Oefening baart kunst

Het voor-mezelf-traktaat is verdiend, met veel zin stap ik de boekenwinkel binnen.
Daar waar de meeste mensen op zoek zijn naar het geluk, besluit ik mezelf ‘de kunst van het ongelukkig zijn‘ aan te leren. Voor 20 Euro heb ik het boekje van amper 105 pagina’s in handen, ik lees het op twee avonden uit, hoop wijzer te worden en begrijp dat deze kunst niet altijd simpel is in een mensenleven. En daar ik momenteel in verwoede studiemodus sta…..

Ik ben vurige fan van Dirk De Wachter, hij relativeert, is zachtaardig, kan het goed verwoorden  én heeft humor. Niet onbelangrijk, dat laatste!

Ja, hij is boeiend verteller en schrijver.
Ja, ik ben een meer dan trouwe volger.
Neen, hij zegt niet veel nieuws.
Ja natuurlijk, hij heeft groot gelijk.
Misschien is herhaling broodnodig?
Ja, het onderwerp blijft zijn mantra.
Ja, ik kan hem geen ongelijk geven.
Neen, ik heb niet veel bijgeleerd.

En toch voel ik me hier geroepen zijn woorden letterlijk aan te halen, woorden met een fijne, correcte  gedachtegang. (enkel ….als je hem niet goed kent…..)
Woorden die me treffen, maar reeds (te) verankerd zitten in mijn – ondertussen flink geoefend- brein.

“De mens bestaat in de blik van de ander
Niet iedereen vertrekt vanuit de ideale basis.

Er zijn kinderen die suïcide plegen omdat ze het leven niet aankunnen, zelfs zonder traumatische omstandigheden….. Gelukkig zijn het grote uitzonderingen” 
Mijn bloedeigen zus was die uitzondering….

“Het klopt niet dat je geluk in de hand hebt……want het bestaat uit een hoop onvoorspelbare toevalligheden, chance en malchance”

De kunst van het leven is accepteren dat lastigheden en tekorten bij leven horen, en ze delen met anderen. Als je dat doet, zal verdriet, groot en klein, draaglijker worden”. 
“Verdriet dat ingeslikt is wordt verbittering”
Ik ben goed bezig, ik deel graag.

Vriendschappen verhogen het geluksgevoel aanzienlijk. De Belg heeft gemiddeld vijf goede vrienden, wat een zegen! ……..één op de tien Belgen heeft helemaal geen vriend….

“Verdriet en ongeluk, hoe lastig en moeilijk bespreekbaar ook, zijn toch waardevol. Ze geven aanleiding tot nabijheid, en nabijheid werkt gelukkig-makend’ 
Ik hou van verbinding, die ontstaat bij geluk, maar zeker ook bij on-geluk. Meerdere keren mocht ik waardevolle blijken van mee-leven ontvangen, die helpen wonderlijk.

Grenzen, normen en waarden moeten in de eerste plaats in het gezin worden gecreëerd. Kinderen die geen grenzen worden opgelegd en extreem verwend worden, lijden onder ernstige verwaarlozing. Nooit terecht worden gewezen kan hen later voor grote problemen stellen

We neigen in deze tijden naar een pamperingscultuur waarin alle kinderen fantastisch zijn…. Als Brammetje is blijven zitten, gaan de ouders naar de advocaat om de school aan te klagen. Zouden we niet beter Bram op de vingers tikken en zeggen dat hij niet zijn best heeft gedaan? Vergeef mij deze polemische uitspraak”

We zijn op de aardbol gesmeten, door een reeks toevalligheden. Het enige wat we kunnen doen is er iets zinvols van maken”
“Een beetje ongelukkig kunnen zijn lijkt het eigenlijke talent van het leven”
En ja, ik doe mijn best, met of zonder succes, altijd weer opnieuw.

Hij is een wijs man, ik hou van wijze mannen, herhaling doet goed aan ‘de leeftijd’.
Hij zegt in de Afspraak “Ik blijf consequent. Ik denk dat de kunst van het leven is : de ongelukkigheden, de tegenslagen een plaats te geven“.
Ik ga volmondig akkoord en zoek ijverig naar vrije plaatsjes in mijn brein, dat soms overvol zit.

Veeeeel te lang, deze ‘plagiaatlog’, ik begrijp het perfect als je tussendoor afhaakt. Het is je vergeven.

 

 

 

 

Wachten op de Wachter

Hij staat al langer op mijn bucket list.
Hij is van ’60.
Hij is altijd zwart-wit gekleed, de haren steil achterover gekamd.
Hij is een denkende, voelende mens.
Hij is auteur.
Hij is prof in Leuven.
Hij is psychiater.
Hij is Dirk de Wachter.

