoner wordt, waarvan ik de mama mag zijn.
Het ventje weegt 3.4 kg en is 50.5 cm groot en vooral…..kerngezond.
Hoewel de biliburine even spelbreker wordt, en ervoor zorgt dat ik vier volle dagen zonder mijn ‘liefste eigendom’ huiswaarts moet keren.

Een jongentje met bruine huidskleur (met ‘dank’ aan de biliburine 😦 ) en een welige , donkere haarbos. Fier als een gieter toon ik mijn nieuw nageslachtje, iedereen ‘moet hem komen bewonderen’, want de schattigste baby op de wereld zag zojuist het licht.

Het broertje (ook schattigste éénjarige op de wereld, ik tref het énorm) houdt het poppetje vast, en samen met mijn 3 mannen lijken we nu een ‘écht gezin’.

Wisselende babyblues overmannen me, fierheid, bezorgdheid, een warm blij gevoel, verantwoordelijkheid, vragen als ‘kan ik dit wel?’, angst als de oogjes worden afgedekt en hij onder de lamp verdwijnt, onzekerheid, maar vooral een diep gevoel van intens geluk.

Oma, opa, bomma, peter, broertje, vrienden komen op ‘kraambezoek’. Ik moet hen geregeld naar ‘de lamp’ sturen, maar zelfs daar ligt hij er stralend mooi bij, donkere kijkers goed afgedekt.

Hij is een rustige baby, en laat zich- éénmaal thuis-  de matchboxkes, met veel liefde in het wiegje gezwierd door broertje (die nog niet over de rand heen kan kijken, maar wéét dat daar ‘iets’ ligt) , welgevallen.

Het leven wordt drukker en drukker, twee zoontjes én een man om voor te zorgen 🙂 . Ik ben energiek, de naweeën zijn verleden tijd, ik ben  jong en bruisend, ik voel me op mijn roze wolk en geniet van zoveel  mannelijk ‘geweld’ in huis.

leven bloeit
baby groeit
peuter boeit

ik ben zo fier
op mijn hier

ik ben blij
voel me vrij
geniet van wij

dankbaar
tevreden, maar
toch ook wat bezorgd
om wat toekomst geeft
in al wat leeft
hier thuis
in ons huis

Ik blijf diezelfde fiere  mama, dankbaar én bezorgd…. 37 jaren ouder en -tig rimpels rijker….

Happiness is homemade

Vrijdagochtend 6 uur, ik trek voorzichtig richting beneden in een slapend huis, en verlies  plots ……veel water….
Alarmbelletjes gaan rinkelen. Manlief wordt uit bed getrommeld, want zei de dokter niet dat ik dan  onmiddellijk  moet afkomen? We rijden anderhalf uur later , als de pijn me te machtig wordt, een stralende ochtend in, het is ijskoud buiten, maar de lucht is staalblauw, alles ruikt naar lente!

Rond 8 uur kom ik toe in de kliniek, er is geen kamer vrij  voor mij (ik voel me Maria 🙂 ), ik verhuis naar  een bed in de overvolle gang waar verpleegsters geregeld  vragen of de pijn nog houdbaar is.
Ja hoor, klink ik opgewekt, neen hoor, fluister ik tegen manlief.

Eindelijk, de ‘operatie’kamer is vrij, ik ‘mag’ naar binnen, de dokter komt haastig toegelopen. Het is 10 uur. Ik krijg opdracht, ik moet volhouden, ik spartel doorheen het pijnlijkste kwartier van mijn leven. Op dat moment besef ik (gelukkig) nog niet dat er nog twee  ‘pijnlijkste kwartieren’ in mijn leven  zullen volgen…..

Manlief wordt onpasselijk bij zoveel pijn, en plots blijf ik  alleen achter met de dokter, de verpleegster gaat met  krijtwitte manlief de kamer uit, ze vreest het ergste, maar hij wil me steunen en er voor me zijn, over’man’t zich, en komt terug naast me staan.
De frisse lucht doet wonderen. Ik voel me met drie.

Een ‘verlossen’de   15 minuten  later wordt een klein pakje op mijn buik gelegd. Ik besef het nog niet, is dit écht, écht mijn zoontje??, dat schattige kleine wondertje?
Manlief fluistert vertederd in mijn oor  ‘hij is van ons’.
Zoveel blijheid, zoveel liefde, zoveel ontroering, zoveel ongeloof, zoveel emoties…. ik heb mezelf niet langer in de hand en laat de tranen komen. Het pakje verdwijnt en wordt even later, gewassen èn goedgekeurd,  in mijn armen gelegd.
Ik stroom over van moederliefde, zomaar ontstaan uit dat ene ogenblik van intens geluk.
Ik verhuis naar kamer 230, het armbandje met zijn naam en ons kamernummer  (geplakt in het fotoboek) is hiervan getuige.
Dan krijgen we tijd, tijd om te wennen aan onze gloednieuwe status van papa en mama.
Oma’s en opa’s krijgen telefoontjes vol ontroering, en komen diezelfde dag nog langs. Geen afstand is hen te ver.
Mijn (oude) vader herinnert zich nu nog  de klop op de klasdeur en de directeur die met een big smile binnen stapt, hij weet direct welk fantastisch nieuws hij gaat horen. Het is nog de GSM-loze tijd….
Diezelfde avond worden we omringd door zoveel liefde, zoveel zachtheid, iedereen is ver’wonder’d.

’s Nachts wordt mijn ventje weggehaald, dan kan ik als mama uitrusten, het is de gewoonte in de kliniek, ik spartel niet tegen, nu zou ik het niet meer toelaten, maar ik weet niet beter… The times they are a’changing…..

De volgende ochtend rollen ze  heel vroeg het piepkleine bedje tot bij mij.
Ik voel een intense blijheid, een ongelooflijke fierheid, een heel hard moederlijk gevoel bij me opkomen. Ook een beetje verwarring ‘want hij is nu onze verantwoordelijkheid’ en ‘gaat ons dit lukken?’ en ‘hoe begin je eraan?’
Ik kijk hem aan, ongeloof borrelt op, maar ik blijf kijken, genieten, kijken , genieten… want hij is van ons!!

MUM    is just
WUW    upside down.

De start van een  heel verrijkend nieuw leven.

Dat kleine wondertje wordt vandaag 38 jaar.

MUM     blijft
WUW     upside down.

Ik ben nog altijd diezelfde fiere mama! Dagdagelijks! Van ons eerste lentezoonTJE 🙂

 

DSCN3779[1]DSCN3782[1]

[dit blogje vervult me opnieuw met tranen, de intensiteit van die beleving komt – bij het neerschrijven- zo diep terug boven….]