“Het einde”

In deze reeks blikken schrijvers vooruit op het grootste aller mysteries : de dood. “

Op het laatste blad van  de vrijdagse Standaard der Letteren schrijft een bekende of minder bekende schrijver of poëet een volledige pagina  over dit thema. 

Nu is het de beurt van Marc Reugebrink (57 jaar). Hij beschrijft het voor mij zo herkenbaar , dat ik hier graag hele stukken letterlijk kopieer, maar lichtjes aanpas aan mijn eigen leven en denken, dan verkies ik rood cursief.  Mijn zinnen verlopen analoog met wat hij beschrijft. 

Andermans woorden overbloggen, ik geef toe, ferm gemakkelijk, maar ze vertolken zo intens, zo correct mijn denken, het zouden mijn eigen zinnen kunnen zijn, alleen niet zo sprekend geformuleerd dan.
Ik steel dus even zijn woorden, ons denken, maar de eer blijft aan Marc R!

“Ik denk elke dag na over doodgaan. Dat is al zo sinds ik 29 ben. En dat heeft te maken met het feit dat ik op een grauwe novemberdag het overlijden van mijn zus moest meemaken, die erg jong stierf.  Ik wist toen natuurlijk al dat het leven eindig was, maar die concrete confrontatie met de dood was zo verbijsterend dat ze mij sindsdien achtervolgt en nog steeds boos maakt.

……..

Aangezien ik alleen in het hiernumaals geloof, is dat verdwijnen voor mij ook echt verdwijnen. 

……

Die woede komt ook voort uit het feit dat de dood je scherp bewust maakt van de waarde van het leven. En dus van datgene wat de dood van ons wegrukt. Als je eenmaal hebt ervaren hoe iemand teugelloos kan verdwijnen, word je je wel heel erg bewust van wat er wel is. Mijn afschuw blijft mijn afschuw. Niet van hoe ik zal sterven, maar van de dood op zich.

……..

Dat komt ook doordat ik veel verlies heb gekend : amper de helft van ons gezin van vroeger blijft nog over…..     De breuk 3/6 = 1/2 ….

…….

Het verlangen naar verkering, een huwelijk, naar seks en intimiteit heeft altijd met een verlangen naar troost te maken, naar verlossing uit de eenzaamheid, uit wat we alleen zullen moeten doen : doodgaan.

Noch van mijn vader, noch van mijn moeder, noch van mijn zus kon ik afscheid nemen.
Er blijven dingen die je had willen zeggen, die je misschien had moeten doen. Je deed het niet. Je hebt het nooit gezegd. Als overlevende blijf je schuld voelen bij de dood van iemand die je na staat. 

…….

Als ik er niet meer ben, ben ik er niet meer, hoe onvoorstelbaar dat nu ook is voor mij, want je kunt jezelf niet afwezig denken. Maar dat anderen er niet zijn, dat ken ik, en ik weet wat het met mij doet en heeft gedaan. 

…….

Mijn moeder  geloofde dat ze ooit, ergens, mijn zus , haar ouders zou terugzien.
Ik heb nooit de neiging gehad haar tegen te spreken, al geloof ik zoiets natuurlijk niet. 

Toch is leven zonder hiernamaals geen troosteloze zaak : de dood maakt je erg bewust van wat werkelijk telt. Mijn man, kinderen, schoon- en kleinkinderen zijn van het allergrootste belang. Ik ben me heel sterk bewust van de breekbaarheid van alles, daardoor leef ik met een gretigheid en een gulzigheid die ik niet zou gehad hebben als ik alleen op de toekomst zou zijn gericht.
De afwezigheid van het hiernamaals geeft aan het heden een gouden gloed.
En toch ook  ergens een angst….. Het wiskundige begrip ‘oneindig‘ bezorgt me oneindig veel doods-angst.

Ik kijk  naar mijn kat , die denkt er volgens mij net zo over : nooit verder dan de wandeling die hij maakt. 

……..

Dat is wat de dood je leert : vergeet eeuwige roem , we zullen het nu moeten doen.”

9 reacties op ‘“Het einde”

  1. Het Einde lees ik trouw, iedere vrijdag.
    Het Einde van Marc Reugebrink las ik de voorbije dagen twee keer. En nu een pakkende, treffende derde keer.
    Zeer herkenbare versie van jou!

    Like

    1. Derde keer, goede keer!
      MR, ik kende hem (nog) niet, maar hij schrijft echt naar mijn gevoel.

      Ik ga zeker eens op zoek naar een boek van hem.

      Prettige week!

      Like

    1. Gedachten zweven spontaan, ook naar minder leuke plaatsen, maar zolang ze vlot terug zweven- zwierig het leven in- is het wel oké.

      Like

Reacties zijn gesloten.