Gesprek met de regen

De voorstelling van het theaterstuk van Nieuwstedelijk wordt ingeleid door een Knack-journaliste die druk met armen en benen zwaait. Ze vertelt als een sneltrein, sommige toehoorders kunnen zich niet langer concentreren, zelf kom ik vervolgens  ‘opgedraaid’ de zaal binnen.

Adam (Tom Van Bauwel) en Niki (Sara Vertongen) vertrekken hals over kop naar Singapore – symbool voor dé stad waar het leven erg snel om je heen vliegt-  om in nieuwe uitdagingen te vluchten na het overlijden van hun dochter.
Zij stort zich in de razende technologische wereld, goochelt met google en smartphone, in de hoop het on-leef-bare  verdriet een plaats te kunnen geven.
Hij daarentegen trekt traag doorheen de stad en spreekt temidden de moussonregens tot zijn dochter, hij hoopt ze terug te vinden, kan niet verder leven zonder haar.
Tegenstellingen zijn duidelijk voelbaar. Verdringen van verdriet of zich wentelen in datzelfde gevoel, zich storten op het werk of traag doorheen de stad wandelen en het gemis toelaten, de spanning in de muziek en de  videobeelden van de levendige stad op de achtergrond komen bijna letterlijk hun nieuwe, ongezellige, te stille huiskamer binnen.
De (ant)woorden van de overleden dochter vallen letterlijk in druppels uit de hemel.

Om dit te realiseren, trekt de theatermaker Stijn Devillé naar het e-Media Research Lab van de KU Leuven, waar twee studenten  zich over dit praktisch uitvoerbare  probleem buigen, het regent  leesbare waterwoorden op de voorstelling via 400 ventielen.
Een 3D-printer, watergeruis, belichting en veel programmeerwerk zorgen voor dit unieke innovatieve staaltje  techniek en bijhorende ontroering.
Prachtige woorden, gevormd in en door regendruppels, rollen vanuit de hoogte en plenzen nattig op de grond.
De kletterende moussonregens vertolken het klimaat van verdriet en tranen.

De voorstelling over rouw en het (vruchteloos) op zoek gaan naar een (on)mogelijk nieuwe inhoud van ‘het’ geluk, (be)leef ik intens mee.
Vader en dochter gaan met elkaar in gesprek, over hoe het nu verder moet, over alleen achterblijven en eenzaam zijn, over rouw en sterven, over de oerknal, over het waarom, waarom toch en waarom toch wij…..

Ze wordt doodgezwegen, daarom moesten we vluchten naar het andere eind van de wereld. Is ze dan nog niet dood genoeg?”

“dit is het dus …   dacht ik
dit is het dus    ze is dood
mijn kind is dood
ik heb een dood kind
kijk mij   ecce homo
ocharme ik
het drama waar ik  naar verlang
naar op zoek ben
om mijn leven kleur  en glans te geven
voltrekt zich nu
dit is het dus”

(woorden van de vader in het stuk)

Knap technisch, knap ontroerend, knap gevoelig ‘uit het leven’ gespeeld, knappe acteurs schitteren in  eenvoud en naturel. Knap met hoofdletter op élk gebied.

Het theaterstuk is gedeeltelijk autobiografisch.
De klap waarmee het zesjarig dochtertje van de regisseur en auteur op het familiefeest levenloos van de trap valt, is in zijn geheugen gegrift. Hij slaagt erin haar te reanimeren, ze houdt er geen letsel aan over, maar beide ouders zijn getekend, de verwachte opluchting om het ‘succes van het overleven’ blijft uit, vele maanden lang.
Zij rouwden om een kind dat ze niet hadden verloren“.
Een wetenschappelijk  bericht in De Standaard over de oerknal helpt hem onverwacht uit zijn apathie, het artikel  overstijgt zijn mens-denken, hij kan weer functioneren en creëert deze prachtige voorstelling.

Stijn beschrijft het gebeuren met onderstaande woorden, die voor mij zo ongelooflijk herkenbaar zijn in het verwerken van het enorme verdriet bij mijn beide ouders, toen hun dochter, mijn zus  stierf.
Mijn moeder is vrouw, de man in het theaterstuk, mijn vader is man, de vrouw in dit stuk.
Elk van hen probeerde anders te verwerken, wat soms voor spanningen zorgde, maar waar ze uiteindelijk samen sterker uit kwamen, ook al bleven ze gekwetst tot ze uiteindelijk zelf ‘moesten’ loslaten.