Samen met kompaan Paul Verhaeghe is hij het boegbeeld geworden van het vreedzame verzet tegen een kille prestatiesamenleving.

Hij geeft een voordracht over kunst en psychiatrie. Ik reserveer als eerste zes stoelen, de zaal geraakt te vol, en gaat uiteindelijk op een andere plaats door, met driedubbele capaciteit. En weer  zit die ruimte bomvol.
Mensen wachten geduldig op de spreker, die zich hopeloos verloren rijdt en blijft rondtoeren op de markt. Hij geeft ons een oefening in het ‘wachten’, 20 minuten lang….
De GPS lijkt van na zijn tijd?!
Tot hij rustig binnen stapt, zijn lange haren snel achterover kamt en verrast  het applaus ontvangt dat los barst nog voor hij een woord heeft geuit.

“Een klein beetje ongelukkig kunnen zijn, dat is de kunst van het leven”, met deze woorden op het scherm moeten we het die 20 minuten wachttijd stellen…

Een tweede psychiater in één week tijd vertelt een boeiend, beklijvend en  humoristisch verhaal. Je ‘hoort’ de stilte in de zaal. We hangen aan zijn lippen.

Geluk als meritocratische ( = belangrijk wat je zelf hebt gepresteerd) prestatie.
Fantastisch geluk als norm.
Ongeluk als mislukking.
Ongeluk als ziekte”
Deze zinnen veroorzaken vaak lijden in onze maatschappij. Hij spreekt vooral over ‘chance hebben in het leven‘. Voor hem is geluk minder maakbaar dan we misschien zelf ervaren of hopen.

We moeten een zelfhulpgroep vormen van mensen zonder diagnose, zonder labels, zonder afkorting“. Wat niet noodzakelijk betekent dat hij er niet in gelooft, er zijn karakters en genen.

Gelukkigheid is geen doel, wel een illusie, hét doel is zinvol en betekenisvol leven
Het aardse bestaan is nu eenmaal af en toe ambetantig, hij gebruikt een eigen woordentaal. We moeten kinderen leren ongeluk te hanteren. Ongeluk wordt te weinig verdragen als normaliteit.
Het hoort bij leven.
Ermee leren omgaan, dat is dé boodschap.

We leven te gulzig“. Hij wil bongobons verkopen ‘goed voor een dagje in de tuin’,
‘goed voor een dagje op een bankje in het park’.

Liefde ontstaat uit de lastigheid en het verdriet van het leven“, want zo hebben we elkaar nodig, er ontstaat een doel om te blijven leven en betekenis-vol te zijn.
Levinas – één van de grootste denkers in de naoorlogse periode van de twintigste eeuw- verkondigt de “jouissance“, het genieten van de doodgewone dingen in het leven.

Ik ben omdat de ander mij ziet” of “wij zijn in de Ander“. De ander én ik zijn kwetsbaar. En dat mag, daar is totaal niets mis mee. Hij laat een persoonlijke noot toe: hij kan moeilijk om met mensen waarvoor alles en iedereen goed en mooi en geweldig is.
Hij vindt gevoeligheid dé hoogste waarde bij de mens, deze maakt dat we oog hebben voor de kwetsbaarheid van de ander, wat op zijn beurt weer zin geeft aan het bestaan.
Een hoog-gevoelig mens moet/ mag zich gelukkig prijzen, “het zijn toch geen slechte eigenschappen als je erg inzit met de mens?“, vraagt hij zich af.
De sensitieve mens staat open voor de wereld, ook al komen op deze manier tevens de minder gelukkige momenten harder binnen. Aan ons om ermee te leren leven.

Hij wil Sartre heel graag nog eens op het matje roepen, uit protest:   ‘
LEnferc’est le manque d/les autres”.
De anderen zijn niet de hel, er bestaan inderdaad mensen die willen kwetsen, die het eigen ego willen bevestigd zien door anderen neer te halen, maar…… een mens mag vooral niet eenzaam en alleen zijn. Wij zijn allen naakt geboren, als  kleine hulpeloze wezentjes, en moeten leren aanvaarden dat niet alles op wieltjes loopt, we moeten samen  genieten, van de kleine, simpele dingen zoals het bankje in de tuin, en we moeten leren wachten . Wachten…. hij spreekt zijn naam waardig.

Bij een drankje  komen de tongen los, we begrijpen elkaar, we spreken met kennissen en vrienden, het wordt een boeiende babbel. Heel even wanen we onszelf filosofen, waarna we voldaan terug fietsen naar ons bankje in de hof.