zwevend de dag door

De hoed van de man grijp ik van z’n hoofd en zwier hem (de hoed  uiteraard) ver weg. Hij kijkt verbaasd, geen zuchtje wind te bespeuren?
Bij het kraampje grijpt mijn snelle hand een roze donut, deze verdwijnt in happen in  leegte. Mevrouw is boos,  weet niet goed waarom.
Vier meisjes binden de fietsen aan elkaar  en racen  het grote gevaarte vrolijk lachend door de straten. Zachtjes grijp ik het eerste stuur  en laat hen eindeloos rondjes rijden, gillend gieren ze het uit, ‘wat doet die eerste meid toch gek’.
Die rode pet wacht uitnodigend bij een open kraampje, gretig gritsen en graaien  mijn dolle handen, ze belandt fladderend op de kale kruin van de oudere man in strak kostuum, hij lijkt geërgerd, de omgeving schiet in een kramp.

Gewichtloos trek ik me vrij van de zwaartekracht, ik zweef heerlijk en laat geen witte sporen na, de hoogte lokt en lonkt, de blauwe hemel, even overweeg ik vogel tussen de vogels te zijn, maar de mensenwereld blijft aantrekken, grappen en grollen, vrank en vrij.
Ik ben  onzichtbaar, een heimelijk verborgen vliegend wezen.

Iemand die geen fantasie heeft
staat op de aarde
hij heeft geen vleugels;
hij kan niet vliegen.
(Inayat Kahn Indiaas filosoof)

Fantasie is mij niet vreemd. Ik kan dus vliegen. De interpretatie is niet echt correct, maar ik vul ze graag in volgens eigen stramien.

Twee maal dreig ik te ontwaken, twee maal slaag ik erin me terug omhoog te dromen en te vlinderen boven de aarde, kijken zonder gezien te worden, vliegen onder de prachtig blauwe hemel, de hemel heeft me in zijn  macht.

Dan word ik wakker, er is geen ontkomen aan, ontroerd en verrukt, uit deze betoverende droom. Soezend breng ik hem terug voor de geest, ik herinner me de vele details, een geweldig avontuur is mijn wonderlijke vriend bij het ochtendgloren.
De blauwe hemel is er, de aarde trekt aan me, ik ben er echt…..
Mijmerend in  heimwee geniet ik rustig na, de klussen hebben tijd.
Dromen geven vleugels.

Ik en ik en ik en….

Hij wordt vier.
Vier jaar al, het kleine ventje.
Het feestje is voor hem en zijn diertjes. Genieten doet hij volop, de kroon op het kinderlijke hoofdje. Met cadeautjes, liedjes, verhalen en eens heel leuk zot doen. Onbezorgd, dat overheerst.
Als je vier wordt,  is leven gewoon fijn.

Buiten zoeken we de schaduwplekjes op, de zon straalt ongenadig, het heerlijke buffet met zelfgemaakt brood, veel fruit, groenten, honing van de eigen bijen en kazen nodigt uit om je vrij te voelen en uitgebreid te smaken.

Babbels, discussies,  verhalen rollen heen en weer, de sfeer is warm  vrolijk en ongedwongen.
Woorden over nieuwe verliefdheid, zacht als de dauw op het groene gras.
Over twijfelende liefde, aarzelend en onzeker.
Over heftige diagnose en bikkelharde chemo.
Over….

Woorden en zinnen rommelen door mijn hoofd, blijven nazinderen, en met een brein vol chaos kom ik die avond thuis.
Gevoelens van dankbaarheid, dubio, blij- en droefheid, onzekerheid, geruststelling, liefde, ontspannen en gespannen zijn, afwachting, (on)bezorgdheid, vragen en antwoorden, fierheid buitelen intensief door het hoofd.

En toch is daar de nacht, die rust kan én moet brengen in lijf en leden. Ik besluit nog even door het dagblad te snuisteren, niets zo heerlijk als oersaaie lectuur voor het slapen gaan.
Maar dat is buiten de krant gerekend. Marjan Donner houdt me in haar greep met een boeiend artikel over haar ‘Zelfverwoestingsboek’. Zij wil vooral het individu bevrijden.
Ze bekijkt het vanuit een andere hoek, en die verrast.

Al die overgelukkige, breedlachende mensen in perfecte situaties, nooit eenzaam, nooit diep in de schulden, altijd blij in hun pukkelvrije lijven. Wie gelooft er in dat sprookje, dat onder meer de reclame steeds opnieuw aan ons opdringt? Niemand, zou je zeggen, maar toch doen we iedere dag weinig anders dan juist die illusie van gezond, glad, fit, productief, positief of zen nastreven. Marian Donner is er klaar mee, zo blijkt uit haar pamflet Zelfverwoestingsboek, dat de bedoeling heeft de in de ratrace voortzwoegende en -ploeterende mens eens even stevig door elkaar te schudden: denk toch eens na, het leven heeft zo veel meer te bieden!”   (https://www.tzum.info/2019/07/recensie-marian-donner-zelfverwoestingsboek/)

Zelfzorg en het blijven goed doen, overaltijd, noemt ze de nieuwe wetten,we worden overladen met tips en beste raad. Mensen die het ver hebben geschopt, die het wel altijd redden en allemaal ideaal doen, hebben vaak gewoon ‘chance’.
De ander krijgt zo niet direct het gevoel van  falende loser.
Waarin we mensen zijn? Vooral in het falen, we sterven, we worden verkeerd begrepen, communicatie loopt vaak mank, we bereiken onze doelen niet.
Ze stelt de keurige maakbaarheid van de mens in vraag.
Zijn we te streng voor onszelf?
Mogen we oorzaken zoeken in de maatschappij, ipv in onze eigen kleine geest en lichaam?
We leven te vaak in de statistieken, in meerdere algoritmes, vaak in schaamte en schuldgevoel.
Zij wil vrijheid voor het individu.

Haar woorden in de krant : “Het gaat tegenwoordig vaak over je ware ik, of het vinden van je innerlijke kind, of je kern laten stralen. Alsof je maar één persoon bent met een set op elkaar afgestemde eigenschappen. …..Ik denk dat iedereen veel verschillende kanten en tegenstrijdige eigenschappen heeft, dat die kern niet bestaat. Als je wel in zo’n ware ik gelooft, dan valt die dus ook te verbeteren. Dat is het idee waar de zelfhulpindustrie zich mee voedt ‘word eindelijk jezelf’…… Maar er is geen zelf, geen kern. Als je het zo bekijkt, is het ook minder erg om slechte kanten te hebben of te falen. Dat doet niets aan je goede kanten, dus hoef je ook minder schaamte- of schuldgevoelens te hebben…..
Het leven is rommelig, de liefde is rommelig. We proberen onszelf heel de tijd in grafieken te vangen…..
Systematisch onrecht moet bestreden worden, stel prioriteiten‘.

Wat een bevrijding, ik hoef mezelf niet te kennen, ik hoef niet éénduidig te zijn, ik ben vele ikken samen, kan het heerlijker?, ik hoef dus niet op zoek naar mezelf en moet niet altijd begrijpen en idealen nastreven. En toch mogen die er zijn, ze schrijft vooral niet aanvallend, “wees vergevingsgezind voor jezelf”. Ook voor de ander.
Laat je niet steeds op de kop zitten door de wereld die zegt dat alles wat niet goed gaat aan jou ligt

Ik besef, dit schrijven hier is veel te lang, maar die ene ik slaagde er gewoonweg niet in dit boeiend onderwerp korter te verwoorden….