Burgerplicht

Als herfstekind, lijkt het me zalig om in de lente te zijn geboren.

Vier feestjes gaan hier nu in twee weken tijd aan onze neus voorbij, zoon 2 krijgt een nieuw tiental, kleindochter wordt een palin-droom!-tiener, manlief kan straks eindelijk goedkope treintickets genieten (althans in betere tijden…), en zoon 3 staat bijna twee jaren verwijderd van het tiental van de broer.
We versieren ons kot en zingen enthousiast dwars door de telefoonlijn.

Voor man wil ik het graag wat feestelijk maken, ondanks hij en ik alleen.
Ik bestel een verrassingsmenuutje bij het plaatselijk restaurant, want “een maaltijd afhalen bij de lokale brasserie is geen gemakzucht meer, maar een daad van burgerplicht. Voor het heropstarten van het bedrijfsleven is consumeren een economische noodzaak. Dat duurzaam en zo lokaal mogelijk doen is meer dan ooit een politieke daad en een morele plicht“. Zo lees ik in de krant, ik gedraag me overaltijd voorbeeldig.

Bij online reservatie twijfel ik, vlees, of vis, of toch vlees, en kies uiteindelijk voor twee …… aspergesmenu’s.
Ai, heel erg foute keuze, nooit verwacht dat ik mijn gulle vriend tegen het lijf zou lopen (klik vorig logje), dat betekent twee dagen op rij genieten?!

Manlief hoeft geen punten te geven, ik hoef geen punten te scoren, ze waren lekker in het kwadraat. We toosten met een fris glaasje rosé op ‘de leeftijd’ en ‘nog veel jaren samen’.
Aspergevriend krijgt chocolade hartjes en morgen wagen we hét grote experiment, bedrijven gaan weer gedeeltelijk open. Het voelt aan als een klein sprankeltje hoop.

Voorlopig toch even geen wit goud meer op de borden.

DD

Vandaag besluit DD het van me over te nemen.

De nacht was woelig, de ochtend regenachtig en grijs, en het altijd-zelfde-stramien-gevoel hangt me soms de keel uit.
Ik mis ontzettend, heel hard, te hard, maar ben gezond. Geen reden tot klagen dus?
Maar Dip Dag denkt er anders over, ik zing een klaaglied. De enige trouwe toehoorder is manlief, hij begrijpt me als geen ander, en vertrekt stilletjes naar de bakker  om een taartje met marsepein (mijn grootste zoete zonde), want zoet fleurt op, mij toch, en enige verwenning heb ik volgens hem wel verdiend, lief toch!
Ook aan zijn moeder en zichzelf heeft hij gedacht. Hij springt de fiets op, taartjes wankelend in de fietstas en brengt het kleine gelukje tot bij haar, 10 km verderop. Hutsepot smaakt ook.

Onder een gitzwart wolkendek vertrek ik voor m’n wandeling, combinatie van natuur en zoet moét wonderen doen.
De zon komt piepen, eerst sporadisch, steeds langer, lentegroen ontploft.
De man zit op de rollator voor zijn huis, hij zwaait vriendelijk, ik kom wat dichterbij en begin een praatje. Hij is alleen, vrouw stierf 7 jaar geleden én was 7 jaar jonger, de benen willen niet meer mee, maar de geest werkt nog perfect, hij is 87. Altijd boer geweest, hij kan het niet laten, ’s morgens vroeg gaat hij nog asperges uitsteken, verslaafd aan het boerenwerk, daarna wacht hem de hele dag om te bekomen.
We babbelen gezellig, hij kent me niet, vraagt waar ik woon, zo’n vier km verderop, en of ik asperges lust. Uiteraard, wie niet?
Wacht even, hij verdwijnt op zijn erf, en komt even later rollend terug met een grote zak, kersvers, deze morgen zelf uitgestoken. Zo blij met de babbel, glimlacht hij.
Ik stotter woorden dat dit niet hoeft, hoeveel mijn kost is, terwijl ik geen rosse duit op zak heb, teveel gewicht. Jij moet enkel nog genieten, zegt hij, dan geniet ik mee.
Ik beloof hem te vertellen hoe ze gesmaakt hebben op mijn volgende date, daar maak je me zo blij mee, ik zit hier bijna dagelijks, hij lacht vrolijk.

De verdere kilometers weegt mijn hand zwaarder door.  Een koppel vraagt waar ik ze kocht, want ze zien er super vers en mooi uit, doorzichtig verpakt, iedereen weet wat nu op de menu staat.
Ze lachen ‘en nu doen wij op onze beurt een praatje met jou’….  Stille hint, maar mijn vingers klemmen om de schat.

Thuisgekomen vraagt manlief waar ik het witte goud gekocht heb.
Gekregen van een man.
Van een super lieve gentleman.
Zomaar, gratis voor niets.
Wellicht vond hij me sympathiek.
Ik deed een uitgebreide babbel met hem.
Ik heb beloofd hem terug te zien.
Hij is 87.
Zie ik daar enige sporen van ontspanning? Uiteraard niet, hij  zal  gewoon mee genieten.