Je hebt twee rouwstijlen.
De eerste kennen we het best en is het meest aanvaard.
Veel verdriet, 
veel huilen, niets kunnen of willen doen.
De tweede is instrumenteler.

Je wil iets doen en je leven weer in handen nemen.
………
Vaak wordt die eerste intuïtieve rouwstijl als vrouwelijk bestempeld, en de instrumentele
stijl als mannelijk.
Dat wilde ik omdraaien.
Zij is de carrièrevrouw, de rationele geest.”

Advertenties

“Het einde”

In deze reeks blikken schrijvers vooruit op het grootste aller mysteries : de dood. “

Op het laatste blad van  de vrijdagse Standaard der Letteren schrijft een bekende of minder bekende schrijver of poëet een volledige pagina  over dit thema. 

Nu is het de beurt van Marc Reugebrink (57 jaar). Hij beschrijft het voor mij zo herkenbaar , dat ik hier graag hele stukken letterlijk kopieer, maar lichtjes aanpas aan mijn eigen leven en denken, dan verkies ik rood cursief.  Mijn zinnen verlopen analoog met wat hij beschrijft. 

Andermans woorden overbloggen, ik geef toe, ferm gemakkelijk, maar ze vertolken zo intens, zo correct mijn denken, het zouden mijn eigen zinnen kunnen zijn, alleen niet zo sprekend geformuleerd dan.
Ik steel dus even zijn woorden, ons denken, maar de eer blijft aan Marc R!

“Ik denk elke dag na over doodgaan. Dat is al zo sinds ik 29 ben. En dat heeft te maken met het feit dat ik op een grauwe novemberdag het overlijden van mijn zus moest meemaken, die erg jong stierf.  Ik wist toen natuurlijk al dat het leven eindig was, maar die concrete confrontatie met de dood was zo verbijsterend dat ze mij sindsdien achtervolgt en nog steeds boos maakt.

……..

Aangezien ik alleen in het hiernumaals geloof, is dat verdwijnen voor mij ook echt verdwijnen. 

……

Die woede komt ook voort uit het feit dat de dood je scherp bewust maakt van de waarde van het leven. En dus van datgene wat de dood van ons wegrukt. Als je eenmaal hebt ervaren hoe iemand teugelloos kan verdwijnen, word je je wel heel erg bewust van wat er wel is. Mijn afschuw blijft mijn afschuw. Niet van hoe ik zal sterven, maar van de dood op zich.

……..

Dat komt ook doordat ik veel verlies heb gekend : amper de helft van ons gezin van vroeger blijft nog over…..     De breuk 3/6 = 1/2 ….

…….

Het verlangen naar verkering, een huwelijk, naar seks en intimiteit heeft altijd met een verlangen naar troost te maken, naar verlossing uit de eenzaamheid, uit wat we alleen zullen moeten doen : doodgaan.

Noch van mijn vader, noch van mijn moeder, noch van mijn zus kon ik afscheid nemen.
Er blijven dingen die je had willen zeggen, die je misschien had moeten doen. Je deed het niet. Je hebt het nooit gezegd. Als overlevende blijf je schuld voelen bij de dood van iemand die je na staat. 

…….

Als ik er niet meer ben, ben ik er niet meer, hoe onvoorstelbaar dat nu ook is voor mij, want je kunt jezelf niet afwezig denken. Maar dat anderen er niet zijn, dat ken ik, en ik weet wat het met mij doet en heeft gedaan. 

…….

Mijn moeder  geloofde dat ze ooit, ergens, mijn zus , haar ouders zou terugzien.
Ik heb nooit de neiging gehad haar tegen te spreken, al geloof ik zoiets natuurlijk niet. 

Toch is leven zonder hiernamaals geen troosteloze zaak : de dood maakt je erg bewust van wat werkelijk telt. Mijn man, kinderen, schoon- en kleinkinderen zijn van het allergrootste belang. Ik ben me heel sterk bewust van de breekbaarheid van alles, daardoor leef ik met een gretigheid en een gulzigheid die ik niet zou gehad hebben als ik alleen op de toekomst zou zijn gericht.
De afwezigheid van het hiernamaals geeft aan het heden een gouden gloed.
En toch ook  ergens een angst….. Het wiskundige begrip ‘oneindig‘ bezorgt me oneindig veel doods-angst.

Ik kijk  naar mijn kat , die denkt er volgens mij net zo over : nooit verder dan de wandeling die hij maakt. 

……..

Dat is wat de dood je leert : vergeet eeuwige roem , we zullen het nu moeten doen.”