Tussen twee werelden

Is het echt al vijf jaar geleden dat ik  mijn definitief afscheid van het schoolse leven vierde en  door collega’s in bloemen, ballonnen én cadeautjes  werd gezet?
Een verrassend nieuw  tijdperk stapte ik in, onzeker, gemengde gevoelens, twijfelend, verlangend naar en terugkijkend op, was het niet te vroeg, zou het ooit wennen?
Tempus fugit, fijn dat ik mee vlieg, maar ook de jaren razen mee.
De dag blijft me bij alsof het gisteren was.

De wit-roze hartenwens heb ik volgzaam proberen in te vullen, dag na dag, in school leer je toch vooral gehoorzamen?

Naadloos sluit hier het prachtige boek bij aan.  ‘Tussen twee werelden”  van Franco Faggiano, een Italiaanse journalist, die houdt van schrijven en lange, eenzame wandelingen door de bergen. Sfeervol, heel sterk!
Zoals ik ben overgestapt van een druk, altijd bezig bestaan naar de rustige pensioenwereld, verhuizen hier vader en (pleeg)zoon vanuit het gejaagde Milaan naar een stil huis in de Piemontse Alpen.

Graag laat ik  fijne herinneringen in gedachten stromen aan  Piemonte met de Vespa in een ver – zo voelt het toch- verleden!

Zijn dochter leidt een totaal ander leven en gaat studeren in het buitenland. Vader probeert hopeloos het gemis van zijn overleden vrouw een plaats te geven, de pleegzoon heeft het Aspergersyndroom.
Met rust laten is de boodschap, elkaar toelaten in het verdriet en de opgesloten wereld.
Oké, soms zijn we een beetje antisociaal, we hebben nog niet helemaal de moed die nodig is om de strijd aan te binden met onvoorspelbaarheid, maar per saldo kunnen we het goed met elkaar vinden.”
Aanvankelijk verdragen ze elkaar, maar de band tussen hen wordt doorheen het boek steeds sterker, liefdevoller, er ontstaat een mentale groei in beide karakters, omringd met  prachtig Italiaans berglandschap.
Het verhaal op zich speelt geen grote rol, twee mensen leveren een innerlijke strijd om de ware ik te zoeken, ook vinden ze die andere ik, elkaar, het boek ontroert.
Een oprecht, sober, stil leven, met vragen en antwoorden, met ver- en bewondering, met vallen en opstaan.

Dochter (die moeder is verloren): “Na een zwaar verlies heeft iedereen zijn nooduitgang. Ik heb er met iedereen over gepraat, ik heb het mijn vrienden verteld, ik heb het gedeeld, zodat de last minder zwaar werd. Maar jij hebt alles binnengehouden, dus heeft de pijn zichzelf bevrucht en zich uitgebreid.
Vader : “Als je onverwacht zo’n groot verdriet moet verwerken, is isolement de eerste natuurlijke schuilplaats die je vindt, en lijkt dat een uitstekend beschermend schild
Dochter : “Jij zonderde je niet alleen af, je groef ook nog eens greppels om je heen. De Grand Canyon…. Nu heb je de greppels dichtgegooid…. Klopt het dat je tot rust bent gekomen?
Vader : “Daar heb je gelijk in, al bekijken we die rust van dag tot dag. Dat is onze regel
Vader : “Ben jij gelukkig?”
Dochter : ” Ik probeer het te zijn, ik zoek, pas me aan, experimenteer, doe mee, en soms vertrouw ik op het lot en het geluk. Ik struikel en soms raak ik gekwetst, maar ik ga door. Ik geloof dat je om gelukkig te zijn….in beweging moet blijven om te zorgen dat er mooie dingen kunnen gebeuren. Ik weet niet of ik gelukkig ben, maar ben redelijk tevreden en dat is op dit moment genoeg.”

De auteur heeft zich sterk bevraagd over het Aspergersyndroom via twee bevriende neuropsychiaters, die net als hij de bergen eindeloos verkennen. Ook via veel jongeren met dit syndroom, hij noemt ze “oprechte, onopgesmukte mensen, soms een beetje narrig, maar altijd verrassend.”

In het dorp Sansicario heeft het personage Daniele Bermond (zijn naam in het boek én ook in werkelijkheid)  een vakantieboerderij Barba Gust, waar de zoon zijn (boek)dagen doorbrengt én die echt bestaat
Dus ben ik even gaan googelen, en heb gevonden.
http://barbagust.com/agriturismo/

Alleen al omwille van de schitterende sfeer in het boek, zou ik een logement daar met plezier smaken.